Geplaatst in Doldriest briest

Slaapmutsje

Het is niet zo goed voor je nachtrust als je, vlak voordat je gaat… wilt gaan slapen, een bijzonder grote zwarte spin over je bed ziet lopen. Hij verdween weliswaar snel over de rand naar beneden, maar toch. En natuurlijk kon ik hem niet meer vinden.

Toen heb ik hem maar een slaapmuts over zijn koppie getrokken, acht wollen slofjes gegeven, en een naam. Maakte hem in gedachten mijn huisgenoot. Toch heb ik niet zo goed geslapen. 😜

Fijne woensdag!

Geplaatst in Doldriest briest, Persoonlijk

Ik dacht ooit dat ik dapper was

Vroeger dacht ik dat ik niet bang was, zelfs misschien wel een heel klein beetje dapper. Niet groots dapper. Niet zo dapper dat ik vooruit stap als er gevaar dreigt, maar gewoon een beetje dapper. Ik wijk niet snel terug. Neem het op voor anderen. Klim op een paard en achterop een motor. Schrik niet terug voor een confrontatie op mijn werk en neem geen blad voor de mond.

Helaas heb ik hoogtevrees, gecombineerd met claustrofobie. Vraag me dus niet een kleine grot in te gaan op grote hoogte. Al ging ik onlangs Underground in de Mergelgroeves van Maastricht, bracht ik een bezoek aan de steenkoolmijn in Valkenburg, en nam de trein onder het Kanaal door naar Londen. Ooit liep ik op 25 meter hoogte over een aquaduct in Portugal, met slechts een kniehoog muurtje aan één kant. Stond ik oog in oog met een grote Afrikaanse olifant die op me af kwam. Maar ik bleef staan en rende niet weg. Het was ook niet in de jungle van Afrika, maar in de Beekse Bergen, waar ik met een verzorger op pad was.

Victor is wel dapper. Die gaat parachute springen en wil bungeejumpen. Dat laatste vind ik niet zo’n goed idee trouwens, dus dat heeft hij tot nu toe achterwege gelaten. V-man stapt doodgemoedereerd in een vliegtuig, of in een kleine helikopter die meer van een libelle wegheeft. Gaat in zijn eentje op pad in wereldsteden. Rijdt een stoere Harley. Hij blijft rustig en aanvaardt situaties zoals ze zich voordoen. Ik heb grote bewondering voor hem. Als ik zenuwachtig loopt te stressen, is hij mijn rots in de branding.

Maar als het aankomt op dieren, dan sta ik voorop. Hoe groot je ook bent, als je een dier pijn doet, dan ben je de mijne. Op straat loop ik overal op af of doorheen. Als ik ’s nachts iets hoor, ben ik degene die naar beneden gaat om te kijken wat er aan de hand is. Je ziet, niet echt dapper, maar wel een beetje. In ieder geval niet minder dan gemiddeld, dacht ik.

Tot het coronavirus om de hoek kwam zeilen. Onzichtbaar, ontastbaar, onvoelbaar. Zoveel mogelijk binnen blijven, zei Rutte. En, hoe dwars ik normaal word van bevelen, bleef ik gehoorzaam thuis. Gelukkig heb ik het voorrecht dat ik een baan heb die ik prima in mijn eigen huis kan uitvoeren. Afstand houden, zei Rutte. En dat deed ik. Slechts één keer per week naar de winkel, waar ik dolde met die oergezellige en vrolijke Lidl-medewerker, die zorgvuldig de handvatten van mijn boodschappenwagentje schoonmaakte, mij desinfecterende doekjes aanreikte, én pure chocolade-paaseitjes. Waar we geinden dat ik nog net op het randje de winkel in kon: er mochten nog maar 54 naar binnen. Boodschappen doen werd een uitje. Wandelen alleen heel vroeg in de ochtend, in verlaten straten. Ochtendmist en zon gaven mij kracht om door de vele beeldschermuren heen te komen.

Zelfs Victor mocht niet komen, eerst vanwege mijn eigen vage en wisselende verkoudheidsklachten, daarna vanwege zijn kuchje en zijn werkbezoeken. Vorig weekend is hij komen eten, buiten, veilig aan de andere kant van de tafel. Mijn vriend noemt me lichtelijk paranoïde, en daar heeft hij gelijk in. Ik ben bang. Bang om die slopende ziekte te krijgen, bang om anderen aan te steken. Bang dat mijn geliefden en vrienden ziek worden. Bang voor dit virus, dat zielloos van de een op de ander springt. Bang voor deze onbekende verborgen kwade macht die mondiaal huishoudt zonder onderscheid.

Met ontzag zie ik op TV hoe de zorg boven zichzelf uitstijgt en mensenlevens redt én onder onmenselijke omstandigheden mensenlevens moet laten gaan. Onvermoeibaar zijn ze, hoewel dodelijk vermoeid. De politie en brandweer. Ik zie hoe chauffeurs dag en onderhand nacht pakketten en voedsel bezorgen, medicijnen. De mensen in winkels die doorwerken zodat de economie niet instort. De vuilnismannen die onze troep opruimen. En ik zit binnen.

Het is lente, net als de voorgaande jaren. Maar mijn zelfbeeld is veranderd, en niet ten goede. Reflecterend kan ik zeggen dat ik niet dapper ben. Vanuit de veiligheid van mijn huis uitzien over de ontregelde wereld is niet dapper. Het coronavirus toont nu de echte helden. Diep, diep respect voor jullie allemaal.

Geplaatst in Doldriest briest, Gezondheid

Ik hoop op jeukende ogen

Het is zondag. Door het keukenraam zie ik de auto’s van mijn buurtbewoners geparkeerd staan. Er heerst rust. Een vrouw in een geruite jas komt voorbij wandelen, haar golden retriever losjes bij de kladden. De hond snuffelt, tilt zijn poot op en laat wat territoriumdruppeltjes vallen. Een verleidelijke damp kringelt mijn neus binnen en genietend neem ik een slok. Kruidenmengsel Matin van Dille & Kamille, mijn favoriete thee voor de ochtend. Al zit er dille noch kamille in.

De aanblik van de straat zal morgenvroeg nagenoeg dezelfde zijn. Heel Nederland is immers opgeroepen om thuis te blijven, uitgezonderd de kernberoepen. Onderwijs hoort hier op dit moment nog bij, om zo de werkenden in de kernberoepen de mogelijkheid te geven om hun kinderen weg te brengen naar de basisschool en zelf aan de slag te gaan. Al zal hier vanmiddag misschien verandering in komen. Onze hogeschool is afgelopen vrijdag al gesloten voor studenten en medewerkers, voorlopig tot en met het einde van de maand.

UPDATE: 15 maart 16.40u: alle scholen gaan dicht!

Ik neem mijn pet af en buig diep voor onze real-life actiehelden. De mensen in de zorg, voor de leerkrachten, politie en brandweer en iedereen die dapper deze gezondheidscrisis het hoofd biedt. En ik leef mee met de mensen in isolement, al dan niet verplicht, en natuurlijk ook de zieken. Heel erg veel sterkte en waar nodig beterschap allemaal!

En dan de vraag hoe ik zelf iets kan bieden aan blogland.

  1. Serieuze informatie geven over het coronavirus?
    Ik durf haast geen nieuws meer te lezen, en toch check ik het online nieuws tig keer per dag. Het ene doemscenario na het andere komt langs. Reëel of volksgekte? De media duiken er gretig in. Brabant is in paniek, staat er. Vanmorgen was ik bij de supermarkt. Het was er niet druk, de mensen waren aardig en de schappen waren prima gevuld. Van mijn schoonzusje uit België hoor ik dat er rijen van 50 volgeladen boodschappenwagentjes bij de kassa staan. De term Hollandse nuchterheid heb ik al een aantal keren langs zien komen. De een bagatelliseert, de ander kan alleen het ergste denken. Wat moet je geloven? Iemand stuurde me een artikel waarin staat dat het coronavirus al jaren bekend is. Het werd zelfs onderzocht en door menselijk ingrijpen gemuteerd in de USA. En toen het daar te gevaarlijk werd, besloot China de onderzoeken voort te zetten. En waar ontstond de uitbraak? Juist ja, in China. Klopt het artikel, of is het nep? Wat is waar en wat is verzonnen. Een ding staat vast: ineens is de wereld verbonden door hetzelfde thema.
  2. Flauwe grappen maken over het coronavirus?
    Je hebt ze vast zien langs komen. Grapjes over mondmaskers. Over hamsteren van basisartikelen – ik zal je de details besparen. Zolang het COVID-19 niet dichtbij komt, is grappen delen een menselijke manier om de angst om te zetten in humor. De angst weg te lachen. Het verandert echter als iemand in je omgeving ziek wordt. Er zijn voorspellingen dat 60% van ons allen besmet wordt. Met ongemerkte, milde of heftige gevolgen. Soms dodelijk. Zou een lockdown nog helpen of is het virus al te ver verspreid? Als ik het goed begrijp is het het laatste, maar proberen we nu het ziek worden zoveel mogelijk uit te spreiden in de tijd, zodat ziekenhuizen de kans krijgen om de ernstige gevallen te helpen. In ploegendiensten ziek worden, zeg maar. En dat is bloedserieus.
  3. Zorgen delen over het coronavirus?
    Mijn ouders, ooms en tantes zijn onlangs samen op bezoek geweest in het ziekenhuis bij een erg zieke oom. Achteraf hoorden zij dat de patiënt met wie mijn oom de kamer deelde, besmet is met het coronavirus. Een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden. Een hele generatie van mijn familie zou zomaar in één keer weggevaagd kunnen worden. Ik heb dagelijks telefonisch contact met mijn ouders, en we videobellen.
    Een collega van mij gaat vandaag haar tweede quarantaineweek in. Gelukkig knapt haar man alweer aardig op, maar het was spannend. Zelf is zij, samen met haar kinderen, tot nu toe gespaard gebleven. Je leven wordt van de ene op de andere minuut onwerkelijk. Hoevelen van ons lopen ongemerkt met het virus rond. Dat freakin’ rotvirus, dat met zijn bijtgrage kaken gretig van de een naar de ander overspringt, zich vermenigvuldigt en floreert bij het lijden der mens. Zou de natuur terugslaan, na alles dat we verpest hebben in deze wereld?

Ik ga maar verder met op mini-schaal mooie dingen te scheppen en te delen met jullie. Met lekker eten maken. De slowcooker pruttelt en sputtert met rundvlees en veel verse groenten. Met samen met mijn zonen er het beste van maken. V-man zit bij hem thuis om alle kruisbesmetting te voorkomen. Ik tracht, samen met mijn getalenteerde collega ICT-coaches, onze docenten zoveel mogelijk te helpen, zodat zij het onderwijs van Avans de komende weken digitaal kunnen laten doorgaan. Op afstand.

Maar vandaag is het nog zondag. Even pas op de plaats. Even diep ademhalen en om me heen kijken. Ik merk de kleine dingen op, bekijk ze met aandacht. Wat vind ik er mooi aan, bijzonder aan. Die kleine dingen helpen me om evenwicht te vinden in het gedeelte waar we wel macht over hebben.

Komende week komt de lente ons verwennen. Met zon, warmte en hoop. En hoogstwaarschijnlijk ook met allergieën en hooikoorts. Nep-verkoudheidssymptomen. Dit keer zie ik de jeukende rode ogen met opluchting tegemoet. Gelukkig, het is maar hooikoorts.

Blijf hoop houden,
Blijf gezond,
Blijf bij ons,
Blijf!

Graag ook je aandacht voor een indringende blog van Satur9’s World. Ook zij eindigt met ‘Blijf’, maar dan met ‘Blijf thuis’. Lees: Liefde in tijden van Corona.

 

Geplaatst in Doldriest briest, Persoonlijk

Miracle Morning

In mijn niet-aflatende zoektocht naar extra tijd, liep ik tegen het fenomeen ‘Miracle Morning’ aan. Blijkbaar volgen alle uitermate succesvolle mensen dit principe. En daar een ochtend vol wonderen natuurlijk zeer aanlokkelijk is, las ik gretig verder. ‘Onze eenvoudige tips voor een productieve ochtend’, de subtitel.

Lees verder “Miracle Morning”

Geplaatst in Doldriest briest, Humor

Sneeuwschuiver

Vanmiddag ontvang ik een WhatsApp van mijn jongste zoon.

Maar goed dat je niet thuis bent. Staat een vrachtwagen op de stoep. Vanaf de overkant!

Ik lees het nog een keer. Voor mijn geestesoog verschijnt het woonerf met zijn vier parkeerplekken en de met sneeuw en ijs beplakte weg. Een weg die haaks op de onze staat. Trek de lijn door, en je belandt in de flanken van mijn auto die daar normaal gesproken geparkeerd staat.

Gisteren had ik het nog met mijn baas erover dat ik misschien thuis zou werken, omdat ik op het werk zo vaak gestoord word en het weer de enerverende weken van roostergegevens aanleveren zijn. Dan heb ik volledige concentratie nodig.

Nou, die concentratie is inmiddels ver te zoeken. Ik tik terug:

Doorgegleden???

Maar het blijft stil aan de andere zijde.

Die vrachtwagen heeft natuurlijk te hard gereden op die ijsvlakte, bepeins ik. Hij kon niet meer op tijd remmen voor de bocht en is gaan schuiven. Recht op de plek waar mijn arme kwetsbare Twingootje stond!

Of zou staan, als ik thuis had gewerkt. Gelukkig zit ik braaf bij de Pabo. Ik vertel het aan mijn collega’s en iedereen leeft ontzet mee. Wat een geluk!

Als ik thuis kom, roep ik naar Sean.

Vertel nog eens precies wat er gebeurd is?!

Gebeurd? Wat is er gebeurd?

Met die vrachtauto!

Oh, dat. Ik keek uit het raam en zag een vrachtwagen half op de stoep staan. Na wat voor- en achteruitrijden en een paar keer steken haalde hij de bocht wel.

Ik zwijg, bedremmeld. De kreukelzones van mijn auto strekken zich op miraculeuze wijze weer uit tot een gave auto.

Huh? Maar was die vrachtwagen dan niet vanuit de andere kant aan komen glijden, BAM bij ons de stoep op? Hoe komt die anders op de stoep terecht?

Weet ik niet, ik heb het niet echt zien gebeuren. Maar dat zou ook best kunnen…

Ik vond mijn versie toch spannender.

 

Geplaatst in Doldriest briest

Reclamemoe

In stilte stap ik in mijn auto en zet de radio aan. De eindakkoorden van een vrolijke deuntje vullen nog net het interieur, maar dan barst het los. Reclame.

Ziggo, Telfort en KPN slaan mij om de oren. Pearl en Specsavers. Keukenkampioen en Sanidirect. Tui wil mij meenemen, maar komt geen stap verder vanwege de vingers in mijn oren. En als je denkt dat je alles hebt gehad, komt dat mens van Trekpleister langs. Trrrekpleister, met haar overdreven R. Zum kotzen!

Ik trek de vingers uit mijn oren en sla blindelings op de knop om een einde aan het verbale geweld te maken. Mijn redding onderweg zijn Spotify en de Luisterbieb. Zij voeren mij naar prettige oorden, waar ik geboeid luister of luidkeels meezing.

Als ik veel geld had zou ik alle reclameblokken opkopen en vullen met zalige stilte, gewoon even niets op de radio. En dan een oneliner die je intrigeert en de hele dag blijft hangen als inspirerende leidraad. Een nieuwsblok en dan weer muziek.

Trrrekpleister… Ik weet een heel goede plek voor zo’n pleister! En die zou verrekte goed plakken.

Ik ben reclamemoe.

Geplaatst in Doldriest briest

Roomboter

Roomboter, ze proefde het meteen! Die volle zoete smaak, de romige nasmaak. Hoewel het jaren geleden was dat ze het voor de laatste keer gegeten had, herkende ze het nog steeds. Genietend sloot ze haar ogen. Haar paranoïde smaakpapillen hielden haar vast voor de gek. Toen ze haar blik weer op sloeg, keken twee ogen haar vragend aan.

“Hoe is het?”

“Het lijkt wel of de champignons in roomboter gebakken zijn. En het brood is knapperig, heerlijk vers.”

Ze keek naar het bord van haar man, waarop een tosti blauwkaas lag.

“Hoe is jouw eten?”

“Ook lekker.”

Zwijgend concentreerden zij zich op het voedsel, ze hadden er lang op moeten wachten na haar speciale verzoek. Na een paar happen keek ze om zich heen. De terrassen op de markt waren afgeladen vol, en overal liepen mensen met boeken te sjouwen. Met een glimlach keek ze naar haar eigen tas. Een Engelstalige fantasy trilogie -hoewel haar boekenkast nu al uitpuilde- en een dun boekje over Audrey Hepburn. Het zou goed passen bij het grote schilderij.

Even keek ze aandachtig naar haar spiegeleieren, schudde haar hoofd en plukte toen de takjes munt uit het theeglas.

“Die bijen hier zijn niet echt slim,” merkte ze op, terwijl ze nog een hap nam, “die zoemen rond de nepbloemen hier op tafel.” Haar man glimlachte en nam een slok van zijn biertje.

Hoewel de bank er uitnodigend uit zag, was de rugleuning zeer oncomfortabel. En ze was al gebroken door het slenteren over de jaarlijkse boekenmarkt.

“Zullen we afrekenen en dan nog wat door Dordrecht lopen?”

“Is goed,” zei zij, “even wachten, ik ben zo terug.”

Hand in hand liepen ze door de stad. Er kwam maar geen eind aan de boekenkramen die het centrum deze dag hadden overgenomen, maar ze had er geen oog meer voor. Haar kleingeld was zo goed als op, dus ze was veilig. Of beter gezegd, haar huis was veilig. Als ze haar gang ging, dan stonden de boeken zelfs in de vensterbank. Ze lachte in zichzelf. Daar hadden ze immers al gestaan, maar dat ging zelfs haar geduldige partner te ver.

De eerste tekenen kondigden zich al vaag aan. Ze deed ze af als inbeelding, als paranoia, maar tien minuten later parelden zweetdruppels op haar voorhoofd. Ze voelde zich misselijk, en naast haar rug deed nu ook haar buik zeer.

“Als we snel zijn, halen we de trein van vijf voor vier nog.”

Toen ze niet antwoordde, keek haar man even opzij. Hij zag haar bleke gezicht, voelde haar vingers om zijn hand knellen. Alle gedachten aan treinen en vertrektijden verdwenen naar de achtergrond.

“Gaat het nog?” vroeg hij bezorgd?

Ze schudde haar hoofd en liep door, steeds sneller.

“Het kost 50 cent”, zei hij, “en ik heb geen muntgeld.”

Al lopende viste ze haar portemonnee uit haar handtas. Op het station liepen ze meteen door naar het perron, waar de deur gehoorzaam openging na het offer van haar laatste muntstuk. Met een grimas ging ze het toilet binnen. Net op tijd.

Roomboter…

170707roomboter.jpg

foto: Pixabay


Lieve mensen van restaurants, lieve obers en koks. Willen jullie alsjeblieft goed luisteren naar mensen met een voedselallergie? Ze moeten erop kunnen vertrouwen dat wat ze eten, ook echt veilig is.

 

Geplaatst in Doldriest briest

Heet, pittig en gepeperd

Vliegen zoemen tegen het glas, in een nooit aflatende strijd verwikkeld met de onzichtbare barrière. Blijf toch binnen, fluister ik. Buiten wiegt de parasol licht heen en weer, zijn betonnen voet stevig verankerd aan de grond. Boris ligt gestrekt onder de tafel. Alleen het puntje van zijn staart beweegt. De tuinstoelen staan klaar, maar ik houd de deur nog even dicht. Binnen is het met 25°C relatief koel. Je hoort mij echter niet zeggen dat het te warm is, want ik denk aan Jeroen.

Gisteren stond hij met zijn maat voor de deur, twee bomen van kerels. “Jullie hebben geen ladder nodig,” grapte ik, terwijl hij met gemak het plafond aanraakte. Ze kwamen poolshoogte nemen na mijn noodkreet over een vogelnest in een dakkanaal. Om mijn nieuwe badkamer tiptop en schimmelvrij te houden moet namelijk vochtige lucht afgevoerd worden, en daar is het reeds aanwezige mechanische ventilatiesysteem uitermate geschikt voor – ware het niet, dat ik de stekker daarvan jaren geleden uit het vijfpolige stopcontact heb gerukt vanwege het irritante lawaai.

“Werkt dat ding nog?” vroeg V-man mij maanden geleden, toen de wilde badkamerplannen realiteit dreigden te worden. Onderzoek leerde ons twee dingen:

  1. Het apparaat deed het. Sterker nog, het ging helemaal niet meer uit, ook al zette ik de knop tien keer om.
  2. In de pijp naar het dak zat een gemummificeerde botanische tuin. Ik werd bedolven onder takken, blaadjes en andere zooi toen hij werd losgekoppeld van de ventilatie-unit op zolder.

Dat riep om actie.

Toevallig stond onlangs een artikel over ventilatiesystemen in ons plaatselijke blad, en ik greep mijn mobiel. De man aan de telefoon stelde me gerust: niet alleen kon zijn bedrijf dat vogelnest eruit halen, ze konden ook de waarden van het ventilatiesysteem inmeten en optimaal instellen, en dat alles voor een vaste pakketprijs van € 252. Wat er in te stellen viel aan een simpele metalen box met een ventilator en een pijp van drie meter wist ik niet, maar het klonk professioneel. Tussen 8 en 10 uur? Nou nee, niet op mijn eerste vakantiedag. Doe maar ‘s middags.

Om 12.30 uur ging de bel. Ze gingen op onderzoek uit en het begon al goed: het kanaal in de keuken was keurig afgewerkt achter een vaste wand. Bedenkelijke blik nummer 1. Toen naar het toilet, waar een zwart gat van klein formaat in het plafond prijkte. “Hoort daar geen rooster in te zitten?” “Vast wel, maar dat heb ik niet meer.” Bedenkelijke blik nummer 2. Op naar de badkamer. Aha, daar had ik wel een rooster voor gekocht. Of het instelbaar was? “Ja hoor, kijk maar.” De blikken werden beduidend positiever, maar dat duurde maar even. We waren inmiddels op zolder aanbeland, waar de unit uit 1984 dreigend hing te blinken. “Da’s een oudje,” concludeerde Jeroen. Ik knikte zwijgend. “Waarom is hij niet aangesloten?” “Omdat hij teveel kabaal maakt en niet werkt,” was mijn antwoord. De stekker en de knop waren onder de vaardige handen van V-man weken eerder verdwenen, en vier sinistere draden staken uit een doosje. “Het systeem moet namelijk continu draaien en daarvoor moet eerst die buis schoon. Er zit een schakelaar in de badkamer om hem op een hogere stand te zetten.” Blik nummer 3 werd mijn kant op gesmeten. “Koffie,” vroeg ik stralend, en maakte dat ik weg kwam.

Gerommel en gestommel van boven. “Mevrouw?” “Ja?” “Waarom ligt die pijp los?” “Omdat daar troep uit komt vallen van een vogelnest. De kauwen vinden mijn huis erg uitnodigend. Daarom zijn jullie toch hier?!” Zweetdruppels aan beide kanten. Vervolgens viel de term miscommunicatie. Ze wisten van kauw noch kraai. Ik herhaalde wat ik het mannetje aan de telefoon allemaal verteld had. Van de vogels die niet meer zaten te broeden, maar wel nestmateriaal hadden achtergelaten. Van de oude installatie die al jaren uitstond. Van het meten en regelen. Bij die laatste zin klaarden hun ogen op, dat klonk bekend. En alleen dát zat in de pakketprijs, de rest niet. Nu was het mijn beurt om bedenkelijk te kijken. Echt wel! Dat moest ik dan maar uitvechten met ‘de baas’.

Eerst werd de unit aangesloten. De ventilator kwam zwierend tot leven, maar weigerde na een druk op de badkamerknop een tandje bij te zetten. “Misschien is de zwarte draad verwisseld met de bruine draad?” Jeroen keek me verwachtingsvol aan en ik staarde terug. Als ik ergens geen verstand van heb -en ook niet wil hebben-  is het elektriciteit. “Laat dat maar over aan mijn vriend, dat komt wel goed!”

Daarna gingen ze aan de slag met de buis. Al gauw kon ik de eerste emmer met takken lozen. De een klauterde via de ladder het dak op, terwijl de ander op zolder naar boven prikte. Termen als ‘nog nooit meegemaakt’, ‘dit is nieuw’ en ‘niet te geloven’ kwamen langs, terwijl de zweetdruppels steeds groter werden. Het was broeierig heet op zolder, met alleen een klein klepraampje als ventilatie. En aan de buitenkant zinderde de zon. Koffie maakte plaats voor grote glazen water.

“Muurvast, geen beweging in te krijgen.” Niet één maar wel tien jaren nesten bleken erin te zitten! Een vol uur later kwam eindelijk het verlossende “Ik zie licht aan het einde van de tunnel!”. De zolder, het wasrek, de trap, de overloop en de trap naar beneden. Alles was bedekt met takken, blaadjes, en een dikke laag gruis, inclusief het dappere duo. Het stof plakte aan lijf en leden. Ook op mijn armen zaten zwarte vegen en mijn haar leek wel een vogelnest. Het was nog erger dan drie weken badkamerverbouwing. Met veger en blik, stofzuiger en schoonmaakdoeken ging ik de bruine sluier te lijf, terwijl Jeroen naar de groothandel reed om een anti-kraaien kap en een bolrooster te halen. Nooit zal een kauw nog toegang krijgen tot mijn mechanische ventilatiekanaal! Zijn partner was intussen alweer naar een volgende klus vertrokken.

Even na vieren was de klus dan eindelijk geklaard, waren de waarden van de ventilatie genoteerd, had mijn schoorsteen een dubbele hoed en friste Jeroen zich een beetje op aan de keukenkraan. “En dan heb ik ook nog zo’n hete dag uitgekozen oooh”, zei ik verontschuldigend tegen zijn rode hoofd. “Dit valt nog mee mevrouw,” zei hij, “morgen moet ik naar een ander karwei en zit ik met een gasbrander in de zon om een dak te maken…” Slik.

Hoe de rekening uitpakt weet ik niet. Hij zal vast gepeperd zijn. Het zal immers niet blijven bij ‘bestaande mv-kanalen reinigen voor de prijs van € 252’. Daar zijn de kosten voor het draadraster en de kraaikap op het dak. En dan nog de extra arbeidsuren voor het nestvrij maken van het kanaal. Het belooft een pittig gesprek te worden met ‘de baas’. Maar dat geeft niet, want heet is het toch al. Maar dat zeg ik niet hardop.

Geplaatst in Doldriest briest

De Leesjas

Leesjas? Is dat een woord? Jazeker! Voor mij in ieder geval wel sinds een paar weken. Maar belangrijker nog, het is inmiddels een onmisbaar kledingstuk.

Koude winteravonden nodigen uit tot lange leespartijen op de bank. Gooi er een pot thee en een zachte deken bij, en je hoort mij voorlopig niet meer. Maar die pot raakt leeg, de tweede ook, en dan komt er een moment waarop je moe wordt. Je lijf roept om slaap, maar je boek roept harder. Het is te spannend, je wilt de hoofdpersoon nog niet laten gaan. Samen dwaal je door de straten van Genève, in een poging de achtervolgers te slim af te zijn. Ontmoet je de liefde van je leven op de stranden van Bonaire. Sta je oog in oog met een berggorilla die nét zijn hand naar je uitstrekt. Ademloos wacht je af… en dan geeuw je. Je gaapt zo hard dat je kaken kraken. Naar bed, mens, het is al middernacht. Ja maar… Niks maar, naar boven!

Morrend sleep je je moede voeten de trap op, hanteert half slapend de tandenborstel en stapt in bed. Toch nog even dat hoofdstuk uit lezen, want je boek gaat natuurlijk mee naar boven. Twee kussens in je rug en daar ga je. Maar al snel voel je de eerste kou over je armen strijken. De rest ligt warm onder het dekbed te bakken, maar je armen en hals raken steeds verder verkild. Het is koud in de slaapkamer. Badjas aan dan maar. Maar dat ligt niet lekker. De band drukt onaangenaam in je rug, je benen raken verstrikt. Uit dat ding! Huiverend pak je je boek weer op. Je hoofdpersoon staat op het punt ontdekt te worden, je vreest voor zijn leven als je niet onmiddellijk verder leest. Je heldin wacht smachtend in de armen van haar lover op haar eerste kus. Je MOET verder.

Dan valt je oog op een sweatshirt dat aan de knop van de kast hangt, de rits werkloos in ongedragen staat. Een zacht pluizig wit warm vest met capuchon. Het roept naar je, en met een blije lach trek je het aan. Maar ook dat voelt verkeerd, het ligt niet echt lekker. Je stroopt je armen er weer uit en… draait het om en trekt het achterstevoren aan. Resultaat: je rug ligt warm tegen de kussens aan, je armen zijn weldadig warm en zelfs je hals wordt moeiteloos aan de voorkant bedekt door de capuchon. Voila, de leesjas is geboren. En terwijl je de nachtelijke geheimen van je boek verder ontsluiert, droom je zachtjes en warm weg.


Kosten aanschaf: afgeschreven
Bijkomende kosten: € 0,-
Comfort: hoog
Wassen: op 40ºC
Draagduur: eindeloos

Geplaatst in Doldriest briest, Persoonlijk

Ik was in ieder geval nuchter

Vervolg op: En maar wachten

Je gelooft het vast niet. Ik geloof het zelf niet eens. Maar het gebeurt. Echt!

Nuchter, ik moest nuchter zijn. Vandaar dat ik gisteravond laat nog een glas rode Estola tot mij nam. Lekker hoor.

De wekker wekte mij braaf om 6.45 uur; tot zover ging alles prima. De douche in, ene kat kroelen, andere kat op zijn kop geven omdat hij weer zijn geur had uitgezet bij de voordeur, terwijl er toch vier kattenbakken in huis staan. En daar word ik niet zo blij van. Het gordijn bij de voordeur heeft het de afgelopen maanden ook te verduren gehad, dus dat heb ik in de kliko gemikt. Helaas weerhoudt een steriele omgeving Bandit er niet van om toch zijn instincten te volgen. Hopelijk heb ik niet de verkeerde kat op zijn donder gegeven trouwens.

Op de keukentafel lag een briefje met de tekst: ‘Niet eten!’. Geen haar op mijn hoofd dacht eraan om dat te doen. Ik pakte fruit, tomaatjes, melk en yoghurt (lactosevrij, jawel), knäckebrödjes en noten, greep mijn tas en ging op pad. Het was 7.50 uur.

Om 7.55 uur stond ik weer bij mijn voordeur, maar dan aan de buitenkant. IK HAD HET FORMULIER VERGETEN, dat nota bene pontificaal midden op de keukentafel lag! De namen die ik mezelf toewenste, zal ik je besparen. Nijdig reed ik weer naar de prikpost. Weer die paar fietsen. Grrrr, de rest was zeker te voet…

Maar nee, er zaten maar twee vrouwen, hoera! Dat ging beter dan gisteren. Binnen tien minuten was ik aan de beurt en – vechtend met mijn tas – gooide ik de deur naar de verpleegkundige open met de woorden ‘Test mij aub. ook even op domme blondheid?’. Toen ik mijn ogen opsloeg, zag ik een hoogblonde, mij onbekende vrouw, die mij verwonderd aanstaarde. Heb ik weer! Waar was mijn brunette van gisteren? Gelukkig had ze mijn opmerking niet helemaal verstaan en verliep de rest van de handelingen zeer voorspoedig.

Nu maar afwachten wat de uitslag is.

Corja, speciaal voor jou dit vervolg. 😉