~
dood
afgeschreven
althans, zo leek het
maar onder de verweerde huid
stroomde traag het levensbloed
onnavolgbaar, onstuitbaar
en baande zich een weg
naar de streling
van de zon
~

Mijn vader is een vakman. Een uitvinder. We noemen hem ook wel Willy Wortel. Hij vindt van alles uit, maakt de mooiste dingen en rust niet voordat een idee ook uitgevoerd is.

Nu heb ik hem vorige week een foto gestuurd van de Peanut Bar, die vernuftige pindakaasvoederaar voor onze gevleugelde vrienden. Mijn vader werd gegrepen door deze foto en toog geïnspireerd aan het werk.
Nog geen dag later belde hij op dat hij zelf een Peanut Bar had gemaakt. Nog geen drie dagen later hadden Mam en hij de lege pindakaaspot al moeten vervangen door een nieuwe! Ongelofelijk. Terwijl bij mij slechts een paar hapjes waren genomen. En mensen, jullie mogen gerust weten dat ik toch wat jaloers was. Zijn Limburgse mezen anders dan Brabantse? Ik wilde bewijs zien!
Vandaag mailde Pap het volgende:
Ik heb urenlang zitten wachten om enkele foto’s te kunnen maken om het ultieme bewijs te leveren waar je om gevraagd hebt. Et voilà, hier het resultaat!!
Direct op de bijlagen geklikt natuurlijk.
Je mag wel stellen dat ik stomverbaasd was. Niet alleen zat een vogel lekker te smikkelen, het was ook nog eens een tot nu toe onbekende mezensoort! We hebben hem de Pimpelmezus Pindakazus gedoopt.
De in de afgelopen herfst geplante bamboe – tegenoffensief tegen de stenen bouwsels die afgelopen jaar achter mijn huis zijn verschenen – tiert welig. De sneeuw speelt met het blad en laat de bamboe zachtjes heen en weer wiegen. Het wordt een prachtige grashaag.
Mijn nieuwste aanwinst: een Peanut Bar. Gloednieuw, net uit de verpakking. Aad Verbaast plaatste een foto van zijn prachtige pindakaasvogelvoederapparaat op Facebook en ik was direct verkocht. En de Peanut Bar ook! Nu maar wachten op de Columbus der Tuinvogels…
In de zomer is de struik bedekt met vlinders, maar nu ligt er een witte deken over de pluimen. Deze foto heb ik ook geplaatst op mijn Engelse site Figments of a Dutchess in Dutch Fever.
De lach is de zon die de winter van het gezicht verdrijft.
~ Victor Hugo
Fijn weekend allemaal.
dapper ding
in het midden van de winter
klamp jij je koppig vast
aan de herinnering van de zon
en het wachten beu
creëer jij je eigen seizoen
een frêle knop
waarmee de lente ontluikt
Felblauwe bol van de zomer, winterse verdorde bladeren en een nieuwe knop. Drie seizoenen binnen één hortensia!
De huizen achter mijn tuin groeien als kool. Iedere dag verandert wel iets in hun aangezicht. Al is het de achterkant. Op het moment worden kant-en-klare rode daken geplaatst, die als haviken komen aanzweven aan een grote kraan.

Een pluim op de helmen van de mannen die iedere dag keihard zwoegen, de precisie waarmee zij vanuit het niets iets creëren. Om een thuis te bouwen voor mensen die dat niet hebben. Een eigen stek om met een blije lach iedere dag naar terug te keren.
De keerzijde hiervan is dat het uitzicht vanuit mijn huis, mijn tuin, iedere dag verder geïnfiltreerd wordt door stenen en beton. Waar eerst bomen stonden, grijnzen mij nu de gaten van de nog te plaatsen ramen toe.
Vandaag heb ik een tegenoffensief van gras ingezet: ik heb bamboe gekocht die as. zaterdag geleverd wordt. En het voelt zo goed om deze tegenstap te nemen! De bamboe wordt in de loop der jaren meters hoog, zodat ik in ieder geval een schijn van privacy kan recreëren.
Tegen de nog kale muur van mijn schuur, achter de vlinderstruik, komt een haag van Phyllostachys aurea‘s, gouden bamboe. Een wintergroen visueel scherm van lang en massief gras.
Groei bamboe, groei, ritsel en bescherm ons tegen deze visuele invasie. En vorm een nieuw thuis voor kleine gevederde vrienden.
Lente, richting zomer. Voor de één een zegen, voor de ander een lijdensweg. De neus gaat kriebelen, niesprikkels banen zich een weg naar buiten en alle sluizen gaan open. Zakdoeken zijn niet aan te slepen. Solidair besluiten de ogen ook mee te gaan doen en kleuren mooi roodwitblauw. Of een andere vlag. Zelfs de vingers gaan meekriebelen. Wroeten willen ze, wroeten in de donkere aarde. De drang is onbedwingbaar. Ze moeten zand voelen, takjes en wormen. Uitgedroogde kattendrollen. Dingen laten groeien en één worden met de natuur. Dit fenomeen noemen we ‘groene vingers’. Nagelbedden zijn niet meer om aan te zien, het zand nestelt zich in plooien en poriën, onder nagels. Zwart en groezelig. Heerlijk! Gouden tip: combineer deze groene vingers nooit met een kriebelend neusgat.
Behalve graven willen deze vingers ook knippen, hakken en snoeien. Oh wat een mooie tak. WEG ermee! We hebben immers besloten dat terugsnoeien goed is voor planten. Geen uitbundige gewassen en struiken, nee, er mogen alleen nog stompjes overblijven voordat we ze loslaten in de lente. Zo heb ik mijn lavendelstruiken een keer gesnoeid. Ik was niet meer te stoppen, hoppetee, lekker kortwieken die handel. Het enige dat nu, drie jaren later, over is, zijn miezerige houtbossen met op de toppen wat paarse bloemetjes. Maar ik krijg het niet over mijn hart om ze eruit te trekken. Je doet je kids toch ook niet weg als ze naar de kapper zijn geweest? Of je vent als zijn haar wat begint uit te vallen?
Zelf ben ik trotse bezitter van twee zandbakken: eentje vóór en een achter mijn huis. Bij droogte lijkt het wel de Sahara, complete zandstormen in onze buurt. In een vlaag van schijnbare verstandsverbijstering heb ik ooit wilde bloemen in de voortuin geplant. Een sleuf graven, zaad erin strooien et voilà. Mijn buurman kreeg haast een beroerte toen hij zag wat ik gedaan had. ‘Marion, dat is ONKRUID meid. Het verspreidt zich overal, haal het gauw weg!’. Maar nee, ik was lekker eigenwijs en werd beloond met een overdaad aan bloemen: klaprozen, stinkende gouwe (ik rook niets hoor), akkerdistel; een pracht was het. Die zomer was het extreem droog. Alle planten verdorden zonder continue bewatering. En wat denk je? Mijn wilde bloemen waren de enige die trots en uitbundig overeind bleven!

Een tuin vergt veel onderhoud. Alles dat je zorgvuldig plant verdort anders binnen een dag, maar wat spontaan opkomt tiert welig zonder aandacht. Een keer knipperen met je ogen en er trekt een groene waas door je tuin. De negeer-strategie heb ik al vaker beproefd: het onkruid gaat wel weg, ook dat droogt vast uit! Maar nee, niets daarvan, zodat ik regelmatig drie dagen lang op mijn hurken en knieën doorbreng om ieder sprietje met de hand eruit te trekken. Ben je eindelijk klaar, kun je weer opnieuw beginnen. Blijkbaar bestaat ook een andere strategie. Je kunt alles gewoon omspitten, ben je binnen een uurtje klaar. Dat wist ik niet. Gelukkig weet mijn partner dat wel.
Lang geleden had ik een oude vlinderstruik in de achtertuin. Het was mijn trots, mijn bonsai zonder pot. Ieder jaar snoeide ik hem terug – dit keer met beleid – en vanuit een prachtig lijnenspel ontsproten talloze frisse groene takjes, in de zomer getooid met een levende have van vlinders. Geweldig! Tot ik op een dag thuis kwam en de vlinderstruik omgezaagd en uitgegraven was. ‘Kijk eens!’, zei mijn ex. Geloof me, ik deed niets anders, met bliksemende ogen. ‘Hoe haal je het in je hoofd?!’ Maar het was al te laat. Ook een bloesemboom in de voortuin was gesneuveld.
Inmiddels heb ik zelf bomen terug geplant. Nieuwe vlinderstruiken in voor- en achtertuin en nog twee coniferen. Wist ik veel dat die dingen zo groot en breed werden! Een paar jaar geleden vroeg mijn vader, die op bezoek was, of hij kon helpen in de tuin. ‘Ja graag pap!’ Op zijn vraag of hij ook mocht snoeien, antwoordde ik ‘Doe maar hoor, ik vertrouw op jouw oordeel.’
Een uur later bracht ik hem een verfrissend drankje en…

… tot mijn verbazing had ik nog maar een halve conifeer over. Hij had ‘m gewoon dwars doormidden gezaagd! Niks de top eruit halen, nee hoor, hup de zaag erin. De buitenkant was nog groen, maar de binnenkant bleek hol en verdord. Mijn pa keek me aan en haalde zijn schouders op, alsof hij wilde zeggen ‘Dat kon ik toch ook niet weten?’. Zijn blik was zo hulpeloos dat ik het uitschaterde en opperde dat het vast nog wel zou aangroeien. ‘Zou je denken?’, zei mijn vader hoopvol. ‘Tuurlijk pap, groene vingers!’
Inmiddels zijn we jaren verder en inderdaad, de conifeer groeide langzaam door. Maar hij verloor niet alleen veel haar, hij kreeg ook nog een bierbuik. Er zat geen model meer in! Vorige maand is hij afgevoerd.
Vandaag geen vrolijk stuk. Ik zit hier achter het bureau in mijn werkkamer, volledig verslagen. Ze vermoorden de bomen in mijn achtertuin. Het groen moet wijken voor huizen en appartementen. Die huizen worden zeker direct tegen de achterkant van mijn schuur aangebouwd? En was er geen plek meer voor deze bomen, die al jaren onze wijk sieren? Volslagen onzinnig!
Was het toeval dat de kap begon op donderdag, de enige ochtend die ik thuis ben? Ik greep mijn camera en begon foto’s te maken, tranen weg knipperend. Ik haat dit.
De bomen gillen het uit, terwijl ze met een vreselijk gekraak doormidden gezaagd en getrokken worden. De resten worden achteloos met de grote gele grijper aan de kant geschoven.
In de lente, terwijl we het schommelbankje in elkaar zetten:

In de zomer:

In de winter, een kraakheldere koude ochtend:



Mijn veilige haven is geruïneerd. Kwaadheid, frustratie, verontwaardiging, maar vooral triestheid. De bomen waren een levend zonnescherm, ze fluisterden naar me op een lentedag. Ze boden bescherming en een thuis aan vele, vele vogels. De bomen waren een stukje magie in een gestreste wereld. En nu zijn ze weg…
Bedankt commercie, bedankt projectontwikkelaar, alweer een stukje natuur vernietigd!
~Marion