Geplaatst in Zeswoordverhaal-uitdaging

Zeswoordverhaal: Boeken

Ik houd van boeken. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed. Een wereld zonder boeken is als een leven zonder fantasie, zonder avonturen van heinde en verre. Zelden ga ik de deur uit zonder e-reader en er staan twee lees-apps op mijn mobiele telefoon.

Deze passie begon al toen ik nog jong was. Twee jaren voordat het eigenlijk was toegestaan, mocht ik al naar de volwassen afdeling in de bibliotheek: ik had zowat alle kinderboeken uitgelezen. Het verplicht lezen voor de lijst op het VWO dreigde mijn drang naar verhalen destijds de das om te doen -het plezier was weg- tot ik op een dag in een tweedehands boekenzaak drie gammele pockets van ene J.R.R. Tolkien kocht. Ik liep net stage, verhuisde van de ene studentenkamer naar de andere, en sjeesde van hot naar her. Toch las ik deze trilogie in één week uit. Ademloos, geheel van de wereld. Zodra ik thuis kwam reisde ik naar Midden-aarde en las de nachten door. De liefde voor boeken bloeide op als nooit tevoren en is nooit meer overgegaan. Ik lees nu voornamelijk Engelstalige (high) fantasy, maar houd ook van thrillers, detectives, humor en ja, ook chicklits tussendoor.

Vandaag ben ik zelfs opnieuw lid geworden van de online bibliotheek, en na het downloaden van de luisterversie van het e-book, werd ik tijdens het roerbakken meegevoerd door Als het zaterdag wordt, van Nicci French. Nieuwe mogelijkheden voor autoritten en wandeltochten. Lezen met de ogen dicht en de oren open!

Een mooie gelegenheid om BOEKEN als thema van de schrijfuitdaging voor het zeswoordverhaal met beeld te benoemen.

170628Boeken

klik!

Lees verder “Zeswoordverhaal: Boeken”

Geplaatst in Korte verhalen

De Vergulde Kooi

Tot hier en niet verder. Ze keek naar buiten maar zag niet veel, haar blik was naar binnen gericht. Het was afgelopen met aanpassen, met rekening houden. Met het volgen van een levensstijl die niet de hare was. Een bijrol spelen in een slecht geschreven en oppervlakkig stuk. Al veel te lang had ze zichzelf verloochend. Ze moest haar eigen leven weer stevig in handen nemen. Niet door het bit tussen de tanden te klemmen, maar door zich te bevrijden van het hoofdstel en de vrijheid tegemoet te draven. En wel vandaag!

Dat klonk best goed – zelfs in haar eigen oren. Maar vrijheid, wat was dat ook alweer? Zelf keuzes kunnen maken, durven maken, dat is vrijheid. Maar waaruit kan ik dan kiezen? Hoe kom ik aan geld? En wie zorgt dan voor… Ze schudde haar hoofd. Ze moest stoppen met zo te denken. Voor mezelf zorgen, dat deed ik voorheen ook. Ik ben niet van hem afhankelijk. Ik hoef niet meer te wachten tot iemand iets doet, actie! De prins op het witte paard had haar meegenomen naar zijn kasteel, maar in plaats van in een sprookje, was ze in zijn harnas gestopt. Een comfortabel keurslijf weliswaar, maar ook dat begon te schuren.

Ze keek om zich heen, naar de muren die haar omsloten, de spullen die uitgestald stonden. Het was geen thuis, het was een museum. Ze kende iedere hoek, ieder voorwerp. ‘Accessoires’ moest ze zeggen, geen spullen. En het waren niet zomaar spullen, nee, het waren design meubels. Echt mooi vond ze het niet, maar dat zou wel aan haar slechte smaak liggen. Als iets zo duur was, dan moest het toch wel prachtig en bijzonder zijn? Ze keek naar het schilderij. Kunst met een grote K. De verf leek erop gegooid. Spetters waaierden uit over het linnen. Rode spetters, met een waas van zwart erover. Als bloeddoorlopen ogen die haar constant in de gaten hielden, haar begluurden.

Plotseling kreeg ze geen lucht meer. Ze rende naar de trap op haar hoog gehakte pumps. Ook al design. Met een woeste schop vloog eerst de ene, dan de andere schoen door de lucht om met een klap ergens achter de bank te belanden. De zijden blouse haalde de slaapkamer niet, de knopen waren te klein voor haar trillende handen en met een ruk scheurde ze de stof van haar lijf. Nog steeds konden haar longen niet voldoende zuurstof naar binnen zuigen en ze raakte in paniek. Met moeite stroopte ze het hemd omhoog dat strak rond haar lijf gespannen was, zodat ze een wespentaille leek te hebben. Een corrigerend hemd. Corrigerend? Martelend zul je bedoelen! Dat hij die dingen zelf ging dragen, hij had ze meer nodig dan zij! Het keurslijf werd als een cocon van zich af geworpen.

Hijgend stond ze voor de spiegel en keek naar haar reflectie. Holle ogen staarden terug, met een vlaag van wildheid. Haar lichaam gaf toe aan de zwaartekracht. Langzaam stapte ze uit de rok, die in een hoop op de grond bleef liggen. Waar was haar jeugd naar toe? Waar was zij zelf gebleven. Ergens moest zij verdwaald zijn, binnenin deze elegante magere vrouw, deze gemaakte verschijning die ze niet herkende. Een huls was ze geworden. Een mooie huls met een leeg innerlijk. Hol.

Haar gedachten echoden in de leegte. Ze kon niet goed nadenken door al die echo’s. Gewoontegetrouw reikte ze naar de pillen op haar toilettafel, draaide de dop van het busje af en schudde twee tabletten in haar hand. Met een geroutineerd gebaar gooide ze ze achter in haar keel en slikte ze door zonder water. Toen zakte ze langzaam langs de muur naar beneden en wachtte tot de vertrouwde afgestompte deken weer over haar heen zou glijden. Ze had geen buitenwereld nodig, haar wereld was groot genoeg. De energie glipte als zand door haar machteloze vingers.

Plots hief ze haar hoofd. De leegte in haar blik werd ineens gevuld met opstandigheid. Ze was er bijna weer in getrapt. Hoe vaak had ze hier al gezeten? Het was een gevangenis! Een luxe weliswaar, maar nog steeds een gevangenis. Ze wilde leven, niet vegeteren. Gulzig dronk ze een glas water in de badkamer en stak toen een vinger in haar keel. Ze vocht tegen de apathie die net nog zo aanlokkelijk had geleken en draaide haar maag om tot alleen wat gal overbleef. Trillend over haar hele lijf, maar vastberaden.

Via de slaapkamer liep ze naar haar kleedkamer, langs rekken vol met kleding, lingerie en rijen schoenen. Wie had zoveel schoenen nodig? Absurd gewoon. Achter in een verlaten kast zocht ze naar een sjofele tas. Een tas uit een vorig leven. Letterlijk. Hoe lang was het geleden dat ze haar intrek had genomen? Het leek een eeuwigheid. In werkelijkheid konden het niet meer dan vijf jaren zijn. Daar lag hij, achter een stapel badlakens. Een rits was al dat haar scheidde van de vrouw die destijds binnen wandelde, overweldigd door rijkdom en praal. Een spijkerbroek, zwart shirt en een grijze sweater. Afgetrapte gympen…

Een kwartier later kwam ze uit de douche, de zorgvuldig aangebrachte make-up eraf geboend, haar haren in een simpele paardenstaart. Het leek wel of haar lokken blij waren aan het strenge regime van haarlak ontsnapt te zijn. Ze deinden vrolijk op en neer, in pas met haar stappen. De broek zat wat los, maar een riem bracht uitkomst. In het wilde weg greep ze kleren van de hangers en propte ze in een koffer. Geen tijd, ze had geen tijd meer te verliezen.

Buiten stopte ze en keek over haar schouder. Het bloed joeg door haar aderen, tintelend, vaagde haar twijfels weg als een frisse lentewind. Dan liep ze verder, de weg af, waar de taxi zou staan. Eerst nog wat aarzelend, maar iedere meter verlichtte de last die op haar schouders drukte. Ze leek wel te zweven, ze was ontsnapt. In de over haar schouder geslingerde handtas rinkelden haar sieraden muzikaal met wat losse munten in een bed van papiergeld. Ze was natuurlijk niet gek: nog steeds verguld met zijn goud, maar nu eindelijk ook verguld met zichzelf.

Het huis wachtte geduldig, roerloos, met een verwaande blik op het gezicht. Ze zou toch wel terugkomen. Het was immers te aanlokkelijk… toch?

140312kooi

Geplaatst in Expressief, Fantasy, Foto, Korte verhalen

WasVrouw

Ze schrobt haar handen rood, gezwollen. De huid rimpelt om haar broze botten, terwijl ze met een vermoeid gebaar een weerbarstige lok achter de oren veegt. Achteloos, gedachteloos. Grijs zijn ze nu, haar haren slechts een hint van koper. Gebonden in een slordige knot vangen ze het zweet op dat langs haar nek naar beneden parelt. Het water in de tobbe kleurt grauw en bevrijdt het wasgoed van zijn sluier. Smetteloos moet het zijn, met minder neemt zij geen genoegen. Alleen het beste is goed genoeg voor haar heer.

Eindelijk hangt het goed te drogen, een wolk van wit op een geraamte van hout. En net op tijd, hoort ze daar zijn voetstappen? Maar nee, ze zijn te licht. Geen statige tred, maar hollende voeten. De stem te hoog, te jong. Vertwijfeld ziet ze hoe groezelige vingers haar harde werk besmetten, teniet doen. Ze graaien en trekken, betasten respectloos en spelen verstoppertje. Als de jongen het hemd over zijn hoofd wil trekken, stormt ze verontwaardigd naar voren. Wil je dat wel eens laten, kwajongen? Al snel is hij het beu, verkleedspelen is veel leuker met zijn tweeën. Hij huivert even en loopt dan weg.

De rust keert weer op de binnenplaats. Niet langer verstoord door de passage van het kind, voegen de flarden van de vrouw zich weer samen. Zij inspecteert haar goed en zucht. Terug naar de tobbe.

Zij was een vrouw.

140107wasgoed