Geplaatst in Cuba

Een bord vol komkommerschijfjes

In deze vakantieperiode stel ik de zeswoordverhaal-uitdaging uit tot woensdag 12 augustus, en heb in plaats daarvan een oud concept uitgewerkt.

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba, alweer vijf jaar geleden. Klik hier voor alle verhalen.

dinsdag 28 juli 2015

De nacht in Camaguey gaat zacht voorbij… nou nee, niet zacht, want het lawaai van de airco is oorverdovend. Toch slaap ik redelijk goed in het midden van het grote bed. Victor is in het onderste stapelbed gekropen, omdat we door het hellende matras onophoudelijk werden gedwongen tot innig en vooral klef plakkend samenzijn. Best aangenaam, maar niet in deze hitte.

Na een verfrissende douche gaan we om acht uur op zoek naar de ontbijttafel. Tanja en Hans komen er ook bij zitten. Deze Brabanders wonen nu op Bonaire, waar Tanja les geeft op een basisschool. Met droge humor drijft Hans de spot met hun te kleine, te hete kamer zonder ramen. Een eitje, witte broodjes, ham en kaas, en vers fruit, plus muntthee.

150728-1

Rond 9 uur stappen we met de koffers naar buiten en lopen naar de auto. Onze fietsgids staat ons weer op te wachten, op zijn ‘verjaardag’ nog wel! “We don’t need you!”, bijt ik hem toe, en keur hem verder geen blik meer waardig. Mopperend peddelt hij achter ons aan. Bij de auto, die veilig en gewassen op ons wacht, probeert hij het nog eens, maar dan bij Victor. Hij steekt zijn hand op en gebaart dat het dit keer ‘maar’ vijf CUC kost. Mijn man zegt “It’s a straight line to Santiago, we don’t need you.” We wijden onze aandacht aan de koffers en draaien links de weg op. Ja hoor, daar rijden de gebroeders Bike, terwijl ze regelmatig een blik achterom werpen of we volgen. We houden afstand en als zij ergens rechtsaf slaan, kiezen wij onze eigen weg. En nog de goede weg ook! Vanaf nu is het rechtdoor, door Las Tunas en dan rechts naar de zee in Zuidoost Cuba: Santiago.

We parkeren de auto bij een piepklein wegrestaurant voor een lunch- en toiletstop. Ik bestel een ensalada, en krijg… een bordje vol dunne komkommerschijfjes. Meer niet. Agua naturalis hebben ze niet, dus we nemen sinaasappellimonade. Vic eet hetzelfde. De rekening is 10.80. We kijken elkaar aan en V-man pakt een briefje van 10 CUC. De vrouw schudt haar hoofd en vraagt om kleingeld, wijst vervolgens naar de nota. Ik wijs naar het eten en zeg “Dit is echt geen 10 CUC waard.” Victor haalt een muntstuk van 1 CUC tevoorschijn, en lachend pakt zij dit aan – om vervolgens het biljet terug te geven. Even later komt ze terug met een briefje van 20 in de lokale munteenheid, ocherm. Ik zeg Vic haar het briefje terug te geven als fooi. Dit hebben we nog niet eerder meegemaakt.

Uitleg: de Cubaanse peso is de lokale munteenheid van Cuba. Naast de peso wordt ook nog een andere munteenheid gebruikt: de convertibele peso (CUC). Deze CUC is speciaal voor toeristen.

Dan lopen we rond het gebouw, op zoek naar het toilet. Waar is el bagno? Aan de achterkant zien we de deur. Een meisje rukt eraan en probeert hem open te krijgen, terwijl hordes vliegen belangstellend rondzoemen. Yikes. We besluiten door te rijden: liever de berm dan een pot vol ongedierte. Na anderhalf uur vinden we eindelijk een geschikt plekje. De zijweggetjes zijn moeilijk van te voren te zien, en als we iets zien, staat er wel een bushalte of een huis. Vrachtwagens, of eigenlijk taxi’s, gooien hun smerige oliewalmen de atmosfeer in. Zwarte wolken omringen ons, en we drukken haastig op de luchtcirculatieknop van de auto. Afsluiten!

150728vrachtwagen

Na zes uren rijden we dan eindelijk Santiago binnen. We zijn een klein stukje omgereden omdat de pijl naar de autopista een beetje uitgewist was. De plattegrond geeft aan waar we zijn, tenminste in Victor’s hoofd, en hij rijdt zonder aarzelen naar hotel Melia de Cuba. Een modern gebouw met vijf restaurants, een zwembad, airco. Kunstig gevouwde zwanen sieren ons bed.

Voor een tweede lunch besluiten we de omgeving te verkennen. Stinkauto’s en motoren benemen me de adem. We schieten een tentje binnen, maar wederom is het alleen voor locals. Zelfs geen flesje water is er te krijgen, geen thee. Victor voelt zich steeds flauwer worden, en na nog een andere bar geprobeerd te hebben, lopen we terug naar het hotel, waar we bij de snackbar aan het zwembad iets bestellen: een kaastosti voor meneer en een klein bordje patatas fritas voor mevrouw. Het valt alweer niet zo goed, dus ik schuif de resten door naar mijn hongerige metgezel. Exotische schoonheden en dikke mama’s bevolken de swimming pool, mannen met een buikje en gespierde adonissen. Maar nee, het is niet Cuba. Morgen maar gauw naar een andere plek, want hier vinden we allebei niets aan.

’s Avonds eten we noodgedwongen bij het Italiaanse restaurant van het hotel, buiten, waarbij een lichte bries regelmatig verkoelt. Spaghetti met olijfolie en flintertjes zalm, dat lijkt me wel wat. Victor kiest voor de bolognaise versie. En een biertje en mojito. Een cyperse kat loopt schooiend van tafel naar tafel. Ze krijgt bijna overal wat en ziet er, afgezien van een half dicht oog, best goed uit. Ik probeer haar naar me toe te lokken met mijn stem en vingers, maar ze trapt er niet in. Eten, dat is wat ze wil. En slapen, dat is wat ik wil. Naar bed!


MapCuba

2015 plaats blog
20-jul Schiphol > Havana Cuba, here we come
21-jul Havana Old Havana
22-jul Havana Gieren
23-jul Havana > Viñales Over een onverwachte passagier en sigaren
24-jul Viñales Hongerige ogen en magen en een dorstige auto
25-jul Viñales > Trinidad Schurken en helden
26-jul Trinidad Adembenemend mooi Trinidad
27-jul Trinidad > Camaguey De Gidsende Gebroeders
28-jul Camaguey > Santiago De Cuba Een bord vol komkommerschijfjes
29-jul Santiago De Cuba Sterven voor het vaderland is leven
30-jul Santiago De Cuba > Santi Spiritus Kakka
31-jul Santi Spiritus > Varadero De voetstappen van Al Capone
1-aug Varadero In geuren, kleuren en klanken
2-aug Varadero Tropenweken

 

Vakantiebui 

de geur van regen

spoelt stof van de kasseien

lege terrassen

Geplaatst in Zeswoordverhalen

Coole Toeristen

Mijn verhaal over AFKOELEN in zes woorden:


 

HEERLIJK.

JULLIE ZWEMMEN IN ONS DRINKWATER.

160828Zwembad

klik voor details


zes-woorden

<<  Wil je ook de andere zes-woorden verhalen lezen en/of meedoen? Klik op de button hiernaast.

Geplaatst in Fotogedicht

Haiku Zaterdag

klik voor details

150822haikutekst

HAIKU ZATERDAG

Haiku is een vorm van Japanse dichtkunst, geschreven in drie regels, waarvan de eerste regel 5, de tweede regel 7 en de derde regel weer 5 lettergrepen telt.
De haiku drukt, in de klassieke vorm, een ogenblik-ervaring uit, soms gelinkt aan en geïnspireerd door zen. De haiku is een vingerhoed vol emotie, waarin weinig ruimte is voor ontledingen en benaderende omschrijvingen.

Schrijf een haiku op je blog/website over wat jou vandaag bezighoudt en geef het de titel Haiku zaterdag. Zet je bijdrage met een link naar je eigen post in een reactie hier op Doldriest. Je mag een foto of een tekening gebruiken, maar dat hoeft helemaal niet.

Grijp de badge en doe mee! 

HaikuZaterdagBadge

Geplaatst in Cuba

De Gidsende Gebroeders

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Na een redelijk slapeloze nacht, op een nachtmerrie over een mierenkoningin na (vraag maar niet verder), staan we om 8 uur op. Bij het ontbijt wordt het mysterie van de grote groene vruchten die boven onze hoofden hangen ontsluierd: het zijn avocado’s! Maar ze zijn veel groter en gladder dan de exemplaren in de Nederlandse winkels.

Stipt om 10 uur rijdt onze auto blinkend gewassen voor: Eduardo is gearriveerd. Het is een warm afscheid van onze vijf generaties gastfamilie. Onze Engels sprekende hostess waarschuwt ons voor de oplichterspraktijken in Camaguey; die zijn daar geraffineerder en agressiever dan in Trinidad. Nou, autoportieren op slot en met niemand praten voordat we voor de deur van ons nieuwe verblijf staan, zou ik zeggen! Oma gebaart naar me dat ik van me af moet bijten, en ik maak een gebaar terug van een vuistslag. Samen schieten we in de lach, zo leuk. Doña Chefa belt naar onze volgende casa om te vertellen dat we vertrekken en vanmiddag zullen arriveren. Ze zijn aandoenlijk bezorgd. Dan is het tijd om te gaan, en na een kusronde volgen we Eduardo naar buiten.

150727-15

Victor kruipt achter het stuur en ik geef Eduardo het geld voor het parkeren voor twee nachten en de auto wassen: 5 CUC. Ook geef ik hem mijn visitekaartje, zodat we kunnen e-mailen. Hij straalt en praat honderduit op de achterbank. We hebben een vriend erbij in Trinidad, net zoals ik vroeger een penpal had in deze zelfde stad. We zetten onze redder in nood voor de deur van zijn hostel af en ten afscheid zegt hij tegen me: You have a big heart, don’t lose it. We krijgen ook nog twee mango’s van hem cadeau, wat een lieve behulpzame man.

150727-Trinidad-Camaguey

Dan draaien we onze Geely met de neus naar het oosten en gaan op pad. Met de laatste druppel gasoline special – het waarschuwingslampje brandt al – rijden we tussenstop Sancti Spíritus binnen. Er volgt een zoektocht door een wirwar van straatjes. We vragen een paar keer instructies naar een tankstation, om vervolgens weer bij het beginpunt uit te komen. Help, blijf lopen, motor! Victor vertelt dat we hier nog terug zullen komen. Komt goed uit, want dan hebben we de stad al een beetje verkend. Smalle eenrichtingsstraatjes, veel paard-met-wagens, veel mensen in een vriendelijke sfeer. Eindelijk ontdekken we het tankstation, en met een volle tank en een gerust hart rijden we verder. De wegen zijn abominabel. Of je duikt in een gat, of je wordt gelanceerd door een hobbel. Hele trajecten zijn met dwarsribbels ‘gerepareerd’.

Rond twee uur rijden we Camaguey binnen met hermetisch gesloten deuren. Bij een rotonde, waar ik half omgedraaid in de stoel enthousiast naar Victor gil dat we naar links moeten omdat daar de straat is die we zoeken, wil hij rechtdoor rijden. Ik grom naar hem. Dan staat er ineens een fietser naast ons. Niet weer!! Maar ja hoor, V-man draait zijn raampje open en ik bonk gefrustreerd met mijn hoofd op het dashboard. De man werpt een geroutineerde blik op de kaart. Hij zegt Casa Lancara?, springt op de fiets en gaat ervandoor (de straat in die ik aanwees), gebarend dat we hem moeten volgen. We rijden achter hem aan en hij zet er een flink tempo in. Hij heeft nog net geen gele trui aan. Ik kijk links en rechts naar de straatnamen om te verifiëren dat we inderdaad goed gaan. Na een warme rit van tien minuten stoppen we voor de casa. Hij wijst ons precies waar we moeten parkeren en stelt ons voor aan ‘zijn broer’. Als Victor hem bedankt en een CUC geeft, wordt zijn toerisme-licentie tevoorschijn gehaald en eist hij maar liefst tien CUC. Na wat gediscussieer betaalt Victor hem uiteindelijk maar. Andere Nederlanders hebben ook van hun diensten gebruik gemaakt, vertelt meneer de Officiële Camaguey Tourbegeleider. Dat zullen misschien wel de mensen zijn die we in het hotel in Havana hebben ontmoet. Morgenvroeg worden we door Broer Fietsgids de stad uit geloodst. Denkt hij…

150727-11

150727-12

Want aangekomen in onze Casa Lancara briest de gastvrouw verontwaardigd als ze de veel te hoge prijs hoort. Oplichters zijn het, stuk voor stuk; die toerisme-licenties zijn allemaal nep. En dat was dus ook de reden waarom we de auto niet recht voor de casa mochten parkeren en een stukje verder moesten rijden: het Gidsende Boevenpaar was benauwd dat de eigenaar het zou zien en zou ingrijpen. En wij maar denken dat het een of ander parkeerverbod was. Alweer wijzer. En grijzer. En strijdvaardiger! Dat belooft wat morgenvroeg.

We laten onze paspoorten zien en kletsen gezellig in het SpaEngNederGebarentaals. Ze vertelt dat haar oudste dochter tandarts is, en ik vertel haar dat mijn hart daar boinkboinkboink van doet. Communiceren in verschillende talen is makkelijk! We grinniken en gaan de auto wegzetten op een bewaakt parkeerplaatsje. Als we terugkomen worden we verwelkomd door haar echtgenoot, die wel Engels spreekt. Hij heet warempel ook Alejandro! Dan zien we ook het Nederlandse stel, en ja hoor: het zijn inderdaad Tanja en Hans die ook via Tenzing Travel rondtrekken op Cuba. We wisselen reisverhalen uit, en als zij met de fietstaxi vertrekken voor een tour door Camaguey, lopen Victor en ik het stadje in.

150727-1

150727-3

150727-2

150727-4

150727-10

Er is niet zo heel veel te zien, maar er zijn wel kerken en wat mooie gebouwen. We wandelen door de straten, tig keer gestoord door mensen die taxi’s, tours en fietsen aanbieden. Stapelgek word ik ervan en ik praat in het Limburgs terug. We lunchen bij een klein restaurantje waar ik een lekkere salade voorgeschoteld krijg met de eerste avocado’s van Cuba! Heerlijk zeg. Ook de verse muntthee smaakt goed. Victor kiest een tortilla als tapas gerecht en weer krijgt hij slechts een gewone omelet. Als ik zelf een tortilla / Spaanse omelet maak, zitten daar aardappelen, eieren, salami, paprika, uien, knoflook en nog veel meer in.

150727-5

We wandelen verder naar een parkje, dat een rondje gras van drie vierkante meter blijkt te zijn. Maar er staat wel een mooie kerk met een gedeeltelijk dichtgemetselde muur aan de voorkant. Vreemd gezicht. We passeren een steiger die van bomen gemaakt is, in fatsoen gehouden met schuine palen. Ssst, niet teveel lawaai maken of er tegenaan schoppen, dan dondert het hele zaakje gegarandeerd om. Aan de overkant van de rivier is een groter park met een heuse dierentuin. Kippen scharrelen rond aan de zijkant en al snel draaien we om. Ik ga terug naar de casa om wat uit te rusten, mijn man loopt nog een rondje.

150727-6

150727-7

150727-8

150727-9

’s Avonds eten we echt Cubaans bij de familie, gezellig samen met Tanja en Hans. Kip, rijst, avocado, wat boontjes en mango (jawel, de mango’s die we eerder die dag van Eduardo kregen), de tafel staat vol. De eetkamer is – net als onze eigen kamer – heel erg hoog, en hangt vol met kunst. Het zijn kunstclowns. Overal kijken clowns op ons neer. Dat vind ik persoonlijk wat minder, want ik vertrouw ze voor geen cent. Maar het het effect is chic en artistiek. We spreken af dat we om 8 uur ontbijten. In tegenstelling tot wat onze Gebroeders Tweewieler zeiden, is het helemaal niet moeilijk om uit Camaguey weg te komen, vertelt Alejandro: met de koffers naar de auto lopen, het parkeerterrein af en dan naar links afslaan; alsmaar rechtdoor tot Las Tunas en daarna rechts aanhouden. Verder is het een lange weg naar Santiago de Cuba. Waar het zo ongeveer 45ºC is. OMG. Probeer dan maar eens het hoofd koel te houden.

150727-13

150727-14

Geplaatst in Cuba

Schurken en helden

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Ofwel het klopt, of we zijn vreselijk besodemieterd en zijn nu onze auto kwijt. Ik heb het gewoon niet meer. Maar laat ik bij het begin beginnen…

Tijdens ons ontbijt breekt er een gigantische herrie los buiten. Het varken van de overburen wordt met een touw om zijn kop langs ons huis naar de achtertuin van de buren gesleurd. Hij vecht, hij gilt en krijst, terwijl de twee mannen zich in het zweet werken om het zware zwarte beest de juiste kant op te krijgen. Op naar de slachtbank ter ere van de nationale feestdag die hier morgen gevierd wordt. Luis verontschuldigt zich voor het gebeuren, maar we stellen hem gauw gerust. That’s life. And death.

150725-route

Vanuit Viñales gaat het al om 9 uur over de A4 van Oeste naar Este, op zoek naar de A1 Nazionale richting Trinidad. Het is maar goed dat er zoveel kuilen in de weg zitten, zodat we niet hard rijden. De A4 is namelijk ineens op. Ja, je leest het goed: OP. Zonder zichtbare waarschuwing houdt de snelweg er bij Havana mee op. We wijken in halfvolle vaart uit naar rechts, een kleine afslag op. Sputterend scheld ik wat op de Cubaanse wegenbouwers, maar Victor blijft de rust zelve. Hij beredeneert welke kant we op moeten en rijdt rustig verder, terwijl ik naarstig zoek naar de A1 borden. We zitten warempel precies goed. Laat dat maar aan V-man over.

We maken een tussenstop in Guanajay, want mijn blaas staat op knappen. Het is een klein dorpje met live muziek op het plein, maar een restaurant vinden blijkt onmogelijk. Met inmiddels gekruiste benen hup ik een snackbar binnen met – jawel – een wc. Nou ja, in naam alleen dan. Het is zeer vies, zonder deur, zonder doorspoelknop, zonder kraan, maar met een dikke drijvende drol. Bah. Ik loos de thee van het ontbijt en gebruik een vochtig doekje uit mijn rugzak om mijn handen te ontdoen van echte en denkbeeldige bacillen. Gatverdegatver zeg. Het blikje soda is ook niet te drinken, warm schuim happen. Gauw weg hier.

150725-1

Tegen de middag stoppen we langs de kant van de snelweg. Pan solo is alles wat mijn maag aan kan. Nee geen ham of kaas, gewoon alleen maar brood. De man achter de bar schudt zijn hoofd, maar het kan me niet schelen. Blijkbaar wil mijn buik nu ook aan de wandel. Rond drie uur ’s middags zijn we bij Cienfuegos. De rit duurt lang, vooral met rug-, maag-, buik- en hoofdpijn. Aan de rechterzijde hangt een gigantische onweerswolk, compleet met bliksemschichten. Dan rijden we eindelijk, na een uitputtende reis van maar liefst acht uren, Trinidad binnen.

Dit keer wekt de voucher van ons reisbureau verwarring, want het adres komt niet overeen met het kaartje dat erbij zit. Eerst maar eens naar het adres rijden. We hobbelen over de kasseien en komen aan in de juiste straat met aan weerskanten pastelkleurige huisjes. Een oude man komt moeizaam overeind als we de auto parkeren. Hablas Español? Nee, alleen un poco. We begrijpen dat hij op onze auto zal passen, terwijl wij onze hostel zoeken. De man wordt bijgestaan door een stotterende jongeman, en in optocht lopen we door de smalle straat. Bij het juiste huisnummer hoort een dichte groene deur. Geen bordje, geen casa of hostel, helemaal niets. Alleen die dichte deur. Inmiddels worden beide buurmannen gealarmeerd en komt nog een vijfde man ‘helpen’. Amigos, zegt hij, en bonkt op de deur, die nog steeds van geen wijken weet. Mijn rugzak wordt steeds zwaarder en mijn shirt is doordrenkt. De buurman aan de rechterkant grijpt zijn telefoon en gaat bellen. Dan komt hij triomfantelijk naar ons toe en vertelt dat we ergens anders moeten zijn. Ja hoor, naar de locatie die op het kaartje wordt aangegeven; het adres klopt niet meer. We danken alle mannen uitbundig, geven de oude heer wat geld en stappen weer de auto in.

Deze foto is niet die dag genomen, maar geeft wel een beeld van de straten van Trinidad. Denk er wel twee rijen auto’s bij.  

150725-4

Het centrum van Trinidad blijkt afgesloten te zijn door een hek met een imponerende politieagent ernaast, dus we gooien de auto aan de kant. Een touringcar komt de hoek om zeilen en het past allemaal maar net. Dan maar te voet verder. Net als we willen uitstappen, worden we door het open raam aangesproken. Of we naar de hostel van Doña Chefa willen en uit Duitsland of Nederland komen? Verwonderd knikken we. De jongeman stelt zich voor als Alejandro, zoon van Doña Chefa. Hij is ons komen zoeken om ons een verhitte wandeling te besparen – hij wijst naar de politieagent. De jongen die ons iets eerder bij de groene deur heeft geholpen staat op de stoep en kijkt toe.

Alejandro vertelt dat zijn moeder hem heeft gestuurd om ons te zoeken. Blijkbaar hebben vier Italianen de wc kapot gemaakt – die ik hard nodig heb – en hij is de hele dag al druk bezig de gasten van de hostel onder te brengen bij familie en vrienden. Gelukkig spreekt hij redelijk goed Engels. De knul stapt bij ons in de auto en brengt ons naar een ander adres. Binnen twee minuten ben ik de weg al kwijt en een vreemd gevoel van onbehagen overvalt me. Bij het eerste adres worden we hartelijk ontvangen… in het Spaans. Blijkbaar kunnen we maar één nacht blijven, maar we hebben geen zin om morgen weer te verkassen, dus vertrekken we naar optie nummer twee. Weer rijden we kriskras door Trinidad en ik zeg tegen Victor dat het me allemaal niet lekker zit.

150725-5

We rijden naar de casa van Eduardo. Een aardige man die ons een prima kamer op de eerste etage aanbiedt. Vanavond eten? Vis? Om acht uur graag ja. Alejandro en hij kletsen samen terwijl Victor en ik de kamer inspecteren. Onze gids werkt bij Cuba Tours en biedt aan de auto op een veilige plek te parkeren: voor twee nachten kost het vier CUC, met 24 uur toezicht. Mijn man loopt met hem naar beneden en komt terug zonder autosleutel. Ik slik en mijn ongerustheid neemt toe. Ga jij maar even uitrusten, lieverd, ik ga een biertje drinken. Met mijn ogen dicht wacht ik op bed tot de airco zijn werk doet. Mijn hersenen hebben echter andere plannen en draaien op volle toeren door. Dan schiet me ineens te binnen dat op de voucher met de adresgegevens van de hostel zoiets stond als: de eigenaar zal u nooit op straat benaderen. Een voucher die nog in de auto ligt. Oh my god. Allerlei vage details vallen ineens op hun plek en ik schiet met bonzend hart overeind. Wat deed die knul die bij ons welkomst-commitee stond, bij de zoon van Doña Chefa? We zijn beetgenomen! Of is Alejandro echt oprecht? Nu heb ik helemaal geen rust meer. Shit!

Ik alarmeer Victor, die aandachtig luistert. De locatie van ons oorspronkelijk reisdoel staat door het navigeren nog steeds op mijn netvlies gebrand en ik wijs hem de juiste plek op de plattegrond in de reisgids. Ik heb vandaag slechts drie kleine bananen op, een stukje toast en een Evergreen en val flauw als ik nu de straat op moet, maar V-man gaat proberen het oorspronkelijke adres van Doña Chefa te vinden. Helaas heb ik geen idee waar we nu zijn, volgens mij is dat best ver weg. Misschien maak ik me zorgen om niks, maar mijn intuïtie gilt het uit. Alles komt goed, zegt V-man als hij de deur uit stapt. Hij heeft gelijk: we hebben in ieder geval onze spullen en zijn samen. Plus hebben onderdak.

In het uur dat daarop volgt schieten de meest vreselijke rampscenario’s door mijn hoofd, gevoed door de talrijke detectives en thrillers die ik gelezen heb. Mijn partner wordt buiten opgewacht door een bende oplichters, onder andere de Stotteraar en Alejandro. Hij kan de weg naar de casa niet meer terug vinden. Dan bedenk ik dat V-man waarschijnlijk niet eens zijn gsm heeft meegenomen en mijn nummer niet uit zijn hoofd kent. De auto zal nu inmiddels al ver weg zijn, en ontmanteld. Of gedeukt en gehavend door joy riden. En Eduardo, die heeft misschien dit huis wel gekraakt. ‘Geroutineerde’ wereldreizigers die in zo’n scam trappen. Als het een scam is tenminste. Mijn oververhitte brein slaat compleet op hol. Na een kwartier met mijn hoofd tussen mijn knieën te hebben gezeten, kom ik zover bij mijn positieven dat ik buiten op mijn man ga wachten. Ik sta inmiddels op het punt de politie te bellen, en heb nog papieren gevonden waar het adres van Dona Chefa op staat.

Wat ben ik opgelucht als Victor weer terug komt. Ik vlieg hem om zijn nek en zeg hem nooit, maar dan ook nooit meer zo op pad te gaan. Mijn vermoedens zijn juist: hij kent mijn nummer inderdaad niet, maar zijn richtingsgevoel en oriëntatievermogen zijn geweldig. Je weet toch dat ik altijd terug kom? De hostel heeft hij niet kunnen vinden.

We gaan samen naar beneden, naar Eduardo, die argeloos staat te koken, geheel onwetend van de paniek die boven zijn hoofd heerst. Ik vraag hem of Alejandro familie van hem is. No, he’s just a guy I know from the streets, zegt hij. Hij brengt me gasten die op zoek zijn naar onderdak en krijgt daarvoor van mij een commissie. Ik zak met mijn hoofd op tafel en vertel hem wat er is gebeurd; dat we al (betaald) onderdak hebben en helemaal geen bed & breakfast zochten, maar dat Alejandro ons belazerd heeft. Eduardo wil alles precies weten, en gaat na mijn verhaal meteen Alejandro bellen om de auto terug te brengen. Don’t worry, zegt hij, terwijl hij bezorgd over mijn arm wrijft. Relax, everything will be alright. I don’t want to see you in hospital. When the car arrives, I will drive you to the hostel myself. Wat een schat! Het eten is vergeten, we moeten onze koffers pakken. Even later staan we bij de voordeur, waar de Stotteraar inderdaad de auto komt terugbrengen. Schoften! Alejandro heeft niet eens het lef om het zelf te doen. Ik zal zijn gezicht eens grondig op de kasseien bewerken als ik hem tegenkom.

Eduardo brengt ons met de auto naar de welbekende groene deur volgens het adres op de voucher, gaat zelf op onderzoek uit en even later rijden we weer naar de wegversperring van die middag. Hij is gelukkig in Trinidad opgegroeid en kent iedereen. Met zijn hulp mogen we toch doorrijden – het autovrije centrum in – en binnen drie minuten staan we voor een andere anonieme deur, maar dit keer wel de goede: de hostel van Doña Chefa. Wat ben ik opgelucht! Drie generaties vrouwen wachten ons op en niemand spreekt Engels. Onze lieve gids legt alles in het Spaans uit en na veel oh’s en ah’s worden we dan eindelijk naar de voor ons gereserveerde kamer gebracht. En er is niks mis met het toilet. Een gezellige kamer in gele kleuren aan een droom van een binnenplaats. Ik voel me meteen thuis.

150725-2

150725-3

Nadat Eduardo nog drie keer erop heeft aangedrongen dat ik nu echt moet gaan genieten en me geen zorgen meer hoef te maken, neemt hij de auto mee. In rap Spaans zegt hij de dames dat zij hem moeten bellen als we hem nodig hebben. Overmorgen zien we hem om 10 uur terug met de auto, omdat we dan doorreizen naar Santiago de Cuba. We bedanken hem uitbundig en hij krijgt van mij een dikke zoen.

Inmiddels is de vierde generatie Chefa thuis gekomen en deze aardige jonge vrouw spreekt gelukkig Engels. We zetten de tassen in de berenkamer en gaan het stadje in, op zoek naar een restaurant. Op de hoek is er een die 24 uur per dag open is, maar het is er te druk. We lopen de straat naar beneden en worden door iemand aangesproken. Restaurant? Inmiddels zeer wantrouwig geworden, besluit ik na een paar straten dat ik tot in dit steegje door loop, maar geen stap verder. Gelukkig zijn we nu inderdaad bij een goed etablissement. Buiten, aan een klein tafeltje onder een reusachtige boom, genieten we van een visfilet met knoflookrijst. Veel eet ik niet, daarvoor is mijn buik nog te zeer van streek, maar het blijft er allemaal in. Een halve liter water en een biertje verder gaan we weer terug, waar ik onder de douche kruip. Tijd om naar bed te gaan. Ik vertel Victor dat hij vast weet over wie ik droom, mocht ik hem een hengst geven midden in de nacht…

Geplaatst in Cuba

Hongerige ogen en magen en een dorstige auto

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

En dan is het vrijdag. Maar eigenlijk is het hier altijd zondag, alweer een zinderend hete zondag in Viñales, Cuba. Buiten stappen de paardjes voorbij, hun ribben afgetekend boven zwoegende longen. Als lastdier, gespannen voor een wagen, of met toeristen op de rug. De een klampt zich enigszins angstig vast aan het zadel, de ander rijdt zelfverzekerd met de ontspannen houding van een amazone. Een vrouw in gympen passeert, een ananas in haar handen. De man die met zijn wagen voor ons huis stopt, blijkt een kar vol met dit fruit te hebben. Naast ons hangt de buurvrouw de was op, nog druipend nat, maar dat zal niet meer lang zo zijn.

Victor ligt op bed. Zijn buik voelt ‘als een spons’, zegt hij. Dat klinkt niet goed. Misschien is het de warmte, alhoewel hij daaraan gewend is sinds Abu Dhabi. Of is het toch die kreeft van gisteravond. Ik vond hem er al gemeen uit zien! Aan het ontbijt kan het niet liggen: hij heeft alleen een stukje pannenkoek op, twee gebakken eieren en wat fruit. Oni had ook een kan melk en koffie neergezet, maar ik heb haar gevraagd dat morgen niet meer te doen: zo zonde, we drinken het toch niet. Vanavond eten we mee in de casa: de gastheer is een goede kok en hij weet wat lactose intolerant is – perfecte combinatie. Ah, daar is mijn vent alweer. Of ik even iets wil lezen.

In zijn Cuba boekje staat een mooie beschrijving van de bergen rondom deze mooie groene idyllische vallei:

Als ‘olifantenruggen’ komen de groene bergen van de Sierra de Los Organos glooiend tevoorschijn uit de rode aarde rondom de uitgestrekte Viñalesvallei en het plaatsje Viñales.

– aha, de rode aarde die ook zichtbaar is in het kiezelzandpad voor de deur van ons huisje –

De afzonderlijke kalksteenrotsen, ofwel mogotes, bereiken een hoogte van 300 tot 400 meter en zijn ongeveer 160 miljoen jaar oud. Als gevolg van de regenval in de afgelopen miljoenen jaren zijn de relatief zachte rotsen afgerond, en ontstonden in de loop van de tijd grotten, waardoor er bizarre heuvelformaties werden gecreëerd. Viñales heeft een nationaal park, waar prehistorische planten groeien, waaronder de kurkeik. De regio heeft zich ontwikkeld tot het pelgrimsoord voor alle natuurliefhebbers, waar ook ter wereld.

– En dan hebben we ook nog de Cuevas del Indio –

De bekendste van de talrijke grotten in deze streek heeft een lengte van vier kilometer, de rivier San Vicente stroomt erdoorheen. Zoals de meeste grotten was ook deze tijdens de Spaanse verovering een cultusplaats van de inheemse bevolking. De grond werd in 1920 herontdekt. Slechts een kilometer is te bezichtigen. Eerst gaat het 200 meter te voet, daarna 300 meter met de boot door de tot 135 meter hoge grotten met talrijke druipstenen. Vanaf 18 uur fladderen duizenden vleermuizen de grot uit.

Dat lijkt ons wel wat!

klik op de foto’s voor details

150724-2

150724-3

150724-5

150724-4

Wij rijden naar de Cuevas del Indio en betalen 2 CUC (ongeveer twee euro) voor het parkeren van de auto. Een plattegrond is niet nodig: we volgen het paadje en laten daarbij de nepindiaan links liggen. Hij is bezig met wat huiden geloof ik, maar er is in de verste verte niets te zien dat met indianen te maken heeft. Een trapje leidt ons de donkere, vochtige krochten der aarde in. Hoe die ruimtes en vormen door water uitgeslepen zijn is onvoorstelbaar. Wat is Moeder Aarde geduldig. Op een bepaald punt wordt het nauw en laag, mijn rugzak blijft er zowat hangen en mijn waterfles schuurt langs de rotswand. Claustrofobische gedachten klauwen zich een weg naar boven, maar ik druk ze snel weer weg en we komen veilig bij de boten aan. De tocht over het water is heel kort maar wel mooi.

150724-6

150724-7

Mask of Sauron!

150724-11

150724-12

150724-13

Al snel staan we weer aan wal bij wat kiosken met souvenirs en drinken. Ik koop een sleutelhanger met een houten kat en Victor een briefopener met heft in de vorm van een zeepaardje. Verderop staan twee witte buffels geduldig te wachten tot hun bazen uitgeslapen zijn. Die leggen we natuurlijk vast op de gevoelige plaat. Vol verwachting lopen we the Bird Trail op – illegaal, want we zien niemand die kaartjes verkoopt. En dat is maar goed ook, want het stelt echt niets voor, al is de kleine vallei zeer rustgevend, weids en mooi. Kalkoengieren, een specht die geïnteresseerd aan een boomstam hangt. Bij een restaurant langs de kant van de weg drinken we vers mango juice, mijn favoriete drank deze vakantie.

150724-15

150724-16a

150724-16

150724-20

150724-17

150724-18

150724-19

150724-21

In Viñales wisselen we weer wat euro’s om voor CUC’s. Er mogen maar enkele mensen tegelijk de bank in, de rest moet buiten wachten tot de guard besluit dat het veilig genoeg is. En dat voelt eerlijk gezegd wel prettig. Je hebt toch een smak geld bij je voor Cubaanse begrippen, omdat je nergens geld kunt pinnen. De lunch bestaat uit kippensoep en een lekkere salade van komkommer, tomaat, witte kool en tonijn. Maar bovenal genieten we van de dingen die op straat gebeuren.

150724-23

150724-22

150724-24

De auto heeft ook dorst, dus het is alleen maar eerlijk dat die ook wat mag drinken. Special gas. Ik zit in de auto, terwijl Victor bij de pomp staat. Ineens zie ik bij het rechtervoorwiel een man staan met een kruissleutel! What the hell? Gaat die ons wiel eraf draaien? Door het open raampje vraag ik waar hij denkt mee bezig te zijn. Als antwoord steekt hij zijn gereedschap verder omhoog: het is een bandenspanningsmeter hahaha, hij verleent ons een gunst! Gelukkig moet hij ook lachen en steekt zijn duim omhoog: de banden zijn goed.

Het is tijd om weer naar Oni Y Luis te gaan, waarbij we de auto over een zeer smalle stenen brug zonder zijmuren moeten zien te loodsen. Een oude man helpt Victor overijverig de auto in een garage te parkeren, zo grappig. Als dit in Havana was gebeurd, hadden we kunnen betalen. Nu is een ‘Gracias, senor’ en een lach voldoende. Heerlijk dat platteland.

Terug bij de casa betrekt de lucht weer. Witte en zwarte wolken, een onrustige wind. Ik zit buiten te schommelen, terwijl mijn V-man op bed ligt. Hij is nog steeds niet helemaal bekomen. Eindelijk krijg ik een levensteken van thuis: Sean laat weten dat hij morgen de ochtendploeg draait en al om 4 uur moet opstaan. Om half acht wordt ons diner geserveerd: kippensoep als voorafje, twee kippenpoten, wat aardappels, een salade, witte rijst en heerlijk vers fruit als toetje. Op de veranda geniet ik van een kop kamille thee en lees mijn derde boek uit. Iets over een heksenfamilie en twee moorden in een maïsdoolhof. Niet echt heel goed, maar wel vermakelijk. Morgen de 550 kilometer lange reis naar Trinidad. Hopelijk is het dan weer droog.

150724-regen

Geplaatst in Cuba

Old Havana

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Wakker worden in Havana – of La Habana – en vanuit je bed de zon zien opstijgen uit de oceaan is toch wel een heel mooi begin van de dag. Om 9 uur gaan we met de lift naar beneden. Een man zit op een krukje bij de vergulde knoppen en drukt met verve de juiste in. Een piepkleine propeller geeft hem enigszins het gevoel van een briesje in dat benauwde hok. We stoppen bij de etage van de ontbijtzaal. En wat voor ontbijt. Buffetten met warm eten, met worst, gekookte eieren, met brood en zoete lekkernijen, gebak, fruit, fruitsappen, met beleg en bacon, vers gebakken omeletten waarbij je de ingrediënten kunt aanwijzen, thee en koffie. Er is zelfs soja yoghurt. Het is een feestje. Kikkererwten, linzen, bruine bonen, bacon en ei, een stukje brood, grapefruit en meloen. En kamillethee. Yum. Buiten lonkt het zwembad naar de gasten, maar wij…

150807hotel

klik op de foto’s voor details

… wij gaan met de taxi naar La Habana Vieja, het oude Havana. De chauffeur praat honderduit en geeft goede tips. Hij raadt ons een rondrit met paard en wagen stellig af. Dat gaat veel te snel en kost te veel in verhouding. Aangezien we de hele dag de tijd hebben, besluiten we inderdaad te voet de oude stad te verkennen. Weg zijn de vervallen straten van gisteren – tenminste, op de meeste plekken. La Habana Vieja is vrijwel autovrij, maar toch kun je veel oude, prachtige, speciale, authentieke auto’s bewonderen. De gebouwen zijn allemaal gerestaureerd en de bevolking is kleurrijk. Dan horen we muziek! 😀

150807Havana5

150805CoC

150807Havana8

150807Havana1

150807Havana9

150807Havana11

150807Havana10

150807Havana2

150804IoC

Overal worden we aangesproken. Where are you from? Olanda? Ah Amsterdam! Wooden shoes and tulips. We laten het er maar bij. Het zweet gutst intussen langs mijn ruggengraat naar beneden en we ploffen op een bankje neer. Even bijkomen in de schaduw. Het schouwspel is fascinerend. Overal zijn mensen – toeristen en Cubanen – maar ook honden en hard werkende paarden. De bestuurders van de bicitaxi’s zwoegen trouwens net zo hard.

150807Havana7

150807Havana6

Dan verschijnt ineens een vrouw met een sigaar in de mond. Ik glimlach en knik, maar met een brede grijns poseert ze uitbundig voor de camera totdat ik een plaatje schiet. We krijgen zelfs twee klapzoenen op de wangen en ik lig in een deuk. Als ze echter de foto op het schermpje bekeken heeft, verandert haar joviale uitdrukking op slag in een dwingende, haast boze blik. Haar open hand steekt in mijn gezicht: ze wil geld zien. Niets is voor niks, dat is de les van vandaag. Ik geef haar wat muntjes en Victor en ik wandelen verder.

150807Havana3

Later gebeurt hetzelfde verderop in de stad. Where are you from. Are you looking for something? Yes, agua, zeg ik. We hebben water nodig. De man loopt met ons mee en praat in gebrekkig Engels over de moeilijkheden van Cuba. Dan laat hij een foto van zijn dochter zien. Een lief ding lijkt het. Na vijf minuten lopen komen we bij een kleine bar aan en hij wijst op de koelvitrine. Eindelijk, daar staan inderdaad flesjes water. Hartelijk dank, señor, muchas gracias. Maar nee, hij wil ineens duur melkpoeder voor zijn dochter hebben. Wat doet een pak melkpoeder in een bar? Ik weiger beslist, bedank hem nog eens en loop naar buiten waar mijn vriend staat te wachten. Dan vraagt de man om een flesje water. Ook voor ‘zijn dochter’. Uhu, natuurlijk. Na enig aarzelen stem ik daarin toe, hij heeft ons immers wel naar het water geleid. Al snel verdwijnt hij weer in de menigte. We lunchen buiten op een terras, met swingende live muziek op de achtergrond. ❤ Cuba!

150807Havana4

Daarna lopen we helemaal terug naar het hotel – een flinke tippel, zeker in deze hitte. We worden nog een stuk achtervolgd door twee muzikanten die speciaal voor ons willen spelen. Van onze ervaringen geleerd, stappen we ferm door. Mijn voeten hebben het inmiddels opgegeven en laten voor straf blaren opkomen. Toch maar weer even een barretje in voor levensreddend vocht. Ik strompel La Habana Libre binnen en trap boven in de gang bij de hotellift met een zucht van verlichting mijn sandalen uit. Even uitwasemen en dan de goddelijke douche in. Wat is dat lekker als je totaal verhit bent, daar kan niks tegenop. Mijn shirt maar weer uitgewassen en dan op bed neervallen. Even rusten hoor.

150807Havana12

Om kwart over zeven toch maar uit bed gekrabbeld, aangekleed en weer naar buiten de warmte in. In de buurt van Habana Libre ligt een restaurantje, boven aan een trap. De kip is droog, de groenten zijn lala, maar de rijst is goed en de rode wijn smaakt prima. Victor neemt een Cuba Libre en daarna een biertje. Om half tien zijn de nachtbrakers weer terug op de kamer, moe en loom, maar met een goed gevoel. Vandaag heeft Havana zich van haar mooie kant laten zien.

Neem ook eens een kijkje bij de mooie Havana foto’s van mijn partner: Stedentips.


MapCuba

2015 plaats blog
20-jul Schiphol > Havana Cuba, here we come
21-jul Havana Old Havana
22-jul Havana Gieren
23-jul Havana > Viñales Over een onverwachte passagier en sigaren
24-jul Viñales Hongerige ogen en magen en een dorstige auto
25-jul Viñales > Trinidad Schurken en helden
26-jul Trinidad Adembenemend mooi Trinidad
27-jul Trinidad > Camaguey De Gidsende Gebroeders
28-jul Camaguey > Santiago De Cuba Een bord vol komkommerschijfjes
29-jul Santiago De Cuba Sterven voor het vaderland is leven
30-jul Santiago De Cuba > Santi Spiritus Kakka
31-jul Santi Spiritus > Varadero De voetstappen van Al Capone
1-aug Varadero In geuren, kleuren en klanken
2-aug Varadero Tropenweken