Geplaatst in Doldriest briest, Humor

Sneeuwschuiver

Vanmiddag ontvang ik een WhatsApp van mijn jongste zoon.

Maar goed dat je niet thuis bent. Staat een vrachtwagen op de stoep. Vanaf de overkant!

Ik lees het nog een keer. Voor mijn geestesoog verschijnt het woonerf met zijn vier parkeerplekken en de met sneeuw en ijs beplakte weg. Een weg die haaks op de onze staat. Trek de lijn door, en je belandt in de flanken van mijn auto die daar normaal gesproken geparkeerd staat.

Gisteren had ik het nog met mijn baas erover dat ik misschien thuis zou werken, omdat ik op het werk zo vaak gestoord word en het weer de enerverende weken van roostergegevens aanleveren zijn. Dan heb ik volledige concentratie nodig.

Nou, die concentratie is inmiddels ver te zoeken. Ik tik terug:

Doorgegleden???

Maar het blijft stil aan de andere zijde.

Die vrachtwagen heeft natuurlijk te hard gereden op die ijsvlakte, bepeins ik. Hij kon niet meer op tijd remmen voor de bocht en is gaan schuiven. Recht op de plek waar mijn arme kwetsbare Twingootje stond!

Of zou staan, als ik thuis had gewerkt. Gelukkig zit ik braaf bij de Pabo. Ik vertel het aan mijn collega’s en iedereen leeft ontzet mee. Wat een geluk!

Als ik thuis kom, roep ik naar Sean.

Vertel nog eens precies wat er gebeurd is?!

Gebeurd? Wat is er gebeurd?

Met die vrachtauto!

Oh, dat. Ik keek uit het raam en zag een vrachtwagen half op de stoep staan. Na wat voor- en achteruitrijden en een paar keer steken haalde hij de bocht wel.

Ik zwijg, bedremmeld. De kreukelzones van mijn auto strekken zich op miraculeuze wijze weer uit tot een gave auto.

Huh? Maar was die vrachtwagen dan niet vanuit de andere kant aan komen glijden, BAM bij ons de stoep op? Hoe komt die anders op de stoep terecht?

Weet ik niet, ik heb het niet echt zien gebeuren. Maar dat zou ook best kunnen…

Ik vond mijn versie toch spannender.

 

Geplaatst in Doldriest briest

Hoe kleine auto’s groot kunnen lijken

De straat is smal. Eenrichtingsverkeer, met kamikazefietsers die alle kanten op schieten. Het is druk, de lentezon is onweerstaanbaar. Een peuter staat met zijn neus tegen de etalage gedrukt. Zoveel speelgoed, net niet binnen handbereik. De moeder gunt hem een paar momenten van zoet verlangen en loopt dan verder. Dan wordt hun schaduw opgeslokt door een grote zwarte rechthoek. De vrachtwagen blokkeert niet alleen de zon.

Een Twingo komt langzaam voor me tot stilstand, aarzelend. Hij valt haast in het niet bij het enorme gevaarte voor zijn neus. In het midden van de weg bepaalt de chauffeuse stationair haar positie. Twee minuten later komt er weer beweging in en wordt het accent iets naar rechts verlegd. Staat ze nou op iemand te wachten of…? Mijn geduld verliest het van mijn agenda en ik manoeuvreer om haar heen. De straat is smal, maar niet zó smal.

In een bedaard drafje rijd ik langs de vrachtwagen en kijk op naar de chauffeur, die op zijn gemak een shagje draait in zijn cabine. Zijn gebruinde arm rust in het open raam, hij weet van de prins geen kwaad. Ik wacht, en zie dan in mijn spiegel het snoetje van de Twingo verschijnen. De voorruit omlijst een ander, strak gespannen snoetje. Toe maar, mompel ik, als mijn auto erlangs kan, kan die van jou het ook! 

En daar komt ze! Met een glimlach rijd ik verder. Wij Twingo-rijders steunen elkaar.

140415