Geplaatst in Korte verhalen, Natuur, Nieuws, Onderwijs

Moestuintjes

Ze zijn er weer, de moestuintjes van Albert Heijn. Een fleurige wikkel rond een doosje van karton, met daarin een centimeter dikke samengeperste grond, een wit matje met zaadjes en een papieren plantensteker. Toch maar eens proberen. Een kruidentuin heb ik al jaren, maar een moestuin niet. Zou er ook appelmoes groeien?

Zorgvuldig lees ik de gebruiksaanwijzing en meet het water af. Ik giet het bij de tablet en kijk ademloos toe hoe het ineens omhoog rijst tot wel 10 keer zijn eigen inhoud. Geweldig! Dan het zaadmatje erop, nog een laagje grond en op een schoteltje in het licht zetten. Niet vergeten: regelmatig pappen en nathouden.

Zoals beloofd verschijnen na een week frisgroene kopjes van andijvie. En ondanks mijn volwassenheid word ik kinderlijk enthousiast. Wat leuk! Het wonder der natuur ontbloeit op mijn aanrecht. Misschien kan ik wel een heel assortiment groenten verbouwen door ze straks te verpotten naar mijn kruidentuin. Ik wil meer!

Met het beeld van de baby-andijfjes voor ogen trek ik weer naar Albert Heijn en krijg drie nieuwe doosjes. Bij de uitgang wurm ik me met moeite door een dikke haag kinderen heen die allemaal maar op één ding uit zijn: moestuintjes! Ze graaien ze bijna uit de boodschappenkrat en kijken haast moordzuchtig als ik de buit niet vrijwillig afgeef. Moordende concurrentie en ruilhandel tieren welig.

Samen met de twee die ik in het weekend al bemachtigde staan nu vijf doosje voor mijn neus. Visioenen van een overwoekerde keuken zwemmen over mijn netvlies heen, een groene waas achterlatend. Wat doe ik er eigenlijk mee? Ga ik die echt allemaal opkweken? Is het niet handiger dat ik ‘professionele’ groenteplanten koop in een tuincentrum? Morgen gaan de moestuintjes mee naar het werk, naar collega’s met kleine kinderen. Net trouwens als de Efteling zegels, de bestek- en de kristalzegels.

Maar deze actie werkt goed; goed voor de economie en goed voor binding van de jeugd met de natuur. Kinderen zeuren hun ouders de kop gek om vooral boodschappen te gaan doen bij Albert Heijn en zoveel mogelijk moestuintjes te vergaren. Potten met sperziebonen, radijs, broccoli, augurk en basilicum in de Nederlandse huishoudens. Zou het niet fantastisch zijn als diezelfde kinderen net zo enthousiast worden van het éten van de groenten als van het télen ervan? Maar een doel heeft de supermarkt toch mooi al bereikt: meer groen in de wijk. Gewoon door Albert Heijn.

160314Moestuintjes

Geplaatst in Columns, Humor, Korte verhalen, Persoonlijk

Gewoon bij Albert Heijn

Fel rode achterlichten branden een gat in mijn waas van werk-gedachten. Er staat zowaar een file in ons dorp! Een heel korte weliswaar, maar toch. Gelaten sluit ik achteraan en probeer uit alle macht de rotonde niet te blokkeren. Het lukt net. Voor en achter mij scheren fietsers rakelings langs. ‘Kom op’, mompel ik, ‘rijd even iets verder door?’ Tergend langzaam rollen de wielen nog een meter naar voren, maar dan sta ik vast. De neus van mijn vehikel snuffelt aan de kont van haar voorganger, de trekhaak akelig dichtbij.

Aan mijn rechterhand ontwaar ik mijn bestemming. Op het kleine parkeerterrein is het een komen en gaan van klanten met blauwe karretjes, volgepropt met kinderen en boodschappen, van auto’s en fietsers. De man met de straatkranten slaat alles zwijgend gade, zijn donkere ogen ondoorgrondelijk. Bij een geopende laadklep staan twee vrouwen geanimeerd te praten; iets verderop hetzelfde tafereel, maar dan met zijn vieren.

Dan priemen blauwe koplampen in mijn binnenspiegel en voel ik de adem van een nieuwkomer in mijn nek: een grote SUV. Geïrriteerd getoeter. Geflits. Wel ja, kom maar hoor, rijd maar gewoon over me heen? Ik adem uit. Twee auto’s verder gooit iemand zijn bolide naar links de weg op, moe van het wachten… en ontwijkt ternauwernood een auto van de andere kant. Tussen mijn vingers door zie ik hoe ze elkaar net niet raken. Met woedende gebaren stuift de tegenligger de vrijheid tegemoet. We schuiven allemaal een plaatsje op.

Langzamerhand stroom ik ook vol met adrenaline. Waarom rijdt die eerste auto niet verder het terrein op? Of gewoon de zijstraat in? Of in deze straat rechtdoor? Ziet hij dan niet dat achter hem alles vast staat? Gossamme! En kunnen die dames alsjeblieft ergens anders gaan ouwehoeren? Weer rijdt er een auto weg van Albert Heijn, maar in onze file geen beweging. Gaat hij nou echt staan wachten tot er een betere plek vrij komt?! Ik klem mijn kaken op elkaar. Rustig blijven. Misschien heeft hij de vrije plek niet eens gezien.

Inmiddels staat in beide richtingen een file. Men wacht om af te slaan. Of staat verderop in de straat klem achter geparkeerde auto’s. De hele weg zindert van de spanning. Deuren gaan open en verhitte discussies breken los. Getver, hier komt nog ruzie van. Eindelijk ben ik bij de hoek, maar word dan geblokkeerd door een klein autootje dat schuin midden op de zijweg staat, de neus richting parkeerterrein. De vrouw staart dromerig voor zich uit, zich niet bewust van de chaos die ze mede veroorzaakt. Ik wacht even. Druk dan licht mijn claxon in om haar wakker te schudden, maar geen reactie. Ik wacht nog langer. Secondes lijken minuten. ‘Laat me langs, laat me LANGS’, sis ik vertwijfeld, terwijl ik naar de bestuurder achter mij gebaar dat ik er nog steeds niet door kan.

Net als ik voluit op de claxon wil timmeren, rijdt er weer een vehikel weg, waarop het rode autootje langzaam verder naar rechts sukkelt. Ik geef gas en schiet rechtdoor de vrije zijstraat in. Naar het piepkleine parkeerterrein aan de achterkant. Of nog verder. Liever een stukje lopen dan meedoen aan deze chaos. Jippie, in het hoekje is nog een gaatje. Ik parkeer achteruit, grijp mijn tas en marcheer de supermarkt binnen. Wat een gedoe hier ook altijd!

Een kwartier later loop ik met een tas vol boodschappen weer naar buiten, mijn gedachten al bij het avondeten. Ik kijk nog eens vol medeleven naar de wachtende, geïrriteerde automobilisten en begeef mij naar de achterkant van de supermarkt. Naar hui… Wat is dat nou? Een beige Volvo van zowat tien meter lang staat naast mijn auto geparkeerd. Nou ja, geparkeerd, de neus staat nog ruim twee meter van de muur af. En de achterkant blokkeert daarmee geheel mijn uitweg! Sputterend en briesend van verontwaardiging loop ik naar mijn auto, zet de tas met boodschappen achterin en kijk om me heen. Zal ik naar binnen lopen – ik trommel geërgerd op het dak – of zal ik…

Dan laat ik me achterover in mijn stoel zakken. Is het echt nodig me zo op te winden, is dit echt zo erg? Ik grijp een boek van de achterbank en ga rustig zitten lezen tot de bestuurster van de Volvo-slee verschijnt. Ik kijk haar even aan. Muts! Maar ze heeft mij een bonus geschonken: een kwartier rust… gewoon bij Albert Heijn.