Geplaatst in Weekjournaal

#4 – Wintervlinders

De week schakelt rustig in zijn eerste versnelling, zoals zoveel weken tegenwoordig: ik kus V-man in de vroege ochtend wakker, kachel naar huis en duik daar achter mijn bureau. Als het weer donker wordt appt Melodyk: het door Peter Jackson geregisseerde Mortal Engines is op tv. Ik heb echter al een afspraak met Hercule Poirot en wijd de rest van de avond aan de Mergelier. Dinsdag kan ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en start de film, op zoek naar het Lord of the Rings-gevoel. Jongstezoonlief en ik samen op de bank. De mensheid blijkt bijna uitgeroeid en leeft in mobiele steden. Een rollend Londen besluit de Brexit terug te draaien en weer aansluiting te zoeken bij Europa. Eigenlijk willen ze ons annexeren. Wat de hebzucht van één man toch allemaal teweeg brengt. Aan het einde gelukkig al goed. Heerlijk ontspannen.

Eigenwijs toch naanbrood met knoflook en koriander gegeten. Iedere hap is hemels. Het beetje yoghurt dat op de verpakking vermeld wordt is al lang uitgedroogd, bedenk ik optimistisch. Mijn lijf denkt daar anders over. Ik geniet na tot de volgende middag. Eigenwijs moet eigenlijk eigendom heten, maar dat woord is al bezet.

De laatste aankoop van de Grote Toilet Verbouwing is een feit. Voor het eerst van mijn leven bied ik mee op een online veilingsite. Ik heb een nostalgisch toilet ontworpen, met zeegroene tegels, een mozaïek op de vloer, een ouderwets kraantje, een bakkersrek en een poster die ik al meer dan dertig jaar heb. Het enige dat nog ontbreekt is een spiegel. Ik weet precies wat ik wil: een oude spiegel met houten omlijsting en in het glas geslepen bloemen, al bestaat zoiets waarschijnlijk niet. Wel hoor! Op Catawiki komt mijn wens tot leven: een oude Art Deco spiegel in de vorm van een vlinder, perfect passend bij mijn Tiffany kerstcadeautje.

Welk bod breng je in zo’n geval uit? Ik kies voor € 25,-. In de loop van de week loopt de prijs op, en het einde van de veiling komt in zicht. Ga ik weer meebieden of ga ik niet bieden? Gelukkig ken ik mezelf. Als ik het niet doe, blijf ik dromen van dat ding. Le moment suprême nadert en nadert, en ik zit met mijn hand op de muis. Nee, niet de pindakaasmuis; dit keer de staartloze muis. De minuten tikken voorbij en als de teller op zes seconden staat klik ik. Shit, moet nog eens bevestigen! Mijn vingers trillen van de spanning. Ineens springt de klok naar nóg een minuut. Ik vloek als een zeeman en houd argwanend het rijtje biedingen in de gaten. Laat niemand het wagen! Na zestig zenuwslopende seconden staat er ‘Gefeliciteerd! Je hebt dit kavel gewonnen!’ Echt? Echt. Hoera! Een paar dagen later wordt het nog echter en pak ik de zorgvuldig verpakte spiegel uit. Is het geen plaatje?

Update: V-man heeft de spiegel opgehangen:

In februari komt er een nieuwe uitdaging bij op het werk, dus deze week is voorlopig de laatste kans om nog wat uren op te nemen. Op woensdag slaap ik een beetje uit, lummel wat rond, en trek er met jongste zoon op uit. Zijn pad door het leven loopt meestal soepel, maar draait regelmatig ook een andere kant op, heeft U-bochten en werpt wat versperringen op. We bomen en babbelen erover, terwijl ik mijn telelens richt op verre dingen. Er zitten prachtige plaatjes bij, van dreigende wolken en zonlicht. De zaken die van dichtbij in het oog springen, tackel ik met mijn telefoon. Maar goed ook. Thuis gekomen blijkt het geheugenkaartje van de camera nog in mijn laptop te zitten. Ik bonk met mijn hoofd op het bureau.

Wat later die dag wordt de tweede Boerschappen-box geleverd, de vegan versie dit keer. No way dat ik nog een keer verlekkerd naar dingen ga staren die ik toch niet mag eten en die mijn huisgenoten niet lusten. De bezorger tilt zich haast een breuk. Ik gebaar naar de deurmat, bedank hem en brul naar boven. ‘Kan iemand even een doos tillen?’ Jongste zoon rolt spierballen en zet de box op de keukentafel. Nieuwsgierig klap ik de kartonnen flappen opzij en zie een volle doos. Hè? Het raadsel is snel opgelost: onderin vult een pompoen de gehele bodem. Een pompoen voor 2 personen. Een pompoen van 35 centimeter doorsnede. Die past niet eens in mijn grootste pan.
’s Avonds maak ik soep van de kastanjechampignons, bak een omelet met paprika, en rooster de aardperen met zeezout in de airfryer. Deze voor mij nieuwe groente smaakt verrassend goed en doorstaat zelfs de strenge eettest van de jongens.

Donderdag geen gedonder, maar vooral veel gedrup. Heel veel vette natte druppels. Maar dat dondert donderdag niets. Ik kruip even na half acht achter mijn laptop en sla die om kwart voor zes dicht. Het is een drukte van belang op de digitale wegen, met veel hulpvragen. Gelukkig zijn ze op te lossen. In de avond een mierzoete op-weg-naar-Valentijn-film; mijn vullingen breken bijna in stukjes. Nu gaat de film ook over een banketbakker en zoete muffins en scones en soesjes en chocolade. Oudstezoonlief komt naar beneden, op zoek naar juist iets hartigs. Hij trekt een zak zoute chips open en biedt mij er een aan. Een chippie, niet een zak. Ik stop hem in mijn mond en kijk smachtend. Hij reikt weer in de trommel en geeft me een zoute stick als troost. De schat.

Wie zich trouwens niet aan de WeightWatchers houdt, is mijn tuinmuis. Iedere dag seilt zij ab van het muurtje en doet zich tegoed aan de pindakaas. Ze blijft zelfs zitten als ik het raam open voor Smokey. Gelukkig zie ik het knaagdier smikkelen en trek het raam met een bons voor kater’s neus weer dicht. Ik wurm me door een kiertje van de deur naar buiten en tracht de enthousiaste kater tegen te houden. Muis heeft ons in de gaten en laat zich met een plof naar beneden vallen. Een plof! Dat beest wordt te dik. Straks roeit zij met haar pootjes op haar dikke buik vooruit, maar raken de teentjes de grond niet meer. Zover is het gelukkig nog niet. Ze draalt niet, maar schiet weg naar veiliger oorden. De kat snuffelt weemoedig op de landingsplek. Hoe lang gaat dit nog goed? Als het aan Smokey ligt niet lang, ook al heeft hij geen boventanden meer

Op de laatste werkdag van de week (mijn vrije dag) zijn de wolken nog steeds lek, kapot gewaaid door de harde wind. Zoveel wind dat mijn paard het niet aandurft, bang dat ik van haar rug wordt geblazen. Ik besluit mijn eigen onderstel aan het werk te zetten en loop wat later die ochtend mijn grote ronde. Tot mijn verontwaardiging zegt de app dat het maar 3200 stappen zijn. Maak ik ze te groot, of is de ronde gekrompen? Toch maar weer het horloge gaan dragen, dat is wat guller met het aantal. Ach, who cares! Mijn neus is fris en mijn wazig blikveld verruimd. Mijn brein weet nog steeds niet door welke laag van de lenzen het in de verte moet zien. Ik sta regelmatig stil en dek om beurten mijn ogen af, train ze tot ze gaan tranen. Zie nog wat tuig op straat lopen, maar als ik dichterbij kom blijkt er een Rottweiler in te zitten. Verheugd maak ik lokkende geluidjes, maar het baasje kijkt me bevreemd aan. Doorlopen, Mar!

Tijdens het middaguur bevind ik mij op het ‘Aogse Mertje’. Een man kijkt diep in mijn ogen, strekt zijn hand uit… en schuift mijn lens voorzichtig op en neer. Alles is rustig, en met gemak lees ik de onderste lettertjes op het blad dat hij me voorhoudt. Ook het schermkijken gaat steeds beter. Volgende week krijg ik als experiment een ander setje lenzen toegestuurd, waarbij het leesgedeelte in de periferie zit. Dan kan ik vanuit mijn ooghoeken bij de buurman meelezen en op het zelfde moment de horizon bewonderen. We gaan het meemaken.

Fijn weekend!

Geplaatst in Columns, Persoonlijk

Visioen

Mensen, ik had een visioen vannacht. Ik sloeg mijn ogen op en de heilige geest was in mijn kamer! Alles was omfloerst in een wazig licht. Stomverbaasd knipperde ik een paar keer. Het leek wel of een dichte mist bezit had genomen van mijn slaapdomein. Uit alle macht probeerde ik me te focussen op dit merkwaardige fenomeen, maar het lukte niet. Flarden dromen maakten het er ook niet echt gemakkelijker op.

Een fikse kneep in mijn arm overtuigde me ervan dat ik toch echt wakker was. Ik vloog overeind, plotseling bang voor gezichtsverlies. Mijn ogen! Dit had ik nog nooit meegemaakt. Was mij ’s nachts zand in de ogen gestrooid? Het rechtop zitten had evenmin resultaat, ik zag nog steeds zo goed als niets, alleen vage, schimmige vormen. Langzaam gingen mijn vingertoppen naar mijn ogen en wreven voorzichtig. Wreven nog eens. Nog steeds bevond ik mij in een schimmenrijk. Toen drong de heilige geest eindelijk ook door tot mijn wazige brein. Ik had toch zeker niet…

En jawel, ik had wel! Ik kon me nog herinneren dat ik mijn oog make-up eraf had geschrobd, maar… Op de tast schuifelde ik naar de badkamer, waar ik aarzelend aan mijn oog voelde. Waar ik stuitte op een heel dun laagje. Een contactlens! Blijkbaar was ik vergeten mijn lenzen uit te doen, voor het eerst in drie jaren!

Meteen schoot me een verhaal te binnen over iemand die noodgedwongen heel lang zijn lenzen had gedragen. Zijn hoornvliezen waren zo beschadigd geraakt dat hij blind was geworden! Daar stond ik dan, midden in de nacht, wanhopig knipperend. Help? De fles Opti-free stond opzichtig naar me te seinen en met een baat-het-niet-dan-schaadt-het-niet gedachte spoot ik een flinke scheut in mijn ogen.

Er gebeurde een wonder. De half uitgedroogde traanbuisjes schoten vol en, terwijl de tranen over mijn wangen gleden, ging Operatie LensVerwijdering van start. Een gefriemel eerste klas kan ik je zeggen. Gelukkig hadden de super-zuurstof-doorlatende lenzen nog niet gepaard met het hoornvlies, al viel de scheiding hen zwaar. Wat een opluchting, ik kon weer zien!

Die arme bollen doen al heel wat jaren hun werk en worden natuurlijk iets minder scherp. Eerst ontsierde een bril mijn neus – iets waar ik altijd tegenop zag – maar de contactlenzen hebben me mijn vertrouwde gezicht weer terug gegeven. Over niet al te lange tijd zal ik echter ook nog moeten geloven aan een leesbril. Of lenzen met een leesgedeelte. Ongelofelijk hoe ze dat allemaal in zo’n dun rondje kunnen proppen. Maar voorlopig gaat het prima zo, gewoon groot licht erop en afstand nemen.

Mijn vader heeft vorig jaar operatief nieuwe lenzen gekregen wegens staar. Zijn wereld werd letterlijk vernieuwd, opnieuw geboren. Van half blind zijn naar haarscherp kunnen zien. Ik zal nooit het gesprek vergeten waarin hij me enthousiast en dolgelukkig over de telefoon vertelde over de vele verschillende kleuren groen die hij weer kon zien. Over de blaadjes op de grond.

Laatst had ik het nog met een collega over hoe je als kind wel eens nadacht over de ‘keuze’ tussen blind of doof zijn. Dan dacht ik ‘Oh gaaf, doe mij maar blind, dan krijg ik tenminste een hond!’ Maar nu, afgezien van het feit dat dit een zeer onzinnige vraag is, wil ik niet kiezen. Beide zintuigen houden je uit een isolement, brengen je in contact met mensen, de wereld om je heen, boeken, muziek! Al beweert men altijd dat de andere zintuigen zich dan beter gaan ontwikkelen. Mijn neus!

Voortaan zal ik er dubbel goed op letten dat ik mijn wonderlenzen ’s nachts in hun speciale badkuipjes laat slapen. Ook zij moeten zich kunnen herstellen van alle indrukken die ik hen laat opdoen. En als ik moeite krijg met dingen onthouden, kan ik altijd nog contactlens-sierraden kopen hè. Dan weet ik zeker of ik ze heb uitgedaan.