Geplaatst in Expressief, Humor, Natuur, Poëzie

Niet Alle Eendjes…


niet alle eendjes zwemmen in het water

ze stappen ook graag vrolijk rond
een snater hier, een wedren daar
op zoek naar eten op droge grond

zo ook dit vrolijk exemplaar
nieuwsgierige pretogen, onbevreesd
van gestrooide kruimels en van aandacht
kreeg hij natuurlijk het allermeest

Geplaatst in Biker Witch, Columns, Expressief, Natuur

De Baai

~~~~~~~~~~~

ochtendzon kust
onbewust strelend
het zand en de golven
bedolven onder stofgoud

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Een donkere vlakte beweegt aan de horizon. Weerspiegelingen van zilver maken krassen in het zwart als de maan haar zuster ten afscheid groet. In het prille licht schrijft een krab zijwaarts een brief op de kustlijn, even afgeleid door de verwaaide stem van een winddanser. Het wordt ochtend in de baai…

‘Waar gaan we zitten mam?’ Ze stuitert over het zand, op zoek naar de beste plek op het nog verlaten strand. Sandalen vliegen door de lucht, al snel gevolgd door een shirt en rokje, waarop het meisje uitgelaten naar het water rent. ‘Niet te ver schat!’ Maar de woorden bereiken slechts dovemansoren. Schelpen, slierten zeewier, resten van een geheimzinnig zeewezen. Haar Nintendo ligt vergeten in de badtas.

Een echtpaar arriveert met een kleine jongen. Voorzichtig zet hij zijn emmertje neer en steekt een schepje in het zand. Niet uitgelaten als het andere kind, maar geconcentreerd, afgemeten. Een paar zandkorrels kleven aan zijn handen, schoenen half weggezakt in de losse ondergrond. Zijn ouders staan er trots bij te kijken. Zie hem eens spelen! Hoge schoenen, witte kousen. Een bermuda opgefleurd door een bloemen blouse en een keurig wit hoedje. Haar buik bolt vrolijk, verwachtingsvol, knieën licht gebogen om in balans te blijven. ‘Klik’, zegt de fotocamera, die iedere beweging van zoonlief zorgvuldig vastlegt. ‘Klik’. De vader beweegt amper, gebiologeerd door zijn nageslacht. Een bedachtzaam en statig gezin.

‘Hey man, halve zool, gij ken ook nie gooie man!’ Soepel en trefzeker vliegt een bal heen en weer tussen vier vrienden. Als een worp onverhoeds toch afwijkt, volgt een stoere duik in het zand om het rond stuk plastic te vangen. Schijnbeweging en mis! ‘Stumper, ge bakt der eg niks van!’ Ze zijn onvermoeibaar, zich maar al te zeer bewust van keurende vrouwelijke blikken. Een belofte van een pijnlijke roodheid bloeit langzaam op hun gespierde, nog parelwitte bovenlijven.

 

Met haar knietjes stevig in het zand gedrukt sluipt een peuter naar de waterkant. Moeder kijkt met argusogen toe en wil net in actie komen, als pa oprijst uit de zee. Hij buigt zich voorover en tilt het kind hoog op in zijn sterke armen. Veilig. Met een paar passen bereiken ze het water waar ze genietend blijven staan. ‘Kijk dan naar de bootjes liefie, zie je de witte zeilen?’. Het kind kraait en brabbelt terug. Buiten de zwemzone is het een drukte van belang. Zeilboten laveren enthousiast tegen de wind in, boeg in de golven. Iets dichterbij spelen surfers hun spel met plank, water en windkracht, en laten een spoor van schuim achter.

Meeuwen hangen roerloos in de wind en kijken neer op een merel die driftig onder een struik scharrelt. ‘Waar is toch die lekkere worm? O ja, mmm… veel beter dan het voer dat ze daar serveren!’ Zijn kraalogen blikken even opwaarts naar een terras vol lentegasten dat blakert in de zon. Duits voert de boventoon en een verdwaald Engels woord raakt flarden van onze moerstaal. Plotseling wordt de serene rust verstoord door de hartslag van een Harley, dan weer stilte. Even later beklimmen twee bikers de houten trappen en nemen plaats aan een tafel. Hun zwarte broeken worden gecamoufleerd door de koelte van de schaduw.

‘Hier, HIER!’ De gebaren spreken boekdelen. De hond gaat zitten en kwispelt zandwolken omhoog. Maar het blijkt niet genoeg. Weer wijst een hand naar een plekje nabij blote voeten. De hond kijkt vragend, koppie scheef, en nadert om vervolgens zijn kont weer in het warme zand te planten. Maar nee, baasje is nog niet tevreden. Gelaten zakt de hond door alle vier de poten en wordt beloond met een weggegooide bal. ‘Jippie, balbalbalzoekbalbalbalrenrendaarrenval…’. Hij gooit zijn poten in de lucht en schurkt met zijn rug door het zand, wringt zich in vrolijke bochten.

Het wordt avond. De schaduwen rekken en strekken zich vermoeid uit. Naderende duisternis drijft de badgasten huiswaarts en opgelucht slaakt de baai een diepe zucht. Een deken van rust daalt neer terwijl haar levensbloed met een ritmische beweging alles schoon spoelt.

Bye Baai

Geplaatst in Gastblog, Natuur

De wandeling

Gastblog door mijn oom Albert Driessen, 16 juni 2010

De wandeling

Mijn wandeling start bij het Laervoetpad en voert mij via meerdere veldwegen naar kasteel Hoensbroek.

Na zo’n paar honderd meter kom ik aan de Geleenbeek en steek bij het brugje over. Ik sta even stil en kijk naar de beek die zich meanderend een weg baant door het prachtige landschap dat gesierd wordt door oude en jonge bomen aan weerszijde van de beek. Stil geworden van zoveel schoonheid geniet ik intens en in gedachten verzonken vervolg ik mijn weg.

Bijna aan het einde van het Laervoetpad ligt rechts de oude boerderij van boer Laeven. Aan de linkerzijde staat een prachtige oude appelboom die zolang ik mij kan herinneren – en dat is 69 jaar – er altijd gestaan heeft. In vroegere tijden had hij een mooie kruin. Tijdens warme zomers zochten koeien er dikwijls verkoeling onder. Menige mand werd door boer Laeven met de heerlijke appels gevuld en vervolgens aan de man gebracht.

Nu, in de herfst van zijn appelboom-bestaan, heeft hij een kruin waar een niet al te grote vogel met een beetje geluk nog een schaduwplekje kan vinden. Getekend door de tand des tijds staat hij daar, een beetje gebogen maar nog steeds met een kruintje waarmee hij met enige trots toch nog een kleine bijdrage levert. Geen manden meer zoals in vroegere tijden… Maar boer Laeven is een boer naar mijn hart, die respect toont voor deze trouwe boom die hem zo vele jaren zoveel vruchten schonk.

Zo kijkend naar deze oude schoonheid zie ik overeenkomst met mijn eigen leven. Ik heb een fijne jeugd gehad. Daarna begon de levensfase van hard werken en zorgen voor mijn lieve vrouw, die mij twee mooie, gezonde en krachtige zonen heeft geschonken Nu, in de nadagen van mijn leven, is mijn lichaam getroffen door kanker en een zenuwaandoening, die mij in mijn werkzaamheden belemmeren. Toch probeer ik zo goed en zo kwaad als het kan – net als die boom – mijn steentje bij te dragen aan mijn gezin, familie en vrienden.

Een passerende trein doet mij opschrikken uit mijn mijmeringen. Het spoor ligt aan het einde van het Laervoetpad. Ik vervolg mijn wandeling en steek de spoorwegovergang over. Na enige meters rechts aanhouden kom ik langs een boerderij. De naam van deze boer is mij niet bekend. Na ca. 150 meter loop ik via het viaduct onder de snelweg door en kom in het gehucht Hellebroek. Op de T-splitsing aangekomen sla ik links af en buig even later rechtsaf een veldweg in.

Hier loop ik, door weiden en akkers omgeven in een vredige rust door het landschap. Zo af en toe zie je een landarbeider die bezig is met onkruid wieden en een torenvalkje dat speurend naar een prooi plots naar beneden schiet om zijn prooi te grijpen. Bijna aan het einde van de veldweg kom je bij een begroeiing die bestaat uit hagen en oude bomen die tesamen een holle weg vormen. Als je goed kijkt tref je nog sporen aan van dassen die hier in hun burchten wonen. Van al deze natuurlijke schoonheid raak ik geëmotioneerd. Ik loop met tranen in mijn ogen verder, genietend van deze enorme schoonheid.

Aan het einde van de veldweg zie ik rechts van mij een woning met volière waarin papegaaien van gips op stokjes zitten. Iedere keer als ik hier langs kom blijf ik even staan om naar deze mooie bontgekleurde groep vogels te kijken. Ik loop verder en kom langs de oude smidse van vroeger. Tegenwoordig is hier een restaurant gevestigd. Op dit punt sla ik linksaf en sta aan de voet van de Brommelenberg. Ik kijk omhoog en denk Al, wat doe jij jezelf nu aan?!, maar na enig zwoegen heb ik hem bedwongen en sta voor de zoveelste keer te kijken naar het veldkruis dat aan de overkant van de weg staat, precies tussen twee oude bomen. Steeds wanneer ik hier aan voorbij ga trekt het mijn aandacht. Soms lijkt het alsof het zeggen wil: Al, je tijd is nog niet gekomen!

Vrolijk fluitend – of zingend – vervolg ik dan mijn weg. Even verderop ligt de eeuwenoude hoeve Terlinden waar sinds generaties boer Roebroek woont. Ik steek de brug over de snelweg over en krijg de vieze uitlaatgassen in mijn neus.
Gelukkig loop ik na een tiental meters weer onder een haag van groene frisse bomen. Bij de T-splitsing sla ik linksaf de Klinkertstraat in. Links van mij schittert de Droomvijver als een grote parel in de glanzende zon.

Aan mijn rechterkant zie ik het prachtige eeuwenoude kasteel Hoensbroek in al haar pracht en praal. We zijn aan het einde gekomen van mijn wandeling. Ik voel mij vrij van alle zorgen en ben ik blij dat ik in Hoensbroek geboren en getogen ben. Ik hoop dat ik nog vele jaren mag genieten van zulke mooie momenten, en dat ik de gevoelens voor de natuur ook mag overdragen aan mijn kleindochter en oogappel Romy! Bij het schrijven van deze wandeling kwam er af en toe een traantje om de hoek kijken. Dat zal wel aan de leeftijd liggen; je bent sneller geëmotioneerd. Vroeger… vroeger zou mij dat gestoord hebben maar nu, op deze leeftijd aangekomen, hoef ik niet meer stoer te doen!

Al.



Geplaatst in Gastblog, Natuur

Huismerel’s Domein

Gastblog door mijn oom, Albert Driessen

Op een winterse namiddag, zittend voor het venster met mijn gedachten bij de vele dingen die mij nog te doen staan, staar ik naar buiten en zie hoe mijn huismerel  – zo noem ik het brutale beestje – zijn rechten opeist bij het voederplaatsje. Daar strooi ik op z’n tijd broodkruimels of beschuit, gemengd met een gekookt eitje en fijn gesneden kaaskorstjes. Iedere keer vul ik het aan als ik niets meer zie liggen.

Een stelletje mussen probeert om bij het lekkers te komen, maar de merel houdt met verve zijn territorium vrij van ongewenste indringers. Dit aanschouwende duikt er plots een eksterpaar op waar ook mijn huismerel geen verweer tegen heeft. Ik sprint naar buiten om de merel bij te staan; dat is geen moeite voor mij en het strijdtoneel van voorheen is verdwenen.

Weer warm zittend bij het raam duurt het een poos voordat er weer beweging te zien is. Een witte kwikstaart komt heel omzichtig naar het voer gehuppeld,  goed om zich heen kijkend om bij het geringste of minste de wijk te nemen onder de tuinstoelen. Zijn staart snel bewegend huppelt hij tot bij het voer en pakt snel wat om meteen zijn heil te zoeken onder de tuinmeubels. Daar komt onze huismerel weer aangevlogen om zijn verloren positie in te nemen.

In de boom hangen een paar vetbollen met allerhande ingrediënten, waar twee koolmeesjes zich aan vast klampen en ijverig bezig zijn met het vullen van hun maagjes. Achter in de tuin staat een grote dennenboom,  geflankeerd door een grote huls met behoorlijk stekende bladeren, waar mijn gevederde vrienden een pracht van een vluchtoord aan hebben. Daar gaat geen poes of ander groot dier in. Verder staan er een paar voederhuisjes die zo geconstrueerd zijn dat er geen eksters en andere kraaiachtigen bij kunnen.

Een roodborstje en een winterkoninkje vertoeven ook in mijn tuintje. Ze weten zich goed staande te houden, want ze zijn al jaren vaste gasten. Zo zijn er nog diverse boompjes en struiken geplant, dit alles ten gerieve van mijn gevederde vrienden. Het is niet altijd gemakkelijk om in deze winterse omstandigheden aan voldoende voedsel te komen, dus steek ik een helpende hand uit. Het pleziert mij – als ik zo toekijk – dat het niet voor niets is, want ik zie steeds meer vogels en vogeltjes gebruik maken van de voorzieningen die ik voor hen geschapen heb.

12-02-2010 / Albert

~ bewerkt door Marion
Geplaatst in Gastblog

Dasso de Jachthond

Gastblog door mijn oom, Albert Driessen

Het was zaterdagmorgen 6 mei 1989, 6 uur. Ik werd wakker toen onze huisgenoot Dasso mij wekte door op het bed te springen. Jullie moeten weten dat onze hond Dasso een kruising tussen een Schotse Collie en een Drentse Patrijs was, gewend om iedere morgen tussen 6.00 en 6.30 uur met mij te gaan ‘wandelen’. Zo ook deze morgen, die mij tot in lengte van dagen zou heugen.

Het was even na zessen dat ik met Dasso op pad ging voor onze dagelijkse wandeling. Wij liepen richting parkeerplaats bij Kasteel Hoensbroek, waar ik na aankomst de halsband afdeed zodat hij ongehinderd kon rennen zonder de kans te lopen dat hij met de halsband in een struik vast bleef hangen. Na wat heen en weer gesnuffel sprong vlak voor hem een konijn uit het struikgewas en liep met hoge snelheid richting Droomvijver.

Als door de bliksem getroffen spurtte hij achter het angstige konijn aan. Ik riep ‘Dasso, HIER!’, omdat ik bang was dat hij in zijn ijver om het konijn te vangen de Klinkertstraat zou oversteken en onder een voorbij rijdende auto kon komen. Dit was echter gezien het vroege tijdstip niet erg waarschijnlijk.

Mijn geschreeuw trok de aandacht van een groepje jagers, dat bezig was met het africhten van hun jachthonden. Ze kwamen nieuwsgierig kijken wat er aan de hand was en zagen een schouwspel dat ze niet vlug zouden vergeten! Al rennende en ‘Dasso, kom HIER!’ roepende, wist ik dat het konijn eerder zou luisteren dan mijn hond. Uitgeput en naar adem snakkend bleef ik aan de rand van de Droomvijver staan om nog net te zien dat het konijn Dasso te snel af was. Het hoongelach van de jagers kliefde door mij heen als scherpe messneden.

Het werd nog erger toen Dasso de eenden in de vijver zag. Met een – dat moet ik toegeven – pracht van een sprong verdween hij onder water om vlak bij de eenden weer op te duiken. De eenden vlogen al kwetterend het luchtruim in, Dasso verrast in het water achterlatend. Door het almaar luider wordende lachen van de ‘Heren Jagers’ was mijn geduld tot het nulpunt gedaald. In mijn woede pakte ik een grote steen – die lagen daar in overvloed – om, zodra hij uit het water zou komen, mijn ongenoegen te laten blijken door de steen naar hem toe te werpen.

Doch plots werd het muisstil om mij heen. Tot mijn (en ook die van de jagers) verbazing, kwam Dasso – die in het water zijn werphengel had uitgegooid – met een forel van naar schatting zo’n 48 cm uit het water en keek mij aan alsof hij zeggen wilde ‘Heb ik dat niet goed gedaan?!’.

Ontroerd en tevens diep beschaamd dat ik aan zijn jachtinstinct getwijfeld had, heb ik hem gepakt en een knuffel gegeven die hij niet snel zal vergeten. Het grootste compliment kregen wij van de jagers. Ze kwamen allemaal dichterbij, gaven Dasso een aai over zijn bol en zeiden tegen mij dat ze nog nooit een hond gezien hadden met zoveel jachtinstinct.

Veertien dagen later werd ik uitgenodigd om een oorkonde in ontvangst te komen nemen met Dasso bij het Jagersgilde, waar hij voorgedragen was en met meerderheid van stemmen verkozen werd tot ‘Beste jachthond van Limburg’! Nadat Dasso zijn welverdiende konijnenbout verorberd had, keerden we trots weer huiswaarts.

Al & Dasso

~ bewerkt door Marion
Geplaatst in Gastblog

Hoensbroek

Gastblog door mijn oom, Albert Driessen

Wandelend door de Koumen – een prachtig aangelegd natuurgebied – in Hoensbroek, daar kom je tot rust en voel je de energie terugkeren die verloren was gegaan in de stress van het leven dat je leidt in de stad. Maar kijk je om je heen in de natuur, dan zie je dat alles weer op z’n pootjes terecht komt, ook na vele, vele vernielingen die er in natuurgebieden plaatsvinden.

Dus luister ik naar de stem van de natuur en geniet ik van de serene rust. Zo lopende slaan mijn gedachten op hol en om ze niet verloren te laten gaan zet ik ze even op papier, zodat mijn mijmeringen niet verloren gaan. Waar de bomen in de wind ruisen, de vissen door het water schieten en het riet bescherming biedt aan de broedende watervogels, een paar konijntjes al rollebollend in het gras spelen en een stel verliefde duiven zitten te koeren op een tak, dan waan ik mij in een klein paradijs en voel mij helemaal op mijn gemak.

Genietend van deze pracht wordt de serene rust wreed verstoord door het helse kabaal van een verliefd stel met een draagbare radio ter grootte van een handkoffer, met aan weerszijden een luidspreker waaruit muziek klinkt die voor normale mensen pijnlijk is om aan te horen, maar voor mafkezen als dit stel kennelijk het ultieme geluk oproept.

Konijnen, duiven, inclusief mijzelf slaan op de vlucht, al was het maar om de trommelvliezen te sparen. Gedachten komen boven, dat, als ze uit zouden komen, de serene rust zou wederkeren. Waarom kan de wind niet aanwakkeren tot een STORM die ze in het water blies zodat de vissen wat extra’s hebben en het paradijs weer in ere hersteld was.

Maar dat zijn dromen die alleen in sprookjes uitkomen, en niet in de realiteit.

Al / 10-01-2010

Geplaatst in Columns, Expressief, Poëzie

Schone lei

Tijd vliegt, zegt men. Maar soms kruipt de tijd traag als een slak voorbij, zodat je het arme beestje wel een handje vooruit zou willen helpen. Andere keren – op heel speciale momenten – ontstaat juist de wens om de tijd helemaal stil te zetten.

Een vluchtig en relatief begrip, dat ‘tijd’. Heb jij ooit tijd gezien? Een flits in je ooghoeken, of een wazige plek die naast je zweeft? Iets dat je nog net kunt waarnemen als je je snel omdraait? Waar gaat de tijd naar toe en hoe neemt hij onze ervaringen mee? Eigenlijk bestaat ‘tijd’ helemaal niet. Het is gewoon een aaneenschakeling van gebeurtenissen met een regelmaat die afgeleid is uit de natuur.

Wat we er ook van vinden, de tijd wacht op niemand… en we naderen alweer het einde van het jaar. December, een donkere gure maand. Sneeuw bedekt de tuinen, ijzel en kou teisteren ons dagelijks. Maar binnen wacht de warmte. Binnen wachten gezin, familie en vrienden, heerlijk eten en lekkere drankjes.

Er is tijd en aandacht voor elkaar, om stil te staan bij de afgelopen twaalf maanden en vooruit te zien naar de volgende. Om te beseffen dat geluk niet groot hoeft te zijn. Dat we ieder jaar, iedere week en zelfs iedere dag bewust keuzes kunnen maken. Een tijd om stil te staan bij alles dat we hebben en dat we samen kunnen delen.

Het nieuwe jaar is een nieuw begin, een schone lei. Maar daaronder zie je nog vage afdrukken. Al deze ervaringen en belevenissen – vrolijke, gelukkige, maar ook verdrietige en misschien betreurenswaardige – hebben je gevormd tot de persoon die je nu bent. Laten we in deze feestmaand niet piekeren maar genieten, niet vergeten maar vergeven! Onszelf en anderen.

Fijne kerstdagen en een gelukkig 2011!

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Blanke sneeuw als een onbeschreven blad
Weerloos ontvankelijk voor nieuwe waarden
IJskristallen schitteren in de vrieskou
Schetsen een witte sterrenhemel op aarde

Vroege vogel ontwaakt in ochtendgloren
In donzige verentooi trekt er op uit
Hopt gevorkte krassen in het wit
Afdrukken van queeste naar wat buit

Diepere voetstappen verschijnen aan de rand
Vormen een nieuw pad kris door de krassen
Een voetbal rolt tussen kinderschoenen
Die uitgelaten rennen met grote passen

Doorploegd aan het einde van de dag
Blad volgeschreven zonder spijt
Het leven laat immers sporen na
Vervagende herinnering aan sereniteit

Dan ‘s nachts onder volmaakte stilte
Sluipen dreigende wolken naderbij
Een gordijn van sneeuw dwarrelt
Sluit zich aaneen tot een schone lei



Geplaatst in Expressief, Poëzie

Hunting club

Twee reebruine kijkers
Kleine oren van opzij
En aan de bovenkant
Een prachtige gewei

Geschutkleurd diertje
Doelloos dolend in het bos
Luisterde ineens aandachtig
De honden waren los!

In vol alarm stoof hij weg
Door struikgewas en sloot
Maar niets mocht baten
Jagers schoten hem dood

Daar lag dan ons bokje
Heel stil met ogen dicht
Op handen gedragen
Werd hij naar fel licht

Bang voor blikken auto
Weg was mos en boom
Zijn hele leven leek ineens
Een vage verre droom

Dan knipperend met beide ogen
Monterde hij helemaal op
Eindelijk weer in een warm thuis
Al was het alleen zijn kop… 😉

Dit schatje hangt bij mij aan de muur.

Geplaatst in Expressief, Poëzie

Ode aan de pluizenbol

O geliefde pluizenbol
wat zit mijn hart toch vol
van jou
(mijn kleren trouwens ook!)

Mijn viervoetige vriend
gevoelig en alziend
zo trouw
(mag ook wel na al dat voer!)

Grappige speelkameraad
zet liefde om in daad
kom gauw
(luister nou een keer!)

Huisdier, thuisdier
blijf voor altijd hier
ik houd van jou
(onvoorwaardelijk!)


~ voor Rebecca

Geplaatst in Expressief, Poëzie

Bergmeer

Flarden zonlicht
Spelen met een deken van kobalt
Kil water verweven met goud
Verandert in jade
Wordt warm, nodigt uit
Onaantastbaar maar dichtbij