Geplaatst in Doldriest briest

Kort lontje, lange vinger

Het is donderdagavond. Na een lange werkdag van vooral geconcentreerd stilzitten en mijn vingers en hoofd het werk laten doen, fiets ik in een rap tempo door de straten van Breda. Verderop is de weg afgesloten wegens wegwerkzaamheden die slechts langzaam vorderen, en de stilte wordt voor deze ene keer niet verstoord door autogeronk of uitlaatgassen. Het is zelfs vredig te noemen. Zachtjes zingend peddel ik over het fietspad.

Aan de andere kant van de straat staat een koppel te praten. Terwijl ik nader, heft de man zijn arm ten afscheid naar de vrouw en beent de straat op. Onze wegen lijken zich te gaan kruisen, dus ik staak het getrap, rem af en kijk hem met een glimlach aan, terwijl ik mijn evenwicht tracht te bewaren. Wat gaan we doen, meneer? Loopt u verder, of fiets ik door?

Aangemoedigd door zijn stilstaan knik ik hem als bedankje vriendelijk toe en breng de fiets weer op snelheid. De man kijkt me onbewogen aan en steekt dan zijn middelvinger omhoog, mij recht in de ogen blikkend.

Ik voel hoe de glimlach op mijn gezicht bevriest, als een lente-zonnestraal die ineens de kille adem van de winter weer voelt. Verbouwereerd fiets ik verder en vraag me af of ik het wel goed heb gezien. Heb ik het niet verkeerd geïnterpreteerd? Maar nee, het was een ferm omhoog gestoken middelvinger, right in my face.

De meters rijgen zich aaneen tot kilometers en nog steeds zie ik het verbeten gezicht voor me, dat onbeschofte gebaar. En ik neem me voor de volgende keer te stoppen voor iedere voetganger die pardoes de weg oversteekt. Met de korte lontjes die mensen tegenwoordig hebben, weet je maar nooit wanneer iemand ontploft.

Geplaatst in Doldriest briest, Humor

Sneeuwschuiver

Vanmiddag ontvang ik een WhatsApp van mijn jongste zoon.

Maar goed dat je niet thuis bent. Staat een vrachtwagen op de stoep. Vanaf de overkant!

Ik lees het nog een keer. Voor mijn geestesoog verschijnt het woonerf met zijn vier parkeerplekken en de met sneeuw en ijs beplakte weg. Een weg die haaks op de onze staat. Trek de lijn door, en je belandt in de flanken van mijn auto die daar normaal gesproken geparkeerd staat.

Gisteren had ik het nog met mijn baas erover dat ik misschien thuis zou werken, omdat ik op het werk zo vaak gestoord word en het weer de enerverende weken van roostergegevens aanleveren zijn. Dan heb ik volledige concentratie nodig.

Nou, die concentratie is inmiddels ver te zoeken. Ik tik terug:

Doorgegleden???

Maar het blijft stil aan de andere zijde.

Die vrachtwagen heeft natuurlijk te hard gereden op die ijsvlakte, bepeins ik. Hij kon niet meer op tijd remmen voor de bocht en is gaan schuiven. Recht op de plek waar mijn arme kwetsbare Twingootje stond!

Of zou staan, als ik thuis had gewerkt. Gelukkig zit ik braaf bij de Pabo. Ik vertel het aan mijn collega’s en iedereen leeft ontzet mee. Wat een geluk!

Als ik thuis kom, roep ik naar Sean.

Vertel nog eens precies wat er gebeurd is?!

Gebeurd? Wat is er gebeurd?

Met die vrachtauto!

Oh, dat. Ik keek uit het raam en zag een vrachtwagen half op de stoep staan. Na wat voor- en achteruitrijden en een paar keer steken haalde hij de bocht wel.

Ik zwijg, bedremmeld. De kreukelzones van mijn auto strekken zich op miraculeuze wijze weer uit tot een gave auto.

Huh? Maar was die vrachtwagen dan niet vanuit de andere kant aan komen glijden, BAM bij ons de stoep op? Hoe komt die anders op de stoep terecht?

Weet ik niet, ik heb het niet echt zien gebeuren. Maar dat zou ook best kunnen…

Ik vond mijn versie toch spannender.

 

Geplaatst in Expressief, Gevoel, Persoonlijk

Ken je dat?

Zo’n dag dat je na een slapeloze nacht te lang onder de douche blijft staan en daardoor in de file naar je werk staat?
Zo’n dag dat je een probleem oplost, en daardoor beseft dat er nog een ander, groter probleem is?
Dat de zon schijnt en je alleen maar naar het bos wilt, maar opgesloten zit achter glazen wanden?
Zo’n dag dat je tegenstrijdige aanwijzingen krijgt?
Je geïrriteerd je laptop dicht klapt en naar huis wilt gaan, maar dat net op dat moment studenten aan de balie staan voor een sleutel?
Dat je zit te wachten op die sleutel, ze dan om een andere komen vragen en je nog langer moet blijven?
Zo’n dag dat je vriendje ziek is en je na je werk even langs gaat om om een kus te bedelen, als vervanging van een avond samen?
Zo’n dag dat je dan eindelijk op weg naar huis bent, maar recht in een rode zee van achterlichten rijdt?
Zo’n dag dat je je moeizaam een andere weg baant, dwars door het centrum, van het ene geobstipeerde stoplicht naar het andere?
Je huiverend thuis komt in een donker huis?
Zo’n moment dat twee harige lijven zich met ware doodsverachting van de trap af storten in hun haast om je te verwelkomen met liefhebbend gespin, aanhankelijkheid en vooral veel kopjes?
Zo’n dag waarvan het einde alles weer goed maakt?

Ken je dat?

171101Smokey

 

Hondenweer

Glinsterend asfalt

weerkaatst in zwart parelmoer

vangt motregen op

^._.^

Verkeersluw moment

alles dat rest is stilte…

en hondenpootjes

mdlogo

Geplaatst in Columns

Motor Mania

De muziek zwelt aan. Mijn hersenen zo te voelen ook. Wat een nacht, ik heb vaker het duister van mijn slaapkamer dan het donker van mijn oogleden gezien. Even ontspannen voordat de werkdag weer losbarst. De zoete klanken van Bløf vullen mijn auto, omringen me met rust. Heerlijke rust.

Zoals je zit op de veranda
Zoals je wild de tuin inkijkt
Onbereikbaar voor de ogen van de wereld

Zo, die is inderdaad helemaal van de wereld. Hallo, doe je ogen eens open! Het is al vijf minuten groen, gaan we nog rijden vandaag? Voor mij?

Alleen voor mij
Zoals je oud lijkt in je wijsheid

Wijs? Niet goed wijs zul je bedoelen. Mafkees, rijd niet zo hard!

140319motormania

Zoals je houdt van de klimop
Onbevangen als je opkijkt naar een vlinder

Nee, jij niet, ogen op de weg, het is hier te doen. Laat die mooie dame op dat billboard maar lekker mooi wezen.

Alleen voor mij
Blijf
Blijf zoals nu
Blijf

Ja blijf! Blijf vooral daar. Op je eigen weghelft. Je slingert als een gek. Goede genade, ik zal blij zijn als ik er ben.

Blijf zoals nu
Zoals je languit ligt te zonnen

Dak van de auto open geschoven en maar stoer doen dat het zo lekker is. Je zit te vernikkelen man. Laat ik de verwarming maar wat hoger zetten.

Zoals je bruiner wordt dan ik
Onbeholpen als je slaapdronken weer opstaat

Ongelofelijk, het lijkt wel of je gezopen hebt. En het is net half acht geweest.

Alleen voor mij
Blijf
Blijf zoals nu
Blijf
Blijf zoals nu
Blijf zoals nu
Het is te mooi vandaag
Het is te goed vandaag
Het is mijn hele wezen dat zich afvraagt waarom

Waarom. Waarom rijd ik hier iedere ochtend. De zon schijnt, het wordt een prachtige dag. Verder rijden, zomaar verder rijden.

Het niet altijd zo kan zijn
Het is je schoonheid
Het is je goedheid
Het beste dat gebeuren kan
Herken het dan

Wat wil je nou? Neem je de afslag, of toch maar niet? Eerst snijd je me af, dan ga je op een sukkeldrafje irritant voor me rijden, dan wil je omdraaien. Oh nee, toch maar niet, krijg ik weer je achterklep in mijn gezicht geschoven.

En blijf
Blijf zoals nu
Blijf
Blijf zoals nu
Zoals je nadenkt over zonlicht
Zoals je altijd bij me kruipt

Zucht, 70 km is geen 50, en al zeker geen 40. Rijd toch door, slak!

Onaantastbaar lig je naast me in het donker
Alleen voor mij

Lag ik er nog maar, in dat donker.

Blijf
Blijf zoals nu.

140319blof

En de dag moet nog beginnen…

(klik op de button voor de bijbehorende muziek)

Als toetje een Disney filmpje uit 1950, dat nog net zo actueel is als toen.

Geplaatst in Biker Witch, Columns, Cultuur, Foto, Korte verhalen

Zweet

Vijfhonderd kilo staal, stof, vlees en bloed. En zweet. Vooral veel zweet. Dit alles dendert voort op twee stroken rubber. Nou ja, dendert… balanceert in een haarspeldbocht is correcter. Een grote vrachtwagen komt kreunend naar beneden en versmalt de weg aanzienlijk. Het is warm, heet zelfs. Ik ga maar weer eens verzitten, zodat andere delen van mijn zitvlak belast worden. Het druppelt in mijn helm. De broek plakt aan mijn benen en het broeit in mijn jas. Motorvakantie in Italië. Van buiten is het net zo warm als van binnen.

Dan hoor ik een zoemend geluid links achter me. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een andere motor aan komen. Soepel draait hij door de bocht en fladdert voorbij. Ja, fladdert. De slippers wiebelen, de short plooit zich rond bruinverbrande benen en het shirt ziet er zo koel uit dat ik op slag jaloers word. Hij heeft nog nét een helm op en raast in een noodgang vlak langs ons. Het ziet er zeer aanlokkelijk uit en ik wil ter plekke ook de kleren van mijn lijf scheuren. Maar de koude rillingen bij de gedachte aan wat zou kunnen gebeuren als hij zou vallen, zorgen voor ogenblikkelijke verkoeling. Mijn jas blijft aan.

We zijn met de autotrein van Düsseldorf naar Alessandria in Noord-Italië geboemeld en rijden vandaaruit naar Florence. Deze prachtige stad is een warm bad, waar je ondergedompeld wordt in een mix van oude gebouwen, cultuur, een vriendelijke sfeer en zinderende hitte. Gelukkig zorgen de vele terrasjes voor vloeibare verkoeling. Wat is het leuk om mensen te kijken. En te ontmoeten! Het ene B&B is nog aantrekkelijker dan het andere en de contacten met de gastgezinnen zijn hartverwarmend. Ze verwennen je met zelfgebakken brood, gebak en jam en in Frankrijk met een diner dat wat mij betreft vijf sterren verdient.

Het voor- én nadeel van een motorvakantie is dat je niet veel kunt meenemen. De kleine zadeltassen zijn gevuld met regenpakken, schoenen en toiletspullen. Een tasje om de nek en een grote tas achterop zijn de enige opbergmogelijkheden voor twee personen voor ruim twee weken toeren. Maar het is genoeg: een korte en lange broek, wat shirts, een jurk en wasmiddel is eigenlijk alles dat je nodig hebt op een zonvakantie. De e-reader, die ik als een van de eerste dingen heb ingepakt, heeft ook prima diensten geleverd. Stel je een tuin voor met een boomgaard waar de peren en druiven bijna in je mond vallen. Op de achtergrond tsjirpt een krekel-orkest en rode wijn glinstert in je glas. De avondzon werpt een gouden licht op je boek…

… en dan word je belaagd door tijgermuggen. Hordes akelige bijtgrage muggen die blijkbaar zeer te spreken zijn over mijn bloed. De builenpest is er niks bij. Wat een rotbeesten zeg. Koeien dragen trouwens bellen in Zuid-Europa en zouden veel voordeel hebben bij poten van ongelijke lengte. Open heuvellandschap wordt afgewisseld met uitgestrekte bossen in nationale parken, waar je alleen een verdwaalde fietser tegenkomt. Hoe anders dan in ons kleine Nederland.

Het is ook een andere cultuur. In de basiliek houdt een betaalde voyeur nauwlettend de vrouwelijke bezoekers in de gaten: bij teveel bloot been en/of schouder moet er onverbiddelijk een blauwe crêpepapieren poncho overheen. Een ingeblikte stem weergalmt door de kerk: Silenzio! De opname maakt meer lawaai dan het publiek en ik houd het al snel voor gezien. Bij een parkeergarage herkent het systeem de motor niet en krijg ik na vijf minuten via de praatpaal in het Italiaans te horen dat deze alleen voor auto’s bestemd is – een plasje smeltwater ligt inmiddels aan mijn voeten. In Greve zijn we getuige van een kerkmis die buiten wordt gehouden; hele straten worden er voor afgezet. De eenvoudige houten banken zijn goed bezet.

We leggen drieduizend kilometer af langs zonnebloemen en ronde strobalen, historische stadjes en cipressen, beklimmen de hoge Bernard pas, trotseren wind en sneeuw, kiezels en kuilen, rijden door Italië, Zwitserland, Frankrijk en België zonder kleerscheuren. En dan zwik ik van een drempel van vijf centimeter hoog en beland met een dreun vol met mijn rechterknie op de granieten vloer. Een motorvakantie is gevaarlijk, mensen! Veel gezien, veel meegemaakt, veel… te kort!

Maar we moeten weer terug in het gareel. Het nieuwe studiejaar is immers weer begonnen. De herkansingsweek in volle gang. Een migratie van de studentenmail zorgt ervoor dat onze studenten niet meer bij hun (oude) berichten kunnen. De koppeling tussen landelijke en hogeschool systemen is verstoord. Ja, het begint alweer prima. Eindelijk weer wat actie in de tent. Dat wordt weer zweten.

Geplaatst in Columns, Humor, Korte verhalen, Persoonlijk

Gewoon bij Albert Heijn

Fel rode achterlichten branden een gat in mijn waas van werk-gedachten. Er staat zowaar een file in ons dorp! Een heel korte weliswaar, maar toch. Gelaten sluit ik achteraan en probeer uit alle macht de rotonde niet te blokkeren. Het lukt net. Voor en achter mij scheren fietsers rakelings langs. ‘Kom op’, mompel ik, ‘rijd even iets verder door?’ Tergend langzaam rollen de wielen nog een meter naar voren, maar dan sta ik vast. De neus van mijn vehikel snuffelt aan de kont van haar voorganger, de trekhaak akelig dichtbij.

Aan mijn rechterhand ontwaar ik mijn bestemming. Op het kleine parkeerterrein is het een komen en gaan van klanten met blauwe karretjes, volgepropt met kinderen en boodschappen, van auto’s en fietsers. De man met de straatkranten slaat alles zwijgend gade, zijn donkere ogen ondoorgrondelijk. Bij een geopende laadklep staan twee vrouwen geanimeerd te praten; iets verderop hetzelfde tafereel, maar dan met zijn vieren.

Dan priemen blauwe koplampen in mijn binnenspiegel en voel ik de adem van een nieuwkomer in mijn nek: een grote SUV. Geïrriteerd getoeter. Geflits. Wel ja, kom maar hoor, rijd maar gewoon over me heen? Ik adem uit. Twee auto’s verder gooit iemand zijn bolide naar links de weg op, moe van het wachten… en ontwijkt ternauwernood een auto van de andere kant. Tussen mijn vingers door zie ik hoe ze elkaar net niet raken. Met woedende gebaren stuift de tegenligger de vrijheid tegemoet. We schuiven allemaal een plaatsje op.

Langzamerhand stroom ik ook vol met adrenaline. Waarom rijdt die eerste auto niet verder het terrein op? Of gewoon de zijstraat in? Of in deze straat rechtdoor? Ziet hij dan niet dat achter hem alles vast staat? Gossamme! En kunnen die dames alsjeblieft ergens anders gaan ouwehoeren? Weer rijdt er een auto weg van Albert Heijn, maar in onze file geen beweging. Gaat hij nou echt staan wachten tot er een betere plek vrij komt?! Ik klem mijn kaken op elkaar. Rustig blijven. Misschien heeft hij de vrije plek niet eens gezien.

Inmiddels staat in beide richtingen een file. Men wacht om af te slaan. Of staat verderop in de straat klem achter geparkeerde auto’s. De hele weg zindert van de spanning. Deuren gaan open en verhitte discussies breken los. Getver, hier komt nog ruzie van. Eindelijk ben ik bij de hoek, maar word dan geblokkeerd door een klein autootje dat schuin midden op de zijweg staat, de neus richting parkeerterrein. De vrouw staart dromerig voor zich uit, zich niet bewust van de chaos die ze mede veroorzaakt. Ik wacht even. Druk dan licht mijn claxon in om haar wakker te schudden, maar geen reactie. Ik wacht nog langer. Secondes lijken minuten. ‘Laat me langs, laat me LANGS’, sis ik vertwijfeld, terwijl ik naar de bestuurder achter mij gebaar dat ik er nog steeds niet door kan.

Net als ik voluit op de claxon wil timmeren, rijdt er weer een vehikel weg, waarop het rode autootje langzaam verder naar rechts sukkelt. Ik geef gas en schiet rechtdoor de vrije zijstraat in. Naar het piepkleine parkeerterrein aan de achterkant. Of nog verder. Liever een stukje lopen dan meedoen aan deze chaos. Jippie, in het hoekje is nog een gaatje. Ik parkeer achteruit, grijp mijn tas en marcheer de supermarkt binnen. Wat een gedoe hier ook altijd!

Een kwartier later loop ik met een tas vol boodschappen weer naar buiten, mijn gedachten al bij het avondeten. Ik kijk nog eens vol medeleven naar de wachtende, geïrriteerde automobilisten en begeef mij naar de achterkant van de supermarkt. Naar hui… Wat is dat nou? Een beige Volvo van zowat tien meter lang staat naast mijn auto geparkeerd. Nou ja, geparkeerd, de neus staat nog ruim twee meter van de muur af. En de achterkant blokkeert daarmee geheel mijn uitweg! Sputterend en briesend van verontwaardiging loop ik naar mijn auto, zet de tas met boodschappen achterin en kijk om me heen. Zal ik naar binnen lopen – ik trommel geërgerd op het dak – of zal ik…

Dan laat ik me achterover in mijn stoel zakken. Is het echt nodig me zo op te winden, is dit echt zo erg? Ik grijp een boek van de achterbank en ga rustig zitten lezen tot de bestuurster van de Volvo-slee verschijnt. Ik kijk haar even aan. Muts! Maar ze heeft mij een bonus geschonken: een kwartier rust… gewoon bij Albert Heijn.