Geplaatst in Gedicht, Humor, Schrijven

Uitgekookt

Er was eens een Ei
dat had de hik
het hopste in de pan

Koud dompelbad
Aggut, zei hij
daar schrik ik toch wel van

Door al die hitte
was hij benauwd
trok uit zijn warme jas

Zijn troon een dop
in sneeuwwit hemd
verlost van ’t hete gas

Ineens een mes
meedogenloos
sneed zo zijn kop eraf

En in een hap
ging Eiermans
al naar zijn eimansgraf

Vanuit de maag
riep onze vriend
Geniet en wees tevree

mijn wraak is zout
-cholesterol-
ik neem je met me mee

Man liep rood aan
greep naar zijn hart
en zakte toen ineen

Luid toegejuicht
door Eiervrouw,
al was ze wel alleen

Maar niet getreurd
uit een goed nest
een scharrel opgedaan

Eind goed al goed
stond aan haar zij
een stoere knappe haan