Geplaatst in schrijven

Boekschrijven is sporten

Een boek schrijven is sporten op hoog niveau. Geen sprint, maar een duurloop. Een langeafstandsmars, waarbij het uiteindelijke doel glashelder voor de geest staat, maar de route er naar toe onduidelijk is. Aanvankelijk stap je flink vooruit, maar dan moet je ineens een stap opzij doen, en dan nog een. Soms moet je zelfs helemaal omdraaien en de lokkende vergezichten de rug toekeren. Een nieuw pad zoeken. Dan zit er niets anders op dan de opgedane ervaring in je rugzak stoppen, schone sokken aantrekken en weer op pad gaan.

Zo ook met De Mergelier. Ik had al veel losse scènes geschreven, maar het lukte me maar niet om deze aaneen te rijgen tot een samenhangende ketting. Een gevolg van te veel genres door elkaar mixen, beaamde mijn schrijfcoach.

In januari ben ik eigenlijk opnieuw begonnen. Er zitten nog een paar herschreven scènes in van de oude versie, maar er komen voornamelijk nieuwe tot leven. En deze karakters en gebeurtenissen passen wel goed bij elkaar. 

Wat bovenal duidelijk wordt is dat een boek scheppen heel iets anders is en heel wat meer van je vraagt dan bijvoorbeeld een column, blogpost of een gedicht. Je hebt een visie nodig, doorzettingsvermogen, vertrouwen in jezelf en bovenal een lange adem. 

Regelmatig wanhoop ik, vraag me af waar ik aan begonnen ben. Of ik het wel kan. Maar ik loop al zo veel jaren rond met deze droom, dat ik doorzet. En dat kan ook niet anders, want het is bovenal ook leuk! Ik geniet van het scheppende proces en weet als ik begin te schrijven nooit waar de scène me heen voert, omdat de karakters het overnemen. Ze komen tot leven, beleven avonturen en zijn gewoon heerlijk menselijk. Net als wij.

Liefs,
Marion

Geplaatst in Weekjournaal

#6 – Varken met mohawk

De afgelopen week transformeerde de sneeuw het landschap en riep iedereen naar buiten.

Nou ja, bijna iedereen. Met lede ogen moest ik aanschouwen hoe zoonlief de eerste Wasgij puzzel steeds verder vorm gaf, terwijl ik aan Teams gebonden was. Hij liet mij wel de eer om de laatste paar stukjes op hun plek te laten vallen. Inmiddels ligt puzzel nummer 2 op de keukentafel. Deze is nog moeilijker: vertaal dit beeld naar de huidige tijd. Veel gras, veel asfalt, al zoekend het onbekende tegemoet. Leuk!

Ons tuinmuisje heeft een paar mooie en voedzame weken gehad, maar op een avond sloeg Smokey toe. Hij bracht het arme verkleumde beestje door het raam naar binnen, de warmte in, en speelde het bekende kat-en-muis-spel. En dat kleine wezentje was niet tegen de kater opgewassen. Al dat ons rest zijn de sporen…

UPDATE: V-man zag net nog een muis tegen de muur omhoog klimmen. Een dikkertje! We hebben nu officieel een muizenfamilie te gast.

En dan ineens lag er een kaart op de deurmat. Toen ik de envelop opende, regende het letterlijk hartjes-confetti. Mirjam Kakelbont in actie. Zo lief! ❤ Als je zin hebt om te grijnzen en hardop te lachen, lees dan vooral haar hilarische stukjes op Pippi’s hometown, een blog met sterke verhalen.

Corona of geen corona, carnaval laat zich niet onderdrukken in Boemeldonck. Deze kleurrijke figuur prijkt in het midden van de rotonde.

Sporen in maagdelijk wit. Dit dier heeft een diepe indruk achtergelaten. Weet iemand wat dit is geweest?

Zelfs voor Boeddha is het nu te koud. Hij is gekleed in een witte mantel en muts.

En een varkentje met mohawk.

In overleg met mijn schrijfcoach heb ik besloten de weekjournalen korter te maken. Ze waren oorspronkelijk bedoeld om meer tijd vrij te maken voor mijn boek, maar er ging steeds meer tijd in zitten. Ik hoop dat de foto’s ook een beeld van mijn week geven.

Fijn weekend!

Geplaatst in Weekjournaal

#5 – Water, modder en sneeuw

Op onze wekelijkse ontdekkingsreis door Brabant komen we dit keer uit bij de Pannenhoef, een natuurgebied met bos, elf vennen en heide tussen Zundert, Etten-Leur en Rijsbergen. We rijden door de modder naar de enige nog vrije parkeerplek en glibberen naar een wat hoger gelegen bospad. Gelukkig zijn er ook droge stukken op de oranje route. Een zwarte hond loopt ijverig af en aan, zijn baasjes in de achterhoede. Terwijl ik voorzichtig langs de zoveelste plas manoeuvreer, hoor ik een plons. Verschrikt kijk ik om. Zou V-man zin uitgegleden? Het blijkt de hond te zijn die languit ligt te badderen. Dan springt hij weer op, rent een stukje verder en graaft driftig een kuil. De modder spettert in het rond. Heerlijk! Die kan straks onder de douche.

We volgen een stuk betegeld pad langs verdwenen venen, maar duiken al snel weer naar rechts, terug tussen de bomen. Water verspert onze route, van de linker- tot de rechterrand. Ik hang aan een boom en Jane me naar de andere kant. Een paar minuten verder komen we een stel met een kinderwagen tegen. V-man en ik kijken elkaar aan. ‘Je zult je kindje verderop zwemlessen moeten geven,’ zeg ik monter, ‘er ligt een plas over de hele breedte van het pad’. Ze knikken vriendelijk terug, maar vervolgen hun weg. Nog steeds vraag ik me af of ze met droge voeten zijn thuisgekomen.

De rest van de zondag brengen we binnen door en volgen de avonturen van een luipaardfamilie en de Grote Verbouwing op tv. Mijn vrienden Phil en Kirsty van de Grote Verhuizing moeten plaatsmaken voor het Grote Corona-debat. Nou, ik weet wel wie ik liever zie.

Maandagochtend spring ik op de fiets, handen gehuld in nog nooit gebruikte motorwinterhandschoenen. Wat een genot. Waarom heb ik dat niet eerder bedacht? De wind probeert vat te krijgen op mijn normaal half bevroren vingerkootjes, maar glijdt jammerlijk af langs het goretex. Lekker puh! De dag kruipt voort van het ene overleg naar het andere. Het enige leuke dat eruit voortkomt is de tip om een Wasgij puzzel te kopen. Bedankt, Kathy! 😀 Er zijn drie soorten. Ik bestel de Wasgij mystery 15: Een echte Britse BBQ. Bij deze puzzels moet je zelf bedenken wat er in de aankomende minuten gebeurt met de personen op het plaatje, en de puzzel die je legt is dus niet het plaatje op de doos. De afbeelding is rijk geïllustreerd, met tal van personen, dieren, eten en mogelijkheden. Jongestezoon en ik gaan aan de slag met de 1000 stukjes.

En dan mag ik warempel weer een keertje naar Avans! Het lijkt wel een uitje, zo lang is het al geleden. Een maand geleden kwam ik om te surveilleren, nu gaan we bekijken hoe we twee lokalen kunnen samenvoegen tot een grote werkplaats. We breken muren door, verleggen leidingen, sluiten andere af. Verplaatsen kasten en bekijken wat kan blijven en wat echt weg mag. In theorie dan hè. Een dag later blijkt dat de door te breken muur dragend en brandwerend is, dus ons plan kan niet doorgaan.
Wat later zit ik met mijn neus tegen het scherm geplakt om Brightspace te bestuderen. We gaan dit nieuwe programma het komende blok implementeren, waarna we in het nieuwe studiejaar live gaan.

’s Avonds is het dan eindelijk pompoen-slachttijd. Het menu bestaat uit soep, vers brood uit de nieuwe Boerschappen-box en knakworstjes. Ik zet de grote snijplank klaar, klauwhamer en bijl, en draag mijn grootste soeppan naar het fornuis. Come to mama, pumpkin! De doos heeft de afgelopen week op mijn keukentafel mogen logeren, maar nu is het klaar. Ik sla de flappen terug en grijp met mijn handen om de oranje rakker… recht in een weke smurrie. Getver! De jongens komen er belangstellend bij staan en vragen wat er aan de hand is. Ik steek hen mijn hand met smurrie toe. ‘Dit dus,’ zeg ik. ‘We moeten een nieuw menu bedenken.’ Sean schiet te hulp, tilt de pompoen uit de doos en draait hem—nog steeds in de lucht— bij het aanrecht om. Maar goed ook. De kolos is aan de onderkant beschimmeld. Heb ik me daar nou de hele week op verheugd? De kliko doet braaf zijn mond open en slikt de pompoen in een keer door. Gelaten zoek ik een nieuw recept. Het worden de worstjes en de meergranenbol, maar nu met gebakken tomaat, groene kool en posteleinpesto met verse knoflook. Mijn collega’s zijn vast dankbaar dat ik de dag erna thuis werk.
Dan gaat de telefoon en hoor ik een stem uit het verleden: mijn vroegere beste vriendin Josee belt! We zijn via Facebook weer in contact gekomen en hebben nummers uitgewisseld. Het wordt een grappige conversatie: zij in het Nederlands, haar vriend in het Duits en ik in het Limburgs. We eten laat die avond.

Donderdag start met een verfrissende wandeling. Het is stil buiten, alleen de vogels hebben het hoogste lied. Als ik bijna thuis ben, kom ik een vrouw tegen die op haar tenen balanceert aan de rand van een grasveldje. Haar retriever balanceert aan de andere kant van het groen, maar dan op zijn hurken. Ik groet en loop langs. De walm van haar parfum omhult me tot tien meter verderop. Ik weet niet welke geur ik prefereer.
In de pauze brengt een collega haar Remarkable tablet langs, zodat ik die kan testen. Het is nog even spannend of het kan doorgaan, maar haar droge kuchje doorstaat gelukkig de coronatest. Met koffie, thee en kokosmakronen vliegt de tijd voorbij. De resterende werkuren zijn warrig en rommelig, en de in de ochtend geopende notulen worden in de avond onveranderd afgesloten. Na een rondje buiten lijkt het werk al snel ver weg.

Die vrijdag is het bewolkt maar droog. De temperatuur doet zelfs lenteachtig aan. Mijn auto en ik rijden zingend langs het bos, maar dan stuit ik op een versperring. De tunnelbak is afgesloten en ik word naar rechts gedwongen, een smalle weg in. Omleidingsborden zijn nergens te bekennen. Voor mij wijst een tractor de weg. Hij leidt me over een ventweg helemaal naar Etten-Leur. Een brede snelweg zit tussen mij en mijn bestemming in en aan zijwegen doen ze hier blijkbaar niet. Ik gooi mijn handen in de lucht, daar gaat mijn rijles! Een vaag aanwezig richtingsgevoel raadt mij dringend aan te stoppen. Bij de MacDonalds gooi ik de auto aan de kant en bel de stalhouder. Gelukkig weet die raad, zodat ik tien minuten later toch mijn paard beklim. Indian Summer draaft onverstoorbaar door de omgeving en geeft me mijn rust terug.

Mijn boodschappenkar is verder gevuld dan normaal. Als de weersvoorspellingen kloppen komt er namelijk sneeuw aan! In de avond rijd ik naar Breda. Er vliegen een paar ganzen over, luid snaterend; ze vluchten vast voor het naderende winterfront. V-man neemt hun waarschuwing ter harte en besluit thuis te blijven, zodat ik zaterdagmiddag weer alleen naar mijn huis afreis. Op de deurmat wacht mij een verrassing, al staat er geen afzender bij.

Een beetje meloen, maar dan met een extra l en een e-tje minder.

Een rebus, die met nog geen twee keer knipperen duidelijk op mijn netvlies staat. Mellon. Vriend. Lord of the Rings. Dit kan maar één iemand bedenken! Blij app ik Melody, die eerst ontkent, maar dan al snel toegeeft. Ze wilde me laten glimlachen. Nou, die wens is meer dan uitgekomen. Wat een prachtig mens is het toch. ❤ Ze heeft ook Mootje verrast met een kaart en is de inspirerende kracht en domino-master achter een groep van lieve bloggers die papieren knuffels versturen naar mensen die wat steun kunnen gebruiken. En ik sluit me graag bij die bloggelederen aan.

’s Avonds schenk ik een glas rode wijn in en trek een zak zoute chips open. De WW-boog kan niet altijd gespannen staan. Ik kijk Agatha Christie’s Marple en houd met een half oog de buitenwereld in de gaten. Het wordt witter en witter, en als ik naar bed ga maak ik op mijn knieën bij de voordeur nog gauw foto’s om de tweede sneeuw van het jaar te vangen. Dan doemt een donkere schaduw op. Een mini-schnauzer trippelt vrolijk over de stoep. De hond heeft aan een half woord genoeg en stort zich met enthousiasme boven op me. Ik aai en lach en aai nog wat meer. Zijn baasje staat intussen geduldig te wachten.

Zondagochtend worden we getrakteerd op een wonder-witte-wereld.

De enige die niet onder de indruk is, is Smokey. Deur en raam staan uitnodigend op een kier, maar meneer besluit alles op te houden tot hij minder koude en natte pootjes krijgt. Ik ga maar een paadje naar de achtertuin uitgraven om aan zijn behoefte te voldoen. 😉

Fijne zondag allemaal.