Geplaatst in Expressief, Poëzie

Escher schilderij

zou niet iedere dag moederdag moeten zijn
een hommage aan de jonge moeder
die mij negen maanden droeg
zelfs bij een zacht geluidje aan mijn bed stond
nachtenlang waakte als ik koorts had
onvermoeibaar lekkere hapjes voerde
aan een peuter die ’s ochtends nog bezig was
met het eten van de dag ervoor
haar man steunde in lief en leed, al die jaren
sterk is in haar zachtheid
en strikt in haar rechtvaardigheid
de zorgzame moeder
die nog steeds iets lekkers meegeeft
kleine eetverrassingen in petto heeft
vrolijkheid en humor
als gereedschap voor compassie en gevoel
en bovenal een bron van liefde en warmte
deze geweldige vrouw is mijn moeder
die ik op handen draag
terwijl zij mij op handen draagt
een Escher schilderij van moeder en kind

~Marion

Geplaatst in Algemeen

Limbabwe

Lang geleden, in een rijk hier ver vandaan, werd het tweede kind van een timmerman en een kasteleinsdochter geboren. Zij gaven haar de naam ‘Maria’, in de volksmond ‘Marion’ geheten.

Het meisje groeide op te midden van haar liefhebbende familie, met een oudere broer die nooit naliet haar te trainen in zelfweerbaarheid, een zusje waarmee ze samen fantastische Engelse duetten ten gehore bracht – onverstaanbaar maar tegelijkertijd ook onweerstaanbaar. Neven die haar inwijdden in de boeken van Enid Blyton’s ‘De Vijf’, nichtjes waarmee tot diep in de nacht gefluisterd en gelachen werd. Tantes die de meest fantastische vlaaien maakten, en ooms die datzelfde met praatjes deden. Het leven was goed daar in dat verre land.

Het gezin maakte vrolijke tochten door het Limbabwiaanse landschap. Een nieuwe auto kreeg allereerst een passende naam en werd dan met veel enthousiasme ingereden, waarbij zelfs krekels uitgenodigd werden op de terugreis. Glooiende groene heuvels, bloesembomen, holle wegen, een lieflijke beeld dat voor altijd op haar netvlies gebrand stond. Marion hield van haar geboortestreek.

Op een dag vloog zij echter uit, weg van het warme gezin, om zich te gaan bekwamen in de recreatiekunsten. Ver weg van de vertrouwde omgeving ging zij studeren in een plat land, een land waar de wind altijd de lokken uit haar gezicht blies, nooit eens een duwtje in de rug gaf. Een land waar haar grijze ogen alleen in de verte konden kijken. Een fietsland waar zij nooit aan zou wennen, zij miste de afdalingen waarin ze kon uitrusten om zich vervolgens vol overgave op de pedalen te werpen om de volgende top te bereiken.

Marion vond een nieuw thuis in dat Braboria, stichtte een gezin en kreeg twee stoere knapen. Deze jongens vonden dat hun moeder maar erg raar deed als ze met haar ouders praatte. Limbabwiaans, het leek wel Koeterwaals! Steevast trok Marion terug naar haar geboorteplaats, vastbesloten om de liefde voor dit land door te geven aan haar kroost. Ook haar ouders – Opa die altijd gek deed en alles kon maken, en Oma waarvoor ze een heilig ontzag ontwikkelden maar die wel soms lachte als een heks – goten paplepels vol Limbabwiaanse cultuur bij hen naar binnen. Helaas bleek Braboria hun hart al gestolen te hebben.

Heel af en toe staart Marion nog voor zich uit, ziet groene heuvels in plaats van weilanden, geheimzinnige holle wegen in plaats van rechte landbouwweggetjes, hoort de zachte Limbabwese taal in plaats van het onverstaanbare mompelende Braboos. Zal zij ooit nog op een late zomeravond naar haar eigen huis lopen op een heuvel? Zij kan haar zonen niet losrukken uit hun geboortestreek. Maar wie weet vliegen ook zij uit om zich te gaan vestigen in een ander land. En worden hun kinderen op hun beurt wel Americaños. Dan kan zij terug gaan naar haar eigen rijk, haar rijk land, haar Limbabwe…

Bijna 30 jaren geleden verliet ik Zuid-Limburg om te gaan studeren en wonen in Brabant… en nog steeds ben ik Limburgse in hart en ziel. Dit is niet mijn thuis, ik ben Nederlandse maar geen Brabantse. ‘Wie schoën ôs Limburg is…’