Geplaatst in Gezin, Persoonlijk

CSI in mijn achtertuin

Een groepje mannen bouwt een feestje in mijn schuur. Het gaat er ruig aan toe, het dak gaat er compleet af! Die mannen in mijn schuur hebben geen alledaagse gezichten. Ze zijn verborgen achter een masker en omlijst door een wit pak dat hen van top tot teen bedekt. Het apparaat dat aan een zwarte band om het middel is bevestigd, voorziet hen van zuurstof. Dat denk ik tenminste, want ik mag niet dichterbij komen. Een geel lint met de onheilspellende tekst ‘VERBODEN TOEGANG ASBEST’ houdt mij op eerbiedwaardige afstand. 

Lees verder “CSI in mijn achtertuin”

Geplaatst in Zeswoordverhaal-uitdaging

Zeswoordverhaal: Zee

Het thema van de schrijfuitdaging voor het zeswoordverhaal van deze week is ZEE. Lees verder “Zeswoordverhaal: Zee”

Geplaatst in Humor, Schrijven

Kattenhater

Mijn vriendin is een fervent kattenhater. Als ze er een ziet, verstrakt haar hele lijf en komt er een haast manische blik in haar ogen. Ze komt dan ook bijna nooit bij mij, want ik heb twee enorme katers rondlopen.

Wat deze afkeer, ailurophobie genaamd, veroorzaakt heeft weet ik niet. Een gebeurtenis uit haar jeugd? Ze praat er nooit over. Iedere keer als ik het woord ‘kat’ of ‘poes’ laat vallen, staart ze strak de andere kant op en is er geen discussie mogelijk.

Gisteravond maakten we een ommetje. Dat hadden we misschien beter niet kunnen doen. Het leek wel kattenavond. Er zat er een voor de heg. Een ander onder de auto. Een derde liep net de hoek om. Haastig sleurde ik mijn vriendin verder, zodat zij niet getriggerd zou worden.

Toen we bijna thuis waren, zagen we een affiche op een lantaarnpaal. ‘Kat vermist’, stond erop. Het arme dier –een jong beestje nog– was blijkbaar ontsnapt en nooit meer terug gekomen. Helder blauwe ogen keken me vanuit een crèmekleurige snoet aan, de oren gespitst. Ik smolt weg en kon me het verdriet van haar baasjes goed voorstellen.

“Zielig hè,” zei ik tegen mijn vriendin, “wat zullen ze hem missen. Wat zou er met die kleine gebeurd zijn?” Maar mijn vriendin deed net alsof ze niks hoorde en stapte door, haar staart vrolijk heen en weer zwaaiend. Ik schudde mijn hoofd en besloot haar reactie – of het ontbreken daarvan- te negeren.

Bij de voordeur aangekomen nam ik afscheid. “Volgende week zelfde tijd, zelfde plaats?” Ik keek haar vragend aan. “Woef,” zei ze.