Krakend kwam de oude zigeunerwagen tot stilstand. “Gaan we hier overnachten, grootvader?” De jonge stem schalde over de open plek, een waterval aan bonte klanken die vreemd aandeed in de stille namiddag. Ze waren die dag de grens overgestoken om te zien of de geruchten over het Schaduwland waar waren. En ze klopten. Niets dan grijze akkers, omringd door grauwe struiken en doodse bomen. Vele helden hadden geprobeerd de vloek op te heffen – tevergeefs.
“Opaaaaaa, blijven we hier?” Waarschuwend bracht hij zijn vinger naar zijn lippen. Praten was verboden, hier regeerde angst. Verhalen waren uitgestorven en alle kleur was uit het leven verdwenen. Zijn kleindochter liet zich echter niet tegenhouden. Ze klom naar beneden en cirkelde verrukt in het midden van de open plek, armen wijd gespreid als een zonnige bloem. En ze zong! Zelfs de lucht danste mee.
Fonteinen van kleur wervelden om haar heen. Een groen waas trok over het gras naar de bomen, kleurde de open plek en ver daarachter. Ademloos keek de oude man toe. Onstuitbaar veranderde Schaduwland terug in Kleurrijk.
Write on Wednesday schrijfuitdaging van MelodyK met als thema ~ Kleurrijk ~ in maximaal 175 woorden.
Een oorverdovende knal. Het onmiskenbare geluid van een afgevuurd pistool weergalmde over de vlakte en de geur van kruitdampen vulde de lucht. De knal bracht een schokgolf teweeg onder de omstanders. De tijd vertraagde, ingedikt tot dit ene moment.
Zijn adem stokte en met opengesperde neusgaten schoot hij vooruit. Wég van hier! Zijn beenspieren spanden zich tot het uiterste, gevoed door de zuurstof die het wild kloppende hart rond pompte. Sneller, veel sneller!
De adrenaline gaf hem vleugels en hij rende zoals hij nog nooit had gerend. Toch voelde hij de adem van zijn achtervolgers in zijn nek, merkte hoe zij steeds dichterbij kwamen. Verbeten sprak hij zijn reserves aan. Hij kon zich niet verschuilen en had maar één kans. Alleen snelheid kon hem nog redden; snelheid was zijn enige wapen!
Dan nog een schot. Hij kromp ineen.
“Valse start. Opnieuw!”
Write on Wednesday schrijfuitdaging van MelodyK met als thema Herstarten (max 175 woorden)
“Ik moet naar school, Krokie, de vakantie is over.” Tess diept de kleine voorzichtig uit haar schooltas op en zet hem terug op de grond. “Je kunt niet mee.”
Krokie geeft zich echter niet zomaar gewonnen en bijt zich vast in de zoom van haar jurk. Ze giechelt. “Zo kan ik toch niet lopen, gekkie. Oké, ik weet wat. Zie je mijn knuffels daar zitten?” Ze houdt het beestje omhoog. “Zie je hoe stil ze zitten? Zo stil moet jij ook zijn, anders krijg ik problemen. Begrepen?”
Tess pakt haar vriendje op en hangt hem als een paraplu aan haar arm. Met de schooltas in de andere hand stapt ze de gang op.
“Dag mama, ik ben naar school.”
“Niet zo snel, jongedame. Laat eens zien wat je daar hebt?”
O jee.
“Krokie wil mee naar school, hij moet ook leren!”
“Je kunt geen krokodil mee naar school nemen, ook al is hij nog klein. Dat kan echt niet.”
“Echt wel.”
“Nee, echt niet, lieverd.”
“ECHT WEL!”
Als twee kemphanen staan ze tegenover elkaar, de armen stijf over elkaar geslagen, het meisje het evenbeeld van de moeder. Krokie zegt niets, maar klemt zich stijf met zijn staart aan haar arm vast.
De moeder kijkt naar haar vastberaden dochter. De rode krullen plakken tegen het verhitte gezichtje. Niemand in de dierentuin had verwacht dat het krokodillenjong het zou overleven, maar Tess heeft het vertroeteld en met kleine hapjes weten te redden. De twee zijn de afgelopen maanden onafscheidelijk geweest.
“Weet je wat? We vragen aan de juf of je hem mee mag nemen op Werelddierendag. En als je een spreekbeurt hebt. Dan kunnen al je klasgenootjes hem bewonderen. Deal?”
De krokodil kijkt naar Tess en zij kijkt terug. Ze knikt zwijgend. Terug in zijn terrarium krijgt Krokie een extra insectenhapje. “Voor je het weet ben ik alweer thuis. Ga maar lekker slapen.” Een teddybeer houdt hem onder de warmtelamp gezelschap. Als surrogaat-surrogaatmoeder.
<< Wil je ook de andere zeswoordverhalen lezen en/of meedoen? Klik op de button hiernaast! En kijk hier voor het archief van de 6WMB schrijfuitdagingen. 😀
Hij stond op zijn vaste plek in de winkel. Eigenlijk was hij niet echt geschikt voor het werk. Hij voelde zich zenuwachtig en alleen. Zijn tong leek wel een stuk leer.
De verkoopsters keken nauwelijks naar hem om, en ook klanten liepen hem vaak voorbij zonder hem een blik waardig te schenken. Ik ben hier hoor, dacht hij dan, ik wil helpen! Halloooo, mensen, geef me een kans? Denk eens out of the box? Met grote ogen keek hij rond om te zien of iemand hem nodig had, maar tevergeefs.
Iedere dag verloor hij een beetje van zijn glans. Tot ineens een vrouw voor hem bleef staan. Ze bekeek hem opmerkzaam en strekte haar hand naar hem uit. Vingers gleden liefkozend over zijn contouren en trokken hem dan snel naar zich toe, hielden hem verrukt tegen haar hart gedrukt.
Dan gleed hij aan haar ene voet. De perfecte match!