Geplaatst in Doldriest briest

Reclamemoe

In stilte stap ik in mijn auto en zet de radio aan. De eindakkoorden van een vrolijke deuntje vullen nog net het interieur, maar dan barst het los. Reclame.

Ziggo, Telfort en KPN slaan mij om de oren. Pearl en Specsavers. Keukenkampioen en Sanidirect. Tui wil mij meenemen, maar komt geen stap verder vanwege de vingers in mijn oren. En als je denkt dat je alles hebt gehad, komt dat mens van Trekpleister langs. Trrrekpleister, met haar overdreven R. Zum kotzen!

Ik trek de vingers uit mijn oren en sla blindelings op de knop om een einde aan het verbale geweld te maken. Mijn redding onderweg zijn Spotify en de Luisterbieb. Zij voeren mij naar prettige oorden, waar ik geboeid luister of luidkeels meezing.

Als ik veel geld had zou ik alle reclameblokken opkopen en vullen met zalige stilte, gewoon even niets op de radio. En dan een oneliner die je intrigeert en de hele dag blijft hangen als inspirerende leidraad. Een nieuwsblok en dan weer muziek.

Trrrekpleister… Ik weet een heel goede plek voor zo’n pleister! En die zou verrekte goed plakken.

Ik ben reclamemoe.

Geplaatst in Doldriest briest

Roomboter

Roomboter, ze proefde het meteen! Die volle zoete smaak, de romige nasmaak. Hoewel het jaren geleden was dat ze het voor de laatste keer gegeten had, herkende ze het nog steeds. Genietend sloot ze haar ogen. Haar paranoïde smaakpapillen hielden haar vast voor de gek. Toen ze haar blik weer op sloeg, keken twee ogen haar vragend aan.

“Hoe is het?”

“Het lijkt wel of de champignons in roomboter gebakken zijn. En het brood is knapperig, heerlijk vers.”

Ze keek naar het bord van haar man, waarop een tosti blauwkaas lag.

“Hoe is jouw eten?”

“Ook lekker.”

Zwijgend concentreerden zij zich op het voedsel, ze hadden er lang op moeten wachten na haar speciale verzoek. Na een paar happen keek ze om zich heen. De terrassen op de markt waren afgeladen vol, en overal liepen mensen met boeken te sjouwen. Met een glimlach keek ze naar haar eigen tas. Een Engelstalige fantasy trilogie -hoewel haar boekenkast nu al uitpuilde- en een dun boekje over Audrey Hepburn. Het zou goed passen bij het grote schilderij.

Even keek ze aandachtig naar haar spiegeleieren, schudde haar hoofd en plukte toen de takjes munt uit het theeglas.

“Die bijen hier zijn niet echt slim,” merkte ze op, terwijl ze nog een hap nam, “die zoemen rond de nepbloemen hier op tafel.” Haar man glimlachte en nam een slok van zijn biertje.

Hoewel de bank er uitnodigend uit zag, was de rugleuning zeer oncomfortabel. En ze was al gebroken door het slenteren over de jaarlijkse boekenmarkt.

“Zullen we afrekenen en dan nog wat door Dordrecht lopen?”

“Is goed,” zei zij, “even wachten, ik ben zo terug.”

Hand in hand liepen ze door de stad. Er kwam maar geen eind aan de boekenkramen die het centrum deze dag hadden overgenomen, maar ze had er geen oog meer voor. Haar kleingeld was zo goed als op, dus ze was veilig. Of beter gezegd, haar huis was veilig. Als ze haar gang ging, dan stonden de boeken zelfs in de vensterbank. Ze lachte in zichzelf. Daar hadden ze immers al gestaan, maar dat ging zelfs haar geduldige partner te ver.

De eerste tekenen kondigden zich al vaag aan. Ze deed ze af als inbeelding, als paranoia, maar tien minuten later parelden zweetdruppels op haar voorhoofd. Ze voelde zich misselijk, en naast haar rug deed nu ook haar buik zeer.

“Als we snel zijn, halen we de trein van vijf voor vier nog.”

Toen ze niet antwoordde, keek haar man even opzij. Hij zag haar bleke gezicht, voelde haar vingers om zijn hand knellen. Alle gedachten aan treinen en vertrektijden verdwenen naar de achtergrond.

“Gaat het nog?” vroeg hij bezorgd?

Ze schudde haar hoofd en liep door, steeds sneller.

“Het kost 50 cent”, zei hij, “en ik heb geen muntgeld.”

Al lopende viste ze haar portemonnee uit haar handtas. Op het station liepen ze meteen door naar het perron, waar de deur gehoorzaam openging na het offer van haar laatste muntstuk. Met een grimas ging ze het toilet binnen. Net op tijd.

Roomboter…

170707roomboter.jpg

foto: Pixabay


Lieve mensen van restaurants, lieve obers en koks. Willen jullie alsjeblieft goed luisteren naar mensen met een voedselallergie? Ze moeten erop kunnen vertrouwen dat wat ze eten, ook echt veilig is.

 

Geplaatst in Doldriest briest

Heet, pittig en gepeperd

Vliegen zoemen tegen het glas, in een nooit aflatende strijd verwikkeld met de onzichtbare barrière. Blijf toch binnen, fluister ik. Buiten wiegt de parasol licht heen en weer, zijn betonnen voet stevig verankerd aan de grond. Boris ligt gestrekt onder de tafel. Alleen het puntje van zijn staart beweegt. De tuinstoelen staan klaar, maar ik houd de deur nog even dicht. Binnen is het met 25°C relatief koel. Je hoort mij echter niet zeggen dat het te warm is, want ik denk aan Jeroen.

Gisteren stond hij met zijn maat voor de deur, twee bomen van kerels. “Jullie hebben geen ladder nodig,” grapte ik, terwijl hij met gemak het plafond aanraakte. Ze kwamen poolshoogte nemen na mijn noodkreet over een vogelnest in een dakkanaal. Om mijn nieuwe badkamer tiptop en schimmelvrij te houden moet namelijk vochtige lucht afgevoerd worden, en daar is het reeds aanwezige mechanische ventilatiesysteem uitermate geschikt voor – ware het niet, dat ik de stekker daarvan jaren geleden uit het vijfpolige stopcontact heb gerukt vanwege het irritante lawaai.

“Werkt dat ding nog?” vroeg V-man mij maanden geleden, toen de wilde badkamerplannen realiteit dreigden te worden. Onderzoek leerde ons twee dingen:

  1. Het apparaat deed het. Sterker nog, het ging helemaal niet meer uit, ook al zette ik de knop tien keer om.
  2. In de pijp naar het dak zat een gemummificeerde botanische tuin. Ik werd bedolven onder takken, blaadjes en andere zooi toen hij werd losgekoppeld van de ventilatie-unit op zolder.

Dat riep om actie.

Toevallig stond onlangs een artikel over ventilatiesystemen in ons plaatselijke blad, en ik greep mijn mobiel. De man aan de telefoon stelde me gerust: niet alleen kon zijn bedrijf dat vogelnest eruit halen, ze konden ook de waarden van het ventilatiesysteem inmeten en optimaal instellen, en dat alles voor een vaste pakketprijs van € 252. Wat er in te stellen viel aan een simpele metalen box met een ventilator en een pijp van drie meter wist ik niet, maar het klonk professioneel. Tussen 8 en 10 uur? Nou nee, niet op mijn eerste vakantiedag. Doe maar ‘s middags.

Om 12.30 uur ging de bel. Ze gingen op onderzoek uit en het begon al goed: het kanaal in de keuken was keurig afgewerkt achter een vaste wand. Bedenkelijke blik nummer 1. Toen naar het toilet, waar een zwart gat van klein formaat in het plafond prijkte. “Hoort daar geen rooster in te zitten?” “Vast wel, maar dat heb ik niet meer.” Bedenkelijke blik nummer 2. Op naar de badkamer. Aha, daar had ik wel een rooster voor gekocht. Of het instelbaar was? “Ja hoor, kijk maar.” De blikken werden beduidend positiever, maar dat duurde maar even. We waren inmiddels op zolder aanbeland, waar de unit uit 1984 dreigend hing te blinken. “Da’s een oudje,” concludeerde Jeroen. Ik knikte zwijgend. “Waarom is hij niet aangesloten?” “Omdat hij teveel kabaal maakt en niet werkt,” was mijn antwoord. De stekker en de knop waren onder de vaardige handen van V-man weken eerder verdwenen, en vier sinistere draden staken uit een doosje. “Het systeem moet namelijk continu draaien en daarvoor moet eerst die buis schoon. Er zit een schakelaar in de badkamer om hem op een hogere stand te zetten.” Blik nummer 3 werd mijn kant op gesmeten. “Koffie,” vroeg ik stralend, en maakte dat ik weg kwam.

Gerommel en gestommel van boven. “Mevrouw?” “Ja?” “Waarom ligt die pijp los?” “Omdat daar troep uit komt vallen van een vogelnest. De kauwen vinden mijn huis erg uitnodigend. Daarom zijn jullie toch hier?!” Zweetdruppels aan beide kanten. Vervolgens viel de term miscommunicatie. Ze wisten van kauw noch kraai. Ik herhaalde wat ik het mannetje aan de telefoon allemaal verteld had. Van de vogels die niet meer zaten te broeden, maar wel nestmateriaal hadden achtergelaten. Van de oude installatie die al jaren uitstond. Van het meten en regelen. Bij die laatste zin klaarden hun ogen op, dat klonk bekend. En alleen dát zat in de pakketprijs, de rest niet. Nu was het mijn beurt om bedenkelijk te kijken. Echt wel! Dat moest ik dan maar uitvechten met ‘de baas’.

Eerst werd de unit aangesloten. De ventilator kwam zwierend tot leven, maar weigerde na een druk op de badkamerknop een tandje bij te zetten. “Misschien is de zwarte draad verwisseld met de bruine draad?” Jeroen keek me verwachtingsvol aan en ik staarde terug. Als ik ergens geen verstand van heb -en ook niet wil hebben-  is het elektriciteit. “Laat dat maar over aan mijn vriend, dat komt wel goed!”

Daarna gingen ze aan de slag met de buis. Al gauw kon ik de eerste emmer met takken lozen. De een klauterde via de ladder het dak op, terwijl de ander op zolder naar boven prikte. Termen als ‘nog nooit meegemaakt’, ‘dit is nieuw’ en ‘niet te geloven’ kwamen langs, terwijl de zweetdruppels steeds groter werden. Het was broeierig heet op zolder, met alleen een klein klepraampje als ventilatie. En aan de buitenkant zinderde de zon. Koffie maakte plaats voor grote glazen water.

“Muurvast, geen beweging in te krijgen.” Niet één maar wel tien jaren nesten bleken erin te zitten! Een vol uur later kwam eindelijk het verlossende “Ik zie licht aan het einde van de tunnel!”. De zolder, het wasrek, de trap, de overloop en de trap naar beneden. Alles was bedekt met takken, blaadjes, en een dikke laag gruis, inclusief het dappere duo. Het stof plakte aan lijf en leden. Ook op mijn armen zaten zwarte vegen en mijn haar leek wel een vogelnest. Het was nog erger dan drie weken badkamerverbouwing. Met veger en blik, stofzuiger en schoonmaakdoeken ging ik de bruine sluier te lijf, terwijl Jeroen naar de groothandel reed om een anti-kraaien kap en een bolrooster te halen. Nooit zal een kauw nog toegang krijgen tot mijn mechanische ventilatiekanaal! Zijn partner was intussen alweer naar een volgende klus vertrokken.

Even na vieren was de klus dan eindelijk geklaard, waren de waarden van de ventilatie genoteerd, had mijn schoorsteen een dubbele hoed en friste Jeroen zich een beetje op aan de keukenkraan. “En dan heb ik ook nog zo’n hete dag uitgekozen oooh”, zei ik verontschuldigend tegen zijn rode hoofd. “Dit valt nog mee mevrouw,” zei hij, “morgen moet ik naar een ander karwei en zit ik met een gasbrander in de zon om een dak te maken…” Slik.

Hoe de rekening uitpakt weet ik niet. Hij zal vast gepeperd zijn. Het zal immers niet blijven bij ‘bestaande mv-kanalen reinigen voor de prijs van € 252’. Daar zijn de kosten voor het draadraster en de kraaikap op het dak. En dan nog de extra arbeidsuren voor het nestvrij maken van het kanaal. Het belooft een pittig gesprek te worden met ‘de baas’. Maar dat geeft niet, want heet is het toch al. Maar dat zeg ik niet hardop.

Geplaatst in Doldriest briest

De Leesjas

Leesjas? Is dat een woord? Jazeker! Voor mij in ieder geval wel sinds een paar weken. Maar belangrijker nog, het is inmiddels een onmisbaar kledingstuk.

Koude winteravonden nodigen uit tot lange leespartijen op de bank. Gooi er een pot thee en een zachte deken bij, en je hoort mij voorlopig niet meer. Maar die pot raakt leeg, de tweede ook, en dan komt er een moment waarop je moe wordt. Je lijf roept om slaap, maar je boek roept harder. Het is te spannend, je wilt de hoofdpersoon nog niet laten gaan. Samen dwaal je door de straten van Genève, in een poging de achtervolgers te slim af te zijn. Ontmoet je de liefde van je leven op de stranden van Bonaire. Sta je oog in oog met een berggorilla die nét zijn hand naar je uitstrekt. Ademloos wacht je af… en dan geeuw je. Je gaapt zo hard dat je kaken kraken. Naar bed, mens, het is al middernacht. Ja maar… Niks maar, naar boven!

Morrend sleep je je moede voeten de trap op, hanteert half slapend de tandenborstel en stapt in bed. Toch nog even dat hoofdstuk uit lezen, want je boek gaat natuurlijk mee naar boven. Twee kussens in je rug en daar ga je. Maar al snel voel je de eerste kou over je armen strijken. De rest ligt warm onder het dekbed te bakken, maar je armen en hals raken steeds verder verkild. Het is koud in de slaapkamer. Badjas aan dan maar. Maar dat ligt niet lekker. De band drukt onaangenaam in je rug, je benen raken verstrikt. Uit dat ding! Huiverend pak je je boek weer op. Je hoofdpersoon staat op het punt ontdekt te worden, je vreest voor zijn leven als je niet onmiddellijk verder leest. Je heldin wacht smachtend in de armen van haar lover op haar eerste kus. Je MOET verder.

Dan valt je oog op een sweatshirt dat aan de knop van de kast hangt, de rits werkloos in ongedragen staat. Een zacht pluizig wit warm vest met capuchon. Het roept naar je, en met een blije lach trek je het aan. Maar ook dat voelt verkeerd, het ligt niet echt lekker. Je stroopt je armen er weer uit en… draait het om en trekt het achterstevoren aan. Resultaat: je rug ligt warm tegen de kussens aan, je armen zijn weldadig warm en zelfs je hals wordt moeiteloos aan de voorkant bedekt door de capuchon. Voila, de leesjas is geboren. En terwijl je de nachtelijke geheimen van je boek verder ontsluiert, droom je zachtjes en warm weg.


Kosten aanschaf: afgeschreven
Bijkomende kosten: € 0,-
Comfort: hoog
Wassen: op 40ºC
Draagduur: eindeloos

Geplaatst in Doldriest briest, Persoonlijk

Ik was in ieder geval nuchter

Vervolg op: En maar wachten

Je gelooft het vast niet. Ik geloof het zelf niet eens. Maar het gebeurt. Echt!

Nuchter, ik moest nuchter zijn. Vandaar dat ik gisteravond laat nog een glas rode Estola tot mij nam. Lekker hoor.

De wekker wekte mij braaf om 6.45 uur; tot zover ging alles prima. De douche in, ene kat kroelen, andere kat op zijn kop geven omdat hij weer zijn geur had uitgezet bij de voordeur, terwijl er toch vier kattenbakken in huis staan. En daar word ik niet zo blij van. Het gordijn bij de voordeur heeft het de afgelopen maanden ook te verduren gehad, dus dat heb ik in de kliko gemikt. Helaas weerhoudt een steriele omgeving Bandit er niet van om toch zijn instincten te volgen. Hopelijk heb ik niet de verkeerde kat op zijn donder gegeven trouwens.

Op de keukentafel lag een briefje met de tekst: ‘Niet eten!’. Geen haar op mijn hoofd dacht eraan om dat te doen. Ik pakte fruit, tomaatjes, melk en yoghurt (lactosevrij, jawel), knäckebrödjes en noten, greep mijn tas en ging op pad. Het was 7.50 uur.

Om 7.55 uur stond ik weer bij mijn voordeur, maar dan aan de buitenkant. IK HAD HET FORMULIER VERGETEN, dat nota bene pontificaal midden op de keukentafel lag! De namen die ik mezelf toewenste, zal ik je besparen. Nijdig reed ik weer naar de prikpost. Weer die paar fietsen. Grrrr, de rest was zeker te voet…

Maar nee, er zaten maar twee vrouwen, hoera! Dat ging beter dan gisteren. Binnen tien minuten was ik aan de beurt en – vechtend met mijn tas – gooide ik de deur naar de verpleegkundige open met de woorden ‘Test mij aub. ook even op domme blondheid?’. Toen ik mijn ogen opsloeg, zag ik een hoogblonde, mij onbekende vrouw, die mij verwonderd aanstaarde. Heb ik weer! Waar was mijn brunette van gisteren? Gelukkig had ze mijn opmerking niet helemaal verstaan en verliep de rest van de handelingen zeer voorspoedig.

Nu maar afwachten wat de uitslag is.

Corja, speciaal voor jou dit vervolg. 😉

Geplaatst in Doldriest briest, Persoonlijk

En maar wachten

Formulier? Check! ID? Check! Ik was er klaar voor.

Een uurtje eerder werd ik wakker, stomverbaasd, want het was al half acht! Weigerde de wekker? Met een zucht van verlichting ging ik weer liggen: het was immers donderdag. En op donderdag werkte ik de middag en avond. Lekker nog even in bed blijven. Tot ik weer overeind schoot, ik moest bloedprikken om de cholesterolwaarden opnieuw te laten meten. Ik woog de groene smoothies af tegen de pistachenootjes, de cherrytomaten tegen het bakje chips, de vette vis tegen de gehaktbal, en betwijfelde of de cholesterol nu lager zou zijn.

Na een snelle douche en een ontbijt van twee knäckebrod met rookvlees (afgewogen tegen een plak oude kaas) en een beker melk stapte ik op de fiets. De lucht was blauw. Niet het donkerblauw van dreigende regenwolken, maar het lichtblauw van een lentedag. De kille vochtige lucht bewees echter dat het al herfst was, en dit werd nog eens bevestigd door de gouden bladeren en kastanjes die de weg plaveiden. Er stond slechts één andere fiets bij de prikpost. Dat beloofde een korte wachttijd.

Het wachtlokaal zat uiteraard helemaal vol. Ik sloot aan in de gelederen en nam plaats. Ik was aan de beurt bij nummer 79, en de teller stond ergens in de zestig. Na iedere zoemer verdween een mede-wachtende met een gepreveld ‘goedemorgen’. Er waren veelal ouderen, en ik mijmerde over de leeftijd waarop anderen mij ook tot deze groep zouden rekenen.

De meesten zaten te lezen in bladen die van hand tot hand gingen, maar een man met een rond gezicht observeerde alleen maar. En ik hem. Hij las niet, liet zich niet afleiden. Al gauw was hij aan de beurt. In zijn plaats verscheen een dame, haar blije blik vertroebeld door de onafgebroken stilte in het lokaal. Naast mij een Indonesische man, verdiept in zijn krant. Aan de overkant een jonge vent die wanhopig probeerde zijn rochelende hoest in te houden. De zoemer telde de minuten af en ik was blij met de Kindle reader. Er kwam nieuw bloed binnen. Moeder en dochter, de haren net zo hemelsblauw als de lucht. Verfrissend! Een klein meisje klom verlegen op schoot bij haar vader. Wat zou haar mankeren, dat ze hier was? Toen denderde een horde schooljeugd door de gang: het gym-uur was begonnen.

140925

Eindelijk verscheen een rood ‘79’. Ik griste mijn jas van de stoel, stopte de gsm in mijn tas en met een ‘Fijne dag allemaal’ liep ik naar de prikruimte. Een struise vrouw liep bedrijvig rond, in de weer met buisjes, naalden, en andere medische benodigdheden.

Ga maar zitten hoor. Wat is uw geboortedatum?

Braaf prevelde ik die, het feit negerende dat de datum toch echt duidelijk op de sticker op het formulier stond.

Bent u een tweeling?

De vorige keer had ik het nog over mijn sterrenbeeld, maar dit keer besloot ik het achterwege te laten.

Nee.

Bent u nuchter?

Nuchter?! Het was nog geen tien uur! Oh, nuchter?? Shit, nee, moest dat dan? Ja dat moest. Ze kon mij niet prikken.

Morgen kunt u weer hier terecht.

Met een gelaten zucht stond ik op. Tot morgen dan maar. De fietstocht terug onder een blauwe hemel, donkerblauw dit keer. Maar dat zou morgen vast veel lichter zijn. Nuchter.

Vervolgd in: Ik was in ieder geval nuchter

Geplaatst in Doldriest briest

Hoe kleine auto’s groot kunnen lijken

De straat is smal. Eenrichtingsverkeer, met kamikazefietsers die alle kanten op schieten. Het is druk, de lentezon is onweerstaanbaar. Een peuter staat met zijn neus tegen de etalage gedrukt. Zoveel speelgoed, net niet binnen handbereik. De moeder gunt hem een paar momenten van zoet verlangen en loopt dan verder. Dan wordt hun schaduw opgeslokt door een grote zwarte rechthoek. De vrachtwagen blokkeert niet alleen de zon.

Een Twingo komt langzaam voor me tot stilstand, aarzelend. Hij valt haast in het niet bij het enorme gevaarte voor zijn neus. In het midden van de weg bepaalt de chauffeuse stationair haar positie. Twee minuten later komt er weer beweging in en wordt het accent iets naar rechts verlegd. Staat ze nou op iemand te wachten of…? Mijn geduld verliest het van mijn agenda en ik manoeuvreer om haar heen. De straat is smal, maar niet zó smal.

In een bedaard drafje rijd ik langs de vrachtwagen en kijk op naar de chauffeur, die op zijn gemak een shagje draait in zijn cabine. Zijn gebruinde arm rust in het open raam, hij weet van de prins geen kwaad. Ik wacht, en zie dan in mijn spiegel het snoetje van de Twingo verschijnen. De voorruit omlijst een ander, strak gespannen snoetje. Toe maar, mompel ik, als mijn auto erlangs kan, kan die van jou het ook! 

En daar komt ze! Met een glimlach rijd ik verder. Wij Twingo-rijders steunen elkaar.

140415

 

Geplaatst in Avans, Columns, Doldriest briest

Digitale Overvloed

E-mails. Ziek word je ervan, vooral als je ziek bent. Als een dweil van bank naar bed en weer terug. Energie om thuis te werken is er niet en je zakt weg in een koortsige lethargie. Het nare hiervan is dat het aantal berichten in je inbox in een rap tempo oploopt. Een prikkelende uitdaging om weer snel beter te worden.

Mailen is een populair en gemakkelijk medium: gemakkelijk in gebruik én misbruik.

Ik kan vanmiddag niet bij de les zijn. Wilt u me even laten weten wat behandeld wordt?

Pas na drie berichten over en weer geeft de student het op en zoekt de informatie op Blackboard. Of neemt contact op met medestudenten. Dagelijks ontvangen docenten tal van dit soort berichten.

131023emails

Wat is makkelijker dan bij de eerste de beste onduidelijkheid het toetsenbord te grijpen en het probleem over de schutting van de academie of de docent te gooien. Om de opleiding te verwijten dat de communicatie ontoereikend is omdat niet alles op een presenteerblaadje wordt aangeboden. En als ze het blaadje dan onder de neus krijgen, dat de boodschap dan niet persoonlijk voorgelezen wordt.

Een van de top- (of diepte-) punten was wel de e-mail die ik laatst ontving met betrekking tot toetsinschrijving. Op vrijdagavond word ik thuis gebeld door een bezorgde Avans-medewerker: er is een student in paniek omdat zij buiten haar schuld niet kan deelnemen aan een tentamen.

Laat haar maar gauw nog even een e-mail sturen,

zeg ik, niet precies wetende wat aan de hand is.

Met moeite schakel ik weer over van weekend- naar werkmodus en kruip boven achter mijn PC om de inmiddels op schrift gestelde noodkreet te lezen. Het blijkt iemand te zijn die zich niet correct heeft ingeschreven en dit niet tijdig gemeld heeft. Verzuimd heeft om vervolgens mijn instructies voor na-inschrijving op te volgen. En die mij nu per e-mail dringend ‘verzoekt’ om in het weekend toch maar even te regelen dat ze op maandag aan een tentamen kan deelnemen. Mijn antwoord die avond is heel duidelijk.

Gelukkig worden ook veel leuke en goede berichten verstuurd, positieve en opbouwende digitale gedachtewisselingen. En zeer terechte boodschappen! Ook vanuit de studentkant zijn er gerechtvaardigde frustraties als ze geen of te laat antwoord krijgen.

E-mail, een zegen en een vloek. Je zou er bijna opnieuw ziek van worden: is het niet van de inhoud, dan is het wel van het aantal. Laten we eerst zelf oplossingen bedenken en op zoek gaan naar informatie, voordat we in de digitale pen klimmen.

Geplaatst in Doldriest briest

Studentenhuizen

Op kamers. Leven op twaalf vierkante meter. Eten, slapen, vrienden ontvangen, gezelligheid en blokken. Mooie tijden, soms moeilijke tijden en vooral leerzame tijden.

Mijn eerste kamer-ervaring doe ik op in Breda, waar ik samen met een meisje van de middelbare school een benedenverdieping huur. De ruimte is door tussenwanden van inbouwkasten kunstig verdeeld in twee slaapkamers met daartussen een gezamenlijke huiskamer. Zeer gehorig, dus je houdt rekening met elkaar. Zo houd je ook rekening met elkaars menuvoorkeuren, maar er zijn grenzen. Grijze hompen lillende lever vormen zo’n grens. En de scheve blikken als mijn vriend een koekje teveel neemt, een andere. Wat zo’n niet-matchend samenwonen je oplevert is een dringende behoefte aan een eigen ruimte.

Je verhuist naar een ander studentenhuis en krijgt mannelijke huisgenoten. Heerlijk, al zijn duidelijke afspraken over de schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten een must. Mannen vragen om een ander soort communicatie, ze kijken toch anders tegen zaken aan. Vuile vaat opstapelen in de gemeenschappelijke keuken is toch geen probleem zolang er nog minstens één schone pan en borden zijn? Niet moeilijk doen hè. Na een week ben ik het meer dan beu en kieper alles heel gemakkelijk in de achtertuin, waar de regen de ergste overblijfselen alvast wat losweekt.

130919studentenhuis

Of wat denk je van het vinden van resten van een ruige nacht stappen, zuipen en shoarma, druipend over je pas op de hand gewassen lingerie? Vriendelijke woorden verliezen op dat moment ieder effect. De deur opengooien en de nietsvermoedende prins ziedend uit bed sleuren brengt de boodschap beter over. Wat heeft hij staan te boenen.

En dan nog een creepy huisbaas die te pas en vooral te onpas binnenvalt. Die bewoners van zijn eigen pension bij ons in huis zet omdat hij zelf geen plek heeft. Ongure sujetten die je met een strijkijzer van je lijf af moet houden. Nachtelijke deals bij de voordeur. Een wereldvreemde jongen die geopende blikken perziken in de diepvries bewaart. Je maakt wat mee!

Maar op kamers wonen is vooral samen zijn met lotgenoten. Koken en eten, lange avonden vol muziek en spelletjes. Filosofische gesprekken tot diep in de nacht. Elkaar oppeppen voor tentamens. Onafhankelijkheid en een weg vinden naar volwassenheid.

Hoe gaat het er tegenwoordig aan toe? Zijn studenten tegenwoordig meer op zichzelf? Staan overal vaatwassers en wasmachines? Is het luxueuzer? Maar ook al vergemakkelijken deze apparaten het hedendaagse studentenleven, dan nog is het voornamelijk een kwestie van samen wonen, samen in een huis leven. Waar alles om afspraken draait, begrip en respect. En hygiëne. Want niet overal zijn huisdieren toegestaan.

Geplaatst in Doldriest briest

Wat zijn dat voor mensen?!

Jonas Smith en Laura Paxton, graag zo snel mogelijk naar de gate, anders wordt uw bagage van boord gehaald. Laatste oproep, ik herhaal, laatste oproep! De ene na de andere melding vloeit blikkerig door de vertrekhal terwijl we wachten op het boarden. Wat zijn dat toch voor mensen die een heel vliegtuig ophouden? Zorg gewoon dat je op tijd bent!

De afgelopen maand hebben we heel wat aansluitingen moeten halen. Wachten op de Fyra. Uren wachten op Schiphol. In Londen niet, want ineens blijkt dat je nog een stuk met de metro moet reizen om in de andere vertrekhal te komen. Niet shoppen, rennen! De lange vlucht naar Los Angeles. Na vier uur heb je het wel gehad. Na acht uur sukkel je eindelijk in slaap om even later weer wakker te schieten door een stel luidruchtige medereizigers die het nodig vinden om achter jou gezellig bij te kletsen. Je zou je zo met kop en staart door de nooduitgang naar buiten willen keilen, ware het niet dat dit het klimaat in het vliegtuig niet ten goede komt. Je bijt wat op je kiezen, zucht en draait twintig centimeter naar rechts. En het wordt niet donker hè, nog geen minuut. Je interne klok past zich geruisloos aan en blijft lekker actief door tikken. Maar eindelijk sta je met beide voeten op Amerikaanse bodem. Awesome!

130904GrandCanyon

klik op de foto voor een groter formaat

Dan volgt een maand van reizen, via de meest fantastische natuurparken van het ene motel naar het andere. Je zwerft door San Francisco en langs de Pacific Coast. Werkelijk alles gaat goed. De motelkamers zijn gereserveerd en ondanks bedekte dreigementen van de autoverhuurder is de motor van de auto sterk genoeg en blijft de airco cool.

Veel te snel wordt het tijd om weer naar huis te gaan. Maar liefst zes uren wachten op het vliegveld van LA – je wilt immers op tijd zijn – en dan de lange vlucht. De volgende dag landt het vliegtuig om 12 uur ’s middags op Londen Heathrow en stap je in een taxi naar Londen Gatwick. De aansluiting vertrekt pas vier uren later, tijd zat dus.

130904Gatwick

klik op de foto voor een groter formaat

Daar slaat de man met de hamer, de moker toe. Ik zit met open ogen te slapen en de moed zakt me in de wandelschoenen als ik op het grote mededelingenbord zie dat we ook nog een half uur vertraging hebben naar Amsterdam. Nog langer wachten, dit red ik nooit. Soep! Soep zal helpen om wakker te blijven. Even later lepel ik genietend de hete brij naar binnen. Langzaamaan, tijd zat. Toch maar weer naar beneden en nog eens het bord controleren.

Maar wat is dat nu?! De luchtvaartmaatschappij klopt niet. Huh? Mijn blik vliegt verder naar boven en ik zie ‘British Airways – Amsterdam – 16.00 uur – gate closed’. Het is 15.45 uur. Ik gil het uit van ontzetting en we rennen naar de closed gate. In het begin zeg ik nog ‘sorry, sorry’, maar al gauw wordt het ‘out of the way!’ Een race tegen de klok. Snakkend naar adem kom ik bij de balie aan, waar alleen de crew nog staat te wachten. Ik flap er iets uit als ‘waiting for hours’ en ‘soup’ en strompel naar het vliegtuig, het schaamrood op de kaken. Tien minuten later stijgen we op.

Wat dat voor mensen zijn die bijna het vliegtuig missen? Nou, die zijn heus wel op tijd hoor, maar ze zitten gewoon even soep te eten!