Geplaatst in Gastblog, Nieuws

Gastblog: Vijf jaar is hij, mijn kleine rooie

Gastblog door Leonie van den Berg:

170505Leonie


Vijf jaar is hij, mijn kleine rooie. En vanavond om 8 uur staat hij naast me. Zijn kleine, warme handje in de mijne. Hij ziet een veteraan op tv, die salueert… en hij doet het na. Twee minuten is hij stil en staat met zijn ene handje naast zijn kleine hoofdje en zijn andere handje veilig in mama haar hand.

Ik kijk naar hem en het pijnlijke besef dat hij zoveel jaar geleden zomaar uit mijn veilig hand getrokken had kunnen worden, komt omhoog. Omdat een ander hem niet zou zien zoals ik hem zie. Om zijn haarkleur, zijn ogen, zijn zijn. Ik voel mijn maag samentrekken en een traan glijdt over mijn wang.

Hij wilde het zelf, want hij weet waar dodenherdenking voor staat. Waardoor hij hier kan staan, bij mama. Met zijn haarkleur, zijn ogen, zijn zijn. Snappen doet hij het niet, want waarom hadden de Duitsers een hekel aan die mensen dan? En ik snap het net zo min als hij.

Twee minuten is hij stil en het Wilhelmus zwelt aan. “Dankjewel”, hoor ik naast me. Vijf jaar en zijn kleine handje in de mijne. Ik snap het net zo min als jij, mijn lief. Maar ik sluit me aan bij je vijfjarige, wijze en pure antwoord.

Dankjewel… we will never forget.

Leonie


170505vergeetmijnietje

Op 4 mei stilstaan

in sprakeloze woorden

herinneren wij

Ik denk aan de Tweede Wereldoorlog. Aan de slachtoffers en aan overlevenden, gehavend in lijf en geest. Aan hen die voor ons vochten en stierven. Maar ook de oorlogen die nu woeden, de mensen die op de vlucht zijn voor mateloos en wreed geweld, zijn heel dichtbij. Dankbaar voor vrede en vrijheid in Nederland, en tegelijkertijd vol onmacht en bezorgdheid over de mondiale verharding. We hebben onze vijfjarigen hard nodig.

Liefs,
Marion

Geplaatst in Foto, Gastblog, Natuur, Schrijven

Geveld!

Gastblog door mijn oom Albert Driessen, 9 april 2012

Het is zondagmorgen als ik mij op weg begeef om een wandeling te maken langs ’s heren veldwegen. In de verte hoor ik de kerkklokken luiden om mij te laten herinneren dat het Pasen is, ‘de wederopstanding van Christus’. Het zonnetje schijnt en begeleidt mij met haar warme stralen. Ik loop al neuriënd met stevige pas door velden en holle wegen waar je de dassenburchten goed kunt zien door het uitgegraven zand. Door de hoeveelheid zand die er lag zou je denken dat er een graafmachine (maar dat is een Das ook) bezig is geweest.

Je ziet dat ze flink bezig zijn geweest met snoeiwerkzaamheden en er ligt ook nog een oude boom waar nog vele voor mij onbekende kevers/larven en weet ik veel wat er nog meer van leven. De Ouvermoer beek – dat is de vroegere afwateringsbeek van de staatsmijnen waar het stof van de gewassen kolen in terecht kwam – Slambeek, zoals het hier genoemd werd, is in de jaren 70 ondergronds in buizen gelegd en mag nu weer in zijn oorspronkelijke loop door het landschap meanderen.

Aan het eind van de wandeling loop ik even langs ‘mijn’ oude appelboom om te kijken of er al bladvorming te zien is, maar tot mijn grote schrik is de boom geveld door de tand des tijd. Het doet mij toch wel iets om mijn levensboom nu alleen maar in mijn herinneringen te hebben en natuurlijk ook op foto’s.

Marion, ik ga er van uit dat ik nog vele jaren deze herinneringen mag koesteren en zoals een oude spreuk zegt

Groetjes,
Al

________________________________________________________________

Dat hoop ik ook, oom Al. Je hebt weer een heel mooi stukje geschreven, een stukje lente in de herfst. Dankjewel!
~ Marion

Geplaatst in Expressief, Gastblog, Kunst

Vakmanschap!

Mijn oom Albert Driessen, gepensioneerd en gepassioneerd loodgieter, vertelt:

Het was op een mooie voorjaarsdag in april 2006 – als ik het mij goed herinner – dat een bevriende dakdekker kwam vragen of ik genegen was om mee te helpen bij het maken van griffioenen voor een restauratieproject waar hij een beetje mee in zijn maag zat. Daar hij wist van mijn passie om iets te creëren, zat hij goed met zijn vraag!

Na mij verdiept te hebben in de materie en nadat mijn vraag om de laatst overgebleven griffioen uit elkaar te mogen halen positief beantwoord was, ben ik aan de slag gegaan.

Gieten van de bronzen mallen

Met een bevriend kunstenaar zijn wij afdrukken gaan maken van de vijf losgemaakte onderdelen waaruit deze griffioen bestond. Nadat wij de mallen in brons gegoten hadden, kon ik gaan beginnen met het drijven van het lood in de mallen om ze samen te voegen, zodat er een griffioen als eindproduct ontstaat.

Bronzen mallen van de romp
Loden rompen nadat ze bronzen mallen gedreven zijn
Bronzen mallen van de vleugels en de borst
Lood gereed voor in te drijven
Griffioen nadat de onderdelen in elkaar gesoldeerd zijn
De griffioen
Met zijn drieën aan de wandel
Hun nieuwe thuis op de kapel, gelegen aan de voet van de Cauberg

Marion, ik heb je hierboven een indruk willen geven van wat er zoal bij komt kijken als je een beeld wilt maken. De griffioenen, dat was een uitdaging! De kapel ligt op de begraafplaats onder aan de voet van de Cauberg te Valkenburg.

Verder zie je een draak die ontstaan is van wat afvalmaterialen, een regenton die ik wat kaal vond uitzien, een trechter gemaakt om wat bloemen in te zetten, een klok met een paar ogen erboven die waken over de juiste tijd, enkele bronzen beelden die ik gemaakt heb, en op de laatste foto zie je de wasmodellen klaarstaan om na enige verdere bewerkingen af te gieten in brons.

Zoals je ziet is tijdinvulling geen probleem.

Veel liefs en groetjes,
Oom Al

Huisdraakje

Bewakingslinie

Wat ben ik trots op mijn kunstzinnige en getalenteerde oom!

________________________________________________________________

Meer invalshoeken vind je bij Reismeermin.
Geplaatst in Gastblog, Humor, Muziek, Schrijven

De Saxofoon

Belevenissen van een Ouder Echtpaar

Gastblog door mijn oom Albert Driessen. Enige kennis van Limburgs is een pré 😉

Het was op een mooie zonovergoten dag in april dat het echtpaar al vroeg uit de veren was. Vandaag zouden ze een saxofoon gaan bekijken en eventueel tot een koop besluiten, mits het instrument aan de eisen van de heer W. Bloasgèer voldeed. Welgemutst en goed uitgerust togen ze op weg naar het plaatsje Vorselaar in België.

Mevrouw A. Bloasgèer-van Blètsjgèer was een beetje nerveus: het was ook niet niks, zo’n verre reis naar het buitenland. Ze had wat brood met beleg en drie kannen koffie klaargemaakt, zodat ze onderweg even konden stoppen voor een kleine picknick. In alle consternatie was ze echter de koelbox en de koffiekannen, die ze in een tas gedaan had, vergeten in de auto te zetten. Een geluk dat ze er aan dacht voordat ze bij Nuth de autoweg opreden. ‘Het begint alweer goed,’ blafte Wilfred Bloasgèer, draaide 180 graden en reed met een grimas op z’n bakkes weer huiswaarts.

Na dit oponthoud verliep de reis verder probleemloos. Wilfred had zijn navigatie systeem ingeregeld en onder het genot van een muziekje schoot de reis goed op. Op een gegeven moment – ze reden tussen een colonne vrachtauto’s – ging plots een auto op de linkerrijbaan vol in de remmen. Hij raakte onder een grote blauwe wolk van zijn banden in een slip en kwam recht op de auto van het echtpaar af. Wilfred reageerde instinctief en reed geheid de vluchtstrook op. De in de slip geraakte auto miste hun auto op een haar na!

Het was gelukkig nog goed afgelopen en na enige tijd reden ze in bosrijk gebied. Anky zei ‘Wilfred, stop hier ergens, dan eten wij wat.’ Zo gezegd, zo gedaan. Even even later zaten ze gemoedelijk op een parkeerplaats met een heerlijke kop koffie en een goed belegde boterham in de hand te genieten van de rust. ‘Wilfred, ik moet even een grote boodschap doen.’ Anky liep om zich heen kijkend naar een grote haag waar ze achter ging zitten. Opeens een gil en Wilfred sprong als door een wesp gestoken op en riep ‘Wat is er gebeurd?!’ ‘Kom maar eens kijken.’

Toen hij bij haar kwam, viel zijn mond open van verbazing. ‘Wa… wa… wat is dat?’ en wees op een konijn en een fazant die daar in het gras lagen. Anky vertelde wat haar was overkomen. ‘Ik had geen toiletpapier, dus pakte ik een bosje gras. Maar tot mijn schrik pakte ik een konijn bij de oren en ik schrok zo dat ik hem de lucht ingooide en tot mijn grote verbazing kwam hij tegen een voorbij vliegende fazant. Wat moet ik hiermee doen?’ Hierop zei Wilfred ‘Neem maar mee naar huis. Dan hebben wij tenminste iets van België als de saxofoon niet is wat ik er mij van voorgesteld heb.’ ‘Als de politie ons maar niet aanhoudt, want dan krijg je ook nog een proces voor stropen!’ zei Anky.

Het navigatie systeem bracht hen probleemloos naar het adres in Vorselaar. Daar aangekomen bleek de eigenaar van het instrument een zeer aimabel persoon te zijn, evenals zijn echtgenote. Ze werden naar de woonkamer gedirigeerd, waar onder het genot van een heerlijk bakje koffie het ijs gebroken werd en de interesses uitgebreid besproken werden. Gastheer Rob liet met trots de verbouwing van zijn badkamer aan de gasten zien, je zag zijn zweet nog over de vloer lopen!

En toen kwam het moment suprême: de saxofoon werd uit zijn koffer gehaald en met enige trots aan Wilfred overhandigd, die hem meteen uitgebreid inspecteerde. Rob vertelde dat de saxofoon pas gereviseerd was en zei tegen Wilfred ‘Speel eens iets voor?’ Wilfred antwoordde dat hij in geen veertig jaar meer een noot gespeeld had, waarop Anky zei ‘Je hebt de laatste veertien dagen aan één stuk geoefend, dus zeur niet en speel nou maar iets.’

Aan zoveel druk kon hij niet ontkomen en Wilfred begon eerst een beetje haperend, maar na een paar toonladders zette hij in op de Bolero van Ravel.

Rob stond met gesloten ogen te luisteren, evenals zijn echtgenote Natalie. De tonen, zo zuiver, raakten zijn ziel. En toen Wilfred de saxofoon neerlegde applaudisseerden Rob en Natalie. Rob zei geëmotioneerd ‘Het is lang geleden dat ik zoiets moois heb gehoord, zo zuiver en zo gepassioneerd gespeeld,’ en pinkte een traan weg van ontroering. Anky zei in het dialect ‘Zint ze os noe aan ‘t bezèeke?!’ en vervolgde in het Nederlands ‘Wilfred, het wordt stilaan tijd om op huis aan te gaan,’ en stond op. Wilfred handelde de koop af en welgemutst togen ze huiswaarts.

Na enige ongemakken (navigatie werkte niet goed) waren ze voor het donker thuis, waar Anky zei ‘Als je nog eens zoiets hebt, dan ga je maar alleen. Die drukte en gejakker op die snelwegen, daar word ik gestoord van!’ en zette de tv aan om Goede Tijden, Slechte Tijden te kijken. Wilfred poetste nog even de saxofoon op. Een paar uurtjes later gingen ze moe maar voldaan naar bed.

Hoe de buren de dagen erna gereageerd hebben is mij niet bekend. Het enige dat mij is opgevallen, is dat de milieupolitie geregeld langs kwam rijden in verband met geluidsoverlast…

Al

________________________________________________________________

Dit verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen eerder dit jaar. De heer en mevrouw Bloasgèer-van Blètsjgèer zijn mijn ouders. Die saxofoon bestaat echt! Natuurlijk is ook het nodige ontsproten aan de fantasierijke geest van Oom Al 😉
‘Kleine’ bijkomstigheid, mijn vader is achter in de 70…

En dan de Bolero. Wat een geweldige compositie. Adembenemend mooi en schitterend uitgebeeld door Maya Plisetskaya.

Geplaatst in Gastblog, Natuur

De wandeling

Gastblog door mijn oom Albert Driessen, 16 juni 2010

De wandeling

Mijn wandeling start bij het Laervoetpad en voert mij via meerdere veldwegen naar kasteel Hoensbroek.

Na zo’n paar honderd meter kom ik aan de Geleenbeek en steek bij het brugje over. Ik sta even stil en kijk naar de beek die zich meanderend een weg baant door het prachtige landschap dat gesierd wordt door oude en jonge bomen aan weerszijde van de beek. Stil geworden van zoveel schoonheid geniet ik intens en in gedachten verzonken vervolg ik mijn weg.

Bijna aan het einde van het Laervoetpad ligt rechts de oude boerderij van boer Laeven. Aan de linkerzijde staat een prachtige oude appelboom die zolang ik mij kan herinneren – en dat is 69 jaar – er altijd gestaan heeft. In vroegere tijden had hij een mooie kruin. Tijdens warme zomers zochten koeien er dikwijls verkoeling onder. Menige mand werd door boer Laeven met de heerlijke appels gevuld en vervolgens aan de man gebracht.

Nu, in de herfst van zijn appelboom-bestaan, heeft hij een kruin waar een niet al te grote vogel met een beetje geluk nog een schaduwplekje kan vinden. Getekend door de tand des tijds staat hij daar, een beetje gebogen maar nog steeds met een kruintje waarmee hij met enige trots toch nog een kleine bijdrage levert. Geen manden meer zoals in vroegere tijden… Maar boer Laeven is een boer naar mijn hart, die respect toont voor deze trouwe boom die hem zo vele jaren zoveel vruchten schonk.

Zo kijkend naar deze oude schoonheid zie ik overeenkomst met mijn eigen leven. Ik heb een fijne jeugd gehad. Daarna begon de levensfase van hard werken en zorgen voor mijn lieve vrouw, die mij twee mooie, gezonde en krachtige zonen heeft geschonken Nu, in de nadagen van mijn leven, is mijn lichaam getroffen door kanker en een zenuwaandoening, die mij in mijn werkzaamheden belemmeren. Toch probeer ik zo goed en zo kwaad als het kan – net als die boom – mijn steentje bij te dragen aan mijn gezin, familie en vrienden.

Een passerende trein doet mij opschrikken uit mijn mijmeringen. Het spoor ligt aan het einde van het Laervoetpad. Ik vervolg mijn wandeling en steek de spoorwegovergang over. Na enige meters rechts aanhouden kom ik langs een boerderij. De naam van deze boer is mij niet bekend. Na ca. 150 meter loop ik via het viaduct onder de snelweg door en kom in het gehucht Hellebroek. Op de T-splitsing aangekomen sla ik links af en buig even later rechtsaf een veldweg in.

Hier loop ik, door weiden en akkers omgeven in een vredige rust door het landschap. Zo af en toe zie je een landarbeider die bezig is met onkruid wieden en een torenvalkje dat speurend naar een prooi plots naar beneden schiet om zijn prooi te grijpen. Bijna aan het einde van de veldweg kom je bij een begroeiing die bestaat uit hagen en oude bomen die tesamen een holle weg vormen. Als je goed kijkt tref je nog sporen aan van dassen die hier in hun burchten wonen. Van al deze natuurlijke schoonheid raak ik geëmotioneerd. Ik loop met tranen in mijn ogen verder, genietend van deze enorme schoonheid.

Aan het einde van de veldweg zie ik rechts van mij een woning met volière waarin papegaaien van gips op stokjes zitten. Iedere keer als ik hier langs kom blijf ik even staan om naar deze mooie bontgekleurde groep vogels te kijken. Ik loop verder en kom langs de oude smidse van vroeger. Tegenwoordig is hier een restaurant gevestigd. Op dit punt sla ik linksaf en sta aan de voet van de Brommelenberg. Ik kijk omhoog en denk Al, wat doe jij jezelf nu aan?!, maar na enig zwoegen heb ik hem bedwongen en sta voor de zoveelste keer te kijken naar het veldkruis dat aan de overkant van de weg staat, precies tussen twee oude bomen. Steeds wanneer ik hier aan voorbij ga trekt het mijn aandacht. Soms lijkt het alsof het zeggen wil: Al, je tijd is nog niet gekomen!

Vrolijk fluitend – of zingend – vervolg ik dan mijn weg. Even verderop ligt de eeuwenoude hoeve Terlinden waar sinds generaties boer Roebroek woont. Ik steek de brug over de snelweg over en krijg de vieze uitlaatgassen in mijn neus.
Gelukkig loop ik na een tiental meters weer onder een haag van groene frisse bomen. Bij de T-splitsing sla ik linksaf de Klinkertstraat in. Links van mij schittert de Droomvijver als een grote parel in de glanzende zon.

Aan mijn rechterkant zie ik het prachtige eeuwenoude kasteel Hoensbroek in al haar pracht en praal. We zijn aan het einde gekomen van mijn wandeling. Ik voel mij vrij van alle zorgen en ben ik blij dat ik in Hoensbroek geboren en getogen ben. Ik hoop dat ik nog vele jaren mag genieten van zulke mooie momenten, en dat ik de gevoelens voor de natuur ook mag overdragen aan mijn kleindochter en oogappel Romy! Bij het schrijven van deze wandeling kwam er af en toe een traantje om de hoek kijken. Dat zal wel aan de leeftijd liggen; je bent sneller geëmotioneerd. Vroeger… vroeger zou mij dat gestoord hebben maar nu, op deze leeftijd aangekomen, hoef ik niet meer stoer te doen!

Al.



Geplaatst in Gastblog

D’r Zwungel

Gastblog door mijn oom, Albert Driessen

~ Waarschuwing: kan sporen van Limburgse cultuur bevatten 😉  ~

Het is maandagochtend 8.30 uur. Ik kom opgefrist onder de douche vandaan en tijdens het aankleden komen allerlei gedachten naar boven die ik met mijn revalidatie arts moet bespreken vanwege een zenuwaandoening. De kastlade dichtschuiven met mijn rechterarm gaat niet zonder het gebruik van mijn rechterknie.

De zwengel ronddraaien van de zetbank, kraalbank of wals – een handmatige machine waar je dakgoten, regenwaterafvoerbuizen, regenkappen enz. mee maakt – krijg ik niet meer voor elkaar. Voorheen was dat een fluitje van een cent, en nu moet ik hulp halen… ergerlijk!

Als je vroeger op je werk zei

Sjeng, of Giel,

dat waren je vakleermeesters,

ich krie-g d’r zwungel neet rondgedrie-ed!

dan zouden ze zeggen:

Wat mot ich mit zoe get, doa kinste nieks mit; zoe’ne zwungel drie-e ich mit der piemel rond als het mot, en dée zeivert dat hê-e d’r zwungel neet rondgedrie-ed kriet mit ziene erm.

Jong, wetste watste dée-st, goa noa de mam en help die mit poetse of géet dat ooch neet! Mer ja, doe hast dich ooch neet zelf gemaakt, dan zet mich mer het ontstoppingsmachie-n op de wirkbank.

Giel, Gie-iel, kinste éve helpe mit tille, dé-e kloemel is verrekte zwoar.

Mer… Godvergeefmich, hast doe noe ooch gaar nieks in de erm; jong, goa noar kantoer en kie-k of de baas get vuur dich hêe-t wat neet zoe zwoar is, mesjien kinste heu-m de vot aafvêe-ge!



Als ik deze herinneringen opschrijf, plooien mijn lippen zich tot een glimlach en zie ik alles weer voor me zoals het in die tijd op de bouw of werkplaats er aan toe ging. Maar in het geheel genomen was het plezierig werken met mijn oude leermeesters. Ik weet niet wat mijn leerjongens van mij gezegd zouden hebben, maar zover ik kan inschatten valt het wel mee.

Albert, 17 mei 2010

~ bewerkt door Marion
Geplaatst in Gastblog, Natuur

Huismerel’s Domein

Gastblog door mijn oom, Albert Driessen

Op een winterse namiddag, zittend voor het venster met mijn gedachten bij de vele dingen die mij nog te doen staan, staar ik naar buiten en zie hoe mijn huismerel  – zo noem ik het brutale beestje – zijn rechten opeist bij het voederplaatsje. Daar strooi ik op z’n tijd broodkruimels of beschuit, gemengd met een gekookt eitje en fijn gesneden kaaskorstjes. Iedere keer vul ik het aan als ik niets meer zie liggen.

Een stelletje mussen probeert om bij het lekkers te komen, maar de merel houdt met verve zijn territorium vrij van ongewenste indringers. Dit aanschouwende duikt er plots een eksterpaar op waar ook mijn huismerel geen verweer tegen heeft. Ik sprint naar buiten om de merel bij te staan; dat is geen moeite voor mij en het strijdtoneel van voorheen is verdwenen.

Weer warm zittend bij het raam duurt het een poos voordat er weer beweging te zien is. Een witte kwikstaart komt heel omzichtig naar het voer gehuppeld,  goed om zich heen kijkend om bij het geringste of minste de wijk te nemen onder de tuinstoelen. Zijn staart snel bewegend huppelt hij tot bij het voer en pakt snel wat om meteen zijn heil te zoeken onder de tuinmeubels. Daar komt onze huismerel weer aangevlogen om zijn verloren positie in te nemen.

In de boom hangen een paar vetbollen met allerhande ingrediënten, waar twee koolmeesjes zich aan vast klampen en ijverig bezig zijn met het vullen van hun maagjes. Achter in de tuin staat een grote dennenboom,  geflankeerd door een grote huls met behoorlijk stekende bladeren, waar mijn gevederde vrienden een pracht van een vluchtoord aan hebben. Daar gaat geen poes of ander groot dier in. Verder staan er een paar voederhuisjes die zo geconstrueerd zijn dat er geen eksters en andere kraaiachtigen bij kunnen.

Een roodborstje en een winterkoninkje vertoeven ook in mijn tuintje. Ze weten zich goed staande te houden, want ze zijn al jaren vaste gasten. Zo zijn er nog diverse boompjes en struiken geplant, dit alles ten gerieve van mijn gevederde vrienden. Het is niet altijd gemakkelijk om in deze winterse omstandigheden aan voldoende voedsel te komen, dus steek ik een helpende hand uit. Het pleziert mij – als ik zo toekijk – dat het niet voor niets is, want ik zie steeds meer vogels en vogeltjes gebruik maken van de voorzieningen die ik voor hen geschapen heb.

12-02-2010 / Albert

~ bewerkt door Marion