Geplaatst in Fotogedicht

Ontmaskerd


 

kruipend door het stof

van haar voetstuk gevallen

verloor ze haar hoofd

 

180901Ontmaskerd

klik!

Iedere zaterdag schrijf ik een Japans gedicht. Doe je mee? Klik op de button voor meer informatie.

schrijfuitdaging

 

Geplaatst in Doldriest briest, Vakantie

Las Vegas, klatergoud en maneschijn

Al een tijdje zit ik te bedenken hoe ik Vegas ga beschrijven. Misschien helpt het als ik eerst vertel dat we een dag eerder weer vertrokken zijn? Fleetwood Mac zingt ‘And if you don’t love me now, you will never love me again.’

Las Vegas, absurd vermaak in zinderende hitte. Las Vegas, sprookjeswereld van klatergoud en schijn. Gouden gebouwen. Parijs, New York, een piramide. Niets is te gek hier. Een achtbaan vanuit een gebouw, rondwentelend in de volle maneschijn. Watershow met prachtige fonteinen, muzikaal begeleid, en ik zong met haar mee. Een winkelpromenade in een hotel, de ene na de andere gang met design kleding, juweliers, tassen, schoenen. Een prachtige winkel gewijd aan sterren. Sterren van het witte doek, van muziek. Originele gitaren, de zweep van Indiana Jones, handtekeningen. Geweldig. Helaas mochten daar geen foto’s van gemaakt worden.

image

Boven ons een blauwe kunsthemel met schapenwolkjes, je waant je in koelere oorden. Een aquarium met vissen die je met grote ogen aankijken, dwars door je heen staren. Een rog zwemt loom voorbij en probeert aan zijn dikke glazen kooi te ontsnappen. Blijf maar daar, glad wezen, je redt het niet buiten Vegas. Andere wezens, tweevoeters, liggen op de loopbrug, zoeken het duister tussen de massa’s toeristen. Mannen en ook een paar vrouwen klikken hun exotische kaartjes in je gezicht. Mijn geïrriteerde blik laat niets te raden over. Waterverkopers brengen je redding in de vorm van ijskoud water in flesjes. ‘One dollar!’ Met de goede raad van een vriend nog in mijn geheugen laat ik het koele vocht door mijn dorstige keel glijden. Binnen in een luxe restaurant kost het zelfde flesje namelijk bijna 5 dollar.

image

image

The Strip, de brede boulevard waar alle actie is. Immens grote hotels met live shows. Luxe winkels waar de koopwaar spaarzaam is uitgestald zonder prijskaartjes. Hoewel ik bij kraampjes met indianen sieraden haast loop te kwijlen, is dat gevoel hier volstrekt afwezig. De menigte gaat voorwaarts. We lopen een casino binnen. Geblondeerde dames voeren met een verveelde blik cash aan de blinkende machines. Overal lampjes, flitsen, kleuren en bliepjes. Een hoogpolig tapijt dempt de kreten van geluk – dempt ze zo goed dat ik er geen een hoor. We zijn gevangen in dit doolhof van overweldigende schijn. Ik wil naar buiten, weg van hier, maar kan de uitgang niet vinden. Een croupier glimlacht en geeft aanwijzingen, leidt ons naar de glazen deuren die redding bieden. We beklimmen de trap die ons weer naar de zuidkant van de Strip brengt.

image

We zien Darth Vader en sexy meiden die in minieme maar glitterende lingerie gehuld zijn, pluimen op hun hoofd. Homer Simpson staat naast Sponge Bob. Deze stripfiguren zweten zich kapot in hun dikke pakken, hopelijk hebben ze in-suit airco… maar ik betwijfel het. Een Ninja Turtle houdt het voor gezien en rukt zijn hoofd van zijn schouders. Een sympathieke vent verschijnt met een lach. Ik lach terug en zwaai naar hem, dankbaar voor de herinnering aan de vele blije uren dat mijn kinderen deze cartoons hebben gekeken, en ik met hen. Straatartiesten weten hun publiek te boeien en niemand stoort zich aan de opstopping in de zwoele avondlucht.

image

We stappen een klein Italiaans restaurant binnen. De merlot is zalig en de spaghetti smaakt goddelijk. Een basic combinatie van pasta, pepers, olijfolie en knoflook. Verse knoflook. Ik kreun zachtjes en Vegas lijkt ineens een stuk echter. Het vlees mis ik niet na de hartige lunch die we eerder aten. Om ons heen veel Frans, Duits en ook Amerikaans. Eerder spraken we een stel uit San Diego dat zeer geïnteresseerd toekeek toen V-man een foto met lange sluitertijd maakte van de remlichten van de auto’s, die in rijen van vier opgesteld stonden te stinken voor de stoplichten. De vrouw vertelde dat ze in een hotel logeerden waarbij de chandelier, de lamp, drie verdiepingen in beslag nam, de trap voerde erdoorheen. Hoe groter en gekker, hoe beter hier. Ik moet weg!

Tegen 11 PM besluiten we terug naar de Baymont Inn te gaan, een wandeling van een half uur langs the Flamingo Road, een brede drukke straat. Het is donker, de volle maan vecht met het wolkendek en wint gelukkig af en toe. Aan alle kanten casino’s, restaurants en hotels, maar op de stoep de andere kant van deze dwaze stad. Donkere figuren naderen en ik kijk hen aan, smile. Ze lachen en knikken terug. We wachten eindeloos voor een stoplicht tot het verbiedende handje van rood op wit springt. Eindelijk is daar aan de linkerkant het veilige, het koele hotel. ‘We kunnen ook morgen al verder gaan als je dat liever wilt,’ stelt V-man voor als ik zeg dat Vegas ‘niet echt mijn ding’ is. Ik neem zijn gulle aanbod met twee handen en voeten aan. Ik wil terug naar de echte wereld, ik wil weg uit de hitte, naar de natuur. En dat doen we. Voor ons strekt de freeway zich uit, back to California. Back to the trees…