Geplaatst in Zeswoordverhalen

6WMB: Dialect

Mijn eigen bijdrage aan Zes Woorden met Beeld: Dialect

DOER KLANKE TRUUK NAO HOES GEBRACH

131016

afbeelding: Limburgse Dialecten

SixWordStory
<<  Wil je ook de andere zes-woorden verhalen over Dialect lezen en/of meedoen? Klik op de button hiernaast. :)

Geplaatst in Zeswoordverhalen

6WMB: Jeugd

Mijn eigen bijdrage aan Zes Woorden met Beeld: Jeugd

ECHTE JEUGD LAAT ZICH NIET TEMMEN

131002jeugd

foto: Google Images

SixWordStory
<<  Wil je ook de andere zes-woorden verhalen over Terrorisme lezen en/of meedoen? Klik op de button hiernaast. :)

Geplaatst in Zeswoordverhaal-uitdaging

Verhaal in zes woorden met beeld: Jeugd

Dit keer heb ik gekozen voor een lichter thema, aangedragen door Marja: JEUGD. Wat quotes ter inspiratie:

De jeugd is de wervelwind van het leven.
– Georges van Acker

Roem is de dorst der jeugd.
– Lord George Byron

Ware jeugd is een eigenschap die men zich pas op rijpere leeftijd kan eigen maken.
– Jean Cocteau

Pas op de jeugd. Je weet niet hoe ze zich ontwikkelen zal.
– Confucius

Jeugd voelt verder dan ervaring ziet.
– Adriaan Roland Holst

Veertig is de ouderdom van de jeugd. Vijftig de jeugd van de ouderdom.
– Victor Hugo

Ik discussieer gaarne met de jeugd. Ze herinnert mij eraan dat ik het vroeger ook niet wist.
– Karel Jonckheere

130925jeugd2

Jeugd is de benaming voor de periode dat iemand kind is, dus nog niet volwassen.
Het is ook de verzamelnaam voor alle personen die jeugdig zijn, zich jong gedragen of jong lijken. Jeugd is bepaald door veranderlijke leeftijdsgrenzen. Er kan gesteld worden dat de biologische rijping het einde markeert van de kindertijd (gemiddeld rond de twaalf jaar). Jongeren worden echter pas helemaal volwassen als ze sociaal zelfstandig zijn. Juridisch is men volwassen op achttienjarige leeftijd. Rond die tijd voltooien veel jongeren ook hun secundaire scholing en beginnen met een universitaire studie of werkkring en beginnen ze hun eerste serieuzere relatie.

De uitdaging voor jou:

Schrijf een verhaal over JEUGD in slechts zes woorden. Laat je inspireren door een foto of afbeelding en schrijf daar je verhaal bij. Of bedenk eerst zes woorden en maak/zoek dan een foto.

Hier een voorbeeld van een Zes Woorden verhaal, geschreven door Ernest Hemingway.

SixWordStory

Wat een impact hebben deze luttele zes woorden.

Publiceer jouw Zes woorden-verhaal met bijpassende foto of afbeelding op je eigen website/log en plaats de link naar jouw post in een reactie hieronder. Ik vermeld je vervolgens in dit bericht.

Veel plezier bij het schrijven, ik zie uit naar je verhaal.
Marion

vulpen

LEES DE JEUGD VERHALEN VAN:

Wie volgt? :)

De volgende schrijfuitdaging wordt gepubliceerd op woensdag 9 oktober. Klik hier voor meer uitleg over Verbeeld een verhaal in zes woorden. Would you rather participate in English, please go to Six Word Story Challenge: Youth.

Eerdere thema’s: 
130216 – Armoede 
130227 – Onderwijs
130313 –  Lente
130327 – Schrijven
130410 – Licht
130424 – Muziek
130515 – Vervoer
130529 – Huisdieren
130612 – Spijt
130626 – Inspiratie
130703 – Reclame
130814 – Vakantie
130829 – Geheugen
130911 – Terrorisme

zes-woorden

Geplaatst in Gedicht, Poëzie

Mam, mag ik nog een keertje kind zijn?

~

Mam,

Mag ik nog een keertje kind zijn?

Buiten spelen

en stiekem mijn muts af doen?

Uit school komen,

wetende dat je op me wacht

met een kop thee?

Aan tafel schuiven

voor aardappelen

met echte jus?

~

Mam,

Mag ik nog een keertje kind zijn?

Samen op bezoek bij oom en tante

om te spelen met mijn nichtjes?

Naar België rijden

de bossen in

om te gaan paardrijden

en eraf te vallen?

~

Mam,

Mag ik nog een keertje ziek zijn,

zodat ik in jullie bed mag liggen

en verwend word met hapjes

eindeloos lezend

wetende dat ik veilig ben?

~

Mam,

mag ik je knuffelen

en je zeggen

dat ik zo blij

zo heel erg blij ben 

met jou?

~

Over twee weken komt mijn familie weer samen met Pasen, bij mijn zusje. En mijn vader en moeder zullen daar ook bij zijn.
Ben zo ontzettend blij met jullie!

~ Mar

Geplaatst in Doldriest briest

Goedenavond!

 

Een tentamenweek vol sneeuw en ijs. Aangepaste regelingen voor het openbaar vervoer en de langste files ooit. Het is donderdagavond acht uur.

Receptie:

Hoi Marion, weet jij toevallig wanneer de toetsweken gepland zijn bij Avans?

Bij de Pabo?

Nee, bij een andere academie.

Oh, ik weet alleen de algemene weken. Maar geef het telefoontje maar door.

Bedankt, meis.

Studente:

Hallo, spreek ik nu met mijn eigen academie?

Nee, je spreekt met de Pabo.

Weet u misschien wanneer we tentamens hebben in periode 4?

Ik weet alleen de algemene weken, zoals die Avans-breed zijn vastgesteld. Ik kan dus niet met zekerheid zeggen dat dit bij jouw academie ook zo is. Waarom wil je dit nu weten?

Omdat ik vanavond een reis naar Sri Lanka moet boeken.

Oh, ga je op vakantie?

Nee, ik ga naar de bruiloft van mijn zus.

Dat is leuk voor je, wanneer is die dan?

In de week van 17 juni.

Hmmm, even zien, dat is bij de Pabo lesweek 9, de week van de schriftelijke toetsen. En ik vermoed dat het bij jullie ook zo is.

Kunt u dat niet voor me nagaan?

Natuurlijk niet, ik werk toch niet voor jouw academie? Iedere academie heeft haar eigen regels.

Weet u of daar nog iemand is?

Geen idee, dat denk ik niet, het is al na achten!

Kunt u het toch proberen?

Is goed, geef maar een telefoonnummer, of een naam, dan zoek ik het nummer erbij.

Die heb ik niet, ik ben eerstejaars en zit nog maar pas op de opleiding.

Dit is het einde van periode 2, je weet na vier maanden toch wel de naam van iemand bij het academiebureau?

Nee, eigenlijk niet.

Oké, ik zoek wel voor je.

Ik kijk in de online telefoongids en speur de vele namen af naar de juiste functie.

Nee, ik heb drie namen geprobeerd, maar hun toestellen zijn allemaal buiten dienst.

Ja, maar ik MOET vanavond het vliegtuig boeken, anders is het echt te laat.

Zal ik even naar boven lopen om te kijken of er misschien nog iemand zit dan?

Als u dat wilt doen, heel erg graag!

De trappen op…

Boven zat maar één iemand, en die raadt jou aan een e-mail te sturen aan het directiesecretariaat. Dit is het adres.

Ja maar, kan die mij dan niet vertellen of ik dan met vakantie kan?

Nee, die medewerker zit hard te werken, net als ik hier probeer te doen.

Oh, dan stuur ik maar een e-mail. Mevrouw?

Ja?

Maar gaat het directiesecretariaat mijn e-mail vanavond dan nog wel beantwoorden?

Ik ga er bijna Limburgs van praten.

Jij belt op de avond dat je wilt boeken laat op over een vakantie in een reguliere les- en toetsweek van Avans, en je verwacht dan ook nog dat mensen van de academie ‘s avonds hun berichten checken om jou direct te beantwoorden? Dat is toch wel heel onrealistisch, vind je zelf ook niet?

Ja, mevrouw.

Goedenavond!

Vermoeid rijd ik tegen tien uur naar huis, naar mijn veilige, rustig haven. Bij binnenkomst zoon nummer 1:

Hallo mam.

Hoi.

Waarom zo kortaf?

Ik heb je één ding gevraagd om te doen vandaag, en zelfs dat heb je niet gedaan?

Eeeeeh, wat voor ding?

Doe niet zo onnozel.

Oh, je bedoelt de sneeuw van het tuinpad vegen?

Ja.

Waarom zou ik dat doen, dat slaat echt nergens op.

Je hoeft ook niet te slaan, je moest vegen.

Ja, maar daar heeft toch niemand last van, die sneeuw kan toch gewoon blijven liggen?

Nee, je maakt morgen het tuinpad sneeuwvrij.

Maar waarom dan?

Omdat ik het zeg!

Dat pad schoon vegen heeft toch helemaal geen nut?

Geen discussie, je doet het gewoon. En ruim je kamer op.

Ik zou maar antwoord geven als ik jou was.

Oh ja, waarom?

Omdat jij anders morgen geen PC meer hebt. En ik wil geen zwijnenstal in mijn huis. Morgen het pad en je kamer.

Goedenavond!

Op naar zoon nummer 2. Glinsterende ogen begroeten me vanuit zijn bed.

Zoon, er staat een fiets in de woonkamer.

Weet ik, mam, er ligt toch een briefje op?

2013-01-18 07.21.51

Die opmerking negeer ik.

Een fiets in de woonkamer!

Ja, want mijn remmen waren bevroren.

Er staat een vieze FIETS in de woonkamer!

Anders knijp ik de bevroren remmen kapot. En ik heb mijn fiets nodig voor mijn werk.

Die fiets staat morgen niet meer in de woonkamer!

Nee, klopt, want dan ben ik aan het werk. Op die fiets.

Morgenavond na je werk staat die fiets ook niet meer in de woonkamer.

Mam, niet zo hard, ik ben op TeamSpeak, ze kunnen je horen.

Opvoedkundig geheel onverantwoord gil ik

Dat zal me een zorg zijn. DIE. FIETS. STAAT. MORGEN. NIET. MEER. IN. DE. WOONKAMER!

Mam?

Ja?

Ben je moe, mam?

Ja, kapot. Heb ook veel te lang gewerkt deze week. Hoezo?

Dat is wel te zien zeg, je ziet er echt ontzettend moe uit.

Ik doe mijn mond open om nog over de fiets te beginnen maar…

Ga nou maar gewoon naar bed, mam, lekker slapen.

Goedenavond!

2013-01-19 00.01.58

PS. de dag erna was de fiets uit de woonkamer verdwenen, en ook het tuinpad was schoon. De kamer, tja, da’s een ander verhaal 😉

Geplaatst in Algemeen

Limbabwe

Lang geleden, in een rijk hier ver vandaan, werd het tweede kind van een timmerman en een kasteleinsdochter geboren. Zij gaven haar de naam ‘Maria’, in de volksmond ‘Marion’ geheten.

Het meisje groeide op te midden van haar liefhebbende familie, met een oudere broer die nooit naliet haar te trainen in zelfweerbaarheid, een zusje waarmee ze samen fantastische Engelse duetten ten gehore bracht – onverstaanbaar maar tegelijkertijd ook onweerstaanbaar. Neven die haar inwijdden in de boeken van Enid Blyton’s ‘De Vijf’, nichtjes waarmee tot diep in de nacht gefluisterd en gelachen werd. Tantes die de meest fantastische vlaaien maakten, en ooms die datzelfde met praatjes deden. Het leven was goed daar in dat verre land.

Het gezin maakte vrolijke tochten door het Limbabwiaanse landschap. Een nieuwe auto kreeg allereerst een passende naam en werd dan met veel enthousiasme ingereden, waarbij zelfs krekels uitgenodigd werden op de terugreis. Glooiende groene heuvels, bloesembomen, holle wegen, een lieflijke beeld dat voor altijd op haar netvlies gebrand stond. Marion hield van haar geboortestreek.

Op een dag vloog zij echter uit, weg van het warme gezin, om zich te gaan bekwamen in de recreatiekunsten. Ver weg van de vertrouwde omgeving ging zij studeren in een plat land, een land waar de wind altijd de lokken uit haar gezicht blies, nooit eens een duwtje in de rug gaf. Een land waar haar grijze ogen alleen in de verte konden kijken. Een fietsland waar zij nooit aan zou wennen, zij miste de afdalingen waarin ze kon uitrusten om zich vervolgens vol overgave op de pedalen te werpen om de volgende top te bereiken.

Marion vond een nieuw thuis in dat Braboria, stichtte een gezin en kreeg twee stoere knapen. Deze jongens vonden dat hun moeder maar erg raar deed als ze met haar ouders praatte. Limbabwiaans, het leek wel Koeterwaals! Steevast trok Marion terug naar haar geboorteplaats, vastbesloten om de liefde voor dit land door te geven aan haar kroost. Ook haar ouders – Opa die altijd gek deed en alles kon maken, en Oma waarvoor ze een heilig ontzag ontwikkelden maar die wel soms lachte als een heks – goten paplepels vol Limbabwiaanse cultuur bij hen naar binnen. Helaas bleek Braboria hun hart al gestolen te hebben.

Heel af en toe staart Marion nog voor zich uit, ziet groene heuvels in plaats van weilanden, geheimzinnige holle wegen in plaats van rechte landbouwweggetjes, hoort de zachte Limbabwese taal in plaats van het onverstaanbare mompelende Braboos. Zal zij ooit nog op een late zomeravond naar haar eigen huis lopen op een heuvel? Zij kan haar zonen niet losrukken uit hun geboortestreek. Maar wie weet vliegen ook zij uit om zich te gaan vestigen in een ander land. En worden hun kinderen op hun beurt wel Americaños. Dan kan zij terug gaan naar haar eigen rijk, haar rijk land, haar Limbabwe…

Bijna 30 jaren geleden verliet ik Zuid-Limburg om te gaan studeren en wonen in Brabant… en nog steeds ben ik Limburgse in hart en ziel. Dit is niet mijn thuis, ik ben Nederlandse maar geen Brabantse. ‘Wie schoën ôs Limburg is…’