Geplaatst in Dieren

Buitenbeentje

Geplaatst in Doldriest briest

Kort lontje, lange vinger

Het is donderdagavond. Na een lange werkdag van vooral geconcentreerd stilzitten en mijn vingers en hoofd het werk laten doen, fiets ik in een rap tempo door de straten van Breda. Verderop is de weg afgesloten wegens wegwerkzaamheden die slechts langzaam vorderen, en de stilte wordt voor deze ene keer niet verstoord door autogeronk of uitlaatgassen. Het is zelfs vredig te noemen. Zachtjes zingend peddel ik over het fietspad.

Aan de andere kant van de straat staat een koppel te praten. Terwijl ik nader, heft de man zijn arm ten afscheid naar de vrouw en beent de straat op. Onze wegen lijken zich te gaan kruisen, dus ik staak het getrap, rem af en kijk hem met een glimlach aan, terwijl ik mijn evenwicht tracht te bewaren. Wat gaan we doen, meneer? Loopt u verder, of fiets ik door?

Aangemoedigd door zijn stilstaan knik ik hem als bedankje vriendelijk toe en breng de fiets weer op snelheid. De man kijkt me onbewogen aan en steekt dan zijn middelvinger omhoog, mij recht in de ogen blikkend.

Ik voel hoe de glimlach op mijn gezicht bevriest, als een lente-zonnestraal die ineens de kille adem van de winter weer voelt. Verbouwereerd fiets ik verder en vraag me af of ik het wel goed heb gezien. Heb ik het niet verkeerd geïnterpreteerd? Maar nee, het was een ferm omhoog gestoken middelvinger, right in my face.

De meters rijgen zich aaneen tot kilometers en nog steeds zie ik het verbeten gezicht voor me, dat onbeschofte gebaar. En ik neem me voor de volgende keer te stoppen voor iedere voetganger die pardoes de weg oversteekt. Met de korte lontjes die mensen tegenwoordig hebben, weet je maar nooit wanneer iemand ontploft.

Geplaatst in schrijven

Research doen

‘Mevrouw?’

Ergens achter me hoor ik iemand roepen, maar ik besteed er niet veel aandacht aan.
Dan nog een keer, dichterbij en dringender.

‘Mevrouw!’

Iets in me zegt dat dit voor mij bestemd is. Mijn vriend en ik lopen op een smalle weg die meandert langs oude boerderijen en groene weides. Het lijkt alsof de lente onverwacht vroeg een dagje op bezoek is gekomen. Terwijl een vleugje alchohol mij van binnen verwarmt, doet de zon dat van buiten. We hebben net een aangenaam uurtje doorgebracht in het café, iets verderop, waar ze een verduveld lekkere trappist op de tap hebben: donkerbruine tonen van karamel en koffie, met een crème kraag van schuim.

Ik draai me om en zie een boom van een kerel op me af komen, zijn gezicht vertrokken in strakke lijnen, de ogen kil onder gefronste wenkbrauwen. Er gaat een lichte dreiging van hem uit. Ik loop naar hem toe, terwijl mijn ogen naar links schieten, naar het erf waar hij uit te voorschijn is gekomen. Wat wil hij van me? Dan gaat er een lampje branden. Waarschijnlijk was ik zelf de trigger die deze man als een waakhond de straat op deed schieten.

‘Mag ik u vragen waarom u hier foto’s staat te nemen?’ Hij toornt boven me uit en kijkt me streng aan.

‘Natuurlijk mag je dat vragen,’ antwoord ik vriendelijk. ‘Ik schrijf een boek waarin een stoeterij voorkomt. Je kunt je vast voorstellen dat ik blij verrast was toen ik jullie bord zag, en ik nam spontaan een paar foto’s van het erf, de stallen en de weilanden. Allemaal inspiratie om de stoeterij in mijn verhaal goed te kunnen beschrijven. We hebben net daar,’ ik wijs vaag naar achteren, ‘een biertje gedronken.’ Ik schenk hem een stralende glimlach.

Het gezicht van de man ondergaat een fascinerende transformatie. De achterdocht brokkelt af, de rimpels en groeven smelten weg. Zijn ogen verzachten en er ontstaat een brede glimlach – eentje die opluchting uitdrukt. Hij knikt me toe dat het goed is en we wensen elkaar nog een fijne dag.

Ik loop terug naar mijn partner, die zwijgend mijn hand pakt. Hij is inmiddels al wat gewend.

Research doen. Je raakt verzeild in gekke en uitdagende situaties. Je zit met je neus in boeken en jaagt op digitale informatie. Je bezoekt diepe, duistere grotten en kruipt onder prikkeldraad door. Je mailt wildvreemden, snuift aan zomerbloemen en rolt quasi geboeid over de grond om te zien of je weer kunt opstaan. Je neemt foto’s van privé eigendommen en laat die – sterk verbouwd en in een andere vorm – in je fantasiewereld terugkomen. En je wandelt zomaar, hand-in-hand, in de winterzon.

Geplaatst in Fotogedicht

Oorlog

Moeder Aarde beeft

en de Hemel verwelkomt

nieuwe engelen

Geplaatst in Beekse Bergen

Lekker knus

Deze twee Afrikaanse (zwartvoet) pinguïns overwinteren knus in hun holletje in Safaripark Beekse Bergen. Weg van de drukte, weg van de koude wind. ❤

Geplaatst in Doldriest briest

Survival

22-02-2022, een unieke combinatie van getallen. Een datum die grote veranderingen in petto had. Het palindroom dat het begin had kunnen zijn van een nieuwe era. En met ‘nieuw’ bedoel ik ook nieuw. Een ommekeer, niet alleen van getallen, maar ook van onze samenleving. Een nieuw tijdperk met nieuwe hoop, nieuwe energie, meer saamhorigheid en een mondiaal bewustzijn. In plaats daarvan is een oeroud script uit een stoffige la opgediept; alleen de kaft is nieuw.

COVID dat zich gewonnen lijkt te geven. Het wereldwijde gevecht tegen de pandemie en de wedloop om een vaccin te vinden. Alles is ingezet om het leed in te dammen. En wat doen we? We gaan het uitbundig vieren. Met zijn allen in een alcoholroes zweterig tegen elkaar aan hossen, zingen en dansen, opgelucht dat het virus overwonnen is. De restricties worden net op tijd opgeheven voor carnaval. We willen feesten zonder terughoudingen, van het leven genieten zonder afstand. Hopelijk is het inderdaad ‘op tijd’ en blijven akelige gevolgen uit. Ik hoop met heel mijn hart dat feestvierders uitbundig samen lol kunnen hebben, ook in de dagen en weken erna, en dat zij gezond blijven. Hopelijk komt carnaval niet te vroeg. Want het ging zo goed.

Nu corona zich iets rustiger houdt, steekt een ander viRUS de kop op en snuffelt aan de politieke flexibiliteit. Rusland valt Oekraïne binnen. Niet met COVID, maar wel met een andere mutatie. Mijn hart knijpt samen voor alle onschuldige burgers, aan beide zijden. Voor soldaten die de keuze hebben tussen vechten of gedood worden. En aan de kop een machtswellusteling die genoeg heeft. Hij heeft schoon genoeg van rustig binnen zijn eigen grenzen blijven – grenzen die toch groot genoeg zijn denk ik zo. Maar hij wil meer, hij zoekt zijn grenzen op. Vroeger noemden we het ‘landjepik’. Landverovertje was een spel dat werd gespeeld met een stuk grond en een mes. Het spel van Poetin wordt ‘gespeeld’ met veel meer grond, raketten en tanks, met verwoestend bruut geweld.

Mijn hart wordt op afstand verscheurd, hier in dit veilige Nederland, ons dorp, mijn warme huisje. Ik ben mijn houvast kwijt in deze steeds gekker wordende wereld die in een laatste stuiptrekking verkrampt. Verlamd houd ik me vast aan Indian Summer. Aan haar warme vacht en sterke spieren, haar trouw en geduld, aan haar energie. Haar hoeven die geruststellend en solide op de aarde landen.

En de titel van deze post? Die is samengesteld uit allerlei steekwoorden die vandaag in mijn hoofd klauwen en zich daar vasthaken: virus, rus, carnaval.

Fijn weekend, lieve mensen. Carpe diem.

Geplaatst in Doldriest briest

Kerstwonder

Een tijd geleden gingen er twee dingen kapot in mijn huis: mijn geliefde rijstkoker én de slowcooker.

Een rijstkoker is haast onmisbaar hier, aangezien ik het gasfornuis nodig heb voor andere exotische gerechten. Bovendien is zo’n ding handig en gemakkelijk in gebruik. Tot hij kapot gaat dan.

Stekker eruit, stekker erin. Knopje naar beneden, knopje omhoog. Wat ik ook doe, het lampje weigert aan te springen en het water blijft koud. De bodemplaat van het apparaat kan ook al niet losgeschroefd worden. Ten einde raad bestel ik een nieuwe: zelfde merk, zelfde uitvoering – dat denk ik althans. Al snel wordt hij bezorgd, en blijkt helaas toch een slag groter te zijn, met een naar boven uitstekende kom waardoor hij niet meer in mijn kast past en ik hem in twee delen moet opbergen. Maar het ding doet waarvoor ik hem heb aangeschaft. Toch kan ik nog geen afstand doen van mijn oude kleine schatje. Hij verhuist naar de doos van zijn grote broer, die ik een plekje geef op de grond in mijn keuken.

Een paar dagen later wil ik een stoofschotel maken in de slowcooker. Stekker in stopcontact, op high or low zetten en de tijd instellen. Een kind kan de was doen. Alleen gaan ook hier na een tijdscorrectie de lampjes uit. What the heck? Niet alweer! Is de stop doorgeslagen? Dat is niet het geval, maar voor de zekerheid probeer ik toch nog een ander stopcontact, met het zelfde negatieve resultaat. Is het algemene kookapparatenstaking deze maand?

Na enige krachttermen de ether in geslingerd te hebben, drop ik de inhoud van de schaal in een gietijzeren pan en was de kom van de cooker af. Ik kijk om naar de kapotte rijstkoker. Zal ik de cooker erbij proppen in de doos? Kunnen ze samen een weigerfeestje bouwen. Natuurlijk past dat niet, dus doe ik wat iedereen zou doen: ik zet het ding terug in de kast en kwak de deur dicht. Na wat halfslachtige pogingen om een vervanger uit te zoeken laat ik het voor wat het is en vergeet het kreng.

Fast forward naar een paar weken later. In een vlaag van opruimwoede (die ik niet vaak heb) bekijk ik de doos met het rijstkokertje en ga de confrontatie met mezelf aan: to stay or not to stay. Ik breng hem nu echt naar het milieustation! Misschien weten jullie dat niet, maar ik ben nogal gehecht aan mijn spullen en kan moeilijk afstand van iets doen. Nieuwe pan gekocht? De oude wegdoen? Dacht het niet, die komt vast nog een keer van pas. Mokken gekregen? Kunnen deze aftandse dingen dan weg? Nee! Gewoon stapelen, dat lukt best. Zo ook met de rijstkoker.

In een opwelling – af en toe heb ik van die rare ingevingen – besluit ik het ding nog een kans te geven om mij te tonen dat hij nog nut heeft. Maar ook dit keer heeft de stoot stroom niet het gewenste effect. In een laatste afscheid draai ik het ding rond in mijn handen. En verrek, dan zie ik het. Helemaal onder aan de achterkant zit een klein knopje dat me nog niet eerder is opgevallen. Een knopje dat op 0 staat in plaats van op 1. Het zal toch niet waar zijn…

Ik zet de schakelaar om en druk traag de stekker in het contact. Een opgewekt rood lichtje springt aan en kijkt gedienstig naar me op. Waar blijft de rijst? Het water? Kom maar op. Verbluft kijk ik terug en sla dan met mijn hand tegen mijn voorhoofd. HOE DAN?!

Ik haal grote broer uit de kast en staar er zwijgend naar. Met een aai over zijn glazen deksel stop ik hem in zijn originele doos, vouw de flappen dicht en breng hem… naar boven. Ik houd van voorraad, remember? 😉

Weer vooruit spoelen naar vandaag. Als kerstavonddiner maak ik Hongaarse goulash met aardappelpuree en gemengde sla. Mijn gietijzeren pan (by the way: Dutch oven in het Engels) blijkt te klein voor de groenten, bouillon, wijn én Ierse stooflappen. Hoe los ik dat op… Ik denk terug aan de rijstkoker, en dan aan de slowcooker, die nog steeds staat te verstoffen op het draaiplateau en alleen maar veel ruimte inneemt. Weer heb ik zo’n gevoel…

Zie je het voor je? Ik pak de stekker, kijk ernaar en stop hem aarzelend in het contact. Verschillende lampjes beginnen energiek te knipperen, heel goed uitgerust na de lange vakantie die ik het ding heb gegund. En dan begin ik te lachen, harder, steeds harder, terwijl ik hoofdschuddend het eten in de schaal lepel.

Het is een kerstwonder! ❤

Geplaatst in Persoonlijk, Poëzie

Zing in de storm


Als de eindeloze zee
kabbelt het leven voorwaarts
dan weer achterwaarts
meestal kalm, soms wild
onbestuurbaar
maar altijd in beweging
Onzichtbare dreiging uit de diepte
voelbare warmte van de zon.
Het tij kun je niet keren
beheersen
dus vaar mee
verras – jezelf en anderen
dans in de regen
en zing in de storm!


Licht in de donkere dagen voor kerst

De zon, de zon, de heerlijke zon!

Nu nog een glazenwasser…

Geplaatst in Fotogedicht

Wind, zon en verval

Het blad aan mijn voet
spreekt van wind, zon en verval
modder in zolen

klik voor details