Geplaatst in Cuba

Tropenweken

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba, alweer vijf jaar geleden. Klik hier voor alle verhalen.

zondag 2 augustus 2015

Ons Cubaans avontuur is voorbij. Bloedstollende ritten over zandpaadjes. Politieagenten en lifters, tabak en machetes. Bedriegers en helden. Wat hebben we veel meegemaakt op dit zonnige muzikale eiland, mooi en ook iets minder mooi.

Als laatste beelden wil ik deze ultieme tropische aanblik met jullie delen, met de parasols van palmbladeren, de zonaanbidders, de smaragdgroene zee die met haar golven het strand kust.

Morgenvroeg vliegen we terug. Muchas gracias, dulce Cuba, por tu hospitalidad y tus aventuras. ❤


MapCuba

2015 plaats blog
20-jul Schiphol > Havana Cuba, here we come
21-jul Havana Old Havana
22-jul Havana Gieren
23-jul Havana > Viñales Over een onverwachte passagier en sigaren
24-jul Viñales Hongerige ogen en magen en een dorstige auto
25-jul Viñales > Trinidad Schurken en helden
26-jul Trinidad Adembenemend mooi Trinidad
27-jul Trinidad > Camaguey De Gidsende Gebroeders
28-jul Camaguey > Santiago De Cuba Een bord vol komkommerschijfjes
29-jul Santiago De Cuba Sterven voor het vaderland is leven
30-jul Santiago De Cuba > Santi Spiritus Kakka
31-jul Santi Spiritus > Varadero De voetstappen van Al Capone
1-aug Varadero In geuren, kleuren en klanken
2-aug Varadero Tropenweken

 

Geplaatst in Cuba

In geuren, kleuren en klanken

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba, alweer vijf jaar geleden. Klik hier voor alle verhalen.

zaterdag 1 augustus 2015

Alweer een stralende dag onder de tropenzon. Het zwembad glinstert in de verte, nog niet verstoord door verhitte lijven. Victor is op pad om onze trouwe Geely terug naar zijn stal te brengen. Hij heeft ons 2.400 km door Cuba vervoerd zonder ooit te haperen. Brave auto!

150801-3All-inclusive betekent gelukkig ook airco: de kamer is heerlijk koel. Vandaag en morgen zijn rustdagen, en maandag in de voormiddag vertrekken we naar het vliegveld. We hebben natuurlijk niet alles gezien –nog steeds vind ik het jammer dat we er niet te paard op uit zijn getrokken, de natuur in– maar het is goed zo. Onze ongemakken hebben de mogelijkheden beperkt en daar kan niemand iets aan doen.

Het personeel is erg vriendelijk en behulpzaam. Morgen krijg ik zelfs sojamelk, die de lieve serveerster voor me is gaan regelen bij de chef van het ontbijtbuffet.

150801-4

Om mijn rechterpols prijkt een nieuwe gouden armband. Met gaten erin. En de naam van het hotel erop. De plastic dogtag snijdt gemeen als je er onverwacht langs schraapt, maar is de sleutel tot eten en drinken hier. Voorzieningen zijn er in overvloed.

Er zijn maar liefst vier restaurants

  • buffet restaurant ‘Los Tainos’
  • sea food restaurant ‘El Conuco’
  • gourmet restaurant ‘El Romantico’
  • Italian restaurant ‘Don Peperone’

plus de bars

  • lobby bar ‘Las Copas’
  • terrace bar ‘El Mojito’
  • pool bar ‘La Tortola’
  • beach bar ‘La Duna’
  • disco bar ‘Fun Pub’

En buiten in de echte wereld kunnen de bewoners vaak niet eens fatsoenlijk eten kopen… Het is zo vreselijk dubbel in dit land. Cuba krabbelt langzaam op uit de ellende, zeker met het heropenen van de handelsbetrekkingen met de USA. Maar ook de bevolking staat in tweestrijd. Van de ene kant verwelkomen ze de nieuwe mogelijkheden, maar aan de andere kant zijn ze bang voor het verlies van hun eigen identiteit. Toch draait het ook hier om geld, al geeft het communisme daar schijnbaar niet zo om. Ik heb er niet veel verstand van, maar gebruik wel mijn ogen. Wat ik zie is dat de mogelijkheden om geld binnen te halen in handen zijn van de regering. Toeristen en andere buitenlanders kunnen alleen in door de overheid gecontroleerde gelegenheden kwalitatief goed eten en drinken kopen. Overal waar we komen worden de gegevens van onze paspoorten nauwgezet overgenomen en gecontroleerd. Al deze controles nodigen uit tot het omzeilen van de regels, om toch een graantje te kunnen meepikken. Nep-vergunningen zoals bij onze biker boys zie je overal. Je hebt alleen een stukje papier en plastificering nodig.

Aan de beurt

Dan is Victor al weer terug. Wat hij vertelt is te bizar voor woorden. De man van de car rental sprak hem erop aan dat we de auto onderweg geen beurt hadden laten gegeven. Je leest het goed: een beurt! Eh HALLO?! We huren een auto voor twee weken en verwachten dan een goed onderhouden auto, en niet dat wij een vakantiedag moeten opofferen om voor de eigenaar naar de garage te gaan. Bespottelijk! Goed dat ik er niet bij was, want ik was ontploft. Of had het ongelovig uitgeproest. Ze proberen werkelijk alles. V-man vertelt dat de onderhoudsbeurt blijkbaar in het door hem ondertekende contract staat, maar who cares, de boom in zeg. Gelukkig heeft hij zich rustig en op de vlakte gehouden en is weggegaan zonder op de belachelijke eis van de autoverhuurder in te gaan.

Dans

Rond het middaguur gaan we aan het zwembad liggen onder een tropische parasol, gemaakt van palmbladeren. Victor gaat zwemmen en ik hang met mijn neus boven de ereader. En we hebben geluk, want het is Sabado Dia Cubano vandaag, Cuban Day. Een deel van het terrein is omgetoverd in countryside style. De lunch wordt buiten opgediend, waar we ook nog getrakteerd worden op een dansvoorstelling. Er is vers geroosterde vis, barbecue en een speenvarken. In exotische geuren, kleuren, klanken en met veel souplesse komt Cuba tot leven.

 

De avond valt

Tegen de avond lopen we naar het strand. Het oceaanwater spoelt warm over mijn voeten, de zon schijnt, overal vrolijke mensen en mijn maatje is aan mijn zijde. Life is great.

Het avondeten bestaat weer uit een buffet met allerlei Cubaanse gerechten. Ik kies een stukje vers gebakken vis, wat rijst en bonen, en als toetje ontleed ik een naranja, die een grapefruit blijkt te zijn. Het is een heel gevecht om de schil eraf te krijgen met alleen een bot mes als gereedschap. De partjes zijn goed beschermd door een dikke witte laag en het duurt wel een half uur voordat de vrucht is opgepeuzeld. Vitamine C stroomt voelbaar door mijn lijf en ik zucht tevreden.

Wat later trekt de hitte zich terug. Wolken, flitsend weerlicht, maar geen donder. De tropische klanken van de band weerklinken zachtjes door de nu gesloten balkondeuren. Het is bijna 22 uur, tijd om naar bed te gaan. Welterusten.

150801-20


MapCuba

2015 plaats blog
20-jul Schiphol > Havana Cuba, here we come
21-jul Havana Old Havana
22-jul Havana Gieren
23-jul Havana > Viñales Over een onverwachte passagier en sigaren
24-jul Viñales Hongerige ogen en magen en een dorstige auto
25-jul Viñales > Trinidad Schurken en helden
26-jul Trinidad Adembenemend mooi Trinidad
27-jul Trinidad > Camaguey De Gidsende Gebroeders
28-jul Camaguey > Santiago De Cuba Een bord vol komkommerschijfjes
29-jul Santiago De Cuba Sterven voor het vaderland is leven
30-jul Santiago De Cuba > Santi Spiritus Kakka
31-jul Santi Spiritus > Varadero De voetstappen van Al Capone
1-aug Varadero In geuren, kleuren en klanken
2-aug Varadero Tropenweken
Geplaatst in Cuba

De voetstappen van Al Capone

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba, alweer vijf jaar geleden. Klik hier voor alle verhalen.

vrijdag 31 juli 2015

Vanaf het balkon van ons appartement kijk ik uit over de tuin van Melia Hotel Varadero, het eindpunt van onze reis door Cuba. De zon strijkt over zwembaden en palmbomen, een vijver, ligstoelen. Muzikale klanken van de dinerband op het dakterras. Langzaam valt de avond.

150731-2

Poefff

Het is 10 uur als we over de A1 rijden. De kans om koeien en verkopers van uien, knoflook en kazen midden op de weg tegen te komen is groot. Ineens wordt de rechterrijstrook van de snelweg afgesloten en houdt even later helemaal op te bestaan. Tientallen meters verder weten we nog steeds niet of we aan het spookrijden zijn of niet. Het kan allemaal in Cuba.

We hebben een goede nachtrust achter de rug. Victor was erg moe na de inspannende rit van gisteren en ook ik sliep tot de dageraad. Ik voel me weer iets beter en durf bij het ontbijt twee eieren en wat toast aan. Zouden de binnenste regionen na een week eindelijk wat kalmeren? De verse mango smaakt in ieder geval goddelijk.

Gisteren vertelde Tanja dat ze in de Casa van Santiago nog een ventilator op het dakterras heeft gemolesteerd door deze in te pluggen in een 220V stopcontact. Niks mis mee, zou je denken? Toch zei hij POEFFF! Nou, vanmorgen zei mijn föhn geen ‘poef’, maar hij hield er wel mee op. Het is een afdankertje, dus ik vond het niet zo heel erg. V-man wel, want niet de föhn is kapot, maar de dure omvormer! Wist-ik-veel dat die kleine haardroger te zwaar is voor de trafo. 😮 Victor ziet me nota bene de föhn pakken. ‘Op alles voorbereid’, zeg ik nog, als hij lachend de douche in stapt. Mijn haren waren trouwens gelukkig wel droog hehehe. Hopelijk zit er bimetaal in als beveiligingsschakelaar, zodat de trafo alleen moet afkoelen. Mijn V-man weet dit soort dingen; hij is niet voor niks ook een E-man.

Paradijs

We zijn op weg naar een van de grootste en bekendste badplaatsen van het hele Caraïbisch gebied. Varadero wordt ook wel Playa Azul oftewel het Blauwe Strand genoemd. Het ligt ten oosten van Havana op schiereiland Hicacos. Het is al sinds 1870 een toeristische trekpleister en veel beroemde mensen gingen ons voor, waaronder maffiabaas Al Capone. Wie weet zien we zijn voetstappen nog in de 20 kilometer lange witte stranden. Varadero moet een waar toeristenparadijs zijn. Zou het ook ons paradijs worden?

Sorry, Cuba

Regelmatig passeren we kruisingen op de snelweg, bizar, maar hier heel normaal. We besluiten tot een tussenstop in Santa Clara om het monument van Che Guevara te bekijken en wat rond te slenteren. Vlak voor het stadje krijg ik ineens weer een pijnaanval en sla dubbel. Met op elkaar geklemde kiezen hobbelen we de stad in. Echt mooi is het niet, en we dwalen een kwartier door Santa Clara’s straten, op zoek naar Che Guevara. De pijn ebt wat weg en na het fotograferen van het Paleis van Justitie – een groot geel gebouw – en een of ander standbeeld besluiten we terug te rijden naar de autopista. Navigeren op de zon werkt als een tierelier. Hasta la vista, baby!

Een half uur later lach ik niet meer. Zweet parelt op mijn voorhoofd en ik kreun van de pijn. Victor knijpt bemoedigend in mijn been en zoekt naarstig naar een geschikte plek. Ik duik de berm in, klauter over een dijkje en stap over de voren van een maisveld. In de warme zon tril ik over heel mijn lijf, terwijl de natuur om me heen de adem inhoudt. Wat later stap ik weer in de auto en haal bibberend diep adem. De opluchting is helaas van korte duur. Een uur later leun ik met mijn ogen dicht tegen de hoofdsteun en probeer adem te halen. Het gaat niet meer. Gek hoe je blik naar binnen wordt gericht en je de omgeving haast niet meer ziet. Ik doe Cuba deze vakantie geen eer aan vrees ik. ‘Stoppen, hier, NU!’ We draaien een landweg in en ik gooi het portier open. Kan me niks meer schelen wie er in de buurt is. Maar goed dat we elkaar al zeven jaren kennen en niet pas een paar weken. Dit keer knap ik werkelijk op en mijn babbel begint zich weer te roeren.

Las Antillas

We naderen het schiereiland en rijden een vrij troosteloos stadje in. Het krioelt er van de bussen. Drommen mensen staan geduldig langs de kant van de weg te wachten. Zouden ze allemaal in de hotels werken? Er staan maar liefst vijftig logementen op de smalle strook land aan de noordkant van Cuba. De landkaart – mijn inmiddels trouwe metgezel – vertelt me precies waar we moeten zijn en ik dirigeer Victor naar het hotel. Geen parkeerplaats te vinden, en na een tweede rondje zetten we de auto aan de kant, waar de krampen weer inzetten. De door het reisbureau op de kaart omcirkelde naam klopt niet met wat er op de voucher staat. ‘Dit meen je niet!’ kreun ik ontzet. Snel zoek ik verder op de kaart, en ja hoor, daar is Melia Las Antillas. We zetten de koffers weer in onze Chinese Geely en gaan de autopista Sud op. Even later draaien we het parkeerterrein van Las Antillas op, halen de auto leeg en melden ons bij de receptie. Nog geen kwartier later stappen we onze hotelkamer binnen en haal ik opgelucht adem.

150731-5

Ons verblijf hier is all inclusive, voor het eerst in mijn leven dat ik zoiets meemaak. Als ik wat ben opgeknapt gaan we een hapje eten bij de Pool snackbar. Het is inmiddels half vijf en ik zie sterretjes. De toast van vanochtend is allang uitgewerkt, en twee evergreens vormen niet echt een stevige lunch. Een kale hamburger lijkt me de beste optie uit hetgeen verkrijgbaar is. Langzaam stop ik minuscule stukjes vlees in mijn mond, en kijk naar het podium naast ons. Drie wulpse dames en vier nog veel wulpsere mannen studeren een dans in. Het behelst veel heup- en armzwaaiwerk. Ze hebben lol, en wij ook.

150731-3

150731-4

150731-1

’s Avonds gaan we naar het restaurant waar een zeer uitgebreid buffet staat. Bedenk maar iets, en het is er. Behalve de sojayoghurt waar ik zo’n zin in en behoefte aan heb. Behalve thee. Blijkbaar hoort dat alleen maar bij het ontbijt. Ik schep een beetje rijstsalade op met erwtjes en mais, en eet twee bananen. Oh yes, all inclusive! 😉 Drie glazen mineraalwater brengen de vochthuishouding weer een beetje op peil en we sluiten de dag af met een romantische wandeling over het terrein. Een kus op een bruggetje in het licht van de maan. Cuba by night. Sleep well.


MapCuba

2015 plaats blog
20-jul Schiphol > Havana Cuba, here we come
21-jul Havana Old Havana
22-jul Havana Gieren
23-jul Havana > Viñales Over een onverwachte passagier en sigaren
24-jul Viñales Hongerige ogen en magen en een dorstige auto
25-jul Viñales > Trinidad Schurken en helden
26-jul Trinidad Adembenemend mooi Trinidad
27-jul Trinidad > Camaguey De Gidsende Gebroeders
28-jul Camaguey > Santiago De Cuba Een bord vol komkommerschijfjes
29-jul Santiago De Cuba Sterven voor het vaderland is leven
30-jul Santiago De Cuba > Santi Spiritus Kakka
31-jul Santi Spiritus > Varadero De voetstappen van Al Capone
1-aug Varadero In geuren, kleuren en klanken
2-aug Varadero Tropenweken
Geplaatst in Cuba

Kakka

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba, alweer vijf jaar geleden. Klik hier voor alle verhalen.

donderdag 30 juli 2015

Een nieuwe dag met nieuwe kansen. Dag, Santiago de Cuba. We gaan je verlaten, maar heel rouwig zijn we daar niet om. De mooie stukken van de stad zijn decorstukken voor leed in het kwadraat. Ik hoop dat de inwoners het heel snel wat beter gaan krijgen, nu de grenzen met de Verenigde Staten zijn opengegaan. Na een kleine dwaling vinden we rond kwart over acht de autopista weer terug.

Onderweg

Ossen dragen gelaten hun juk en sleuren de vracht vooruit, langzaam maar zeker. Ze moeten bijzonder goede maatjes zijn. Of het kan ze allemaal niks meer schelen. Paardjes draven moedig met hooi, balen, zakken en mensen. Mannen zwaaien hun machetes en snoeien de struiken in strakke vorm. Het gras maakt plaats voor hun vaardige handen. Vrouwen lopen met paraplu’s om zich te beschermen tegen de altijd aanwezige zon. In de berm houden verkopers twee stuks fruit omhoog. Misschien staan ze er vanmiddag nog. Een oude man met een stok strompelt een helling omlaag, een plastic zak in zijn hand. In de verste verte geen dorp te bekennen langs deze kronkelende CC weg vol onverwachte kuilen. V-man moet constant opletten dat hij ze ontwijkt.

Het wilde westen is echt niet in de US, het is hier! Ontspannen diep in het zadel hoeden ze hier nog koeien. We rijden langs uitgestrekte valleien, besprenkeld met palmbomen tussen het suikerriet. Ze glooien en plooien zich over het landschap. Maiskolven wuiven in de wind. Bushokjes bij de vleet. Het openbaar vervoer is goed geregeld: je kunt alles en iedereen aanhouden. Zeer regelmatig wordt een hand met geld opgestoken, maar we zien af van passagiers.

Twee mannen zitten op hun hurken in de schaduw van een boom. Hun rubberlaarzen zijn helemaal in in Cuba. En als je echt hip wilt zijn, trek je daarbij ook nog je shirt omhoog over je buik. Geitenhoeders en Cubaanse schonen lopen langs de weg. Waarschijnlijk urenlang, want waar gaan ze heen? Er is niets. Auto’s repareren is een sociale aangelegenheid. Met zijn vijven rond de motorkap. Je moet wel verstand van auto’s hebben als je hier woont. De vehikels zijn zo vaak gerepareerd dat alles versleten is. Verkeersborden zijn vaak met de hand gemaakt. ‘Paard en wagen’ lijkt meer op een hond met een wormvormig aanhangsel.

150730collage

In de stad krioelt het van de voetgangers, fietsers, trapkarretjes, paarden en bussen. Open vrachtwagens stoppen rechts en links om hun menselijke lading te dumpen. Een flatgebouw grauw, maar het herbergt hopelijk vele homes. Dan weer vrolijk geschilderde huizen. De zon geeft alles een warmere tint. Drie meisjes lachen en zwaaien terug naar me. Met spandex omhulde billen trillen op de maat van Big Mama’s voetstappen. Roze is een universele babykleur voor meisjes. Haarbandjes en speldjes contrasteren prachtig met hun mokka huid.

Tip: houd nooit de Google reistijden aan, maar vermenigvuldig ze met anderhalf. Je moet wachten achter iedere fietser, trekker, kar, motor (die alleen door het zijspan overeind blijft), remmen voor iedere kuil, erop bedacht zijn dat de weg ineens kan ophouden of dat een auto stilstaat op straat. Vind je het gek dat de kalkoengieren nooit ver weg zijn.

Met getraind oog druk ik het knopje van de luchtcirculatie in als er weer een stinkende auto aan komt. De reisgidsen verzwijgen wijselijk de stank en de armoede, en benadrukken de glorie. De glans is echter al lang geleden weg getrokken. De schoonheid komt nu van de warmte van de mensen, die hun hoofd boven water proberen te houden en vaak leven zoals hun voorouders. In het zelfde dorpje waar hun grootouders geboren zijn.

We rijden al drieënhalf uur en zijn nog lang niet op de helft van de route naar Sancti Spiritus. Een motorrijder rijdt dwingend naar ons toe en dirigeert ons de berm in. Achter hem nadert een volgeladen tientonner in volle vaart. Sjesus! De lange rit is bijzonder slaapverwekkend en ik vecht om wakker te blijven om Victor gezelschap te houden. Tot ineens een cowboy zwaait met zijn hoed en ons tot stoppen dwingt. Links en rechts een kudde koeien, zes man te paard eromheen. Geweldig, ineens ben ik klaarwakker. Ik wil het filmen! Maar we zijn alweer voorbij.

Eten en…

Onderweg eten is altijd een probleem. De meeste tentjes hebben namelijk niks. Af en toe kus ik mijn man op zijn schouder. Hij is de enige chauffeur die in deze auto mag rijden. Vlinders fladderen voorbij, hun buikjes vol nectar. Konden ze ons maar de weg wijzen naar een leuk eettentje. Of een minder leuk eettentje, als ze maar eten hebben.

Rond één uur ’s middags zal ik toch even moeten plassen na vijf uren droog te zitten. Het land is niet dichtbevolkt, maar er zijn wel overal mensen en auto’s. Na de derde door mij afgekeurde stop gooit Victor de auto aan de kant. Ik neem een kijkje bij greppel, bij het open stuk en loop terug naar de auto. Met volle blaas. Victor sommeert me naast de auto te gaan zitten. Tegensputterend over bussen vol toeristen die foto’s van me nemen, hurk ik naast de auto, biddend dat er alleen maar aan de voorkant iets uitkomt. Mijn gebeden worden verhoord. Pfew. Er passeert alleen een auto, maar geen bus. Een vakantie vol primeurs. Met de energie van een notenreep zoeken we verder naar geschikt eten.

En weer een nieuw Spaans/Cubaans woord geleerd: kakka. Hoef ik vast niet uit te leggen hè? Als we een restaurant met tankstation zien, maken we een U-turn en sluiten aan in de auto-rij. De pompbediende haalt een vinger langs zijn keel: de special gasoline is op. We besluiten hier toch te gaan eten; Vic een kleine pizza en ik een wit broodje met ham. Onder in de vitrine ontdek ik een pak tomatensap. Doe die ook maar. Na een half broodje voel ik het al. Na driekwart broodje stop ik met eten en kijk mijn partner aan. Ik moet. Er is echter geen bagna, alleen bij het andere restaurant verder op de heuvel. Mijn trouwe rugzak en ik beklimmen de zinderende trappen.

Een oud vrouwtje staat op wacht en houdt me tegen. Zwijgend wachten we samen. Na vijf minuten wijst ze achter zich en zegt ‘Hombre‘. Aha, er zit een man op. Na weer vijf minuten wrijft ze over haar buik, wijst richting hokje en zegt ‘kakka‘. Hij heeft buikpijn. Hey, join the club! Na nog twee minuten loopt ze naar binnen en gluurt onder de deur door. Ik schiet in de lach. Dan komt er een knul naar buiten en is het mijn beurt. Ik wring me naar binnen. Het is vies, maar niet zo vies als in de snackbar van het stadje dat ik heel snel uit mijn herinnering verbannen heb. Nou, ik kakka ook, zo goed en kwaad als het gaat, hangend in het luchtledige in die benauwde ruimte. Ik vis wc-papier uit mijn tas en deponeer het na gebruik in de daarvoor bestemde kartonnen doos. Yikes! Niet bij nadenken, is heel normaal hier.

Ik loop naar buiten, grijp een emmer met water (ik blij dat ik het kon afkijken bij mijn voorganger) spoel door, en gooi er voor de zekerheid nog een emmer achteraan. Dan houd ik mijn handen onder de lopende kraan en loop naar buiten. Van pure opluchting besef ik pas in de auto dat ik vergeten ben te betalen! Dat arme vrouwtje met twee kakka’s achter elkaar oh! Victor haalt laconiek zijn schouders op en rijdt weg. Sorry senora. Drie doekjes later voelen mijn handen nog steeds vies aan, maar alles is beter dan niks op dit punt. Ik wil in een koel zwembad met een flinke dosis chloor duiken.

Sancti Spiritus

Tegen vijf uur arriveren we in Sancti Spiritus, en rijden feilloos naar de Casa. Ik neem eerst een douche, waarna we het stadje gaan verkennen. Het blijkt heel erg leuk te zijn.

Deze diashow vereist JavaScript.

Niemand kijkt raar, niemand spreekt ons aan en niemand wil wat van ons. Kinderen spelen op een plein, terwijl de ouders trots toekijken. Er is zelfs een winkelstraat. We parkeren onze auto op de juiste plek bij de kerk en als we terugkomen horen we een bekende stem: Tanja en Hans zitten ook weer hier. Wat gezellig! We kletsen bij en horen dat ze een busrit hebben gemaakt in Santiago, waarbij ze prachtige dingen hebben gezien. Ik geef haar mijn kaartje, zodat we contact kunnen houden, en gaan op zoek naar een restaurant. Bij de buren eten we fried fish met rijst, waarna Victor als een blok in slaap valt. Een vermoeiende dag die goed is gegaan, en een nog beter einde heeft.


MapCuba

2015 plaats blog
20-jul Schiphol > Havana Cuba, here we come
21-jul Havana Old Havana
22-jul Havana Gieren
23-jul Havana > Viñales Over een onverwachte passagier en sigaren
24-jul Viñales Hongerige ogen en magen en een dorstige auto
25-jul Viñales > Trinidad Schurken en helden
26-jul Trinidad Adembenemend mooi Trinidad
27-jul Trinidad > Camaguey De Gidsende Gebroeders
28-jul Camaguey > Santiago De Cuba Een bord vol komkommerschijfjes
29-jul Santiago De Cuba Sterven voor het vaderland is leven
30-jul Santiago De Cuba > Santi Spiritus Kakka
31-jul Santi Spiritus > Varadero De voetstappen van Al Capone
1-aug Varadero In geuren, kleuren en klanken
2-aug Varadero Tropenweken
Geplaatst in Cuba

Sterven voor het vaderland is leven

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba, alweer vijf jaar geleden. Klik hier voor alle verhalen.

woensdag 29 juli 2015

De komkommer en limonade van de vorige dag blijken het nodige losgemaakt te hebben, en ik breng de nacht en ochtend voornamelijk in de badkamer door. Victor gaat om 10 uur de stad in en laat mij in het gezelschap van een Amerikaanse film op bed achter. Een klop op de deur kondigt de laundry women aan, maar het enige dat ik wil is nieuwe voorraad. Om half een is mijn V-man alweer terug. De straten waren heel arm, vertelt hij, nergens is water te krijgen in de winkeltjes. Er staan wel nieuwe flessen water, maar die zijn voor manana. Wat een land. De eigen bevolking wordt niet bevoorraad, maar de hotels beschikken over alles. Vreemd, dat communisme. Victor is aangesproken door diverse mensen tijdens zijn wandeling, en allemaal willen ze maar éé ding: geld.

We gaan voor de lunch beneden bij het zwembad zitten. Victor kiest weer een sandwich queso, maar ik houd het bij rauwkost. Daarna zoeken we een bank om wat te lezen, maar de slapeloze nacht laat zich gelden en na vijf minuten strompel ik naar boven. Daar wacht me een verrassing: de maid is geweest en heeft alles mooi en schoon gemaakt. Er staat een briefje, met een getekend takje en kunstig ingekleurde letters. Dankbaar val ik om.

150729-2

Anderhalf uur later word ik wakker uit een droom waarin mijn vader een Gaudí badkamer voor me aan het metselen is. Toch jammer dat dromen bedrog zijn! Maar ik ben genoeg opgeknapt om er even uit te willen. We verlaten het hotel en stappen de hitte in.

Sightseeing

De hoofdweg braakt een nooit aflatende stroom aan motoren, bussen en auto’s uit. Adembenemend. We lopen via kleine weggetjes naar iets dat Musea Hist. 26 Julio heet. Het blijkt geen museum maar een gele school te zijn. Een bus stroomt langzaam vol met Franstalige toeristen. Ik zwoeg verder bergopwaarts, zo slap als een dweil, op weg naar Parque Hist. Abel Santa Maria. Het is een groot monument in de vorm van een kubus, met de tekst ‘Sterven voor het vaderland is leven’. Zwijgend zitten we op een muurtje in de schaduw van een boom en denken na over deze woorden. Sterven voor je vaderland doe je al als je bij een bushalte staat te wachten en de optrekkende voertuigen trotseert. Je longen kunnen al deze oliegassen niet lang aan.

150729-1

Terug bij het Melia Santiago de Cuba hotel vallen we neer bij onze stamtafel en bestellen water en bier. Wederom was dit niet bij een lokaal cafeetje te krijgen. Het bier wel, en de rum ook volop, maar Agua Natural (flessen water) is niet voor de armen. Ik open Kindle op mijn gsm en lees wat. Eerst wel het lettertype met 3 opplussen, zodat er twaalf woorden op een pagina staan, want mijn bril ligt boven. Wat later eten we bij het Gourmet Restaurant. Pork chops met rijst en een appelsap. Hoeveel voeding mijn lijf hieruit kan halen voordat het eten mij verlaat, is weer afwachten. Maar er zijn ergere dingen in deze stad.

Façade

De achteraf straatjes laten een ander Cuba zien dan de meeste toeristen onder ogen krijgen. De huizen staan op instorten, vervallen, bouwvallig. In Nederland zouden ze plat gegooid worden; hier wonen er gezinnen. Oude mannen zitten in groepjes bij elkaar, jongeren hangen rond en observeren de voorbijgangers. Toeristen worden er feilloos uitgepikt en als target aangewezen met een hoofdknik. Het doet me denken aan Malawi, Afrika, waar de mensen ook zo vreselijk weinig hebben. Het verschil is echter dat Cuba ooit welvaart heeft gekend. De gerestaureerde gebouwen pronken met hun weelde, terwijl de krotten alleen restanten laten zien. Een pilaar die nog overeind staat, kunstig traliewerk voor een raam, terwijl ernaast de muur is ingestort. Vergane glorie.

Santiago de Cuba, helaas is het hotel en de onmiddellijke omgeving het enige dat ik ooit van je zal zien, maar echt rouwig ben ik daar niet om. Ik wil terug naar het kleinschalige Cuba, terug naar de vrolijke kleuren en de paard en wagens. Weg uit deze stank.


MapCuba

2015 plaats blog
20-jul Schiphol > Havana Cuba, here we come
21-jul Havana Old Havana
22-jul Havana Gieren
23-jul Havana > Viñales Over een onverwachte passagier en sigaren
24-jul Viñales Hongerige ogen en magen en een dorstige auto
25-jul Viñales > Trinidad Schurken en helden
26-jul Trinidad Adembenemend mooi Trinidad
27-jul Trinidad > Camaguey De Gidsende Gebroeders
28-jul Camaguey > Santiago De Cuba Een bord vol komkommerschijfjes
29-jul Santiago De Cuba Sterven voor het vaderland is leven
30-jul Santiago De Cuba > Santi Spiritus Kakka
31-jul Santi Spiritus > Varadero De voetstappen van Al Capone
1-aug Varadero In geuren, kleuren en klanken
2-aug Varadero Tropenweken

 

Geplaatst in Cuba

Een bord vol komkommerschijfjes

In deze vakantieperiode stel ik de zeswoordverhaal-uitdaging uit tot woensdag 12 augustus, en heb in plaats daarvan een oud concept uitgewerkt.

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba, alweer vijf jaar geleden. Klik hier voor alle verhalen.

dinsdag 28 juli 2015

De nacht in Camaguey gaat zacht voorbij… nou nee, niet zacht, want het lawaai van de airco is oorverdovend. Toch slaap ik redelijk goed in het midden van het grote bed. Victor is in het onderste stapelbed gekropen, omdat we door het hellende matras onophoudelijk werden gedwongen tot innig en vooral klef plakkend samenzijn. Best aangenaam, maar niet in deze hitte.

Na een verfrissende douche gaan we om acht uur op zoek naar de ontbijttafel. Tanja en Hans komen er ook bij zitten. Deze Brabanders wonen nu op Bonaire, waar Tanja les geeft op een basisschool. Met droge humor drijft Hans de spot met hun te kleine, te hete kamer zonder ramen. Een eitje, witte broodjes, ham en kaas, en vers fruit, plus muntthee.

150728-1

Rond 9 uur stappen we met de koffers naar buiten en lopen naar de auto. Onze fietsgids staat ons weer op te wachten, op zijn ‘verjaardag’ nog wel! “We don’t need you!”, bijt ik hem toe, en keur hem verder geen blik meer waardig. Mopperend peddelt hij achter ons aan. Bij de auto, die veilig en gewassen op ons wacht, probeert hij het nog eens, maar dan bij Victor. Hij steekt zijn hand op en gebaart dat het dit keer ‘maar’ vijf CUC kost. Mijn man zegt “It’s a straight line to Santiago, we don’t need you.” We wijden onze aandacht aan de koffers en draaien links de weg op. Ja hoor, daar rijden de gebroeders Bike, terwijl ze regelmatig een blik achterom werpen of we volgen. We houden afstand en als zij ergens rechtsaf slaan, kiezen wij onze eigen weg. En nog de goede weg ook! Vanaf nu is het rechtdoor, door Las Tunas en dan rechts naar de zee in Zuidoost Cuba: Santiago.

We parkeren de auto bij een piepklein wegrestaurant voor een lunch- en toiletstop. Ik bestel een ensalada, en krijg… een bordje vol dunne komkommerschijfjes. Meer niet. Agua naturalis hebben ze niet, dus we nemen sinaasappellimonade. Vic eet hetzelfde. De rekening is 10.80. We kijken elkaar aan en V-man pakt een briefje van 10 CUC. De vrouw schudt haar hoofd en vraagt om kleingeld, wijst vervolgens naar de nota. Ik wijs naar het eten en zeg “Dit is echt geen 10 CUC waard.” Victor haalt een muntstuk van 1 CUC tevoorschijn, en lachend pakt zij dit aan – om vervolgens het biljet terug te geven. Even later komt ze terug met een briefje van 20 in de lokale munteenheid, ocherm. Ik zeg Vic haar het briefje terug te geven als fooi. Dit hebben we nog niet eerder meegemaakt.

Uitleg: de Cubaanse peso is de lokale munteenheid van Cuba. Naast de peso wordt ook nog een andere munteenheid gebruikt: de convertibele peso (CUC). Deze CUC is speciaal voor toeristen.

Dan lopen we rond het gebouw, op zoek naar het toilet. Waar is el bagno? Aan de achterkant zien we de deur. Een meisje rukt eraan en probeert hem open te krijgen, terwijl hordes vliegen belangstellend rondzoemen. Yikes. We besluiten door te rijden: liever de berm dan een pot vol ongedierte. Na anderhalf uur vinden we eindelijk een geschikt plekje. De zijweggetjes zijn moeilijk van te voren te zien, en als we iets zien, staat er wel een bushalte of een huis. Vrachtwagens, of eigenlijk taxi’s, gooien hun smerige oliewalmen de atmosfeer in. Zwarte wolken omringen ons, en we drukken haastig op de luchtcirculatieknop van de auto. Afsluiten!

150728vrachtwagen

Na zes uren rijden we dan eindelijk Santiago binnen. We zijn een klein stukje omgereden omdat de pijl naar de autopista een beetje uitgewist was. De plattegrond geeft aan waar we zijn, tenminste in Victor’s hoofd, en hij rijdt zonder aarzelen naar hotel Melia de Cuba. Een modern gebouw met vijf restaurants, een zwembad, airco. Kunstig gevouwde zwanen sieren ons bed.

Voor een tweede lunch besluiten we de omgeving te verkennen. Stinkauto’s en motoren benemen me de adem. We schieten een tentje binnen, maar wederom is het alleen voor locals. Zelfs geen flesje water is er te krijgen, geen thee. Victor voelt zich steeds flauwer worden, en na nog een andere bar geprobeerd te hebben, lopen we terug naar het hotel, waar we bij de snackbar aan het zwembad iets bestellen: een kaastosti voor meneer en een klein bordje patatas fritas voor mevrouw. Het valt alweer niet zo goed, dus ik schuif de resten door naar mijn hongerige metgezel. Exotische schoonheden en dikke mama’s bevolken de swimming pool, mannen met een buikje en gespierde adonissen. Maar nee, het is niet Cuba. Morgen maar gauw naar een andere plek, want hier vinden we allebei niets aan.

’s Avonds eten we noodgedwongen bij het Italiaanse restaurant van het hotel, buiten, waarbij een lichte bries regelmatig verkoelt. Spaghetti met olijfolie en flintertjes zalm, dat lijkt me wel wat. Victor kiest voor de bolognaise versie. En een biertje en mojito. Een cyperse kat loopt schooiend van tafel naar tafel. Ze krijgt bijna overal wat en ziet er, afgezien van een half dicht oog, best goed uit. Ik probeer haar naar me toe te lokken met mijn stem en vingers, maar ze trapt er niet in. Eten, dat is wat ze wil. En slapen, dat is wat ik wil. Naar bed!


MapCuba

2015 plaats blog
20-jul Schiphol > Havana Cuba, here we come
21-jul Havana Old Havana
22-jul Havana Gieren
23-jul Havana > Viñales Over een onverwachte passagier en sigaren
24-jul Viñales Hongerige ogen en magen en een dorstige auto
25-jul Viñales > Trinidad Schurken en helden
26-jul Trinidad Adembenemend mooi Trinidad
27-jul Trinidad > Camaguey De Gidsende Gebroeders
28-jul Camaguey > Santiago De Cuba Een bord vol komkommerschijfjes
29-jul Santiago De Cuba Sterven voor het vaderland is leven
30-jul Santiago De Cuba > Santi Spiritus Kakka
31-jul Santi Spiritus > Varadero De voetstappen van Al Capone
1-aug Varadero In geuren, kleuren en klanken
2-aug Varadero Tropenweken

 

Geplaatst in Cuba

De Gidsende Gebroeders

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Na een redelijk slapeloze nacht, op een nachtmerrie over een mierenkoningin na (vraag maar niet verder), staan we om 8 uur op. Bij het ontbijt wordt het mysterie van de grote groene vruchten die boven onze hoofden hangen ontsluierd: het zijn avocado’s! Maar ze zijn veel groter en gladder dan de exemplaren in de Nederlandse winkels.

Stipt om 10 uur rijdt onze auto blinkend gewassen voor: Eduardo is gearriveerd. Het is een warm afscheid van onze vijf generaties gastfamilie. Onze Engels sprekende hostess waarschuwt ons voor de oplichterspraktijken in Camaguey; die zijn daar geraffineerder en agressiever dan in Trinidad. Nou, autoportieren op slot en met niemand praten voordat we voor de deur van ons nieuwe verblijf staan, zou ik zeggen! Oma gebaart naar me dat ik van me af moet bijten, en ik maak een gebaar terug van een vuistslag. Samen schieten we in de lach, zo leuk. Doña Chefa belt naar onze volgende casa om te vertellen dat we vertrekken en vanmiddag zullen arriveren. Ze zijn aandoenlijk bezorgd. Dan is het tijd om te gaan, en na een kusronde volgen we Eduardo naar buiten.

150727-15

Victor kruipt achter het stuur en ik geef Eduardo het geld voor het parkeren voor twee nachten en de auto wassen: 5 CUC. Ook geef ik hem mijn visitekaartje, zodat we kunnen e-mailen. Hij straalt en praat honderduit op de achterbank. We hebben een vriend erbij in Trinidad, net zoals ik vroeger een penpal had in deze zelfde stad. We zetten onze redder in nood voor de deur van zijn hostel af en ten afscheid zegt hij tegen me: You have a big heart, don’t lose it. We krijgen ook nog twee mango’s van hem cadeau, wat een lieve behulpzame man.

150727-Trinidad-Camaguey

Dan draaien we onze Geely met de neus naar het oosten en gaan op pad. Met de laatste druppel gasoline special – het waarschuwingslampje brandt al – rijden we tussenstop Sancti Spíritus binnen. Er volgt een zoektocht door een wirwar van straatjes. We vragen een paar keer instructies naar een tankstation, om vervolgens weer bij het beginpunt uit te komen. Help, blijf lopen, motor! Victor vertelt dat we hier nog terug zullen komen. Komt goed uit, want dan hebben we de stad al een beetje verkend. Smalle eenrichtingsstraatjes, veel paard-met-wagens, veel mensen in een vriendelijke sfeer. Eindelijk ontdekken we het tankstation, en met een volle tank en een gerust hart rijden we verder. De wegen zijn abominabel. Of je duikt in een gat, of je wordt gelanceerd door een hobbel. Hele trajecten zijn met dwarsribbels ‘gerepareerd’.

Rond twee uur rijden we Camaguey binnen met hermetisch gesloten deuren. Bij een rotonde, waar ik half omgedraaid in de stoel enthousiast naar Victor gil dat we naar links moeten omdat daar de straat is die we zoeken, wil hij rechtdoor rijden. Ik grom naar hem. Dan staat er ineens een fietser naast ons. Niet weer!! Maar ja hoor, V-man draait zijn raampje open en ik bonk gefrustreerd met mijn hoofd op het dashboard. De man werpt een geroutineerde blik op de kaart. Hij zegt Casa Lancara?, springt op de fiets en gaat ervandoor (de straat in die ik aanwees), gebarend dat we hem moeten volgen. We rijden achter hem aan en hij zet er een flink tempo in. Hij heeft nog net geen gele trui aan. Ik kijk links en rechts naar de straatnamen om te verifiëren dat we inderdaad goed gaan. Na een warme rit van tien minuten stoppen we voor de casa. Hij wijst ons precies waar we moeten parkeren en stelt ons voor aan ‘zijn broer’. Als Victor hem bedankt en een CUC geeft, wordt zijn toerisme-licentie tevoorschijn gehaald en eist hij maar liefst tien CUC. Na wat gediscussieer betaalt Victor hem uiteindelijk maar. Andere Nederlanders hebben ook van hun diensten gebruik gemaakt, vertelt meneer de Officiële Camaguey Tourbegeleider. Dat zullen misschien wel de mensen zijn die we in het hotel in Havana hebben ontmoet. Morgenvroeg worden we door Broer Fietsgids de stad uit geloodst. Denkt hij…

150727-11

150727-12

Want aangekomen in onze Casa Lancara briest de gastvrouw verontwaardigd als ze de veel te hoge prijs hoort. Oplichters zijn het, stuk voor stuk; die toerisme-licenties zijn allemaal nep. En dat was dus ook de reden waarom we de auto niet recht voor de casa mochten parkeren en een stukje verder moesten rijden: het Gidsende Boevenpaar was benauwd dat de eigenaar het zou zien en zou ingrijpen. En wij maar denken dat het een of ander parkeerverbod was. Alweer wijzer. En grijzer. En strijdvaardiger! Dat belooft wat morgenvroeg.

We laten onze paspoorten zien en kletsen gezellig in het SpaEngNederGebarentaals. Ze vertelt dat haar oudste dochter tandarts is, en ik vertel haar dat mijn hart daar boinkboinkboink van doet. Communiceren in verschillende talen is makkelijk! We grinniken en gaan de auto wegzetten op een bewaakt parkeerplaatsje. Als we terugkomen worden we verwelkomd door haar echtgenoot, die wel Engels spreekt. Hij heet warempel ook Alejandro! Dan zien we ook het Nederlandse stel, en ja hoor: het zijn inderdaad Tanja en Hans die ook via Tenzing Travel rondtrekken op Cuba. We wisselen reisverhalen uit, en als zij met de fietstaxi vertrekken voor een tour door Camaguey, lopen Victor en ik het stadje in.

150727-1

150727-3

150727-2

150727-4

150727-10

Er is niet zo heel veel te zien, maar er zijn wel kerken en wat mooie gebouwen. We wandelen door de straten, tig keer gestoord door mensen die taxi’s, tours en fietsen aanbieden. Stapelgek word ik ervan en ik praat in het Limburgs terug. We lunchen bij een klein restaurantje waar ik een lekkere salade voorgeschoteld krijg met de eerste avocado’s van Cuba! Heerlijk zeg. Ook de verse muntthee smaakt goed. Victor kiest een tortilla als tapas gerecht en weer krijgt hij slechts een gewone omelet. Als ik zelf een tortilla / Spaanse omelet maak, zitten daar aardappelen, eieren, salami, paprika, uien, knoflook en nog veel meer in.

150727-5

We wandelen verder naar een parkje, dat een rondje gras van drie vierkante meter blijkt te zijn. Maar er staat wel een mooie kerk met een gedeeltelijk dichtgemetselde muur aan de voorkant. Vreemd gezicht. We passeren een steiger die van bomen gemaakt is, in fatsoen gehouden met schuine palen. Ssst, niet teveel lawaai maken of er tegenaan schoppen, dan dondert het hele zaakje gegarandeerd om. Aan de overkant van de rivier is een groter park met een heuse dierentuin. Kippen scharrelen rond aan de zijkant en al snel draaien we om. Ik ga terug naar de casa om wat uit te rusten, mijn man loopt nog een rondje.

150727-6

150727-7

150727-8

150727-9

’s Avonds eten we echt Cubaans bij de familie, gezellig samen met Tanja en Hans. Kip, rijst, avocado, wat boontjes en mango (jawel, de mango’s die we eerder die dag van Eduardo kregen), de tafel staat vol. De eetkamer is – net als onze eigen kamer – heel erg hoog, en hangt vol met kunst. Het zijn kunstclowns. Overal kijken clowns op ons neer. Dat vind ik persoonlijk wat minder, want ik vertrouw ze voor geen cent. Maar het het effect is chic en artistiek. We spreken af dat we om 8 uur ontbijten. In tegenstelling tot wat onze Gebroeders Tweewieler zeiden, is het helemaal niet moeilijk om uit Camaguey weg te komen, vertelt Alejandro: met de koffers naar de auto lopen, het parkeerterrein af en dan naar links afslaan; alsmaar rechtdoor tot Las Tunas en daarna rechts aanhouden. Verder is het een lange weg naar Santiago de Cuba. Waar het zo ongeveer 45ºC is. OMG. Probeer dan maar eens het hoofd koel te houden.

150727-13

150727-14

Geplaatst in Cuba

Adembenemend mooi Trinidad

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Op mijn shirt een afdruk van mijn rugzak, in zweet geëtst: het zichtbare bewijs van een rondje door het adembenemend mooie Trinidad, langs kleurige huizen en exotische mensen.

150726-11

150726-12

150726-13

150726-14

150726-15

150726-16

150726-17

150726-18

Een oude man zit langs de kant van de weg met een haan op zijn strohoed. Foto maken, vraagt hij? Ik lach en bedank. Ze willen alleen maar geld. En ik had een goede leermeesteres in de sigarenrokende vrouw in Havana. Op een marktje worden gehaakte katoenen shirts te koop aangeboden. Schilderijen van Cubaanse auto’s, Che Guevara, Fidel. Houten maskers. Verkopers schieten toe uit alle hoeken en gaten om hun waren aan te prijzen. Alles is verleidelijk in de zon.

150726-3

150726-9

Paarden staan geduldig te wachten tot hun meesters de kar hebben volgeladen. Cigar, Cuban cigar? No thanks. We lopen verder, het paardje achterlatend in de schaduw. Een vriendelijke hond zit te kwispelen op de stoep, haar baasje binnen voor het getraliede raam. Gelukkig staat de deur wel open, ze zit niet opgesloten. Ik raak met haar aan de praat en laat de hond aan mijn hand snuffelen. Een vlugge aai – eigenlijk mag ik dit niet omdat ik niet ingeënt ben tegen hondsdolheid, maar deze lieverd kan ik niet weerstaan – en verder gaat het weer.

150726-1

150726-2

150726-10

De straten van Trinidad zijn authentiek en eigenzinnig. Als het iemand lukt om hier op naaldhakken te lopen, krijgt die van mij een staande ovatie.

150726-6

150726-7

Vanmorgen stond het ontbijt om 9 uur te wachten in de zon. Té negro, fruit juice, toast, verse mango, ananas en rood fruit dat ik niet zo lekker vind. Voor op het brood had ik honing en een in olie gebakken eitje. De wedges kaas die op Victor’s verzoek werden gebracht, zagen er heerlijk uit. Maar niet lekker genoeg om nog meer buikpijn te riskeren. No frikkin’ way.

We zijn Alejandro niet meer tegengekomen op straat. Die houdt zich waarschijnlijk gedeisd als hij weet wat goed voor hem is. Maar Eduardo heeft vanmorgen wel al gebeld om te vragen of we de nacht goed zijn doorgekomen. Overal zijn rot- en goedzakken, en mensen zoals hij maken de wereld een mooiere plek.

150726-8

Het is goed vertoeven in de beschaduwde achtertuin. Onze was hangt te drogen op de binnenplaats; Oma is druk in de weer geweest. Het rode gietijzer van de meubels contrasteert prachtig met de vele groene planten. Een hagedisje staat met de voorpootjes op de rand van de bloempot en besluit de sprong te wagen. Zonnebaden met zijn staart omhoog. Musjes vechten om een paar broodkruimels. Op de straat horen we karren voorbij piepen, hobbelend over de ongelijke stenen.

In de middag arriveren twee nieuwe gasten: een jonge man en vrouw uit Toscane. We kletsen wat over wereldproblemen, over reizen, Mexico en Dubai. Hij heeft een kwart van zijn leven besteed aan het wachten op vrouwen, vertelt hij gelaten, maar met een lach. Als het meisje voor de derde keer de deur achter zich dicht trekt, begin ik te begrijpen wat hij bedoelt. Daar gaan ze dan eindelijk, Trinidad in. Victor heeft zijn Cuba Libre op, en dat inspireert mij om op zoek te gaan naar cola in onze koelkast. Misschien dat dat mijn buik eindelijk tot bedaren weet te brengen. Wat een ellende zeg. Alles wat ik eet komt er net zo snel weer uit, maar dan in vloeibare vorm. Mijn Kindle biedt troost, en gelukkig gaat de batterij erg lang mee, want ik heb de oplader niet bij me.

150726-5

150726-4

Als avondeten kies ik een bord sopa de pollo, al is het meer een maaltijdsoep, goede genade. Vol met stukken kipfilet, sprieten wortel en andere soepgroente. Ik ben helemaal hyper van het tweede blikje cola van vandaag. Zoveel suikerchampagne ben ik helemaal niet gewend. Er speelt een Cubaans bandje, en de bandleden zijn talrijker dan de gasten. Ze bieden ons een cd aan, maar na het debacle in Havanna – een goedkope bekraste kopie met lijmresten – zien we daar van af. Een CUC als bedankje voor de muziek wordt echter ook zeer gewaardeerd.

Terug bij de casa is Victor moe en wil naar bed. Morgen gaan we weer op pad, naar Camaguey, 260 kilometer verderop. We weten nog niet precies hoe we Trinidad uit moeten komen door de wirwar van straatjes, maar Eduardo zal ons vast goede raad geven. Vooralsnog zit ik klaarwakker te typen. Dat zal ongetwijfeld de cola-energie zijn. Straks brand ik af, veeg de as-resten bijeen en zweef naar ons berenbed.

Geplaatst in Cuba

Schurken en helden

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Ofwel het klopt, of we zijn vreselijk besodemieterd en zijn nu onze auto kwijt. Ik heb het gewoon niet meer. Maar laat ik bij het begin beginnen…

Tijdens ons ontbijt breekt er een gigantische herrie los buiten. Het varken van de overburen wordt met een touw om zijn kop langs ons huis naar de achtertuin van de buren gesleurd. Hij vecht, hij gilt en krijst, terwijl de twee mannen zich in het zweet werken om het zware zwarte beest de juiste kant op te krijgen. Op naar de slachtbank ter ere van de nationale feestdag die hier morgen gevierd wordt. Luis verontschuldigt zich voor het gebeuren, maar we stellen hem gauw gerust. That’s life. And death.

150725-route

Vanuit Viñales gaat het al om 9 uur over de A4 van Oeste naar Este, op zoek naar de A1 Nazionale richting Trinidad. Het is maar goed dat er zoveel kuilen in de weg zitten, zodat we niet hard rijden. De A4 is namelijk ineens op. Ja, je leest het goed: OP. Zonder zichtbare waarschuwing houdt de snelweg er bij Havana mee op. We wijken in halfvolle vaart uit naar rechts, een kleine afslag op. Sputterend scheld ik wat op de Cubaanse wegenbouwers, maar Victor blijft de rust zelve. Hij beredeneert welke kant we op moeten en rijdt rustig verder, terwijl ik naarstig zoek naar de A1 borden. We zitten warempel precies goed. Laat dat maar aan V-man over.

We maken een tussenstop in Guanajay, want mijn blaas staat op knappen. Het is een klein dorpje met live muziek op het plein, maar een restaurant vinden blijkt onmogelijk. Met inmiddels gekruiste benen hup ik een snackbar binnen met – jawel – een wc. Nou ja, in naam alleen dan. Het is zeer vies, zonder deur, zonder doorspoelknop, zonder kraan, maar met een dikke drijvende drol. Bah. Ik loos de thee van het ontbijt en gebruik een vochtig doekje uit mijn rugzak om mijn handen te ontdoen van echte en denkbeeldige bacillen. Gatverdegatver zeg. Het blikje soda is ook niet te drinken, warm schuim happen. Gauw weg hier.

150725-1

Tegen de middag stoppen we langs de kant van de snelweg. Pan solo is alles wat mijn maag aan kan. Nee geen ham of kaas, gewoon alleen maar brood. De man achter de bar schudt zijn hoofd, maar het kan me niet schelen. Blijkbaar wil mijn buik nu ook aan de wandel. Rond drie uur ’s middags zijn we bij Cienfuegos. De rit duurt lang, vooral met rug-, maag-, buik- en hoofdpijn. Aan de rechterzijde hangt een gigantische onweerswolk, compleet met bliksemschichten. Dan rijden we eindelijk, na een uitputtende reis van maar liefst acht uren, Trinidad binnen.

Dit keer wekt de voucher van ons reisbureau verwarring, want het adres komt niet overeen met het kaartje dat erbij zit. Eerst maar eens naar het adres rijden. We hobbelen over de kasseien en komen aan in de juiste straat met aan weerskanten pastelkleurige huisjes. Een oude man komt moeizaam overeind als we de auto parkeren. Hablas Español? Nee, alleen un poco. We begrijpen dat hij op onze auto zal passen, terwijl wij onze hostel zoeken. De man wordt bijgestaan door een stotterende jongeman, en in optocht lopen we door de smalle straat. Bij het juiste huisnummer hoort een dichte groene deur. Geen bordje, geen casa of hostel, helemaal niets. Alleen die dichte deur. Inmiddels worden beide buurmannen gealarmeerd en komt nog een vijfde man ‘helpen’. Amigos, zegt hij, en bonkt op de deur, die nog steeds van geen wijken weet. Mijn rugzak wordt steeds zwaarder en mijn shirt is doordrenkt. De buurman aan de rechterkant grijpt zijn telefoon en gaat bellen. Dan komt hij triomfantelijk naar ons toe en vertelt dat we ergens anders moeten zijn. Ja hoor, naar de locatie die op het kaartje wordt aangegeven; het adres klopt niet meer. We danken alle mannen uitbundig, geven de oude heer wat geld en stappen weer de auto in.

Deze foto is niet die dag genomen, maar geeft wel een beeld van de straten van Trinidad. Denk er wel twee rijen auto’s bij.  

150725-4

Het centrum van Trinidad blijkt afgesloten te zijn door een hek met een imponerende politieagent ernaast, dus we gooien de auto aan de kant. Een touringcar komt de hoek om zeilen en het past allemaal maar net. Dan maar te voet verder. Net als we willen uitstappen, worden we door het open raam aangesproken. Of we naar de hostel van Doña Chefa willen en uit Duitsland of Nederland komen? Verwonderd knikken we. De jongeman stelt zich voor als Alejandro, zoon van Doña Chefa. Hij is ons komen zoeken om ons een verhitte wandeling te besparen – hij wijst naar de politieagent. De jongen die ons iets eerder bij de groene deur heeft geholpen staat op de stoep en kijkt toe.

Alejandro vertelt dat zijn moeder hem heeft gestuurd om ons te zoeken. Blijkbaar hebben vier Italianen de wc kapot gemaakt – die ik hard nodig heb – en hij is de hele dag al druk bezig de gasten van de hostel onder te brengen bij familie en vrienden. Gelukkig spreekt hij redelijk goed Engels. De knul stapt bij ons in de auto en brengt ons naar een ander adres. Binnen twee minuten ben ik de weg al kwijt en een vreemd gevoel van onbehagen overvalt me. Bij het eerste adres worden we hartelijk ontvangen… in het Spaans. Blijkbaar kunnen we maar één nacht blijven, maar we hebben geen zin om morgen weer te verkassen, dus vertrekken we naar optie nummer twee. Weer rijden we kriskras door Trinidad en ik zeg tegen Victor dat het me allemaal niet lekker zit.

150725-5

We rijden naar de casa van Eduardo. Een aardige man die ons een prima kamer op de eerste etage aanbiedt. Vanavond eten? Vis? Om acht uur graag ja. Alejandro en hij kletsen samen terwijl Victor en ik de kamer inspecteren. Onze gids werkt bij Cuba Tours en biedt aan de auto op een veilige plek te parkeren: voor twee nachten kost het vier CUC, met 24 uur toezicht. Mijn man loopt met hem naar beneden en komt terug zonder autosleutel. Ik slik en mijn ongerustheid neemt toe. Ga jij maar even uitrusten, lieverd, ik ga een biertje drinken. Met mijn ogen dicht wacht ik op bed tot de airco zijn werk doet. Mijn hersenen hebben echter andere plannen en draaien op volle toeren door. Dan schiet me ineens te binnen dat op de voucher met de adresgegevens van de hostel zoiets stond als: de eigenaar zal u nooit op straat benaderen. Een voucher die nog in de auto ligt. Oh my god. Allerlei vage details vallen ineens op hun plek en ik schiet met bonzend hart overeind. Wat deed die knul die bij ons welkomst-commitee stond, bij de zoon van Doña Chefa? We zijn beetgenomen! Of is Alejandro echt oprecht? Nu heb ik helemaal geen rust meer. Shit!

Ik alarmeer Victor, die aandachtig luistert. De locatie van ons oorspronkelijk reisdoel staat door het navigeren nog steeds op mijn netvlies gebrand en ik wijs hem de juiste plek op de plattegrond in de reisgids. Ik heb vandaag slechts drie kleine bananen op, een stukje toast en een Evergreen en val flauw als ik nu de straat op moet, maar V-man gaat proberen het oorspronkelijke adres van Doña Chefa te vinden. Helaas heb ik geen idee waar we nu zijn, volgens mij is dat best ver weg. Misschien maak ik me zorgen om niks, maar mijn intuïtie gilt het uit. Alles komt goed, zegt V-man als hij de deur uit stapt. Hij heeft gelijk: we hebben in ieder geval onze spullen en zijn samen. Plus hebben onderdak.

In het uur dat daarop volgt schieten de meest vreselijke rampscenario’s door mijn hoofd, gevoed door de talrijke detectives en thrillers die ik gelezen heb. Mijn partner wordt buiten opgewacht door een bende oplichters, onder andere de Stotteraar en Alejandro. Hij kan de weg naar de casa niet meer terug vinden. Dan bedenk ik dat V-man waarschijnlijk niet eens zijn gsm heeft meegenomen en mijn nummer niet uit zijn hoofd kent. De auto zal nu inmiddels al ver weg zijn, en ontmanteld. Of gedeukt en gehavend door joy riden. En Eduardo, die heeft misschien dit huis wel gekraakt. ‘Geroutineerde’ wereldreizigers die in zo’n scam trappen. Als het een scam is tenminste. Mijn oververhitte brein slaat compleet op hol. Na een kwartier met mijn hoofd tussen mijn knieën te hebben gezeten, kom ik zover bij mijn positieven dat ik buiten op mijn man ga wachten. Ik sta inmiddels op het punt de politie te bellen, en heb nog papieren gevonden waar het adres van Dona Chefa op staat.

Wat ben ik opgelucht als Victor weer terug komt. Ik vlieg hem om zijn nek en zeg hem nooit, maar dan ook nooit meer zo op pad te gaan. Mijn vermoedens zijn juist: hij kent mijn nummer inderdaad niet, maar zijn richtingsgevoel en oriëntatievermogen zijn geweldig. Je weet toch dat ik altijd terug kom? De hostel heeft hij niet kunnen vinden.

We gaan samen naar beneden, naar Eduardo, die argeloos staat te koken, geheel onwetend van de paniek die boven zijn hoofd heerst. Ik vraag hem of Alejandro familie van hem is. No, he’s just a guy I know from the streets, zegt hij. Hij brengt me gasten die op zoek zijn naar onderdak en krijgt daarvoor van mij een commissie. Ik zak met mijn hoofd op tafel en vertel hem wat er is gebeurd; dat we al (betaald) onderdak hebben en helemaal geen bed & breakfast zochten, maar dat Alejandro ons belazerd heeft. Eduardo wil alles precies weten, en gaat na mijn verhaal meteen Alejandro bellen om de auto terug te brengen. Don’t worry, zegt hij, terwijl hij bezorgd over mijn arm wrijft. Relax, everything will be alright. I don’t want to see you in hospital. When the car arrives, I will drive you to the hostel myself. Wat een schat! Het eten is vergeten, we moeten onze koffers pakken. Even later staan we bij de voordeur, waar de Stotteraar inderdaad de auto komt terugbrengen. Schoften! Alejandro heeft niet eens het lef om het zelf te doen. Ik zal zijn gezicht eens grondig op de kasseien bewerken als ik hem tegenkom.

Eduardo brengt ons met de auto naar de welbekende groene deur volgens het adres op de voucher, gaat zelf op onderzoek uit en even later rijden we weer naar de wegversperring van die middag. Hij is gelukkig in Trinidad opgegroeid en kent iedereen. Met zijn hulp mogen we toch doorrijden – het autovrije centrum in – en binnen drie minuten staan we voor een andere anonieme deur, maar dit keer wel de goede: de hostel van Doña Chefa. Wat ben ik opgelucht! Drie generaties vrouwen wachten ons op en niemand spreekt Engels. Onze lieve gids legt alles in het Spaans uit en na veel oh’s en ah’s worden we dan eindelijk naar de voor ons gereserveerde kamer gebracht. En er is niks mis met het toilet. Een gezellige kamer in gele kleuren aan een droom van een binnenplaats. Ik voel me meteen thuis.

150725-2

150725-3

Nadat Eduardo nog drie keer erop heeft aangedrongen dat ik nu echt moet gaan genieten en me geen zorgen meer hoef te maken, neemt hij de auto mee. In rap Spaans zegt hij de dames dat zij hem moeten bellen als we hem nodig hebben. Overmorgen zien we hem om 10 uur terug met de auto, omdat we dan doorreizen naar Santiago de Cuba. We bedanken hem uitbundig en hij krijgt van mij een dikke zoen.

Inmiddels is de vierde generatie Chefa thuis gekomen en deze aardige jonge vrouw spreekt gelukkig Engels. We zetten de tassen in de berenkamer en gaan het stadje in, op zoek naar een restaurant. Op de hoek is er een die 24 uur per dag open is, maar het is er te druk. We lopen de straat naar beneden en worden door iemand aangesproken. Restaurant? Inmiddels zeer wantrouwig geworden, besluit ik na een paar straten dat ik tot in dit steegje door loop, maar geen stap verder. Gelukkig zijn we nu inderdaad bij een goed etablissement. Buiten, aan een klein tafeltje onder een reusachtige boom, genieten we van een visfilet met knoflookrijst. Veel eet ik niet, daarvoor is mijn buik nog te zeer van streek, maar het blijft er allemaal in. Een halve liter water en een biertje verder gaan we weer terug, waar ik onder de douche kruip. Tijd om naar bed te gaan. Ik vertel Victor dat hij vast weet over wie ik droom, mocht ik hem een hengst geven midden in de nacht…

Geplaatst in Cuba

Hongerige ogen en magen en een dorstige auto

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

En dan is het vrijdag. Maar eigenlijk is het hier altijd zondag, alweer een zinderend hete zondag in Viñales, Cuba. Buiten stappen de paardjes voorbij, hun ribben afgetekend boven zwoegende longen. Als lastdier, gespannen voor een wagen, of met toeristen op de rug. De een klampt zich enigszins angstig vast aan het zadel, de ander rijdt zelfverzekerd met de ontspannen houding van een amazone. Een vrouw in gympen passeert, een ananas in haar handen. De man die met zijn wagen voor ons huis stopt, blijkt een kar vol met dit fruit te hebben. Naast ons hangt de buurvrouw de was op, nog druipend nat, maar dat zal niet meer lang zo zijn.

Victor ligt op bed. Zijn buik voelt ‘als een spons’, zegt hij. Dat klinkt niet goed. Misschien is het de warmte, alhoewel hij daaraan gewend is sinds Abu Dhabi. Of is het toch die kreeft van gisteravond. Ik vond hem er al gemeen uit zien! Aan het ontbijt kan het niet liggen: hij heeft alleen een stukje pannenkoek op, twee gebakken eieren en wat fruit. Oni had ook een kan melk en koffie neergezet, maar ik heb haar gevraagd dat morgen niet meer te doen: zo zonde, we drinken het toch niet. Vanavond eten we mee in de casa: de gastheer is een goede kok en hij weet wat lactose intolerant is – perfecte combinatie. Ah, daar is mijn vent alweer. Of ik even iets wil lezen.

In zijn Cuba boekje staat een mooie beschrijving van de bergen rondom deze mooie groene idyllische vallei:

Als ‘olifantenruggen’ komen de groene bergen van de Sierra de Los Organos glooiend tevoorschijn uit de rode aarde rondom de uitgestrekte Viñalesvallei en het plaatsje Viñales.

– aha, de rode aarde die ook zichtbaar is in het kiezelzandpad voor de deur van ons huisje –

De afzonderlijke kalksteenrotsen, ofwel mogotes, bereiken een hoogte van 300 tot 400 meter en zijn ongeveer 160 miljoen jaar oud. Als gevolg van de regenval in de afgelopen miljoenen jaren zijn de relatief zachte rotsen afgerond, en ontstonden in de loop van de tijd grotten, waardoor er bizarre heuvelformaties werden gecreëerd. Viñales heeft een nationaal park, waar prehistorische planten groeien, waaronder de kurkeik. De regio heeft zich ontwikkeld tot het pelgrimsoord voor alle natuurliefhebbers, waar ook ter wereld.

– En dan hebben we ook nog de Cuevas del Indio –

De bekendste van de talrijke grotten in deze streek heeft een lengte van vier kilometer, de rivier San Vicente stroomt erdoorheen. Zoals de meeste grotten was ook deze tijdens de Spaanse verovering een cultusplaats van de inheemse bevolking. De grond werd in 1920 herontdekt. Slechts een kilometer is te bezichtigen. Eerst gaat het 200 meter te voet, daarna 300 meter met de boot door de tot 135 meter hoge grotten met talrijke druipstenen. Vanaf 18 uur fladderen duizenden vleermuizen de grot uit.

Dat lijkt ons wel wat!

klik op de foto’s voor details

150724-2

150724-3

150724-5

150724-4

Wij rijden naar de Cuevas del Indio en betalen 2 CUC (ongeveer twee euro) voor het parkeren van de auto. Een plattegrond is niet nodig: we volgen het paadje en laten daarbij de nepindiaan links liggen. Hij is bezig met wat huiden geloof ik, maar er is in de verste verte niets te zien dat met indianen te maken heeft. Een trapje leidt ons de donkere, vochtige krochten der aarde in. Hoe die ruimtes en vormen door water uitgeslepen zijn is onvoorstelbaar. Wat is Moeder Aarde geduldig. Op een bepaald punt wordt het nauw en laag, mijn rugzak blijft er zowat hangen en mijn waterfles schuurt langs de rotswand. Claustrofobische gedachten klauwen zich een weg naar boven, maar ik druk ze snel weer weg en we komen veilig bij de boten aan. De tocht over het water is heel kort maar wel mooi.

150724-6

150724-7

Mask of Sauron!

150724-11

150724-12

150724-13

Al snel staan we weer aan wal bij wat kiosken met souvenirs en drinken. Ik koop een sleutelhanger met een houten kat en Victor een briefopener met heft in de vorm van een zeepaardje. Verderop staan twee witte buffels geduldig te wachten tot hun bazen uitgeslapen zijn. Die leggen we natuurlijk vast op de gevoelige plaat. Vol verwachting lopen we the Bird Trail op – illegaal, want we zien niemand die kaartjes verkoopt. En dat is maar goed ook, want het stelt echt niets voor, al is de kleine vallei zeer rustgevend, weids en mooi. Kalkoengieren, een specht die geïnteresseerd aan een boomstam hangt. Bij een restaurant langs de kant van de weg drinken we vers mango juice, mijn favoriete drank deze vakantie.

150724-15

150724-16a

150724-16

150724-20

150724-17

150724-18

150724-19

150724-21

In Viñales wisselen we weer wat euro’s om voor CUC’s. Er mogen maar enkele mensen tegelijk de bank in, de rest moet buiten wachten tot de guard besluit dat het veilig genoeg is. En dat voelt eerlijk gezegd wel prettig. Je hebt toch een smak geld bij je voor Cubaanse begrippen, omdat je nergens geld kunt pinnen. De lunch bestaat uit kippensoep en een lekkere salade van komkommer, tomaat, witte kool en tonijn. Maar bovenal genieten we van de dingen die op straat gebeuren.

150724-23

150724-22

150724-24

De auto heeft ook dorst, dus het is alleen maar eerlijk dat die ook wat mag drinken. Special gas. Ik zit in de auto, terwijl Victor bij de pomp staat. Ineens zie ik bij het rechtervoorwiel een man staan met een kruissleutel! What the hell? Gaat die ons wiel eraf draaien? Door het open raampje vraag ik waar hij denkt mee bezig te zijn. Als antwoord steekt hij zijn gereedschap verder omhoog: het is een bandenspanningsmeter hahaha, hij verleent ons een gunst! Gelukkig moet hij ook lachen en steekt zijn duim omhoog: de banden zijn goed.

Het is tijd om weer naar Oni Y Luis te gaan, waarbij we de auto over een zeer smalle stenen brug zonder zijmuren moeten zien te loodsen. Een oude man helpt Victor overijverig de auto in een garage te parkeren, zo grappig. Als dit in Havana was gebeurd, hadden we kunnen betalen. Nu is een ‘Gracias, senor’ en een lach voldoende. Heerlijk dat platteland.

Terug bij de casa betrekt de lucht weer. Witte en zwarte wolken, een onrustige wind. Ik zit buiten te schommelen, terwijl mijn V-man op bed ligt. Hij is nog steeds niet helemaal bekomen. Eindelijk krijg ik een levensteken van thuis: Sean laat weten dat hij morgen de ochtendploeg draait en al om 4 uur moet opstaan. Om half acht wordt ons diner geserveerd: kippensoep als voorafje, twee kippenpoten, wat aardappels, een salade, witte rijst en heerlijk vers fruit als toetje. Op de veranda geniet ik van een kop kamille thee en lees mijn derde boek uit. Iets over een heksenfamilie en twee moorden in een maïsdoolhof. Niet echt heel goed, maar wel vermakelijk. Morgen de 550 kilometer lange reis naar Trinidad. Hopelijk is het dan weer droog.

150724-regen