De muziek zwelt aan. Mijn hersenen zo te voelen ook. Wat een nacht, ik heb vaker het duister van mijn slaapkamer dan het donker van mijn oogleden gezien. Even ontspannen voordat de werkdag weer losbarst. De zoete klanken van Bløf vullen mijn auto, omringen me met rust. Heerlijke rust.
Zoals je zit op de veranda
Zoals je wild de tuin inkijkt
Onbereikbaar voor de ogen van de wereld
Zo, die is inderdaad helemaal van de wereld. Hallo, doe je ogen eens open! Het is al vijf minuten groen, gaan we nog rijden vandaag? Voor mij?
Alleen voor mij
Zoals je oud lijkt in je wijsheid
Wijs? Niet goed wijs zul je bedoelen. Mafkees, rijd niet zo hard!
Zoals je houdt van de klimop
Onbevangen als je opkijkt naar een vlinder
Nee, jij niet, ogen op de weg, het is hier te doen. Laat die mooie dame op dat billboard maar lekker mooi wezen.
Alleen voor mij
Blijf
Blijf zoals nu
Blijf
Ja blijf! Blijf vooral daar. Op je eigen weghelft. Je slingert als een gek. Goede genade, ik zal blij zijn als ik er ben.
Blijf zoals nu
Zoals je languit ligt te zonnen
Dak van de auto open geschoven en maar stoer doen dat het zo lekker is. Je zit te vernikkelen man. Laat ik de verwarming maar wat hoger zetten.
Zoals je bruiner wordt dan ik
Onbeholpen als je slaapdronken weer opstaat
Ongelofelijk, het lijkt wel of je gezopen hebt. En het is net half acht geweest.
Alleen voor mij
Blijf
Blijf zoals nu
Blijf
Blijf zoals nu
Blijf zoals nu
Het is te mooi vandaag
Het is te goed vandaag
Het is mijn hele wezen dat zich afvraagt waarom
Waarom. Waarom rijd ik hier iedere ochtend. De zon schijnt, het wordt een prachtige dag. Verder rijden, zomaar verder rijden.
Het niet altijd zo kan zijn
Het is je schoonheid
Het is je goedheid
Het beste dat gebeuren kan
Herken het dan
Wat wil je nou? Neem je de afslag, of toch maar niet? Eerst snijd je me af, dan ga je op een sukkeldrafje irritant voor me rijden, dan wil je omdraaien. Oh nee, toch maar niet, krijg ik weer je achterklep in mijn gezicht geschoven.
En blijf
Blijf zoals nu
Blijf
Blijf zoals nu
Zoals je nadenkt over zonlicht
Zoals je altijd bij me kruipt
Zucht, 70 km is geen 50, en al zeker geen 40. Rijd toch door, slak!
Onaantastbaar lig je naast me in het donker
Alleen voor mij
Deze man speelde in Barcelona, helemaal alleen op een rustige plek in een park. Hij ontlokte de meest prachtige klanken aan dit wonderbaarlijke muziekinstrument. Ik heb een hele tijd staan te luisteren. Weet iemand hoe het heet?
–
De komende weken is het thema MUZIEKin de Zes woorden met beeld-uitdaging. Doe je ook mee? Kijk hier voor de spelregels.
Een klank, een ritme. Twee tonen die met elkaar spelen, om en om wentelen totdat een melodie ontstaat. Gaat jouw hart er ook sneller van slaan? Wat brengt je weer tot rust? Wat vergezelt je in de trein, de auto, zelfs onder de douche? MUZIEK!
Muziek is een kunstvorm die gebruikmaakt van klanken, geschikt in een bepaalde tijdsduur. Om muziek te maken wordt gebruikgemaakt van de elementen toonhoogte, ritme, geluidssterkte (muzikale dynamiek), klankkleur en textuur (monofonie, polyfonie e.d.), maar ook stilte. Het woord is afgeleid van het Griekse μουσική (mousikè), ‘kunst van de Muzen’. Voor zover bekend hebben alle culturen in alle tijden muziek gekend, maar omdat deze kunst op verschillende plaatsen en in verschillende tijden steeds weer anders beoefend (en ervaren) werd en wordt, is er geen eensgezindheid omtrent de definitie van muziek: wanneer is iets muziek en wanneer niet? Het uiteindelijke antwoord op deze kernvraag verschilt bij de diverse muziektheoretici en filosofen. Dit verklaart wel de grote verscheidenheid aan muziekstijlen door de tijden heen, in diverse (sub)culturen. Het is echter wel een onomstreden feit dat het bij muziek altijd om het hoorbare (of het ontbreken daarvan) gaat, in tegenstelling tot het zichtbare in de beeldende kunsten. Muziek is een tijdskunst, met hoorbare (geluiden, klanken, tonen) of onhoorbare (stiltes, pauzes) elementen in opeenvolging of tegelijkertijd. Daarnaast worden geluiden alleen tot muziek gerekend als iemand de bedoeling heeft muziek te maken. Muziek kan dus niet ‘per ongeluk’ worden gemaakt. Daarmee is muziek nauw verwant aan poëzie, waarbij de beide elementen van zichtbaar en hoorbaar verenigd worden, hetgeen bij geschreven muziek eveneens het geval is. Een ander woord voor muziek (als creatie) is toonkunst.
Een hele lap tekst om te omschrijven wat je eigenlijk alleen maar zou moeten horen. Of lezen, in maar zes woorden! Durf jij de uitdaging aan?
Schrijf een verhaal over MUZIEK in slechts zes woorden.Laat je inspireren door een foto of afbeelding en schrijf daar je verhaal bij. Of bedenk eerst zes woorden en maak/zoek dan een foto.
Hier een voorbeeld van een Zes Woorden verhaal, geschreven door Ernest Hemingway.
Wat een impact hebben deze luttele zes woorden!
Publiceer jouw Zes woorden-verhaal op je eigen website/log en plaats de link naar jouw post in een reactie hieronder. Ik vermeld je vervolgens in dit bericht.
Veel plezier bij het schrijven, ik zie uit naar je verhaal!
Marion
Ben jij vannacht om drie uur opgestaan om met je blote voeten zingend door het bedauwde gras te lopen? Dat was immers de kans op wat magie en genezing. Nee? Nou, ik ook niet hoor. Toen lag ik nog lekker warm in mijn bed.
Hemelvaartsdag. Vandaag wordt door Christenen gevierd dat Jezus Christus, die veertig dagen geleden is herrezen uit de dood, naar zijn Vader is opgestegen. Een tocht naar de hemel, zo zegt men.
Veemarktstraat Breda
Maar op Hemelvaartsdag begint ook het Breda Jazz Festival. Toen ik in 1981 naar Breda verhuisde, was het Jazz Festival een van de leuke dingen van deze stad. Terrassen vol, zonneschijn en vrolijke muziek (traditionele jazzstijlen en aanverwante muzieksoorten als Blues, Zydeco, Cajun, Western Swing en Jump ’n Jive). Soms gekmakend – experimentele jazz – maar dan loop je gewoon gauw verder. Het festival duurt vier dagen in de binnenstad, en trekt jaarlijks ca. 250.000 bezoekers.
Veemarktstraat Breda
Het is erg gezellig om van podium naar podium te slenteren. Soms kun je doorlopen, de andere keer sta je muurvast en kom je slechts voetje voor voetje vooruit. Vooral op de Grote Markt en de Havermarkt is het een drukte van belang. En onderweg kom je ook nog bands tegen, die het straatbeeld muzikaler maken.
Hier een impressie van Hemelvaartsdag 2012 in Breda: een binnenstad, propvol met mensen en muziek:
Gastblog door mijn oom Albert Driessen. Enige kennis van Limburgs is een pré 😉
Het was op een mooie zonovergoten dag in april dat het echtpaar al vroeg uit de veren was. Vandaag zouden ze een saxofoon gaan bekijken en eventueel tot een koop besluiten, mits het instrument aan de eisen van de heer W. Bloasgèer voldeed. Welgemutst en goed uitgerust togen ze op weg naar het plaatsje Vorselaar in België.
Mevrouw A. Bloasgèer-van Blètsjgèer was een beetje nerveus: het was ook niet niks, zo’n verre reis naar het buitenland. Ze had wat brood met beleg en drie kannen koffie klaargemaakt, zodat ze onderweg even konden stoppen voor een kleine picknick. In alle consternatie was ze echter de koelbox en de koffiekannen, die ze in een tas gedaan had, vergeten in de auto te zetten. Een geluk dat ze er aan dacht voordat ze bij Nuth de autoweg opreden. ‘Het begint alweer goed,’ blafte Wilfred Bloasgèer, draaide 180 graden en reed met een grimas op z’n bakkes weer huiswaarts.
Na dit oponthoud verliep de reis verder probleemloos. Wilfred had zijn navigatie systeem ingeregeld en onder het genot van een muziekje schoot de reis goed op. Op een gegeven moment – ze reden tussen een colonne vrachtauto’s – ging plots een auto op de linkerrijbaan vol in de remmen. Hij raakte onder een grote blauwe wolk van zijn banden in een slip en kwam recht op de auto van het echtpaar af. Wilfred reageerde instinctief en reed geheid de vluchtstrook op. De in de slip geraakte auto miste hun auto op een haar na!
Het was gelukkig nog goed afgelopen en na enige tijd reden ze in een bosrijk gebied. Anky zei ‘Wilfred, stop hier ergens, dan eten wij wat.’ Zo gezegd, zo gedaan. Even later zaten ze gemoedelijk op een parkeerplaats met een heerlijke kop koffie en een goed belegde boterham in de hand te genieten van de rust. ‘Wilfred, ik moet even een grote boodschap doen.’ Anky liep om zich heen kijkend naar een grote haag waar ze achter ging zitten. Opeens een gil en Wilfred sprong als door een wesp gestoken op en riep ‘Wat is er gebeurd?!’ ‘Kom maar eens kijken.’
Toen hij bij haar kwam, viel zijn mond open van verbazing. ‘Wa… wa… wat is dat?’ en wees op een konijn en een fazant die daar in het gras lagen. Anky vertelde wat haar was overkomen. ‘Ik had geen toiletpapier, dus pakte ik een bosje gras. Maar tot mijn schrik pakte ik een konijn bij de oren en ik schrok zo dat ik hem de lucht ingooide en tot mijn grote verbazing kwam hij tegen een voorbij vliegende fazant. Wat moet ik hiermee doen?’ Hierop zei Wilfred ‘Neem maar mee naar huis. Dan hebben wij tenminste iets van België als de saxofoon niet is wat ik er mij van voorgesteld heb.’ ‘Als de politie ons maar niet aanhoudt, want dan krijg je ook nog een proces voor stropen!’ zei Anky.
Het navigatie systeem bracht hen probleemloos naar het adres in Vorselaar. Daar aangekomen bleek de eigenaar van het instrument een zeer aimabel persoon te zijn, evenals zijn echtgenote. Ze werden naar de woonkamer gedirigeerd, waar onder het genot van een heerlijk bakje koffie het ijs gebroken werd en de interesses uitgebreid besproken werden. Gastheer Rob liet met trots de verbouwing van zijn badkamer aan de gasten zien, je zag zijn zweet nog over de vloer lopen!
En toen kwam het moment suprême: de saxofoon werd uit zijn koffer gehaald en met enige trots aan Wilfred overhandigd, die hem meteen uitgebreid inspecteerde. Rob vertelde dat de saxofoon pas gereviseerd was en zei tegen Wilfred ‘Speel eens iets voor ons?’ Wilfred antwoordde dat hij in geen veertig jaar meer een noot gespeeld had, waarop Anky zei ‘Je hebt de laatste veertien dagen aan één stuk door geoefend, dus zeur niet en speel nou maar iets.’ Aan zoveel druk kon hij niet ontkomen en Wilfred begon eerst een beetje haperend, maar na een paar toonladders zette hij in op de Bolero van Ravel.
Rob stond met gesloten ogen te luisteren, evenals zijn echtgenote Natalie. De tonen, zo zuiver, raakten zijn ziel. En toen Wilfred de saxofoon neerlegde applaudisseerden Rob en Natalie. Rob zei geëmotioneerd ‘Het is lang geleden dat ik zoiets moois heb gehoord, zo zuiver en zo gepassioneerd gespeeld,’ en pinkte een traan weg van ontroering. Anky zei in het dialect ‘Zint ze os noe aan ‘t bezèeke?!’ en vervolgde in het Nederlands ‘Wilfred, het wordt stilaan tijd om op huis aan te gaan,’ en stond op. Wilfred handelde de koop af en welgemutst togen ze huiswaarts.
Na enige ongemakken (navigatie werkte niet goed) waren ze voor het donker thuis, waar Anky zei ‘Als je nog eens zoiets hebt, dan ga je maar alleen. Die drukte en gejakker op die snelwegen, daar word ik gestoord van!’ en zette de tv aan om Goede Tijden, Slechte Tijden te kijken. Wilfred poetste nog even de saxofoon op. Een paar uurtjes later gingen ze moe maar voldaan naar bed.
Hoe de buren de dagen erna gereageerd hebben is mij niet bekend. Het enige dat mij is opgevallen, is dat de milieupolitie geregeld langs kwam rijden in verband met geluidsoverlast…
Dit verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen eerder dit jaar. De heer en mevrouw Bloasgèer-van Blètsjgèer zijn mijn ouders. Die saxofoon bestaat echt! Natuurlijk is ook het nodige ontsproten aan de fantasierijke geest van Oom Al 😉 ‘Kleine’ bijkomstigheid, mijn vader is achter in de 70…
Het is half acht en buiten ontwaakt de wereld voor een nieuwe dag. Buiten hè, binnen niet. Daar liggen er nog twee in de armen van Morpheus. Zouden mijn zonen wel weten dat ze liggen te kroelen met een Griekse god? Dan waren ze vast zo wakker. Mijn Ford Ka staat al te stuiteren van energie. Ik maan Kaatje tot kalmte, de benzineprijs is al hoog genoeg. Geen onnodig verbruik! Ik stap in en druk het frontje van de radio in de houder. Echt als allereerste. Geen meter zonder muziek. De nieuwe werkdag moet goed beginnen. Pasje naast me leggen om een soepele doorvaart bij de slagboom te garanderen straks en gassen maar.
Soepel neem ik de bocht naar rechts, de straat uit, de rotonde op, waar ik boven op mijn rem stamp omdat iemand denkt dat verkeer van de naderende wegen voorrang heeft. Net zozeer geschrokken als mijn nieuwe vriendin aan de rechterhand, blaas ik opgelucht wat spanning weg. Dat ging nog maar net goed. ‘Relax’, zingt Frankie Goes To Hollywood, ‘don’t do it!’. Weer ontspannen blèr ik lekker mee. Maar ik ga niet naar Hollywood, ik ga naar Avans!
Zoals gewoonlijk is het wat druk bij het stoplicht. ‘You’d better stop – Sam Brown stapt even in – before you go and’, daar hebben we groen licht. Even het pedaal indrukken en dan schiet ik de snelweg op. Het is nog half donker en van alle kanten flitsen koplampen in de spiegels. Recht voor me snijdt een auto bijna de neus van Kaatje af. Die kwam natuurlijk pas op het laatste moment erachter dat hij de afslag moest hebben. Het zal toch geen… en ja hoor, het IS een Golf! Een korte pauze op de radio voor wat reclame. ‘Volkswagen Golf. One of the greatest pleasures you can have.’ Argwanend kijk ik naar het frontje.
O ja, hier moet ik er zelf af. Onheilspellende borden laten een ronde boodschap met rode rand zien. ‘Slow down, you move too fast,’ zingen Simon en Garfunkel – nee, dat is geen vervanger voor Nick! – ‘you got to make the morning last.’ Vreemd, maar toeval bestaat. And I’m feelin’ groooooooovy, ook al kruip ik vooruit. Jeetje, wie rijdt er vooraan? Mijn stembanden raken al aardig opgewarmd.
Op de rondweg staat alles knus zij aan zij en ik bekijk mijn medefileerders. Een enkeling krijgt extra aandacht, vanzelfsprekend alleen vanuit de ooghoeken. Mijn god, wat een stuk is dat ooooh. De DJ kondigt Billy Ocean aan en voor ik het weet zing ik uit volle borst ‘Get out of my dreams, get into my car!’ De hunk heeft zijn raampjes echter potdicht en hoort mijn verzoek niet. Gelukkig, we gaan weer rijden.
De volgende hindernis is de Rondweg, waar we met zijn allen door drie fuiken heen moeten zien te komen. ‘We’re on the road to nowhere’ schalt uit de speakers. Niks ervan, Avans wacht, gekke Pratende Hoofden! Ik houd mijn adem in achter een vrachtwagen die zich met een centimeter speling onder het viaduct door wringt. Dat scheelde niets. Nog een stoplicht nemen en dan rijden we alweer in de buurt van de hogeschool. Als ik op mijn beurt wacht voor de slagboom, zingen Frans en Jenny in duet ‘Vluchten kan niet meer.’ Ongelofelijk, wat een goede zender. Het is haast niet te geloven!
Een dagje vrij. Het is een drukte van belang achter mijn tuin. Geklop, getimmer, het gezang van een boormachine. Een oer-Hollandse radiozender stuurt vrolijke deuntjes de omgeving in. Zware mannenstemmen roepen technische raadsels en banaliteiten en hebben de grootste lol. Of is het ruzie? Ruige klanken vermengen zich met het bouwlawaai, de een nog luider dan de ander.
Het feest begint al om zeven uur ’s ochtends en gaat iedere dag lekker lang door. Ongehinderd door CAO’s van buurtbewoners mogen zij doen wat ze willen vanuit het perspectief: wij doen ook maar ons werk.
Lieveling, heb jij me niet meer nodig?
Lieveling, ben ik nu overbodig?
Onuitstaanbaar opgewekte deuntjes breken door de geluidsbarrière, omlijst door accordeon muziek. Dan nog een topper. Iets over een woonboot?! Zinken die handel. Een paar minuten later is het tijd voor
Ik leef alleeeeeeen nog maar voor jou.
Nou, LAAT DAT ALSJEBLIEFT! Met moeite onderdruk ik mijn moordneigingen.
Jij en ik, wij samen in een booooootje.
Ja puik idee, en dan op volle zee overboord. Kielhalen!
Echt, ik trek dit niet meer, niet te harden. Nog één stompzinnig liedje en ik ga keihard staan krijsen in de deuropening. Dat ze hun koppen moeten houden. Dat ze een andere zender moeten opzetten. Ik gooi er wat Kamelot en Nightwish tegenaan. Zo, daar heeft die Hollandse muts niet van terug!
Niet alleen in auditieve zin wordt ons leven belegerd, ook in visuele zin zijn er indringers. Zat ik vroeger lekker buiten in de tuin, beschut door de muur in mijn rug en bomen van voren, kijk ik nu aan tegen een rij huizen die gezellig tegen mijn schuurtje aan schurken. Virtuele vervuiling van de bovenste plank. Rijen betonplaten worden aaneen geregen tot het geraamte van een huis. Spichtige ijzeren staven houden er de vorm in. Een torenhoge kraan dirigeert het bouwballet vanuit de lucht. Is it a bird? A plane? No, it’s Super Roof! Iedere dag staar ik met weemoed naar de daken en pas telekinese toe. Helaas verschuiven ze nog geen centimeter.
Naast deze statische vorm van uitzichtvervuiling heb je ook nog de actieve visuele indringer. Op een ochtend sta ik – zoals altijd – half te slapen onder de douche en peins over de dag die nog maagdelijk voor me ligt. Ik strijk de natte haren uit mijn ogen en kijk dromerig op… recht in het gezicht van een vreemde kerel! Een vent die op een steiger aan de achterkant van mijn huis op ooghoogte allerlei bouwkundige capriolen uithaalt. Van schrik verstijf ik ter plekke en staar gebiologeerd naar de man, als een hertje gevangen in het licht van de bouwlampen. Langzaam vult de badkamer zich met stoom en verhult mij in een genadige mist. Pas dan adem ik weer uit en reik als een haas naar mijn handdoek. Best gezellig zo met al die bosbewoners in mijn badkamer, maar dit was toch een eenmalige attractie. Het raam is inmiddels geblindeerd met kunstig plakplastic.
Helaas is geen enkel isolatiemateriaal bestand tegen de klanken van Radio Hollandio. Nog steeds sijpelen de schlagers door de kieren van het hout. Radio HELLandio zullen ze bedoelen! Ik ga maar weer werken. Daar kan ik tenminste zelf beslissen naar welke muziek ik luister.
Een zonovergoten lentedag in juni. Als we langs de singel lopen, waaien trompetklanken onze richting uit. Een muzikant heeft zich afgezonderd om nog even te oefenen. Een weefgetouw van pontons strekt zich uit over het water van het Spanjaardsgat. Er is een groot podium gebouwd op het water, maar er speelt nog geen band. Hierdoor niet in het minst gehinderd hebben honderden zon- en muziekliefhebbers een plekje gevonden. Zien en gezien worden.
We slenteren verder het centrum in, gelokt door de jazzy klanken. Helaas blijken ze nog steeds van blik te zijn. Waar zijn die befaamde bandjes nou, slapen ze nog? Het 41ste Breda Jazz Festival gaat rustig van start.
In de Visserstraat lopen we vrienden tegen het lijf. Even bijkletsen natuurlijk, over vakanties en de afgelaste Harleydag in Arnhem. Rivaliserende bendes zouden de stad onveilig maken. De enige oplossing was blijkbaar Arnhem hermetisch op slot gooien en alles annuleren. Ook Breda moet er dit jaar aan geloven: er komt geen Harleydag Breda! Eeuwig zonde. Goh, zouden ze vandaag dan niet bang zijn? Hier zijn toch zeker ook rivaliserende bands?
We genieten van het uitzicht. Breda is een prachtige gemoedelijke stad met veel mooie gebouwen en ook veel mooie mensen. Aparte mensen. Interessante mensen. Ik kijk met verwondering naar een vrouw op slippers met gouden naaldhakken. Erg knap en atletisch als je daar op kunt lopen zonder te stranden tussen de kinderkopjes.
Dan ontdek ik een Warhammer winkel met prachtige sets – ook Lord of the Rings – langs de wanden, een live workshop en kleine kunstwerken uitgestald in het midden. Ik moet ze gewoon even aanraken, héél voorzichtig. Ademloos dwaal ik rond, kijkend naar de geconcentreerde gezichten van kinderen die druk bezig zijn met het beschilderen van de figuurtjes. De miniaturen lijken me ook bijzonder geschikt voor Dungeons & Dragons. Vman is inmiddels naar buiten gevlucht. Een man vangt mijn blik op en vraagt of ik een rondleiding wil, of uitleg over het spel. Ik bedank hem en zeg – met een knipoog naar buiten – dat ik misschien nog wel een keertje alleen terug kom.
Bij Bagels & Beans weten we een tafeltje in de zon te bemachtigen. Vman kiest voor een muffin en ijsthee, zelf kies ik voor een Nootgeval: een goddelijke mix van yoghurt, ahornsiroop, walnoten, bananen en kaneel. Ik heb zin om het glas uit te likken.
Een Perry Sport en Xenos later gaan we weer op zoek naar een terras. Het is vreselijk druk, maar iedereen lacht en danst, klapt en zingt. Wat een sfeertje! Dan hoor ik eindelijk een streetband, man met paraplu voorop. Dertig jaren Jazz Festival vliegen in een rap tempo door mijn hoofd om tot stilstand te komen in 1981; het jaar dat ik startte met mijn studie in Breda. Vanaf het begin kwam mijn vader rond Hemelvaart hier naar toe om te genieten van de live jazz muziek. Het was een vrolijke traditie, vaak samenvallend met mijn verjaardag. Weet je wat? Ik ga hem bellen, ga hem laten meeluisteren, terugvoeren naar toen. Zijn lachende stem aan de telefoon vertelt me dat hij dit op prijs stelt.
Op het Kasteelplein schiet Vman – na diverse mislukte pogingen – als een snoek af op een vrij tafeltje bij Plan B. Hij en een vreemde man winnen samen. Wij vrouwen grijnzen naar elkaar en even later zitten we gezamenlijk wat te drinken. Het is een echtpaar uit Tilburg. Ze drinken slechts één pilsje, anders redden ze het niet meer op de fiets terug. Ik denk aan Vman’s rug en houd het bij jus d’orange. Een dubbele trappist in deze warmte vloert me gegarandeerd.
Een uurtje later stappen we op, de volgende terrasliefhebbers nog net niet op schoot. Hand-in-hand lopen we op de klanken van de zonnige muziek terug naar de auto. Wat een heerlijke donderdag.