Geplaatst in Cuba

De Gidsende Gebroeders

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Na een redelijk slapeloze nacht, op een nachtmerrie over een mierenkoningin na (vraag maar niet verder), staan we om 8 uur op. Bij het ontbijt wordt het mysterie van de grote groene vruchten die boven onze hoofden hangen ontsluierd: het zijn avocado’s! Maar ze zijn veel groter en gladder dan de exemplaren in de Nederlandse winkels.

Stipt om 10 uur rijdt onze auto blinkend gewassen voor: Eduardo is gearriveerd. Het is een warm afscheid van onze vijf generaties gastfamilie. Onze Engels sprekende hostess waarschuwt ons voor de oplichterspraktijken in Camaguey; die zijn daar geraffineerder en agressiever dan in Trinidad. Nou, autoportieren op slot en met niemand praten voordat we voor de deur van ons nieuwe verblijf staan, zou ik zeggen! Oma gebaart naar me dat ik van me af moet bijten, en ik maak een gebaar terug van een vuistslag. Samen schieten we in de lach, zo leuk. Doña Chefa belt naar onze volgende casa om te vertellen dat we vertrekken en vanmiddag zullen arriveren. Ze zijn aandoenlijk bezorgd. Dan is het tijd om te gaan, en na een kusronde volgen we Eduardo naar buiten.

150727-15

Victor kruipt achter het stuur en ik geef Eduardo het geld voor het parkeren voor twee nachten en de auto wassen: 5 CUC. Ook geef ik hem mijn visitekaartje, zodat we kunnen e-mailen. Hij straalt en praat honderduit op de achterbank. We hebben een vriend erbij in Trinidad, net zoals ik vroeger een penpal had in deze zelfde stad. We zetten onze redder in nood voor de deur van zijn hostel af en ten afscheid zegt hij tegen me: You have a big heart, don’t lose it. We krijgen ook nog twee mango’s van hem cadeau, wat een lieve behulpzame man.

150727-Trinidad-Camaguey

Dan draaien we onze Geely met de neus naar het oosten en gaan op pad. Met de laatste druppel gasoline special – het waarschuwingslampje brandt al – rijden we tussenstop Sancti Spíritus binnen. Er volgt een zoektocht door een wirwar van straatjes. We vragen een paar keer instructies naar een tankstation, om vervolgens weer bij het beginpunt uit te komen. Help, blijf lopen, motor! Victor vertelt dat we hier nog terug zullen komen. Komt goed uit, want dan hebben we de stad al een beetje verkend. Smalle eenrichtingsstraatjes, veel paard-met-wagens, veel mensen in een vriendelijke sfeer. Eindelijk ontdekken we het tankstation, en met een volle tank en een gerust hart rijden we verder. De wegen zijn abominabel. Of je duikt in een gat, of je wordt gelanceerd door een hobbel. Hele trajecten zijn met dwarsribbels ‘gerepareerd’.

Rond twee uur rijden we Camaguey binnen met hermetisch gesloten deuren. Bij een rotonde, waar ik half omgedraaid in de stoel enthousiast naar Victor gil dat we naar links moeten omdat daar de straat is die we zoeken, wil hij rechtdoor rijden. Ik grom naar hem. Dan staat er ineens een fietser naast ons. Niet weer!! Maar ja hoor, V-man draait zijn raampje open en ik bonk gefrustreerd met mijn hoofd op het dashboard. De man werpt een geroutineerde blik op de kaart. Hij zegt Casa Lancara?, springt op de fiets en gaat ervandoor (de straat in die ik aanwees), gebarend dat we hem moeten volgen. We rijden achter hem aan en hij zet er een flink tempo in. Hij heeft nog net geen gele trui aan. Ik kijk links en rechts naar de straatnamen om te verifiëren dat we inderdaad goed gaan. Na een warme rit van tien minuten stoppen we voor de casa. Hij wijst ons precies waar we moeten parkeren en stelt ons voor aan ‘zijn broer’. Als Victor hem bedankt en een CUC geeft, wordt zijn toerisme-licentie tevoorschijn gehaald en eist hij maar liefst tien CUC. Na wat gediscussieer betaalt Victor hem uiteindelijk maar. Andere Nederlanders hebben ook van hun diensten gebruik gemaakt, vertelt meneer de Officiële Camaguey Tourbegeleider. Dat zullen misschien wel de mensen zijn die we in het hotel in Havana hebben ontmoet. Morgenvroeg worden we door Broer Fietsgids de stad uit geloodst. Denkt hij…

150727-11

150727-12

Want aangekomen in onze Casa Lancara briest de gastvrouw verontwaardigd als ze de veel te hoge prijs hoort. Oplichters zijn het, stuk voor stuk; die toerisme-licenties zijn allemaal nep. En dat was dus ook de reden waarom we de auto niet recht voor de casa mochten parkeren en een stukje verder moesten rijden: het Gidsende Boevenpaar was benauwd dat de eigenaar het zou zien en zou ingrijpen. En wij maar denken dat het een of ander parkeerverbod was. Alweer wijzer. En grijzer. En strijdvaardiger! Dat belooft wat morgenvroeg.

We laten onze paspoorten zien en kletsen gezellig in het SpaEngNederGebarentaals. Ze vertelt dat haar oudste dochter tandarts is, en ik vertel haar dat mijn hart daar boinkboinkboink van doet. Communiceren in verschillende talen is makkelijk! We grinniken en gaan de auto wegzetten op een bewaakt parkeerplaatsje. Als we terugkomen worden we verwelkomd door haar echtgenoot, die wel Engels spreekt. Hij heet warempel ook Alejandro! Dan zien we ook het Nederlandse stel, en ja hoor: het zijn inderdaad Tanja en Hans die ook via Tenzing Travel rondtrekken op Cuba. We wisselen reisverhalen uit, en als zij met de fietstaxi vertrekken voor een tour door Camaguey, lopen Victor en ik het stadje in.

150727-1

150727-3

150727-2

150727-4

150727-10

Er is niet zo heel veel te zien, maar er zijn wel kerken en wat mooie gebouwen. We wandelen door de straten, tig keer gestoord door mensen die taxi’s, tours en fietsen aanbieden. Stapelgek word ik ervan en ik praat in het Limburgs terug. We lunchen bij een klein restaurantje waar ik een lekkere salade voorgeschoteld krijg met de eerste avocado’s van Cuba! Heerlijk zeg. Ook de verse muntthee smaakt goed. Victor kiest een tortilla als tapas gerecht en weer krijgt hij slechts een gewone omelet. Als ik zelf een tortilla / Spaanse omelet maak, zitten daar aardappelen, eieren, salami, paprika, uien, knoflook en nog veel meer in.

150727-5

We wandelen verder naar een parkje, dat een rondje gras van drie vierkante meter blijkt te zijn. Maar er staat wel een mooie kerk met een gedeeltelijk dichtgemetselde muur aan de voorkant. Vreemd gezicht. We passeren een steiger die van bomen gemaakt is, in fatsoen gehouden met schuine palen. Ssst, niet teveel lawaai maken of er tegenaan schoppen, dan dondert het hele zaakje gegarandeerd om. Aan de overkant van de rivier is een groter park met een heuse dierentuin. Kippen scharrelen rond aan de zijkant en al snel draaien we om. Ik ga terug naar de casa om wat uit te rusten, mijn man loopt nog een rondje.

150727-6

150727-7

150727-8

150727-9

’s Avonds eten we echt Cubaans bij de familie, gezellig samen met Tanja en Hans. Kip, rijst, avocado, wat boontjes en mango (jawel, de mango’s die we eerder die dag van Eduardo kregen), de tafel staat vol. De eetkamer is – net als onze eigen kamer – heel erg hoog, en hangt vol met kunst. Het zijn kunstclowns. Overal kijken clowns op ons neer. Dat vind ik persoonlijk wat minder, want ik vertrouw ze voor geen cent. Maar het het effect is chic en artistiek. We spreken af dat we om 8 uur ontbijten. In tegenstelling tot wat onze Gebroeders Tweewieler zeiden, is het helemaal niet moeilijk om uit Camaguey weg te komen, vertelt Alejandro: met de koffers naar de auto lopen, het parkeerterrein af en dan naar links afslaan; alsmaar rechtdoor tot Las Tunas en daarna rechts aanhouden. Verder is het een lange weg naar Santiago de Cuba. Waar het zo ongeveer 45ºC is. OMG. Probeer dan maar eens het hoofd koel te houden.

150727-13

150727-14

Geplaatst in Cuba

Adembenemend mooi Trinidad

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Op mijn shirt een afdruk van mijn rugzak, in zweet geëtst: het zichtbare bewijs van een rondje door het adembenemend mooie Trinidad, langs kleurige huizen en exotische mensen.

150726-11

150726-12

150726-13

150726-14

150726-15

150726-16

150726-17

150726-18

Een oude man zit langs de kant van de weg met een haan op zijn strohoed. Foto maken, vraagt hij? Ik lach en bedank. Ze willen alleen maar geld. En ik had een goede leermeesteres in de sigarenrokende vrouw in Havana. Op een marktje worden gehaakte katoenen shirts te koop aangeboden. Schilderijen van Cubaanse auto’s, Che Guevara, Fidel. Houten maskers. Verkopers schieten toe uit alle hoeken en gaten om hun waren aan te prijzen. Alles is verleidelijk in de zon.

150726-3

150726-9

Paarden staan geduldig te wachten tot hun meesters de kar hebben volgeladen. Cigar, Cuban cigar? No thanks. We lopen verder, het paardje achterlatend in de schaduw. Een vriendelijke hond zit te kwispelen op de stoep, haar baasje binnen voor het getraliede raam. Gelukkig staat de deur wel open, ze zit niet opgesloten. Ik raak met haar aan de praat en laat de hond aan mijn hand snuffelen. Een vlugge aai – eigenlijk mag ik dit niet omdat ik niet ingeënt ben tegen hondsdolheid, maar deze lieverd kan ik niet weerstaan – en verder gaat het weer.

150726-1

150726-2

150726-10

De straten van Trinidad zijn authentiek en eigenzinnig. Als het iemand lukt om hier op naaldhakken te lopen, krijgt die van mij een staande ovatie.

150726-6

150726-7

Vanmorgen stond het ontbijt om 9 uur te wachten in de zon. Té negro, fruit juice, toast, verse mango, ananas en rood fruit dat ik niet zo lekker vind. Voor op het brood had ik honing en een in olie gebakken eitje. De wedges kaas die op Victor’s verzoek werden gebracht, zagen er heerlijk uit. Maar niet lekker genoeg om nog meer buikpijn te riskeren. No frikkin’ way.

We zijn Alejandro niet meer tegengekomen op straat. Die houdt zich waarschijnlijk gedeisd als hij weet wat goed voor hem is. Maar Eduardo heeft vanmorgen wel al gebeld om te vragen of we de nacht goed zijn doorgekomen. Overal zijn rot- en goedzakken, en mensen zoals hij maken de wereld een mooiere plek.

150726-8

Het is goed vertoeven in de beschaduwde achtertuin. Onze was hangt te drogen op de binnenplaats; Oma is druk in de weer geweest. Het rode gietijzer van de meubels contrasteert prachtig met de vele groene planten. Een hagedisje staat met de voorpootjes op de rand van de bloempot en besluit de sprong te wagen. Zonnebaden met zijn staart omhoog. Musjes vechten om een paar broodkruimels. Op de straat horen we karren voorbij piepen, hobbelend over de ongelijke stenen.

In de middag arriveren twee nieuwe gasten: een jonge man en vrouw uit Toscane. We kletsen wat over wereldproblemen, over reizen, Mexico en Dubai. Hij heeft een kwart van zijn leven besteed aan het wachten op vrouwen, vertelt hij gelaten, maar met een lach. Als het meisje voor de derde keer de deur achter zich dicht trekt, begin ik te begrijpen wat hij bedoelt. Daar gaan ze dan eindelijk, Trinidad in. Victor heeft zijn Cuba Libre op, en dat inspireert mij om op zoek te gaan naar cola in onze koelkast. Misschien dat dat mijn buik eindelijk tot bedaren weet te brengen. Wat een ellende zeg. Alles wat ik eet komt er net zo snel weer uit, maar dan in vloeibare vorm. Mijn Kindle biedt troost, en gelukkig gaat de batterij erg lang mee, want ik heb de oplader niet bij me.

150726-5

150726-4

Als avondeten kies ik een bord sopa de pollo, al is het meer een maaltijdsoep, goede genade. Vol met stukken kipfilet, sprieten wortel en andere soepgroente. Ik ben helemaal hyper van het tweede blikje cola van vandaag. Zoveel suikerchampagne ben ik helemaal niet gewend. Er speelt een Cubaans bandje, en de bandleden zijn talrijker dan de gasten. Ze bieden ons een cd aan, maar na het debacle in Havanna – een goedkope bekraste kopie met lijmresten – zien we daar van af. Een CUC als bedankje voor de muziek wordt echter ook zeer gewaardeerd.

Terug bij de casa is Victor moe en wil naar bed. Morgen gaan we weer op pad, naar Camaguey, 260 kilometer verderop. We weten nog niet precies hoe we Trinidad uit moeten komen door de wirwar van straatjes, maar Eduardo zal ons vast goede raad geven. Vooralsnog zit ik klaarwakker te typen. Dat zal ongetwijfeld de cola-energie zijn. Straks brand ik af, veeg de as-resten bijeen en zweef naar ons berenbed.

Geplaatst in Cuba

Schurken en helden

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Ofwel het klopt, of we zijn vreselijk besodemieterd en zijn nu onze auto kwijt. Ik heb het gewoon niet meer. Maar laat ik bij het begin beginnen…

Tijdens ons ontbijt breekt er een gigantische herrie los buiten. Het varken van de overburen wordt met een touw om zijn kop langs ons huis naar de achtertuin van de buren gesleurd. Hij vecht, hij gilt en krijst, terwijl de twee mannen zich in het zweet werken om het zware zwarte beest de juiste kant op te krijgen. Op naar de slachtbank ter ere van de nationale feestdag die hier morgen gevierd wordt. Luis verontschuldigt zich voor het gebeuren, maar we stellen hem gauw gerust. That’s life. And death.

150725-route

Vanuit Viñales gaat het al om 9 uur over de A4 van Oeste naar Este, op zoek naar de A1 Nazionale richting Trinidad. Het is maar goed dat er zoveel kuilen in de weg zitten, zodat we niet hard rijden. De A4 is namelijk ineens op. Ja, je leest het goed: OP. Zonder zichtbare waarschuwing houdt de snelweg er bij Havana mee op. We wijken in halfvolle vaart uit naar rechts, een kleine afslag op. Sputterend scheld ik wat op de Cubaanse wegenbouwers, maar Victor blijft de rust zelve. Hij beredeneert welke kant we op moeten en rijdt rustig verder, terwijl ik naarstig zoek naar de A1 borden. We zitten warempel precies goed. Laat dat maar aan V-man over.

We maken een tussenstop in Guanajay, want mijn blaas staat op knappen. Het is een klein dorpje met live muziek op het plein, maar een restaurant vinden blijkt onmogelijk. Met inmiddels gekruiste benen hup ik een snackbar binnen met – jawel – een wc. Nou ja, in naam alleen dan. Het is zeer vies, zonder deur, zonder doorspoelknop, zonder kraan, maar met een dikke drijvende drol. Bah. Ik loos de thee van het ontbijt en gebruik een vochtig doekje uit mijn rugzak om mijn handen te ontdoen van echte en denkbeeldige bacillen. Gatverdegatver zeg. Het blikje soda is ook niet te drinken, warm schuim happen. Gauw weg hier.

150725-1

Tegen de middag stoppen we langs de kant van de snelweg. Pan solo is alles wat mijn maag aan kan. Nee geen ham of kaas, gewoon alleen maar brood. De man achter de bar schudt zijn hoofd, maar het kan me niet schelen. Blijkbaar wil mijn buik nu ook aan de wandel. Rond drie uur ’s middags zijn we bij Cienfuegos. De rit duurt lang, vooral met rug-, maag-, buik- en hoofdpijn. Aan de rechterzijde hangt een gigantische onweerswolk, compleet met bliksemschichten. Dan rijden we eindelijk, na een uitputtende reis van maar liefst acht uren, Trinidad binnen.

Dit keer wekt de voucher van ons reisbureau verwarring, want het adres komt niet overeen met het kaartje dat erbij zit. Eerst maar eens naar het adres rijden. We hobbelen over de kasseien en komen aan in de juiste straat met aan weerskanten pastelkleurige huisjes. Een oude man komt moeizaam overeind als we de auto parkeren. Hablas Español? Nee, alleen un poco. We begrijpen dat hij op onze auto zal passen, terwijl wij onze hostel zoeken. De man wordt bijgestaan door een stotterende jongeman, en in optocht lopen we door de smalle straat. Bij het juiste huisnummer hoort een dichte groene deur. Geen bordje, geen casa of hostel, helemaal niets. Alleen die dichte deur. Inmiddels worden beide buurmannen gealarmeerd en komt nog een vijfde man ‘helpen’. Amigos, zegt hij, en bonkt op de deur, die nog steeds van geen wijken weet. Mijn rugzak wordt steeds zwaarder en mijn shirt is doordrenkt. De buurman aan de rechterkant grijpt zijn telefoon en gaat bellen. Dan komt hij triomfantelijk naar ons toe en vertelt dat we ergens anders moeten zijn. Ja hoor, naar de locatie die op het kaartje wordt aangegeven; het adres klopt niet meer. We danken alle mannen uitbundig, geven de oude heer wat geld en stappen weer de auto in.

Deze foto is niet die dag genomen, maar geeft wel een beeld van de straten van Trinidad. Denk er wel twee rijen auto’s bij.  

150725-4

Het centrum van Trinidad blijkt afgesloten te zijn door een hek met een imponerende politieagent ernaast, dus we gooien de auto aan de kant. Een touringcar komt de hoek om zeilen en het past allemaal maar net. Dan maar te voet verder. Net als we willen uitstappen, worden we door het open raam aangesproken. Of we naar de hostel van Doña Chefa willen en uit Duitsland of Nederland komen? Verwonderd knikken we. De jongeman stelt zich voor als Alejandro, zoon van Doña Chefa. Hij is ons komen zoeken om ons een verhitte wandeling te besparen – hij wijst naar de politieagent. De jongen die ons iets eerder bij de groene deur heeft geholpen staat op de stoep en kijkt toe.

Alejandro vertelt dat zijn moeder hem heeft gestuurd om ons te zoeken. Blijkbaar hebben vier Italianen de wc kapot gemaakt – die ik hard nodig heb – en hij is de hele dag al druk bezig de gasten van de hostel onder te brengen bij familie en vrienden. Gelukkig spreekt hij redelijk goed Engels. De knul stapt bij ons in de auto en brengt ons naar een ander adres. Binnen twee minuten ben ik de weg al kwijt en een vreemd gevoel van onbehagen overvalt me. Bij het eerste adres worden we hartelijk ontvangen… in het Spaans. Blijkbaar kunnen we maar één nacht blijven, maar we hebben geen zin om morgen weer te verkassen, dus vertrekken we naar optie nummer twee. Weer rijden we kriskras door Trinidad en ik zeg tegen Victor dat het me allemaal niet lekker zit.

150725-5

We rijden naar de casa van Eduardo. Een aardige man die ons een prima kamer op de eerste etage aanbiedt. Vanavond eten? Vis? Om acht uur graag ja. Alejandro en hij kletsen samen terwijl Victor en ik de kamer inspecteren. Onze gids werkt bij Cuba Tours en biedt aan de auto op een veilige plek te parkeren: voor twee nachten kost het vier CUC, met 24 uur toezicht. Mijn man loopt met hem naar beneden en komt terug zonder autosleutel. Ik slik en mijn ongerustheid neemt toe. Ga jij maar even uitrusten, lieverd, ik ga een biertje drinken. Met mijn ogen dicht wacht ik op bed tot de airco zijn werk doet. Mijn hersenen hebben echter andere plannen en draaien op volle toeren door. Dan schiet me ineens te binnen dat op de voucher met de adresgegevens van de hostel zoiets stond als: de eigenaar zal u nooit op straat benaderen. Een voucher die nog in de auto ligt. Oh my god. Allerlei vage details vallen ineens op hun plek en ik schiet met bonzend hart overeind. Wat deed die knul die bij ons welkomst-commitee stond, bij de zoon van Doña Chefa? We zijn beetgenomen! Of is Alejandro echt oprecht? Nu heb ik helemaal geen rust meer. Shit!

Ik alarmeer Victor, die aandachtig luistert. De locatie van ons oorspronkelijk reisdoel staat door het navigeren nog steeds op mijn netvlies gebrand en ik wijs hem de juiste plek op de plattegrond in de reisgids. Ik heb vandaag slechts drie kleine bananen op, een stukje toast en een Evergreen en val flauw als ik nu de straat op moet, maar V-man gaat proberen het oorspronkelijke adres van Doña Chefa te vinden. Helaas heb ik geen idee waar we nu zijn, volgens mij is dat best ver weg. Misschien maak ik me zorgen om niks, maar mijn intuïtie gilt het uit. Alles komt goed, zegt V-man als hij de deur uit stapt. Hij heeft gelijk: we hebben in ieder geval onze spullen en zijn samen. Plus hebben onderdak.

In het uur dat daarop volgt schieten de meest vreselijke rampscenario’s door mijn hoofd, gevoed door de talrijke detectives en thrillers die ik gelezen heb. Mijn partner wordt buiten opgewacht door een bende oplichters, onder andere de Stotteraar en Alejandro. Hij kan de weg naar de casa niet meer terug vinden. Dan bedenk ik dat V-man waarschijnlijk niet eens zijn gsm heeft meegenomen en mijn nummer niet uit zijn hoofd kent. De auto zal nu inmiddels al ver weg zijn, en ontmanteld. Of gedeukt en gehavend door joy riden. En Eduardo, die heeft misschien dit huis wel gekraakt. ‘Geroutineerde’ wereldreizigers die in zo’n scam trappen. Als het een scam is tenminste. Mijn oververhitte brein slaat compleet op hol. Na een kwartier met mijn hoofd tussen mijn knieën te hebben gezeten, kom ik zover bij mijn positieven dat ik buiten op mijn man ga wachten. Ik sta inmiddels op het punt de politie te bellen, en heb nog papieren gevonden waar het adres van Dona Chefa op staat.

Wat ben ik opgelucht als Victor weer terug komt. Ik vlieg hem om zijn nek en zeg hem nooit, maar dan ook nooit meer zo op pad te gaan. Mijn vermoedens zijn juist: hij kent mijn nummer inderdaad niet, maar zijn richtingsgevoel en oriëntatievermogen zijn geweldig. Je weet toch dat ik altijd terug kom? De hostel heeft hij niet kunnen vinden.

We gaan samen naar beneden, naar Eduardo, die argeloos staat te koken, geheel onwetend van de paniek die boven zijn hoofd heerst. Ik vraag hem of Alejandro familie van hem is. No, he’s just a guy I know from the streets, zegt hij. Hij brengt me gasten die op zoek zijn naar onderdak en krijgt daarvoor van mij een commissie. Ik zak met mijn hoofd op tafel en vertel hem wat er is gebeurd; dat we al (betaald) onderdak hebben en helemaal geen bed & breakfast zochten, maar dat Alejandro ons belazerd heeft. Eduardo wil alles precies weten, en gaat na mijn verhaal meteen Alejandro bellen om de auto terug te brengen. Don’t worry, zegt hij, terwijl hij bezorgd over mijn arm wrijft. Relax, everything will be alright. I don’t want to see you in hospital. When the car arrives, I will drive you to the hostel myself. Wat een schat! Het eten is vergeten, we moeten onze koffers pakken. Even later staan we bij de voordeur, waar de Stotteraar inderdaad de auto komt terugbrengen. Schoften! Alejandro heeft niet eens het lef om het zelf te doen. Ik zal zijn gezicht eens grondig op de kasseien bewerken als ik hem tegenkom.

Eduardo brengt ons met de auto naar de welbekende groene deur volgens het adres op de voucher, gaat zelf op onderzoek uit en even later rijden we weer naar de wegversperring van die middag. Hij is gelukkig in Trinidad opgegroeid en kent iedereen. Met zijn hulp mogen we toch doorrijden – het autovrije centrum in – en binnen drie minuten staan we voor een andere anonieme deur, maar dit keer wel de goede: de hostel van Doña Chefa. Wat ben ik opgelucht! Drie generaties vrouwen wachten ons op en niemand spreekt Engels. Onze lieve gids legt alles in het Spaans uit en na veel oh’s en ah’s worden we dan eindelijk naar de voor ons gereserveerde kamer gebracht. En er is niks mis met het toilet. Een gezellige kamer in gele kleuren aan een droom van een binnenplaats. Ik voel me meteen thuis.

150725-2

150725-3

Nadat Eduardo nog drie keer erop heeft aangedrongen dat ik nu echt moet gaan genieten en me geen zorgen meer hoef te maken, neemt hij de auto mee. In rap Spaans zegt hij de dames dat zij hem moeten bellen als we hem nodig hebben. Overmorgen zien we hem om 10 uur terug met de auto, omdat we dan doorreizen naar Santiago de Cuba. We bedanken hem uitbundig en hij krijgt van mij een dikke zoen.

Inmiddels is de vierde generatie Chefa thuis gekomen en deze aardige jonge vrouw spreekt gelukkig Engels. We zetten de tassen in de berenkamer en gaan het stadje in, op zoek naar een restaurant. Op de hoek is er een die 24 uur per dag open is, maar het is er te druk. We lopen de straat naar beneden en worden door iemand aangesproken. Restaurant? Inmiddels zeer wantrouwig geworden, besluit ik na een paar straten dat ik tot in dit steegje door loop, maar geen stap verder. Gelukkig zijn we nu inderdaad bij een goed etablissement. Buiten, aan een klein tafeltje onder een reusachtige boom, genieten we van een visfilet met knoflookrijst. Veel eet ik niet, daarvoor is mijn buik nog te zeer van streek, maar het blijft er allemaal in. Een halve liter water en een biertje verder gaan we weer terug, waar ik onder de douche kruip. Tijd om naar bed te gaan. Ik vertel Victor dat hij vast weet over wie ik droom, mocht ik hem een hengst geven midden in de nacht…

Geplaatst in Cuba

Hongerige ogen en magen en een dorstige auto

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

En dan is het vrijdag. Maar eigenlijk is het hier altijd zondag, alweer een zinderend hete zondag in Viñales, Cuba. Buiten stappen de paardjes voorbij, hun ribben afgetekend boven zwoegende longen. Als lastdier, gespannen voor een wagen, of met toeristen op de rug. De een klampt zich enigszins angstig vast aan het zadel, de ander rijdt zelfverzekerd met de ontspannen houding van een amazone. Een vrouw in gympen passeert, een ananas in haar handen. De man die met zijn wagen voor ons huis stopt, blijkt een kar vol met dit fruit te hebben. Naast ons hangt de buurvrouw de was op, nog druipend nat, maar dat zal niet meer lang zo zijn.

Victor ligt op bed. Zijn buik voelt ‘als een spons’, zegt hij. Dat klinkt niet goed. Misschien is het de warmte, alhoewel hij daaraan gewend is sinds Abu Dhabi. Of is het toch die kreeft van gisteravond. Ik vond hem er al gemeen uit zien! Aan het ontbijt kan het niet liggen: hij heeft alleen een stukje pannenkoek op, twee gebakken eieren en wat fruit. Oni had ook een kan melk en koffie neergezet, maar ik heb haar gevraagd dat morgen niet meer te doen: zo zonde, we drinken het toch niet. Vanavond eten we mee in de casa: de gastheer is een goede kok en hij weet wat lactose intolerant is – perfecte combinatie. Ah, daar is mijn vent alweer. Of ik even iets wil lezen.

In zijn Cuba boekje staat een mooie beschrijving van de bergen rondom deze mooie groene idyllische vallei:

Als ‘olifantenruggen’ komen de groene bergen van de Sierra de Los Organos glooiend tevoorschijn uit de rode aarde rondom de uitgestrekte Viñalesvallei en het plaatsje Viñales.

– aha, de rode aarde die ook zichtbaar is in het kiezelzandpad voor de deur van ons huisje –

De afzonderlijke kalksteenrotsen, ofwel mogotes, bereiken een hoogte van 300 tot 400 meter en zijn ongeveer 160 miljoen jaar oud. Als gevolg van de regenval in de afgelopen miljoenen jaren zijn de relatief zachte rotsen afgerond, en ontstonden in de loop van de tijd grotten, waardoor er bizarre heuvelformaties werden gecreëerd. Viñales heeft een nationaal park, waar prehistorische planten groeien, waaronder de kurkeik. De regio heeft zich ontwikkeld tot het pelgrimsoord voor alle natuurliefhebbers, waar ook ter wereld.

– En dan hebben we ook nog de Cuevas del Indio –

De bekendste van de talrijke grotten in deze streek heeft een lengte van vier kilometer, de rivier San Vicente stroomt erdoorheen. Zoals de meeste grotten was ook deze tijdens de Spaanse verovering een cultusplaats van de inheemse bevolking. De grond werd in 1920 herontdekt. Slechts een kilometer is te bezichtigen. Eerst gaat het 200 meter te voet, daarna 300 meter met de boot door de tot 135 meter hoge grotten met talrijke druipstenen. Vanaf 18 uur fladderen duizenden vleermuizen de grot uit.

Dat lijkt ons wel wat!

klik op de foto’s voor details

150724-2

150724-3

150724-5

150724-4

Wij rijden naar de Cuevas del Indio en betalen 2 CUC (ongeveer twee euro) voor het parkeren van de auto. Een plattegrond is niet nodig: we volgen het paadje en laten daarbij de nepindiaan links liggen. Hij is bezig met wat huiden geloof ik, maar er is in de verste verte niets te zien dat met indianen te maken heeft. Een trapje leidt ons de donkere, vochtige krochten der aarde in. Hoe die ruimtes en vormen door water uitgeslepen zijn is onvoorstelbaar. Wat is Moeder Aarde geduldig. Op een bepaald punt wordt het nauw en laag, mijn rugzak blijft er zowat hangen en mijn waterfles schuurt langs de rotswand. Claustrofobische gedachten klauwen zich een weg naar boven, maar ik druk ze snel weer weg en we komen veilig bij de boten aan. De tocht over het water is heel kort maar wel mooi.

150724-6

150724-7

Mask of Sauron!

150724-11

150724-12

150724-13

Al snel staan we weer aan wal bij wat kiosken met souvenirs en drinken. Ik koop een sleutelhanger met een houten kat en Victor een briefopener met heft in de vorm van een zeepaardje. Verderop staan twee witte buffels geduldig te wachten tot hun bazen uitgeslapen zijn. Die leggen we natuurlijk vast op de gevoelige plaat. Vol verwachting lopen we the Bird Trail op – illegaal, want we zien niemand die kaartjes verkoopt. En dat is maar goed ook, want het stelt echt niets voor, al is de kleine vallei zeer rustgevend, weids en mooi. Kalkoengieren, een specht die geïnteresseerd aan een boomstam hangt. Bij een restaurant langs de kant van de weg drinken we vers mango juice, mijn favoriete drank deze vakantie.

150724-15

150724-16a

150724-16

150724-20

150724-17

150724-18

150724-19

150724-21

In Viñales wisselen we weer wat euro’s om voor CUC’s. Er mogen maar enkele mensen tegelijk de bank in, de rest moet buiten wachten tot de guard besluit dat het veilig genoeg is. En dat voelt eerlijk gezegd wel prettig. Je hebt toch een smak geld bij je voor Cubaanse begrippen, omdat je nergens geld kunt pinnen. De lunch bestaat uit kippensoep en een lekkere salade van komkommer, tomaat, witte kool en tonijn. Maar bovenal genieten we van de dingen die op straat gebeuren.

150724-23

150724-22

150724-24

De auto heeft ook dorst, dus het is alleen maar eerlijk dat die ook wat mag drinken. Special gas. Ik zit in de auto, terwijl Victor bij de pomp staat. Ineens zie ik bij het rechtervoorwiel een man staan met een kruissleutel! What the hell? Gaat die ons wiel eraf draaien? Door het open raampje vraag ik waar hij denkt mee bezig te zijn. Als antwoord steekt hij zijn gereedschap verder omhoog: het is een bandenspanningsmeter hahaha, hij verleent ons een gunst! Gelukkig moet hij ook lachen en steekt zijn duim omhoog: de banden zijn goed.

Het is tijd om weer naar Oni Y Luis te gaan, waarbij we de auto over een zeer smalle stenen brug zonder zijmuren moeten zien te loodsen. Een oude man helpt Victor overijverig de auto in een garage te parkeren, zo grappig. Als dit in Havana was gebeurd, hadden we kunnen betalen. Nu is een ‘Gracias, senor’ en een lach voldoende. Heerlijk dat platteland.

Terug bij de casa betrekt de lucht weer. Witte en zwarte wolken, een onrustige wind. Ik zit buiten te schommelen, terwijl mijn V-man op bed ligt. Hij is nog steeds niet helemaal bekomen. Eindelijk krijg ik een levensteken van thuis: Sean laat weten dat hij morgen de ochtendploeg draait en al om 4 uur moet opstaan. Om half acht wordt ons diner geserveerd: kippensoep als voorafje, twee kippenpoten, wat aardappels, een salade, witte rijst en heerlijk vers fruit als toetje. Op de veranda geniet ik van een kop kamille thee en lees mijn derde boek uit. Iets over een heksenfamilie en twee moorden in een maïsdoolhof. Niet echt heel goed, maar wel vermakelijk. Morgen de 550 kilometer lange reis naar Trinidad. Hopelijk is het dan weer droog.

150724-regen

Geplaatst in Cuba

Over een onverwachte passagier en sigaren

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Waar de kalkoengieren in Havana rond het Havana Libre cirkelden, vliegen ze hier zowat boven onze hoofden. Na een interessante rit zijn we aanbeland in Viñales. Schommelstoelen op de veranda, mango juice aan het grind-zandpad. En een biertje voor Victor.

Om half tien checken we uit bij het hotel en een half uur later stappen we in onze zilverkleurige Chinese auto. Welk merk? Geen idee, dat staat er niet op. Wat ook nergens staat is de juiste weg naar de snelweg A4. Toch weet mijn V-man de juiste richting in te schatten via een drukke smalle weg met vele gaten erin. Gelukkig vind ik later twee dorpen waar we doorheen rijden op de kaart en weet ik waar we zijn. Ik leid mijn chauffeur via een kleine omweg naar de autopista. Jippie, dat schiet beter op. De weg slingert een beetje, maar snijdt voornamelijk recht door het landschap. Palmbomen, viaducten waar auto’s en mensen hun toevlucht onder zoeken tegen de brandende zon. In de berm koeien en geiten, aan touwen vastgezet. Soms ontsnapt er eentje en kuiert over de snelweg. Ook paard en wagen, wandelaars, alles is mogelijk op de Cubaanse wegen. Trekkers die haaks oversteken, vrachtwagens vol met mensen, verkopers van strengen knoflook. Drie emmers met sinaasappels langs de weg. We razen met tachtig km per uur voorbij, de vele gaten ontwijkend. Zoals altijd houden de kalkoengieren alles nauwlettend in de gaten. Cuba leeft.

klik voor details

150723route

150723autopista

De weg voert langs Bauta, Anafe, Caimito en Aguacate naar de autopista. Guanajay, Cayajabos en Las Terrazas, Candelaria. En dan? Dan worden we onder een viaduct aangehouden door iemand in uniform, die zegt van de politie te zijn. Een oude grote grauwe bus staat langs de kant, en ik zie nog net hoe de chauffeur er letterlijk tegenaan schopt. Dat ziet er kapot uit. De politieman spreekt wat Engels en legt uit dat de bus niet meer verder kan. Of we iemand een lift kunnen geven richting Viñales. We kijken elkaar aan. Gelukkig hebben we een soortgelijk verhaal al eens eerder gehoord van Victor’s zus, anders waren we wantrouwiger geweest. Niño, roept hij, stap maar in. En daar komt Mario.

Mario is gestrand onderweg naar zijn werk bij de tobacco factory en staat al ruim een uur te wachten. De ene na de andere stad vliegt voorbij en we praten over Cuba en Nederland, over zijn werk, zijn zoontje en Havana. Als we zijn eindbestemming naderen, nodigt Mario ons uit voor een rondleiding bij de tabaksplantage en een sigaar. We rijden steeds verder de rimboe in en hobbelen over een zandpad. Bij een huis moeten we naar rechts, een grasveld op. Straks krijgen we geen sigaar, maar zijn we de sigaar. We worden namelijk opgewacht door vier mannen, en ik zie de machetes al haast verborgen achter het struikgewas liggen. We zijn ver van de snelweg en belanden regelrecht in een avontuur.

Dan nadert nog een man. That’s my boss, zegt Mario enthousiast. Er volgt een geanimeerd gesprek in het Spaans en we staan erbij en kijken ernaar. Alex, de baas van de tabaksplantage, steekt zijn hand uit en dankt ons hartelijk voor het meenemen van zijn werknemer. Van Nederland weet hij wel het een en ander. En tot mijn verbazing vertelt hij dat hij Doutzen Kroes en haar echtgenoot Sunnery James heeft ontmoet. Het ijs is al snel gebroken, zeker gezien de zinderende hitte.

150723tabak1

Boss vraagt ons mee te komen. We lopen naar een schuur, langs koeien en velden. Als ze ons willen laten verdwijnen, is dit het ideale moment. Maar zodra we binnentreden herken ik inderdaad de rekwisieten die nodig zijn voor het drogen van tabaksplanten. We krijgen een spoeduitleg en -rondleiding aan de hand van een mooi geïllustreerd boek. Er zijn blijkbaar twee soorten tabaksplanten: een voor de buitenkant – de wrappers – en een andere met drie zones voor de filling. Zijn woorden krijgen vorm in de vaardige handen van een werknemer. Hij draait zowaar een sigaar voor ons! Don’t give it to your friends, save it for your enemy, zegt Alex met een lach. Natuurlijk gebruik je niet de beste grondstoffen voor toeristen die zomaar komen aanwaaien. Als hij hoort dat we uit Breda komen, zoekt hij achter in het boek een Bredaas adres op en vertelt dat hij de eigenaar van de sigaren- en koffiezaak kent. Daar gaan we zeker langs om de hartelijke groeten uit Cuba over te brengen.

150723tabak3

150723tabak4

150723tabak5

150723tabak6

150723tabak2

Alex biedt nog sigaren te koop aan, daar zien we echter van af. Normaal gesproken zouden we moeten betalen voor de mini-tour, maar omdat we Mario hebben meegenomen, hoeven we dat niet te doen. Will you do me a small favor though? Sure! We spelen weer voor taxi en nemen dit keer Roxy mee naar Viñales. Hij blijkt een tour guide te zijn, die mensen te paard de omgeving laat zien. Zijn Engels is prima. Via de Drunk Road arriveren we in de prachtige vallei van Viñales. Groen, bergen op de achtergrond, kleurrijke huisjes. We gaan met Roxy het restaurant binnen waar hij ook nog werkt als ober. Het zit stampvol en ziet er gezellig uit. Dinner reservation at eight o’clock, met een aanbetaling van 5 CUC (is ongeveer € 5,-) per persoon, die we later vanavond weer terug krijgen.

We nemen afscheid van onze tweede lifter nadat hij ons zijn huis en de weg naar onze casa particular gewezen heeft. Het blijkt geen weg te zijn, zelfs geen grindpad, maar een combinatie van aarde en stenen en slingerend smal. We kijken elkaar aan en halen de schouders op. Victor draait onze Chinees erin en we hotseknotsen verder. Halverwege stapt V-man uit omdat het pad onbegaanbaar lijkt. Toch maar proberen. Ik zit inmiddels met de ogen dicht en wacht af, maar wonder boven wonder rijden we veilig verder. Met hulp van een zeer jonge gids op een kinderfiets weten we het juiste adres te vinden en zien aan de linkerkant een bekende naam. We zijn gearriveerd bij Casa Oni Y Luis, en onze gastheer komt ons breed glimlachend tegemoet. Oké? Oké! Zijn stopwoordje.

150723casa

In gebrekkig Engels legt Luis uit dat hij een excursie voor ons kan regelen, maar we komen er niet achter wat die precies inhoudt. Er is een Indian Cave in de buurt. Ook kunnen we de bergen of de valley in om te hiken. Paardrijden lijkt mij erg gaaf, maar Victor niet. Fietsen lijkt hem gaaf, maar mij niet. Een combi paard/fiets ziet hij helaas ook niet zitten, dus we houden het denk ik op een autorit morgen, en gaan van daaruit te voet verder.

We dragen de koffers onze casa binnen en zijn verbluft: we krijgen niet alleen een slaapkamer met double bed en airco, maar ook een eigen badkamer, een zitkamer met een tafel en twee bankjes, en een veranda met vier schommelstoelen. Een ideale plek om te schrijven. Life is exciting and beautiful. Wat maken we weer veel bijzonders mee met zijn tweetjes. Ik dein mee op de muziek van de buren en de TV geluiden van de overburen. Dreigend gerommel in de verte, donkere wolken pakken zich samen. Als ze om kwart voor acht maar weer weg zijn, want dan lopen we naar ons restaurantje!

150723casa2

150723casa3

150723casa4

Het onweer trekt inderdaad tijdig weg, maar het scheelt niet veel. Terwijl ik op bed lig te rusten, dondert en regent het dat het een lieve lust is. De zandsteenpaden laten het meeste water gelukkig wegstromen, dus met redelijk droge voeten komen we even voor acht uur bij onze reservering aan. Het is een magische avond. Vuurvliegjes vliegen af en aan door en boven het maisveld, waar de ondergaande zon in samenspel met de nog wat na-ijlende wolken voor een betoverend schouwspel zorgt. Onze gastheer herkent ons meteen, en komt netjes de tien CUC brengen. Ook adviseert hij ons over het eten, in het Spaans, Engels en Duits. Zo grappig, kan ik dat weer eens ophalen. Ik kies voor gerookte varkensfilet en Victor neemt manhaftig de aanbevolen lobster. Geen hamers of ander gereedschap: het beest is vakkundig leeggehaald, gekookt en in stukken gehakt met aanvullende ingrediënten weer gevuld. Als bijgerechten hebben we groentesoep, gele rijst met ananas, witte rijst, witte erwten met paprika, witte kool met komkommer en gekookte sperziebonen, geroosterde zoete aardappelchips en verse mango, ananas en banaan als dessert. Plus een biertje voor Victor en een mojito met honing voor mij. Voldaan zoeken we onze weg terug in het donker. Overal TV, mensen op de veranda; wij dus ook. Maar al snel kan ik mijn ogen niet meer openhouden en ga ik naar bed. Het was een mooie donderdag in Cuba.

150723casa5

150723lobster

150723diner

Geplaatst in Cuba

Gieren

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Het is twee uur ’s middags. Buiten claxonnades van de vele auto’s, die schaamteloos hun uitlaatgassen de lucht in blazen. Zwarte wolken omhullen de voetgangers met vettig braaksel. De zon is meedogenloos vandaag. Kalkoengieren omcirkelen Havana Libre, het oude Hilton van weleer. Hun machtige vleugels varen wel op de warmte van de stad.

150808kalkoengier

150722Havana

150722auto

150722auto2

Een rustige dag vandaag. Old Havana is te ver voor mijn pijnlijke voeten, en om twee keer de taxi te betalen wordt wel erg duur. We hebben gelukkig gisteren al heel veel gezien, dus zijn een blokje bij het hotel gaan lopen. De weg naar de oceaan leidt naar onverwachte zijden, want het is de verkeerde. Toch komt V-man altijd waar hij wil zijn en ik vertrouw op zijn inwendig kompas. Waarom heb ik niet zo’n handige app in mijn hoofd? Spaans is een mooie en temperamentvolle taal en ik versta redelijk veel door allerlei Engelse en Franse woorden te combineren. Maar als ze gaan ratelen… 😉

150722Havana3

150722man

150722huis

150722huiszoom

We maken nog heel kort kennis met twee Amerikanen, die net als wij lopen te zwoegen langs het water. Hun enthousiasme is verfrissend in de hitte. Bij de Cubaanse bevolking is het constant aftasten wat ze denken. Willen ze gewoon weten hoe laat het is – zoals de oudere vrouw me vraagt, me vriendelijk dankt en weer doorloopt – of zoeken ze een ingang om met je aan de praat te komen en komt het vervolgens altijd weer op geld neer? Helaas neig ik bijna naar het laatste, al zijn sommigen gewoon vriendelijk en is het ontzettend leuk om een praatje te maken in Havana.

Bij de lunch weer live muziek en ik zit te dansen op mijn stoel. Victor zit verankerd op de zijne, hij heeft geen last van die kriebels in zijn bloed. Gisteren kocht hij een cd van een Cubaanse band als muzikale omlijsting bij de film die hij van deze vakantie gaat maken. Helaas blijkt de cd beschadigd te zijn door lijmresten, maar hij hoopt er op zijn minst een paar nummers af te kunnen halen.

150722Havana2

Morgen ontbijten we vroeg, omdat onze auto om tien uur bij het hotel wordt afgeleverd. We hebben gisteren op een markt een boek met autokaarten van Cuba gekocht. Als we deze grote stad maar uit kunnen komen, dan vinden we vervolgens onze weg naar het westen wel. Mijn lover is nog op pad in Havana, op zoek naar een of ander kasteel. Ik vind het vanmiddag te warm en ben achter gebleven in de koelte van de hotelkamer. Wat ben ik benieuwd naar de rest van dit tropische eiland. Viñales moet erg mooi zijn, tabaksplantages en een casa particular, waar we twee nachten verblijven.

Nog steeds geen bericht uit Nederland, dus ik hoop dat alles naar wens gaat met de kinderen. Die twee redden zich wel. Als ze ook de katten maar redden. 😉

Impressies van de avondwandeling en -maaltijd:

150722standbeeld

150722restaurant

150722tapas

150722mojito

Geplaatst in Cuba

Old Havana

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Wakker worden in Havana – of La Habana – en vanuit je bed de zon zien opstijgen uit de oceaan is toch wel een heel mooi begin van de dag. Om 9 uur gaan we met de lift naar beneden. Een man zit op een krukje bij de vergulde knoppen en drukt met verve de juiste in. Een piepkleine propeller geeft hem enigszins het gevoel van een briesje in dat benauwde hok. We stoppen bij de etage van de ontbijtzaal. En wat voor ontbijt. Buffetten met warm eten, met worst, gekookte eieren, met brood en zoete lekkernijen, gebak, fruit, fruitsappen, met beleg en bacon, vers gebakken omeletten waarbij je de ingrediënten kunt aanwijzen, thee en koffie. Er is zelfs soja yoghurt. Het is een feestje. Kikkererwten, linzen, bruine bonen, bacon en ei, een stukje brood, grapefruit en meloen. En kamillethee. Yum. Buiten lonkt het zwembad naar de gasten, maar wij…

150807hotel

klik op de foto’s voor details

… wij gaan met de taxi naar La Habana Vieja, het oude Havana. De chauffeur praat honderduit en geeft goede tips. Hij raadt ons een rondrit met paard en wagen stellig af. Dat gaat veel te snel en kost te veel in verhouding. Aangezien we de hele dag de tijd hebben, besluiten we inderdaad te voet de oude stad te verkennen. Weg zijn de vervallen straten van gisteren – tenminste, op de meeste plekken. La Habana Vieja is vrijwel autovrij, maar toch kun je veel oude, prachtige, speciale, authentieke auto’s bewonderen. De gebouwen zijn allemaal gerestaureerd en de bevolking is kleurrijk. Dan horen we muziek! 😀

150807Havana5

150805CoC

150807Havana8

150807Havana1

150807Havana9

150807Havana11

150807Havana10

150807Havana2

150804IoC

Overal worden we aangesproken. Where are you from? Olanda? Ah Amsterdam! Wooden shoes and tulips. We laten het er maar bij. Het zweet gutst intussen langs mijn ruggengraat naar beneden en we ploffen op een bankje neer. Even bijkomen in de schaduw. Het schouwspel is fascinerend. Overal zijn mensen – toeristen en Cubanen – maar ook honden en hard werkende paarden. De bestuurders van de bicitaxi’s zwoegen trouwens net zo hard.

150807Havana7

150807Havana6

Dan verschijnt ineens een vrouw met een sigaar in de mond. Ik glimlach en knik, maar met een brede grijns poseert ze uitbundig voor de camera totdat ik een plaatje schiet. We krijgen zelfs twee klapzoenen op de wangen en ik lig in een deuk. Als ze echter de foto op het schermpje bekeken heeft, verandert haar joviale uitdrukking op slag in een dwingende, haast boze blik. Haar open hand steekt in mijn gezicht: ze wil geld zien. Niets is voor niks, dat is de les van vandaag. Ik geef haar wat muntjes en Victor en ik wandelen verder.

150807Havana3

Later gebeurt hetzelfde verderop in de stad. Where are you from. Are you looking for something? Yes, agua, zeg ik. We hebben water nodig. De man loopt met ons mee en praat in gebrekkig Engels over de moeilijkheden van Cuba. Dan laat hij een foto van zijn dochter zien. Een lief ding lijkt het. Na vijf minuten lopen komen we bij een kleine bar aan en hij wijst op de koelvitrine. Eindelijk, daar staan inderdaad flesjes water. Hartelijk dank, señor, muchas gracias. Maar nee, hij wil ineens duur melkpoeder voor zijn dochter hebben. Wat doet een pak melkpoeder in een bar? Ik weiger beslist, bedank hem nog eens en loop naar buiten waar mijn vriend staat te wachten. Dan vraagt de man om een flesje water. Ook voor ‘zijn dochter’. Uhu, natuurlijk. Na enig aarzelen stem ik daarin toe, hij heeft ons immers wel naar het water geleid. Al snel verdwijnt hij weer in de menigte. We lunchen buiten op een terras, met swingende live muziek op de achtergrond. ❤ Cuba!

150807Havana4

Daarna lopen we helemaal terug naar het hotel – een flinke tippel, zeker in deze hitte. We worden nog een stuk achtervolgd door twee muzikanten die speciaal voor ons willen spelen. Van onze ervaringen geleerd, stappen we ferm door. Mijn voeten hebben het inmiddels opgegeven en laten voor straf blaren opkomen. Toch maar weer even een barretje in voor levensreddend vocht. Ik strompel La Habana Libre binnen en trap boven in de gang bij de hotellift met een zucht van verlichting mijn sandalen uit. Even uitwasemen en dan de goddelijke douche in. Wat is dat lekker als je totaal verhit bent, daar kan niks tegenop. Mijn shirt maar weer uitgewassen en dan op bed neervallen. Even rusten hoor.

150807Havana12

Om kwart over zeven toch maar uit bed gekrabbeld, aangekleed en weer naar buiten de warmte in. In de buurt van Habana Libre ligt een restaurantje, boven aan een trap. De kip is droog, de groenten zijn lala, maar de rijst is goed en de rode wijn smaakt prima. Victor neemt een Cuba Libre en daarna een biertje. Om half tien zijn de nachtbrakers weer terug op de kamer, moe en loom, maar met een goed gevoel. Vandaag heeft Havana zich van haar mooie kant laten zien.

Neem ook eens een kijkje bij de mooie Havana foto’s van mijn partner: Stedentips.