Geplaatst in Columns

Memoires van dr. Jan Ingen Housz

In januari 1997 vond ik mijn weg naar Hogeschool West-Brabant. Of was het nou Brabant? In ieder geval nog geen Avans. Het complex bestond slechts uit drie hoofdtorens met wat tussenvleugels. De bewegwijzering was even wennen, maar met enig wiskundig- en taalgevoel was het best te doen. Een rechttoe-rechtaan gebouw. Ik startte mijn loopbaan bij CMV en vervolgde mijn weg via Social Work Deeltijd. Deze hechte club mensen maakte werken gewoon leuk! Toch maakte ik in 2005 de overstap naar de Pabo. Het was een grote stap van ettelijke honderden meters: ik verhuisde van de Hogeschoollaan naar voormalige kweekschool, klooster en internaat Sint-Franciscus aan het Dr. Jan Ingen Houszplein 2 te Breda.

Dezelfde hogeschool, maar een compleet andere wereld! Een oud gebouw, gelegen in een bruisende volkswijk. Zelfs zo bruisend dat een grote stalen poort – die (soms) werkte op afstandbediening – nodig was om dolende wijkbewoners tegen te houden. Een plein aan de voorkant met speel- en hangtoestellen voor jongeren. De bloemenkraam op de hoek. Een keur aan winkeltjes – al dan niet obscuur – om diezelfde hoek. Binnenplaats met grote bomen en bankjes in de zon.

Vol ontzag stapte ik die eerste keer door de houten deuren en meldde me bij de receptie waar ik werd doorverwezen naar het Servicepunt. Via de uitgesleten marmeren trap klom ik naar de tweede verdieping en passeerde een prachtige kapel waarin de oude versie van Xplora gevestigd was. Heiligenbeelden strekten hun zegenende handen naar me uit. WOW. Bij het Servicepunt – gevestigd in de ziekenboeg van deze oude kweekschool – wachtte me nog een verrassing: ik vond er een oud-collega van de Sociale Verzekeringsbank! Het ijs was meteen gebroken, al duurde het twee dagen voordat alle katten uit de boom gekeken waren. Maar toen was er ook geen weg meer terug.

Hoe kan ik ooit beschrijven wat daar allemaal gebeurde. Het was een warme douche met een flinke straal humor, een verrassend geurenspel aan emoties, romig schuim van saamhorigheid. Laat ik maar gewoon beginnen met wat dingen die me te binnen schieten. Er schuilen nog veel meer verhalen achter. Alright, de memoires van het Dr. Jan Ingen Houszplein:

Wist je dat…

  • Limburgse vlaai uitstekend werkt tegen buikpijn? Een collega kwam dubbelgeklapt van de pijn bij ons binnen en voelde zich zwaar beroerd. In wanhoop bood ik haar een stukje kersenvlaai aan. Tien minuten later liep ze als een kievit weg. Verbazingwekkend!
  • iedereen verslaafd was aan ‘Broodje Bep’? Bep – ja onze eigen Bep – zwaaide met strenge hand de scepter in de kantine en over de huishoudelijke dienst van de Pabo. ’s Ochtends stond al een grote pan verse soep te pruttelen op het fornuis. ‘Broodje Bep’ was een broodje niet-echt-heel-gezond-maar-wel-heel-erg-lekker met boter, ham, kaas (flinke plakken hè, geen dunne schilfertjes), tomaten, sla, gekookt ei en/of naar wens verse eisalade. Het paste bijna niet in je mond.
  • de kantine met Kerstmis helemaal aangekleed werd, compleet met boom, lampjes, open haard en een heuse Kerstman?
  • er een fikse tafelvoetbal competie gehouden werd? Helaas waren de meiden te snel moe, of te warm – tsk tsk – dus al snel speelde ik tegen de conciërges. Joepie, tegenstand!
  • Sandra met haar verjaardag aangekleed werd als Sinterklaas? We hadden een mededeling geplaatst op Blackboard dat alle studenten bij  Sinterklaas op schoot mochten komen zitten tijdens de pauze. Een geweldige puinhoop, maar wat hebben we gelachen.

  • er van alles werd uitgewisseld in het Servicepunt? We hadden een eigen toilet en kleine wasruimte, en dat gebruikten we ook als kleedkamer. Schoenen, truien, ja zelfs BH’s wisselden van eigenaar als getwijfeld werd aan de maat.
  • het er erg gehorig was? En tja, er werd wel eens wat gezegd over een student die de boel echt te bont maakte. Wisten wij veel dat die stond te kopiëren op de gang achter de altijd afgesloten deur. Onze stemmen vonden blijkbaar een weg door het slot. Blamage!
  • we zo vaak de slappe lach hadden dat de docenten regelmatig op een later tijdstip terug moesten komen? Soms durfden ze helemaal niet binnen te komen.
  • sinterklaasrijmen altijd in tweevoud gemaakt werden? Eén kuise en een iets minder geciviliseerde versie. Wat een geweldige rijmwoorden waren dan ineens voorhanden.
  • Joris Rasenberg (destijds Pabo student) van de band ‘Abel‘ speciaal voor Jolanda kwam zingen toen zij 40 werd? Ze was compleet verrast en straalde, vooral toen ze met Joris mocht meezingen. Onze eigen glans werd op dat moment iets minder.
  • er een geheime wenteltrap was die startte in de keuken en leidde naar een hokje boven de kapel?
  • de oude Pabo een doolhof was van kamers, verdiepingen, trapjes, openingen waar je doorheen moest klimmen, schuine daken? Je kon er uren ronddwalen zonder ooit gesignaleerd te worden.
  • de Action vlakbij was? We gingen bijna nooit pauzeren maar als we naar de Action gingen, kwamen we pas twee uur later met armen vol tassen weer terug.
  • er een menselijk skelet in de kast in de kelder stond? Ik schrok me dood toen ik op een dag die kastdeur opende en had er zo naast kunnen gaan staan. CSI scenario’s schoten door mijn hoofd.
  • wij Servicepunters elkaar op zelfgemaakte verjaardagslunches trakteerden in plaats van gebak? Van soep tot tapas, Indische rijsttafels. De docenten kwijlden over onze schouders en schoven aan als we iets over hadden. Als…

Voor onze HBO-studenten is de Hogeschoollaan veel beter, professioneler, uitdagender en modern. Maar regelmatig verlang ik terug naar onze oude Pabo. Het was geen superstrak architectonisch ontwerp. Geen glazen paradepaardje met technische hoogstandjes. Er was geen contact met andere academies en opleidingen. Maar ook geen problemen met lokalen en roostering. Het gebouw aan het Dr. Ingen Houszplein was uniek, dat krijgen we nooit meer terug. Maar wat we gelukkig meegenomen hebben naar de Hogeschoollaan is een geweldig team dat nog steeds die oude verbondenheid uitstraalt. Meiden, bedankt!! En oude kweekschool aan het Dr. Jan Ingen Houszplein, we dragen jou nog steeds in ons hart mee.

Geplaatst in Columns, Natuur

Groene Vingers

Lente, richting zomer. Voor de één een zegen, voor de ander een lijdensweg. De neus gaat kriebelen, niesprikkels banen zich een weg naar buiten en alle sluizen gaan open. Zakdoeken zijn niet aan te slepen. Solidair besluiten de ogen ook mee te gaan doen en kleuren mooi roodwitblauw. Of een andere vlag. Zelfs de vingers gaan meekriebelen. Wroeten willen ze, wroeten in de donkere aarde. De drang is onbedwingbaar. Ze moeten zand voelen, takjes en wormen. Uitgedroogde kattendrollen. Dingen laten groeien en één worden met de natuur. Dit fenomeen noemen we ‘groene vingers’. Nagelbedden zijn niet meer om aan te zien, het zand nestelt zich in plooien en poriën, onder nagels. Zwart en groezelig. Heerlijk! Gouden tip: combineer deze groene vingers nooit met een kriebelend neusgat.

Behalve graven willen deze vingers ook knippen, hakken en snoeien. Oh wat een mooie tak. WEG ermee! We hebben immers besloten dat terugsnoeien goed is voor planten. Geen uitbundige gewassen en struiken, nee, er mogen alleen nog stompjes overblijven voordat we ze loslaten in de lente. Zo heb ik mijn lavendelstruiken een keer gesnoeid. Ik was niet meer te stoppen, hoppetee, lekker kortwieken die handel. Het enige dat nu, drie jaren later, over is, zijn miezerige houtbossen met op de toppen wat paarse bloemetjes. Maar ik krijg het niet over mijn hart om ze eruit te trekken. Je doet je kids toch ook niet weg als ze naar de kapper zijn geweest? Of je vent als zijn haar wat begint uit te vallen?

Zelf ben ik trotse bezitter van twee zandbakken: eentje vóór en een achter mijn huis. Bij droogte lijkt het wel de Sahara, complete zandstormen in onze buurt. In een vlaag van schijnbare verstandsverbijstering heb ik ooit wilde bloemen in de voortuin geplant. Een sleuf graven, zaad erin strooien et voilà. Mijn buurman kreeg haast een beroerte toen hij zag wat ik gedaan had. ‘Marion, dat is ONKRUID meid. Het verspreidt zich overal, haal het gauw weg!’. Maar nee, ik was lekker eigenwijs en werd beloond met een overdaad aan bloemen: klaprozen, stinkende gouwe (ik rook niets hoor), akkerdistel; een pracht was het. Die zomer was het extreem droog. Alle planten verdorden zonder continue bewatering. En wat denk je? Mijn wilde bloemen waren de enige die trots en uitbundig overeind bleven!

Een tuin vergt veel onderhoud. Alles dat je zorgvuldig plant verdort anders binnen een dag, maar wat spontaan opkomt tiert welig zonder aandacht. Een keer knipperen met je ogen en er trekt een groene waas door je tuin. De negeer-strategie heb ik al vaker beproefd: het onkruid gaat wel weg, ook dat droogt vast uit! Maar nee, niets daarvan, zodat ik regelmatig drie dagen lang op mijn hurken en knieën doorbreng om ieder sprietje met de hand eruit te trekken. Ben je eindelijk klaar, kun je weer opnieuw beginnen. Blijkbaar bestaat ook een andere strategie. Je kunt alles gewoon omspitten, ben je binnen een uurtje klaar. Dat wist ik niet. Gelukkig weet mijn partner dat wel.

Lang geleden had ik een oude vlinderstruik in de achtertuin. Het was mijn trots, mijn bonsai zonder pot. Ieder jaar snoeide ik hem terug – dit keer met beleid – en vanuit een prachtig lijnenspel ontsproten talloze frisse groene takjes, in de zomer getooid met een levende have van vlinders. Geweldig! Tot ik op een dag thuis kwam en de vlinderstruik omgezaagd en uitgegraven was. ‘Kijk eens!’, zei mijn ex. Geloof me, ik deed niets anders, met bliksemende ogen. ‘Hoe haal je het in je hoofd?!’ Maar het was al te laat. Ook een bloesemboom in de voortuin was gesneuveld.

Inmiddels heb ik zelf bomen terug geplant. Nieuwe vlinderstruiken in voor- en achtertuin en nog twee coniferen. Wist ik veel dat die dingen zo groot en breed werden! Een paar jaar geleden vroeg mijn vader, die op bezoek was, of hij kon helpen in de tuin. ‘Ja graag pap!’ Op zijn vraag of hij ook mocht snoeien, antwoordde ik ‘Doe maar hoor, ik vertrouw op jouw oordeel.’

Een uur later bracht ik hem een verfrissend drankje en…

… tot mijn verbazing had ik nog maar een halve conifeer over. Hij had ‘m gewoon dwars doormidden gezaagd! Niks de top eruit halen, nee hoor, hup de zaag erin. De buitenkant was nog groen, maar de binnenkant bleek hol en verdord. Mijn pa keek me aan en haalde zijn schouders op, alsof hij wilde zeggen ‘Dat kon ik toch ook niet weten?’. Zijn blik was zo hulpeloos dat ik het uitschaterde en opperde dat het vast nog wel zou aangroeien. ‘Zou je denken?’, zei mijn vader hoopvol. ‘Tuurlijk pap, groene vingers!’

Inmiddels zijn we jaren verder en inderdaad, de conifeer groeide langzaam door. Maar hij verloor niet alleen veel haar, hij kreeg ook nog een bierbuik. Er zat geen model meer in! Vorige maand is hij afgevoerd.

Geplaatst in Biker Witch, Columns, Expressief, Natuur

De Baai

~~~~~~~~~~~

ochtendzon kust
onbewust strelend
het zand en de golven
bedolven onder stofgoud

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Een donkere vlakte beweegt aan de horizon. Weerspiegelingen van zilver maken krassen in het zwart als de maan haar zuster ten afscheid groet. In het prille licht schrijft een krab zijwaarts een brief op de kustlijn, even afgeleid door de verwaaide stem van een winddanser. Het wordt ochtend in de baai…

‘Waar gaan we zitten mam?’ Ze stuitert over het zand, op zoek naar de beste plek op het nog verlaten strand. Sandalen vliegen door de lucht, al snel gevolgd door een shirt en rokje, waarop het meisje uitgelaten naar het water rent. ‘Niet te ver schat!’ Maar de woorden bereiken slechts dovemansoren. Schelpen, slierten zeewier, resten van een geheimzinnig zeewezen. Haar Nintendo ligt vergeten in de badtas.

Een echtpaar arriveert met een kleine jongen. Voorzichtig zet hij zijn emmertje neer en steekt een schepje in het zand. Niet uitgelaten als het andere kind, maar geconcentreerd, afgemeten. Een paar zandkorrels kleven aan zijn handen, schoenen half weggezakt in de losse ondergrond. Zijn ouders staan er trots bij te kijken. Zie hem eens spelen! Hoge schoenen, witte kousen. Een bermuda opgefleurd door een bloemen blouse en een keurig wit hoedje. Haar buik bolt vrolijk, verwachtingsvol, knieën licht gebogen om in balans te blijven. ‘Klik’, zegt de fotocamera, die iedere beweging van zoonlief zorgvuldig vastlegt. ‘Klik’. De vader beweegt amper, gebiologeerd door zijn nageslacht. Een bedachtzaam en statig gezin.

‘Hey man, halve zool, gij ken ook nie gooie man!’ Soepel en trefzeker vliegt een bal heen en weer tussen vier vrienden. Als een worp onverhoeds toch afwijkt, volgt een stoere duik in het zand om het rond stuk plastic te vangen. Schijnbeweging en mis! ‘Stumper, ge bakt der eg niks van!’ Ze zijn onvermoeibaar, zich maar al te zeer bewust van keurende vrouwelijke blikken. Een belofte van een pijnlijke roodheid bloeit langzaam op hun gespierde, nog parelwitte bovenlijven.

 

Met haar knietjes stevig in het zand gedrukt sluipt een peuter naar de waterkant. Moeder kijkt met argusogen toe en wil net in actie komen, als pa oprijst uit de zee. Hij buigt zich voorover en tilt het kind hoog op in zijn sterke armen. Veilig. Met een paar passen bereiken ze het water waar ze genietend blijven staan. ‘Kijk dan naar de bootjes liefie, zie je de witte zeilen?’. Het kind kraait en brabbelt terug. Buiten de zwemzone is het een drukte van belang. Zeilboten laveren enthousiast tegen de wind in, boeg in de golven. Iets dichterbij spelen surfers hun spel met plank, water en windkracht, en laten een spoor van schuim achter.

Meeuwen hangen roerloos in de wind en kijken neer op een merel die driftig onder een struik scharrelt. ‘Waar is toch die lekkere worm? O ja, mmm… veel beter dan het voer dat ze daar serveren!’ Zijn kraalogen blikken even opwaarts naar een terras vol lentegasten dat blakert in de zon. Duits voert de boventoon en een verdwaald Engels woord raakt flarden van onze moerstaal. Plotseling wordt de serene rust verstoord door de hartslag van een Harley, dan weer stilte. Even later beklimmen twee bikers de houten trappen en nemen plaats aan een tafel. Hun zwarte broeken worden gecamoufleerd door de koelte van de schaduw.

‘Hier, HIER!’ De gebaren spreken boekdelen. De hond gaat zitten en kwispelt zandwolken omhoog. Maar het blijkt niet genoeg. Weer wijst een hand naar een plekje nabij blote voeten. De hond kijkt vragend, koppie scheef, en nadert om vervolgens zijn kont weer in het warme zand te planten. Maar nee, baasje is nog niet tevreden. Gelaten zakt de hond door alle vier de poten en wordt beloond met een weggegooide bal. ‘Jippie, balbalbalzoekbalbalbalrenrendaarrenval…’. Hij gooit zijn poten in de lucht en schurkt met zijn rug door het zand, wringt zich in vrolijke bochten.

Het wordt avond. De schaduwen rekken en strekken zich vermoeid uit. Naderende duisternis drijft de badgasten huiswaarts en opgelucht slaakt de baai een diepe zucht. Een deken van rust daalt neer terwijl haar levensbloed met een ritmische beweging alles schoon spoelt.

Bye Baai

Geplaatst in Columns, Cultuur

De Paashaas

We hebben in ons land prachtige mythen en gebruiken. Sint Nicolaas is een goede lieve heilige man die ter ere van zijn eigen verjaardag cadeautjes uitdeelt aan de Nederlandse kinderen. Ieder jaar komt hij weer met Pakjesboot 12 naar ons land gestoomd en zet hier de boel op stelten met zijn Zwarte Pieten. Heerlijk, wat een traditie. Nog geen maand later draaft zijn neef de Kerstman door onze straten in wederom een alternatief vervoermiddel: een arrenslee, getrokken door een troep rendieren. Hoewel de Kerstman iets gevulder is dan Sinterklaas, blijkt de familiegelijkenis direct uit de witte baard, de rode hoofdtooi en het uitdelen van presentjes, hierin bijgestaan door kleine elfen. Alweer een bron van geluk en plezier. Ik heb wel vertrouwen in die mannen, ik geloof in hen!


Afbeelding: Festina Lente

Ik trek echter de grens bij de paashaas. Jaren geleden waren wij op bezoek bij mijn zusje en die wilde dat ik de paashaas erkende ten overstaan van haar kinderen. Kom op nou! Een langorig rondhupsend knaagdier met een mandje met gekookte eieren op haar rug? EIEREN van een haas? Waar heeft zij die vandaan getoverd, op bezoek geweest bij een scharrelkipbedrijf? Ik kon het de kinderen niet aandoen en heb geweigerd. Toch bleef het beeld van die haas met haar kleurrijke vracht me achtervolgen en enigszins geïntrigeerd ben ik op onderzoek uitgegaan.

Er blijkt een aantal interessante theorieën over het ontstaan van de paashaas te bestaan. Ik heb ze voor je samengevat. Het begon allemaal bij de godin van de vruchtbaarheid, Ostara genaamd. Zij werd omringd door allerlei lentedieren en een daarvan was een eigenwijze, zo niet stoute kip die constant haar eieren verstopte. En zoeken naar eieren is niet echt leuk als je last hebt van een ochtendhumeur. Op een dag was de maat vol en als straf veranderde Ostara de kip in een onzichtbare haas met een gouden vacht. Weet je wat, zei ze, ga jij zelf die eieren maar zoeken. Hier heb je een mandje. Slechts één maal per jaar verandert de haas weer in een kip en mag eieren leggen, die zij bij voorkeur verstopt in een hazenleger. Heel aannemelijk nietwaar?

Ostara © Katia Honour

Toch zet ik vraagtekens bij deze theorieën. Als het dier onzichtbaar is, hoe kan men dan de kleur van de vacht weten? En waarom werd die kip niet veranderd in een kangoeroe? Die kan eieren tenminste op een handige manier verzamelen. Zoals je zult begrijpen bestaat de paashaas waarschijnlijk helemaal niet. In werkelijkheid vertrekt een zwerm kerkklokken op Witte Donderdag vanuit ons land naar Rome om daar eieren op te halen – hun jaarlijkse paasuitje zeg maar. Op de terugweg strooien de klokken de paaseieren boven Nederland uit, waarna de kinderen ze mogen gaan zoeken…

Het moet niet gekker worden, klokken met eieren?! Ik geloof nog eerder in een onzichtbaar knaagdier met een mandje op haar rug. En als zelfs kippen brillen dragen en gouden eieren leggen, als koeien hazen vangen, hun pensioen in een sloot vieren en dan weer op het droge gehaald worden, als apen uit mouwen komen en je de hond in de pot kunt vinden, dan is de mythe van de paashaas misschien niet eens zo vreemd. Wat ik in ieder geval wel met 100% zekerheid kan zeggen, is dat de Avans Kip bestaat. Echt waar!

(voor Gerard Kip)
Geplaatst in Biker Witch, Columns

Richtingsgevoel

Een buitengewoon mooie lentedag in april. Genietend loop ik door de deels zonovergoten deels beschaduwde straten van Arnhem, een geweldig concert van The Wall in het vooruitzicht. De temperatuur is aangenaam en om mij heen ontluiken zomerse outfits met bijbehorende glimlachen. Ik ben op een ontdekkingsreis die mij van de ene naar de andere winkel voert: Esprit, Dille & Kamille, een alternatief winkeltje met fantasy spullen. Ik kom ogen tekort. Een brie-tosti met walnoten en honing geeft voldoende energie om weer op pad te gaan. Iets later een dubbele Trappist.

In een roes van ontspanning dwaal ik steeds verder en verder. Dan ineens de realisatie dat ik met geen mogelijkheid meer weet waar ik ben! Waar staat de auto? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Geschrokken blijf ik stil staan en kijk verwilderd om me heen. HELP? De onverstoorbare kracht aan mijn zijde lacht alleen maar en leidt mij zonder aarzelen in de goede richting. Volstrekt onbegrijpelijk, hoe doet hij dat toch? Als ik de weg naar de parkeergarage had moeten terugvinden, dan zat ik nu nog niet op Avans.

Richtingsgevoel. Een ingebouwde  radar die werkt zonder ijkpunten, satellieten of energievoorziening. Het gevoel dat je zegt welke kant je op moet. Dat je voert naar je eindbestemming, maakt niet uit waar je je op dat moment bevindt. Ze zeggen wel eens dat dit gevoel bij vrouwen ontbreekt, maar in mijn geval klopt daar niets van, ongelofelijk maar waar. Ik ben gezegend met een bijzonder ‘goed’ ontwikkeld richtingsgevoel. Je kunt met mij namelijk alle kanten op! En mocht ik een kant kiezen, dan kun je ervan uitgaan dat je nou nét de andere kant op moet lopen. Handig toch?

Er bestaan grote verschillen tussen man en vrouw, fysiek en mentaal. Richtingsgevoel is daar een van, dat weet iedereen… alhoewel wetenschappelijk onderzoek anders doet vermoeden. Onderzoekers hebben ontdekt dat het richtingsgevoel bij alle zoogdieren – inclusief mensen – is aangeboren, waarbij geen verschil tussen de seksen is aangetroffen. Dus luitjes, de bewering dat vrouwen minder goed kunnen navigeren dan mannen is gewoon een mythe! *kuch*. Misschien klopt het wel gedeeltelijk: op grond van de stand van de zon bepaal ik zo de juiste richting. Met een kaart is het uitzetten van een route of het vinden van een bestemming een fluitje van een cent. Maar zet me in een bos of twee straten verder in een stadscentrum en ik ben hopeloos verdwaald. Ik moet herkenningspunten ZIEN en kan routebeelden niet bij elkaar krijgen in mijn hoofd.

In het weekend gingen we een stuk rijden op onze Harley-Davidson. De tocht voerde langs weilanden met vertederende lammetjes die rond hun moeders dartelden. Bruine en zwarte paarden smulden onverstoorbaar van het lentegras. Roofvogels zweefden op hun brede vleugels en bespiedden de nog nietsvermoedende prooi. Het was druk met fietsers op de landwegen. Eenlingen racend, stelletjes gemoedelijk peddelend, andere groepen in een man-vrouw verdeling. De mannen altijd voorop – ongetwijfeld navigerend. We ronkten dan weer in Zundert, een paar minuten later ineens in Breda, vervolgens weer in een plaats die naar mijn gevoel een flink eind verderop moest liggen. Het enige dat te zien was van mijn innerlijke verbazing was een opgetrokken wenkbrauw. Maar ik liet me gewoon lekker meevoeren, genietend achterop bij mijn partner. Ik vertrouw wel op zijn richtingsgevoel.

Geplaatst in Columns, Humor

Het iVirus

Iedereen denkt dat de grote populariteit van Apple – eens een Apple, altijd een Apple – te danken is aan de fantastische producten. Niets is minder waar! Het bedrijf floreert door de simpele gouden regel: neem twee stuks fruit per dag – al is het in dit geval erg duur fruit.

Zo hebben we de Mac. In de Mac is uitstekende kwaliteit gecombineerd met een aantrekkelijk uiterlijk. De naam Apple Mac is echter commercieel niet geschikt, omdat die teveel associaties oproept met een bekende snack. En dan ga je geen fruit kopen! Apple heeft besloten om deze all-in-one desktop de iMac te noemen. Wederom gebaseerd op een niet geheel correct toegepast spreekwoord van een appel en een i. Het blijkt de geboorte van een nieuw en uitermate succesvol virus te zijn: het iVirus.

Foto: Culinair Atelier

Een andere telg uit de familie is de Apple iPod, een draagbare muziek- en mediaspeler die werkt in combinatie met iTunes. De iPod vindt gretig aftrek bij muziekliefhebbers jong en oud, onder andere door het hippe uiterlijk.

Vorig jaar was ik in New York en ik heb toen natuurlijk een bezoek gebracht aan het futuristische Apple gebouw. De grote glazen kubus is het enige dat je ziet, de winkel zelf is ondergronds. Hier mochten we voor het eerst live kennismaken met de iPad. iGenlijk was die Apple toch wel heel erg verleidelijk. Maar goed dat ik geen Eva heet. De iPad is een tabloid die uitermate geschikt is om kranten en magazines te lezen, mail te checken, en heeft vele apps-mogelijkheden. Je kunt de iPad zelfs inzetten voor onderwijs.

Inmiddels verspreidt het virus zich steeds verder en gaan ook andere bedrijven de i-term gebruiken. Zo ontwikkelde Google een gepersonifieerde startpagina: iGoogle. En zelfs Avans lijkt nu besmet: met de lancering van iAvans treedt onze hogeschool in de voetsporen van Apple Inc.

Enkele weken geleden werd ik zelf ook slachtoffer van dit iVirus. Het was een zeer vreemde gewaarwording. Het leek wel of mijn haren ineens een eigen leven leidden en veranderden in voel-sprietjes! De achterwaartse aantrekkingskracht was niet meer te negeren. Hoewel het een ietwat ongelukkig moment was –  we zaten midden in een presentatie – wierp ik een achteloze blik naar achteren. Daar zat een collega met een geconcentreerde blik haar telefoon te bestuderen, om vervolgens met een vegende beweging over het scherm te strijken. Geïntrigeerd draaide ik me verder om en fluisterde

Hey, is dat een iPhone?

Bevestigend geknik.

Is die nou echt zo handig?

Er verscheen een extatische blik in haar ogen en vaardige vingers lieten een paar opties zien. Met één oor bij de spreker en mijn andere oor bij mijn achterbuurvrouw was het wat moeilijk concentreren, lyrisch als ik was toen ik de welbekende en o zo geliefde Google agenda zag verschijnen! Op dat moment was de beslissing iGenlijk al gevallen. Na de iCT presentatie aan de voorzijde van het lokaal volgde nog een uitgebreide iPhone demo in de coulissen. Om van te watertanden. Die avond bestelde ik een iPhone. En een andere collega ging ook al voor de bijl.

Sindsdien is zelfs mijn woordenschat aangetast. iGenwijs als ik ben, eet ik een i alleen nog maar uit een iErdop. Een krentenbol is niet meer goed genoeg, ik wil iErkoeken bij de lunch. En nu de lente naderbij sluipt, zie ik alleen nog maar iScreams. En die zijn bij Avans niet eens te koop. Deze zomer wordt een hel!

Hopelijk muteert het iVirus nog. Soms word ik namelijk een beetje eng van al die I‘s. How about You? Misschien wordt het toch eens tijd om de Wii te voorschijn te halen. Al is die niet van Apple.

Geplaatst in Columns, Humor

Zomaar een dagje Pabo

Het lijkt een gewone doorsnee donderdag die iedere week weer voorbij komt. Een beetje uitslapen, wat schrijven, rustig aan doen en ’s middags naar Avans tuffen om tot 21 uur te werken. Heerlijk relaxed.

FOUT!

Het is namelijk de donderdag van de toetsweek! Wat dit betekent? Ik heb het een beetje voor je bijgehouden:

  • Die ochtend word ik drie maal thuis gebeld over toetsproblemen. Verwarring over lokalen! De surveillant is zoek! Een toets kwijt! Marion HELP!! Gelukkig blijkt niet veel aan de hand te zijn. CiEP cool remember?
  • Intussen lees ik ontroerende en hartverwarmende reacties op ‘Salute to part-time students!‘, een blogpost die ik heb opgedragen aan onze dappere deeltijdstudenten. Ze verdienen het!
  • Commotie over een student die haar ID vergeten heeft bij een tentamen, een ander die te laat is. Ik sla het Avans mailverkeer gade en werp me er in als het nodig is. Hmm misschien handig als ik toch maar iets vroeger naar Avans rijd.
  • Daar aangekomen is het bedrieglijk rustig en tref ik een buggy aan zonder kind. ‘Sorry, ik moet je nog iets vertellen,’ komt Monique grijnzend om de hoek. Gelukkig is het Constance, die op bezoek is met haar prachtig zoon Sam.
  • Ik reik Carla een beterschapkaart aan met de woorden ‘Voor Thieuke’ – die aan zijn neusbeen is geopereerd. IJverig gaat ze schrijven en geeft de kaart door aan Hans. Als ik een minuut later met een kaart voor Karen – die net bevallen is – voor Carla’s neus sta, trekt ze eerst wit weg en krijst het dan uit van het lachen. Met moeite weet ik uit haar te krijgen wat er aan de hand is. Carla heeft op Mathieu’s kaart geschreven: ‘Wat een lieverdje, geniet van dit wonder!’. We hangen met buikpijn te snikken tegen de kast, tranen van het lachen. Wat zal Mathieu denken als hij dit leest?!
  • Inmiddels is de spoorloze toets toch weer gevonden, hoera!
  • Maartje (van RET) komt op bezoek in haar prachtige, door de jaren ’60 geïnspireerde kleurrijke kleding. Jolanda vraagt ‘Hoi, wat is er bij jullie aan de hand, hebben jullie ook een feest?’, helemaal met haar gedachten bij de Pabo Eighties-party. Met een grijns verzekert Maartje Jolanda dat er niets aan de hand is. Als Hanneke vervolgens ook nog langs loopt met de woorden ‘Hey al helemaal geïnspireerd door de jaren ’80?’, doen we er maar het zwijgen toe.
  • Een dubbele boeking van een lokaal. Guus weigert eruit te gaan en de andere docent ook – met Maartje gevangen in het midden! Ik duik in mijn mail en CiEP-er na enig gezoek zowaar mijn aanvraag op tafel. Aanvraag klopt, lokaal klopt… maar RET datum klopt niet. Guus mag blijven zitten, de andere docent wordt omgeboekt.
  • Melanie komt vertellen dat de student, met wie zij in gesprek was, met krukje en al achterover is geCiEPerd. Erg sneu maar ook wel een beetje grappig.
  • Karen zoekt wanhopig naar een manier om een bijlage toe te voegen aan een Blackboard mail. Waar is die USB drive? Die blijkt ‘Floppy disk’ te heten. Back to the past.
  • Dan lees ik het volgende in een mail van een docent: ‘Mogelijk zit dat in een string in het systeem…?’ Hahaha veel stof om te schrijven vandaag. Eh ik bedoel, weinig stof.
  • Ineens komt er een Kippetje uit een (muur)kast bij de Pabo.  Wat een vreemde dag!
  • Uit eten bij de catering zoals iedere donderdag. Op het scherm staat nog steeds ‘Prettige Feestdagen’ te lezen.
  • Docent vertelt over een mail van een student: ze had net een toets gemaakt en wil achteraf toch nog even een foutief antwoord corrigeren. Of dat mogelijk is? Hilariteit alom. Dan vertelt hij ook nog dat een andere student bij een herkansing alleen de foute opgaven opnieuw wil maken. Goh, dat hij dat niet toestaat, verbazingwekkend!

Gebeurt dit bij jullie nou ook? Of zijn wij echt de enige academie met dit soort zotte voorvallen? Vertel, vertel, we zijn erg benieuwd!