Geplaatst in Cuba

Hongerige ogen en magen en een dorstige auto

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

En dan is het vrijdag. Maar eigenlijk is het hier altijd zondag, alweer een zinderend hete zondag in Viñales, Cuba. Buiten stappen de paardjes voorbij, hun ribben afgetekend boven zwoegende longen. Als lastdier, gespannen voor een wagen, of met toeristen op de rug. De een klampt zich enigszins angstig vast aan het zadel, de ander rijdt zelfverzekerd met de ontspannen houding van een amazone. Een vrouw in gympen passeert, een ananas in haar handen. De man die met zijn wagen voor ons huis stopt, blijkt een kar vol met dit fruit te hebben. Naast ons hangt de buurvrouw de was op, nog druipend nat, maar dat zal niet meer lang zo zijn.

Victor ligt op bed. Zijn buik voelt ‘als een spons’, zegt hij. Dat klinkt niet goed. Misschien is het de warmte, alhoewel hij daaraan gewend is sinds Abu Dhabi. Of is het toch die kreeft van gisteravond. Ik vond hem er al gemeen uit zien! Aan het ontbijt kan het niet liggen: hij heeft alleen een stukje pannenkoek op, twee gebakken eieren en wat fruit. Oni had ook een kan melk en koffie neergezet, maar ik heb haar gevraagd dat morgen niet meer te doen: zo zonde, we drinken het toch niet. Vanavond eten we mee in de casa: de gastheer is een goede kok en hij weet wat lactose intolerant is – perfecte combinatie. Ah, daar is mijn vent alweer. Of ik even iets wil lezen.

In zijn Cuba boekje staat een mooie beschrijving van de bergen rondom deze mooie groene idyllische vallei:

Als ‘olifantenruggen’ komen de groene bergen van de Sierra de Los Organos glooiend tevoorschijn uit de rode aarde rondom de uitgestrekte Viñalesvallei en het plaatsje Viñales.

– aha, de rode aarde die ook zichtbaar is in het kiezelzandpad voor de deur van ons huisje –

De afzonderlijke kalksteenrotsen, ofwel mogotes, bereiken een hoogte van 300 tot 400 meter en zijn ongeveer 160 miljoen jaar oud. Als gevolg van de regenval in de afgelopen miljoenen jaren zijn de relatief zachte rotsen afgerond, en ontstonden in de loop van de tijd grotten, waardoor er bizarre heuvelformaties werden gecreëerd. Viñales heeft een nationaal park, waar prehistorische planten groeien, waaronder de kurkeik. De regio heeft zich ontwikkeld tot het pelgrimsoord voor alle natuurliefhebbers, waar ook ter wereld.

– En dan hebben we ook nog de Cuevas del Indio –

De bekendste van de talrijke grotten in deze streek heeft een lengte van vier kilometer, de rivier San Vicente stroomt erdoorheen. Zoals de meeste grotten was ook deze tijdens de Spaanse verovering een cultusplaats van de inheemse bevolking. De grond werd in 1920 herontdekt. Slechts een kilometer is te bezichtigen. Eerst gaat het 200 meter te voet, daarna 300 meter met de boot door de tot 135 meter hoge grotten met talrijke druipstenen. Vanaf 18 uur fladderen duizenden vleermuizen de grot uit.

Dat lijkt ons wel wat!

klik op de foto’s voor details

150724-2

150724-3

150724-5

150724-4

Wij rijden naar de Cuevas del Indio en betalen 2 CUC (ongeveer twee euro) voor het parkeren van de auto. Een plattegrond is niet nodig: we volgen het paadje en laten daarbij de nepindiaan links liggen. Hij is bezig met wat huiden geloof ik, maar er is in de verste verte niets te zien dat met indianen te maken heeft. Een trapje leidt ons de donkere, vochtige krochten der aarde in. Hoe die ruimtes en vormen door water uitgeslepen zijn is onvoorstelbaar. Wat is Moeder Aarde geduldig. Op een bepaald punt wordt het nauw en laag, mijn rugzak blijft er zowat hangen en mijn waterfles schuurt langs de rotswand. Claustrofobische gedachten klauwen zich een weg naar boven, maar ik druk ze snel weer weg en we komen veilig bij de boten aan. De tocht over het water is heel kort maar wel mooi.

150724-6

150724-7

Mask of Sauron!

150724-11

150724-12

150724-13

Al snel staan we weer aan wal bij wat kiosken met souvenirs en drinken. Ik koop een sleutelhanger met een houten kat en Victor een briefopener met heft in de vorm van een zeepaardje. Verderop staan twee witte buffels geduldig te wachten tot hun bazen uitgeslapen zijn. Die leggen we natuurlijk vast op de gevoelige plaat. Vol verwachting lopen we the Bird Trail op – illegaal, want we zien niemand die kaartjes verkoopt. En dat is maar goed ook, want het stelt echt niets voor, al is de kleine vallei zeer rustgevend, weids en mooi. Kalkoengieren, een specht die geïnteresseerd aan een boomstam hangt. Bij een restaurant langs de kant van de weg drinken we vers mango juice, mijn favoriete drank deze vakantie.

150724-15

150724-16a

150724-16

150724-20

150724-17

150724-18

150724-19

150724-21

In Viñales wisselen we weer wat euro’s om voor CUC’s. Er mogen maar enkele mensen tegelijk de bank in, de rest moet buiten wachten tot de guard besluit dat het veilig genoeg is. En dat voelt eerlijk gezegd wel prettig. Je hebt toch een smak geld bij je voor Cubaanse begrippen, omdat je nergens geld kunt pinnen. De lunch bestaat uit kippensoep en een lekkere salade van komkommer, tomaat, witte kool en tonijn. Maar bovenal genieten we van de dingen die op straat gebeuren.

150724-23

150724-22

150724-24

De auto heeft ook dorst, dus het is alleen maar eerlijk dat die ook wat mag drinken. Special gas. Ik zit in de auto, terwijl Victor bij de pomp staat. Ineens zie ik bij het rechtervoorwiel een man staan met een kruissleutel! What the hell? Gaat die ons wiel eraf draaien? Door het open raampje vraag ik waar hij denkt mee bezig te zijn. Als antwoord steekt hij zijn gereedschap verder omhoog: het is een bandenspanningsmeter hahaha, hij verleent ons een gunst! Gelukkig moet hij ook lachen en steekt zijn duim omhoog: de banden zijn goed.

Het is tijd om weer naar Oni Y Luis te gaan, waarbij we de auto over een zeer smalle stenen brug zonder zijmuren moeten zien te loodsen. Een oude man helpt Victor overijverig de auto in een garage te parkeren, zo grappig. Als dit in Havana was gebeurd, hadden we kunnen betalen. Nu is een ‘Gracias, senor’ en een lach voldoende. Heerlijk dat platteland.

Terug bij de casa betrekt de lucht weer. Witte en zwarte wolken, een onrustige wind. Ik zit buiten te schommelen, terwijl mijn V-man op bed ligt. Hij is nog steeds niet helemaal bekomen. Eindelijk krijg ik een levensteken van thuis: Sean laat weten dat hij morgen de ochtendploeg draait en al om 4 uur moet opstaan. Om half acht wordt ons diner geserveerd: kippensoep als voorafje, twee kippenpoten, wat aardappels, een salade, witte rijst en heerlijk vers fruit als toetje. Op de veranda geniet ik van een kop kamille thee en lees mijn derde boek uit. Iets over een heksenfamilie en twee moorden in een maïsdoolhof. Niet echt heel goed, maar wel vermakelijk. Morgen de 550 kilometer lange reis naar Trinidad. Hopelijk is het dan weer droog.

150724-regen

Geplaatst in Cuba

Over een onverwachte passagier en sigaren

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Waar de kalkoengieren in Havana rond het Havana Libre cirkelden, vliegen ze hier zowat boven onze hoofden. Na een interessante rit zijn we aanbeland in Viñales. Schommelstoelen op de veranda, mango juice aan het grind-zandpad. En een biertje voor Victor.

Om half tien checken we uit bij het hotel en een half uur later stappen we in onze zilverkleurige Chinese auto. Welk merk? Geen idee, dat staat er niet op. Wat ook nergens staat is de juiste weg naar de snelweg A4. Toch weet mijn V-man de juiste richting in te schatten via een drukke smalle weg met vele gaten erin. Gelukkig vind ik later twee dorpen waar we doorheen rijden op de kaart en weet ik waar we zijn. Ik leid mijn chauffeur via een kleine omweg naar de autopista. Jippie, dat schiet beter op. De weg slingert een beetje, maar snijdt voornamelijk recht door het landschap. Palmbomen, viaducten waar auto’s en mensen hun toevlucht onder zoeken tegen de brandende zon. In de berm koeien en geiten, aan touwen vastgezet. Soms ontsnapt er eentje en kuiert over de snelweg. Ook paard en wagen, wandelaars, alles is mogelijk op de Cubaanse wegen. Trekkers die haaks oversteken, vrachtwagens vol met mensen, verkopers van strengen knoflook. Drie emmers met sinaasappels langs de weg. We razen met tachtig km per uur voorbij, de vele gaten ontwijkend. Zoals altijd houden de kalkoengieren alles nauwlettend in de gaten. Cuba leeft.

klik voor details

150723route

150723autopista

De weg voert langs Bauta, Anafe, Caimito en Aguacate naar de autopista. Guanajay, Cayajabos en Las Terrazas, Candelaria. En dan? Dan worden we onder een viaduct aangehouden door iemand in uniform, die zegt van de politie te zijn. Een oude grote grauwe bus staat langs de kant, en ik zie nog net hoe de chauffeur er letterlijk tegenaan schopt. Dat ziet er kapot uit. De politieman spreekt wat Engels en legt uit dat de bus niet meer verder kan. Of we iemand een lift kunnen geven richting Viñales. We kijken elkaar aan. Gelukkig hebben we een soortgelijk verhaal al eens eerder gehoord van Victor’s zus, anders waren we wantrouwiger geweest. Niño, roept hij, stap maar in. En daar komt Mario.

Mario is gestrand onderweg naar zijn werk bij de tobacco factory en staat al ruim een uur te wachten. De ene na de andere stad vliegt voorbij en we praten over Cuba en Nederland, over zijn werk, zijn zoontje en Havana. Als we zijn eindbestemming naderen, nodigt Mario ons uit voor een rondleiding bij de tabaksplantage en een sigaar. We rijden steeds verder de rimboe in en hobbelen over een zandpad. Bij een huis moeten we naar rechts, een grasveld op. Straks krijgen we geen sigaar, maar zijn we de sigaar. We worden namelijk opgewacht door vier mannen, en ik zie de machetes al haast verborgen achter het struikgewas liggen. We zijn ver van de snelweg en belanden regelrecht in een avontuur.

Dan nadert nog een man. That’s my boss, zegt Mario enthousiast. Er volgt een geanimeerd gesprek in het Spaans en we staan erbij en kijken ernaar. Alex, de baas van de tabaksplantage, steekt zijn hand uit en dankt ons hartelijk voor het meenemen van zijn werknemer. Van Nederland weet hij wel het een en ander. En tot mijn verbazing vertelt hij dat hij Doutzen Kroes en haar echtgenoot Sunnery James heeft ontmoet. Het ijs is al snel gebroken, zeker gezien de zinderende hitte.

150723tabak1

Boss vraagt ons mee te komen. We lopen naar een schuur, langs koeien en velden. Als ze ons willen laten verdwijnen, is dit het ideale moment. Maar zodra we binnentreden herken ik inderdaad de rekwisieten die nodig zijn voor het drogen van tabaksplanten. We krijgen een spoeduitleg en -rondleiding aan de hand van een mooi geïllustreerd boek. Er zijn blijkbaar twee soorten tabaksplanten: een voor de buitenkant – de wrappers – en een andere met drie zones voor de filling. Zijn woorden krijgen vorm in de vaardige handen van een werknemer. Hij draait zowaar een sigaar voor ons! Don’t give it to your friends, save it for your enemy, zegt Alex met een lach. Natuurlijk gebruik je niet de beste grondstoffen voor toeristen die zomaar komen aanwaaien. Als hij hoort dat we uit Breda komen, zoekt hij achter in het boek een Bredaas adres op en vertelt dat hij de eigenaar van de sigaren- en koffiezaak kent. Daar gaan we zeker langs om de hartelijke groeten uit Cuba over te brengen.

150723tabak3

150723tabak4

150723tabak5

150723tabak6

150723tabak2

Alex biedt nog sigaren te koop aan, daar zien we echter van af. Normaal gesproken zouden we moeten betalen voor de mini-tour, maar omdat we Mario hebben meegenomen, hoeven we dat niet te doen. Will you do me a small favor though? Sure! We spelen weer voor taxi en nemen dit keer Roxy mee naar Viñales. Hij blijkt een tour guide te zijn, die mensen te paard de omgeving laat zien. Zijn Engels is prima. Via de Drunk Road arriveren we in de prachtige vallei van Viñales. Groen, bergen op de achtergrond, kleurrijke huisjes. We gaan met Roxy het restaurant binnen waar hij ook nog werkt als ober. Het zit stampvol en ziet er gezellig uit. Dinner reservation at eight o’clock, met een aanbetaling van 5 CUC (is ongeveer € 5,-) per persoon, die we later vanavond weer terug krijgen.

We nemen afscheid van onze tweede lifter nadat hij ons zijn huis en de weg naar onze casa particular gewezen heeft. Het blijkt geen weg te zijn, zelfs geen grindpad, maar een combinatie van aarde en stenen en slingerend smal. We kijken elkaar aan en halen de schouders op. Victor draait onze Chinees erin en we hotseknotsen verder. Halverwege stapt V-man uit omdat het pad onbegaanbaar lijkt. Toch maar proberen. Ik zit inmiddels met de ogen dicht en wacht af, maar wonder boven wonder rijden we veilig verder. Met hulp van een zeer jonge gids op een kinderfiets weten we het juiste adres te vinden en zien aan de linkerkant een bekende naam. We zijn gearriveerd bij Casa Oni Y Luis, en onze gastheer komt ons breed glimlachend tegemoet. Oké? Oké! Zijn stopwoordje.

150723casa

In gebrekkig Engels legt Luis uit dat hij een excursie voor ons kan regelen, maar we komen er niet achter wat die precies inhoudt. Er is een Indian Cave in de buurt. Ook kunnen we de bergen of de valley in om te hiken. Paardrijden lijkt mij erg gaaf, maar Victor niet. Fietsen lijkt hem gaaf, maar mij niet. Een combi paard/fiets ziet hij helaas ook niet zitten, dus we houden het denk ik op een autorit morgen, en gaan van daaruit te voet verder.

We dragen de koffers onze casa binnen en zijn verbluft: we krijgen niet alleen een slaapkamer met double bed en airco, maar ook een eigen badkamer, een zitkamer met een tafel en twee bankjes, en een veranda met vier schommelstoelen. Een ideale plek om te schrijven. Life is exciting and beautiful. Wat maken we weer veel bijzonders mee met zijn tweetjes. Ik dein mee op de muziek van de buren en de TV geluiden van de overburen. Dreigend gerommel in de verte, donkere wolken pakken zich samen. Als ze om kwart voor acht maar weer weg zijn, want dan lopen we naar ons restaurantje!

150723casa2

150723casa3

150723casa4

Het onweer trekt inderdaad tijdig weg, maar het scheelt niet veel. Terwijl ik op bed lig te rusten, dondert en regent het dat het een lieve lust is. De zandsteenpaden laten het meeste water gelukkig wegstromen, dus met redelijk droge voeten komen we even voor acht uur bij onze reservering aan. Het is een magische avond. Vuurvliegjes vliegen af en aan door en boven het maisveld, waar de ondergaande zon in samenspel met de nog wat na-ijlende wolken voor een betoverend schouwspel zorgt. Onze gastheer herkent ons meteen, en komt netjes de tien CUC brengen. Ook adviseert hij ons over het eten, in het Spaans, Engels en Duits. Zo grappig, kan ik dat weer eens ophalen. Ik kies voor gerookte varkensfilet en Victor neemt manhaftig de aanbevolen lobster. Geen hamers of ander gereedschap: het beest is vakkundig leeggehaald, gekookt en in stukken gehakt met aanvullende ingrediënten weer gevuld. Als bijgerechten hebben we groentesoep, gele rijst met ananas, witte rijst, witte erwten met paprika, witte kool met komkommer en gekookte sperziebonen, geroosterde zoete aardappelchips en verse mango, ananas en banaan als dessert. Plus een biertje voor Victor en een mojito met honing voor mij. Voldaan zoeken we onze weg terug in het donker. Overal TV, mensen op de veranda; wij dus ook. Maar al snel kan ik mijn ogen niet meer openhouden en ga ik naar bed. Het was een mooie donderdag in Cuba.

150723casa5

150723lobster

150723diner