Geplaatst in Biker Witch, Cultuur, Natuur, UK, Vakantie

Geen Praal, Wel Pracht!

Op onze reis per motor door het zuiden van Engeland kom ik prachtige kastelen en indrukwekkende kathedralen tegen. Ontzettend mooi!

Wat echter veruit het meeste indruk maakt is de natuur. De vriendelijkheid en gastvrijheid van de mensen. En de ingetogen oude bouwwerken uit een andere tijd.

Zoals deze eenvoudige maar daarom voor mij o zo mooie kerk en het omringende kerkhof. Even weg uit deze jachtige tijd naar vroegere eeuwen. Grafzerken uit 1850…

20110805-205637.jpg

20110805-205659.jpg

20110805-205720.jpg

20110805-205736.jpg

20110805-205756.jpg

20110805-205809.jpg

Stille verwondering…

Geplaatst in Columns, Humor

Zomerse Outfits

De spleet is zo diep dat je er met gemak een fiets in kunt parkeren. De aan zwaartekracht onderhevige spijkerbroek spant in zittende toestand slechts gedeeltelijk om de billen.  Ik kan mijn ogen er niet van af houden, hoe hard ik ook tracht mijn blik af te wenden. Er is daar ergens toch hopelijk nog wat meer katoen te vinden? Niet aan denken meid!

Ernaast heb ik vol uitzicht op een Björn Borg boxer die om smalle heupen sluit. Steunend op gespierde armen leunt de jonge adonis achterover, zijn gezicht opgeheven naar de zon. Ontspannen stilte in het druk gesticulerende groepje. Genoeg om naar te kijken zou je denken. Maar in een ogenblik dwaal ik weer af. Naar die spleet. Af brein, AF!

Even later staat het groepje op en een ruim geruit shirt drapeert zich vol genade over de gevreesde donkere diepte. Ik slaak een zucht van verlichting en heb eindelijk weer oog voor mijn omgeving.

Om mij heen een live modeshow. Niemand regisseert het spektakel en chaos lijkt te overheersen. Toch kan ik langzamerhand patronen ontdekken. Naast Björn Borg en de bouwvakker zien we ook de zakenmannen in dop. In mijn ogen moeten ze nodig gepeld worden – ik houd meer van casual – maar ze zien er kek uit in hun stemmige kostuums. Ook de dames stralen doelbewustheid met hun gehakte mantelpakjes.

Hakken, martelwerktuigen van de moderne tijd! Een crime voor ruggengraat en voeten, maar ze doen wel lange benen nog langer lijken. En worstbenen eh … tja, dat blijven gewoon worstbenen met hakken. Erboven ragfijne panty’s, leggings of gewoon een dun laagje natuurlijk bruin, eindigend in een kittig rokje. We vervolgen onze opwaartse weg.

Daar zie ik iets dat in dezelfde categorie als de bilspleet valt: een naveltruitje met teveel vulling. De rollen puilen er onderuit. De man heeft hoogstwaarschijnlijk niet door dat zijn achterkant gemengde gevoelens oproept, maar dit valt toch echt wel recht in het blikveld van iedere spiegel. VRE-SE-LIJK! Meid, hang er alsjeblieft iets overheen. Wel zonde van die navelpiercing.

Dit jaar is een jaar van laarzen. Van rubberlaarzen met bloemetjes, recht uit het New Yorkse straatbeeld geplukt, tot stoere Uggs. Zelfs in de zomer worden deze wolligwarme knuffeldieren op handen aan de voeten gedragen. De Australische schapen slaken een zucht van verlichting als ze van hun wol af zijn, maar hier stoppen we onze voeten erin, ook al is het 30 graden. Verder zijn er natuurlijk de vertrouwde slippers en sneakers onder spijkerbroeken in allerlei lengtes, ruige shirts, romantische blouses en fleurige jurkjes. De mode zwiert vrolijk in het rond.

Dan ineens een nieuwkomer. Ik knipper een paar keer met mijn ogen maar het beeld wil maar niet weg gaan. Een harembroek! Een broek met veel te veel stof en een abominabele pasvorm. Een gepofte drollenvanger. Het kruis bengelt ergens tussen de knieën. Oosterse vrouwen zien wellicht bevallig en sensueel uit in half doorzichtige exemplaren, maar…

Maar ik geef geen commentaar, neen, ik observeer! Alsof ik ook maar enig besef van mode heb. Je hoort mij niets zeggen, modebarbaar die ik ben. Iedereen moet gewoon dragen wat hij of zij leuk vindt!  Flaneren in zomerse outfits, buiten lachen en je goed voelen. Het nu nog drukke schoolplein is binnenkort zo goed als verlaten, ademloos wachtend op het nieuwe studiejaar. Maar wij nog niet. Voorlopig zijn wij vrij en genieten we van de zomer!

Geplaatst in Karate, Persoonlijk

Hernia? Herni-nee!

Najaar 2000, nu ruim tien jaar geleden, gebeurde er iets dat mijn wereld op zijn kop zou zetten. Op dat moment had ik teveel pijn om me dat te realiseren, maar daarna verliep alles in sneltreinvaart. En nog steeds zit ik op die TGV.

Karate clubkampioenschappen, ik sta tegenover mijn vriendin en evenbeeld: ook Marion, ook Zuid-Limburgse, even groot – maar blijkbaar met een betere rug. Midden in een aanval voel ik een bliksemschicht door mijn lijf schieten, regelrecht mijn linkerbeen in en door naar mijn voet. ‘Ow,’ dacht ik, en vocht door. Een karateka geeft niet zomaar op namelijk. Afgroeten ging nog net, en ik strompelde terug naar de kant. Even zitten maar. In de loop van de avond werd het steeds erger, en ’s nachts kronkelde ik over, door en van pijn haast onder het bed. Een alles verzengende pijn die alle gedachten aan andere dingen aan de kant schoof. Mijn lichaam gaf een overduidelijk signaal dat iets goed mis was.

’s Ochtends direct naar de huisarts gegaan, die vervaarlijk met zijn hoofd schudde. Eerst moest de zwelling weg zijn voordat een diagnose gesteld kon worden. De pijn hield aan, inmiddels had zich een complete messenset in mijn rug genesteld en had ik nauwelijks gevoel in mijn linkerbeen en -voet. In het ziekenhuis kreeg ik een MRI scan, en die was haast nog vreselijker dan de hernia. Een nauwe tunnel waar je in geschoven wordt met je hoofd eerst. Waarom kan dat niet ANDERSOM, zodat je nog een beetje contact met de buitenwereld hebt? Gedachten aan een aardbeving en levend begraven worden flitsten non-stop door mijn hoofd. Vooral niet je ogen open doen Mar! Natuurlijk toch even kijken en meteen sloeg de claustrofobie genadeloos toe. Hoe vaak mijn vingers nog nét niet de paniekknop indrukten weet ik niet. Uiteindelijke diagnose: zware hernia tussen de vierde en vijfde wervel.

Mijn door het vele sporten getrainde lichaam herstelde zich wonderwel volgens de medici – echter tot op zekere hoogte << slaat zowel op het ‘getrainde lichaam’ als op het ‘herstel’. Bij de controle zei de chirurg dan ook dat ik te goed vooruit ging om te opereren. Nou, dan had hij zeker niet goed genoeg gekeken HOE ik vooruit ging. Stapje – tien tellen stilstaan om bliksem te ontladen – stapje – idem. Het duurde vijf minuten voor ik bij de WC was, dus mijn waterhuishouding moest  goed gepland worden. Drie maanden heb ik gezeten op de bank. Drie maanden heb ik met mijn rug op de grond gelegen en met mijn benen op de bank. Drie maanden van massages en fysiotherapie. Drie maanden waarin ik thuis achter de PC zat. Toen krabbelde ik op – iedere dag ging het beter – en ging weer aan de slag.

Het ergste van de hernia vond en vind ik dat ik moest stoppen met sporten. Karate mag absoluut nooit meer, de heupbeweging is te heftig voor mijn tere werveltjes. Tennis mocht rustig aan, hetgeen een terminus in contradictio is. Je tennist of je tennist niet! Paardrijden mocht voorzichtig. Idem, één dartele bok en ik lag weer in puin. Dat durfde ik niet meer. Ik heb nog een blauwe maandag aan fitness gedaan. Wat een genot, met een houten sandaal aan mijn linkervoet 100x de voet naar boven bewegen. ‘Het zit niet in mijn voet, het zit in mijn rug!’, sputterde ik tegen maar nee hoor, doorgaan. Dus niet, ik stopte met die onzin.

Tafeltennis was de volgende keuze. Redelijk stilstaan, niet al te gekke bewegingen en toch in teamverband. Plus ik was de enige vrouw tussen de mannen. Wat een zaligheid! Al gauw was de stilte voorbij en kreeg ik ze aan de praat. Vooral André was mijn maatje daar. We lagen regelmatig gierend en snikkend van het lachen over de tennistafel heen, wild naar balletjes maaiend. Ik heb er veel geleerd, maar het was toch niet goed voor die rug van mij. Na een half uur kon je een speld in mijn linkervoet prikken en ik zou het niet gevoeld hebben.

Er zaten ook zeer positieve kanten aan de hernia. Zo hoefde ik niet meer in de kou te staan om de ellenlange (maar erg mooie!) carnavalsoptocht te zien in ons dorp. Enne… meer positiefs kan ik zo snel niet bedenken helaas. Behalve natuurlijk mijn schrijven. Mijn geliefde uitlaatklep voor emoties en fantasie. Tijdens de maanden dat ik gekluisterd was aan de bank, vond ik het Tolkien Forum The One Ring. Ik nam actief deel aan een fantasy rollenspel, helemaal door ons zelf geschreven – allemaal in het Engels. Door de hernia vond ik nieuwe geweldige fantastische (online) vrienden en werd ik gesteund door mijn lieve face-to-face vrienden. Ik ontdekte Dungeons & Dragons, wat ik tot op de dag van vandaag speel.

Ik kan niet meer sporten, of langer dan een paar minuten zonder pijn staan. Slenterend winkelen is een HEL – maar daar houd ik sowieso niet van. Vakanties vergen enige aanpassing: zo zijn citytrips haast niet te doen: in Londen wilde ik gaan liggen in Harrods, in Barcelona zat ik bijna te huilen van de pijn in een museum en in New York zakte ik bijna ineen op de stoeprand. Ik HAAT het dat ik niet meer gewoon alles kan doen wat ik wil, maar kan niet anders dan het accepteren; twee pijnbestrijdingsoperaties vorig jaar hebben ook geen effect gehad.

Maar mijn leven is zoveel rijker geworden. Ik ben me meer bewust geworden van hetgeen ik wil doen met en in mijn leven, welke kant ik op wil gaan. Ik doe dingen omdat ik ze wil doen, niet omdat ik ze moet doen. Twee geweldige kinderen, een lieve partner, kanjers van vrienden, een uitdagende baan en mijn schrijven maken dat ik echt geniet, iedere dag weer. Ik kan zelfs met Vman op de Harley op vakantie, da’s namelijk zittend!

Heb ik een hernia? Ja, en nog een flinke ook – inmiddels zijn drie tussenwervelschijven versleten. Maar laat ik die hernia mijn leven bepalen? Herni-NEE!

Geplaatst in Algemeen

Na worteltje komt spinazie!

Een tijd geleden heb ik jullie verteld over de gezonde eetlust van mijn oudste zoon, of liever over het ontbreken daarvan. Hij heeft wel een ongezonde eetlust! Misschien dat de term ‘worteltje‘ de grijze massa in beweging brengt?

Naast oranje dingen eet hij inmiddels ook groenvoer. Een schijfje komkommer. IJsbergsla zonder verdere versierselen. Tot dat groenvoer reken ik ook spinazie. En dat aten we van de week: spinazie met aardappelen en saucijsjes. Nick at met veel smaak en vertelde, tussen andere verhalen door, dat hij last had van zijn voet.

De volgende ochtend stak hij zijn slaperige natte gezicht om het douchescherm heen en zei doodserieus:

‘Hey mam, weet je nog dat we gisteren spinazie aten en ik vertelde dat mijn voet pijn deed?’

‘Ja vent, dat herinner ik me, waarom?’

‘Nou, wist je dat het eten van spinazie invloed heeft op het helen van wonden enne… is toch gek dat het tegelijkertijd gebeurt?’

Ik staarde hem aan met mijn mond vol tandpastaschuim en proestte het letterlijk uit. Gelukkig hing er een wasbak onder.

‘Wat Nick, denk je dat de breuk pijn doet omdat je spinazie gegeten hebt? LOL gek jong, dat kan toch helemaal niet?! Hoe stel je je dat voor? Zakken die groene blaadjes af naar je voet om daar te gaan klieren? Hahahaaaaa.’

Hoofdschuddend liep ik weer naar beneden, grappige mafkees!

Toch ging ik op internet zoeken naar de invloed van spinazie op de gezondheid. Blijkbaar bevat het veel vitamine K, dat in hoge doseringen bijdraagt aan het bloedstollingsproces. Wellicht dat mijn zoon daar op doelde. Voor zover ik weet heeft het eten van spinazie echter niet als effect dat geheelde botbreuken spontaan verslechteren…

Vlak voor de zomervakantie brak Nick zijn rechtervoet bij het voetballen. Dat klinkt sportief hè? Het was echter bij voetballen kijken. Nog steeds sportief. Voetballen kijken in het café! Niet zo sportief maar wel gezellig. Dat was het ook, tot iemand een zware deur dichtgooide met mijn zoon’s voet er nog tussen. Gelukkig droeg hij stevige schoenen en feestte hij lekker door. ’s Nachts ook nog als een hinde de trappen op gerend naar zijn kamer.

Toen ik de ochtend erna naar mijn werk wilde vertrekken, hoorde ik een benepen stem boven die riep dat zijn voet pijn deed. Als werkende moeder schiet dan meteen een aantal gedachten door je hoofd variërend van ‘och zielig’ tot ‘neeeeee verdorie, niet nu!’.

‘Wat heb je vannacht uitgespookt dan? Je rende nog aardig rap naar boven vannacht!’

Inmiddels stond ik met mijn jas aan al half buiten.

‘MAM mijn voet doet echt pijn, ik zeg dat echt niet voor de flauwekul. Ik kan er haast niet op steunen!’

In de drukste week van het studiejaar, op de drukste dag – de dag voor de diploma-uitreiking – van de academie, liep ik terug naar binnen, liet mijn tas op de grond vallen en luisterde aandachtig naar mijn zoon die met verbeten gezicht de trap af strompelde. De zijkant van zijn voet was dik en blauw. Schoenen aan – voor zover dat ging – en naar de dokter. In het ziekenhuis foto’s laten maken en wachten in de gipskamer. Alle gedachten aan het werk waren inmiddels weggewaaid met de zomerbries. Mijn kind was belangrijker, mijn collega’s konden het vast wel aan!

Uren later hobbelde Nick met een poot vol gips en twee handen om de krukken naast mij weer naar de auto. Na 20 meter hield hij de krukken voor gezien en hinkelde met grote passen aan mijn zijde. Bij iedere wankeling lagen we samen in een deuk van de pret: spanning en pijn waren voorbij. De dag erna wilde hij toch naar school om een project af te maken, anders kostte het hem een paar maanden. Als bezorgde moeder wilde ik zijn laptop naar de ingang van school dragen maar een fel ‘MAM’ deed mij tot inkeer komen. Ik hing de zware tas om zijn nek, stapte weer in mijn Kaatje en reed weg, mijn nek half verdraaiend om te zien hoe het die dappere knul van mij  verging. Prima dus!

Hij heeft zich vier weken vermaakt op de bank met zijn laptop, leerde de krukken waarderen en kreeg loopgips. De dag dat hij op vakantie zou gaan, mocht het gips eraf. Hoezo timing? Terwijl de verpleegkundige met vaardige hand de cirkelzaag hanteerde, lag Nick prinsheerlijk en ontspannen achterover op het bed, terwijl ik handenwringend het bloed uit zijn been zag gutsen. Weer in gedachten dus, want er gebeurde helemaal niets. Gelukkig blijft mijn zoon bijna altijd kalm, hetgeen mij weer regelmatig tot lichte waanzin drijft.

Vakantie dus. Naar Rhodos met drie vrienden. ‘We nemen de laatste trein naar Breda en gaan van daaruit naar Schiphol met de laatste trein.’ Da’s twee keer ‘laatste’. Da’s niet erg ‘chillen’ in mijn beleving. Da’s één keer pech en dag vliegtuig! Om de slagingskans met 50% te verhogen bracht ik hem om middernacht naar het station. Twee maten arriveerden redelijk op tijd, de derde vrolijke vakantieganger met de reispapieren kwam 5 minuten voordat de (nog steeds laatste) trein vertrok op zijn dooie gemak aankuieren.

‘Hebben jullie al treinkaartjes gekocht?’

‘Hey, goed idee, dat gaan we doen!’

Het was 00.15 uur… ik had geen spinazie nodig, het bloed stolde zo wel in mijn aderen door die ongelofelijke onverstoorbaarheid van de jeugd van tegenwoordig.  Alle blijf-vooral-op-de-achtergrond-en-laat-het-ze-zelf-regelen voornemens vlogen overboord en ik gilde ‘VOORUIT, naar dat perron, OPZOUTEN, aaaaaaaaaaaaaaaaaargh’. Dat hielp, er kwam beweging in. Knuffels, kussen, dag jongen, veel plezier!!

Ik liep de hele nacht door het huis te stuiteren – zo onrustig als een moeder die haar letterlijk uitvliegend kind moet loslaten – en had de neiging om op spinazie te gaan kauwen. Misschien stolde mijn onrustige fantasie dan ook.

Geplaatst in Biker Witch, Persoonlijk

Vakantievloek

Nee rustig maar, het gaat helemaal niet over vloeken. Dat doe ik alleen als ik mijn hoofd hard stoot. Of mijn teen. De knieschijven doen trouwens ook mee. Nee, de titel gaat over de vloek die rustte op mijn vakanties van de afgelopen tien jaren. Geloof me, je zou de beschrijving ervan niet in een brochure van een reisorganisatie zetten: mensen zouden het hele jaar doorwerken! Maar dit jaar is een kentering opgetreden! De zomervakantie, of eigenlijk vakantieS, waren boven alle verwachting. Binnen een dag waren gedachten aan het werk naar de achtergrond verdreven. Een aaneenschakeling van activiteiten bleek de oplossing. Nou ja, het gezelschap waarin ik verkeerde was nog veel belangrijker. Dus vooral een mega dankjewel aan mijn geweldige partner Vman en vrienden.

Allereerst was daar het feestweekend van onze Karatevereniging. Al vijfentwintig jaren lang een plek waar karateka’s hun sport veilig kunnen beoefenen. Een vereniging waar leden vrienden worden. In Brugge verzamelde het gezelschap zich bij de gehuurde hostel, op de hoek van een druk kruispunt met interessante verkeersregels. Dat wij dit uitgebreid bekeken en becommentarieerd hebben moge duidelijk zijn.

Op vrijdagavond zijn we Brugge gaan verkennen, eindigend op een terras om van trappist en het heerlijke weer te genieten. Daar werden we vermaakt door een ober die nog net niet in roze gekleed was en met plezier plaats nam op onze sensei’s schoot. Leunend legde ik even later mijn hand op de knie van mijn Vman… en ontving daarvoor een tik van die ober. Dat getuigt van lef in het gezelschap van karateka’s, of van lichtelijke waanzin – vermoedelijk het laatste. Natuurlijk gaf ik hem een mep terug! Mafketel.

De volgende dag was het tijd voor een rondvaart door Brugge. En wonder boven wonder was het verfrissend en niet benauwd. Daarna een rondleiding door de brouwerij. Een Brugse Zot verlichtte het wachten; het verlichtte tevens mijn vermoeide brein. Giechelend en lachend met Carin voorop bij de tour. Wat zijn die trapjes dan steil en de hekken wankel boven op het dak. Een tweede pint was te zot voor mij, we moesten nog terug zien te komen bij de hostel. Hier volgde een waar grill feest – complimenten aan de inkopers – afgesloten met kaartspellen en muziek. Gelukkig waren Vman en ik net naar boven toen het Nederlandse genre losbarstte.

En ik zit nu opgesloten in mijn slaapkamer te typen omdat ik moest vluchten voor de weelderige klanken van Radio Hollandio die mijn tuin ‘opvrolijken’. Onmogelijk om op mijn favoriete schrijfplek – schommelbank – ook maar iets uit mijn hoofd en vingers te krijgen.

Met het oog op de vakantie die de volgende ochtend om 5 uur zou starten, reden Vman en ik na een stevig ontbijt van spek, ei en champignons weer naar huis. De rest begaf zich in oostelijke richting naar het strand voor voetbal, zonnen, zwemmen en ´s avonds een diner ter afsluiting. Het was een geweldig weekend. Veel gelachen, veel gekletst en vooral veel genoten.

Maandag om 6.30 uur stapten we op de zwaar bepakte motor voor een reis die ons door België, Duitsland, Zwitserland, Italië en Frankrijk zou voeren. Op mijn website Drieske’s place heb ik hier al over geschreven (Engels): Alien on a bike. De eerste week toerden we samen met Daan en Annie, de tweede waren we met zijn tweetjes. Enkele steekwoorden voor deze vakantie zijn: vrijheid, hitte, samen zijn, lekker eten met uitzicht op minder lekker ogend eten, bliksemflitsen in de bergen, HOG Rally in Lugano, slenteren op een markt in de koelte van een regenbui, prachtige natuur, wandelingen, wijn, adembenemend steile mooie afdalingen, kracht en warmte van de Harley, stilte om te kunnen nadenken, offline, picknick, douchen, talen spreken – zelfs meerdere door elkaar heen, vrienden maken, Garmin, foto’s, laptopje (zie Vman’s blog Bikermaniac), boek ‘The Name of the Wind’. Wat een belevenis, ’s ochtends niet wetend waar je ’s avonds zult slapen. Mijn eerste en zeker niet laatste biker vakantie, met Vman aan mijn zijde. Oh nee, voorop!

Tja, en dan kom je thuis – poets intermezzo – om drie dagen later de koffers weer te pakken: nu voor een werkvakantie in Portugal.

Vrienden van ons hebben een stuk land in Portugal gekocht, waar zij zich over een aantal jaren gaan settelen. Er wordt een prachtig huis gebouwd met een magnifiek uitzicht. Om er echter ook nu al van te kunnen genieten, hadden M&M het plan opgevat om alvast een houten hut te plaatsen. Makkie toch, zou je denken? Nou, niet als deze hut in onbewerkte planken, plankjes, balken, latjes en ondefinieerbare vormen afgeleverd wordt met een aantal pagina’s aanwijzingen. Een uitdaging was het!

Marcel, Martina en Marij waren reeds per auto & aanhanger vertrokken, wij arriveerden twee dagen later met een zilveren gemotoriseerde vogel. Het was bloedheet in Portugal… geweest. Vman en ik namen een dicht wolkendek en verkoelende lucht als cadeau mee. Gelukkig maar, want het is een hel om te impregneren in de brandende zon. Wat hebben we hard gewerkt, van ’s ochtends vroeg tot de vroege avond, verstandig gekleed inclusief werkschoenen met ijzeren neuzen. Hoewel die goed waren voor de veiligheid, waren ze niet goed voor mijn eigen neus. ‘Buurman’  Kees kwam trouw meehelpen die week. Het eindresultaat mag er dan ook zijn:  vrijstaand houten chalet met drie kamers en een vide, natuurlijke materialen, handgemaakt, volledige keuken en badkamer, panoramaraam, openslaande tuindeuren, zeezicht, pittoreske omgeving, wijds uitzicht. Yes, het M4VK-team is erg trots.

Gelukkig was er ook iedere dag tijd voor een heerlijke lunch: in kleine cafeetjes met hartverwarmende mensen die als het niet anders kon met handen en voeten communiceerden. Op ‘ Het Land’ met vers fruit, knapperige broodjes, zalige tonijnpate met pimiento, meloen met sap druipend langs je kin, icetea en melk. En ’s avonds uit eten in typisch Portugese restaurants (TL licht, functioneel ingericht, lekker en puur eten) o.a. Chateau Briand (wat heeft ook Reina gesmuld later), pizza met twee kannen Sangria, een complete vis op een schotel vol lekkernijen, soort tapas, fingerlickin’  good!! Halverwege de week kregen we een middag vrij van de boss en gingen we met zijn vijven naar Obidos, een middeleeuws stadje omringd door een muur. Vman zag mij vol verbazing het ene na het andere winkeltje in stappen. Maar het waren dan ook erg leuke winkeltjes, echt om te snuffelen. De laatste dag brachten we door in Lissabon. Steile straatjes, gladde kinderkopjes, felle bloemen, ook felle hitte.

Vier weken vakantie, vier weken genieten. Van vreemde oorden, onvermoede talentontwikkelingen (ik kan nog steeds geen ongelakt hout zien zonder naar een kwast te willen grijpen en gooi ‘grazi’, ‘merci’ en ‘obrigada’  met verve door elkaar heen), van strangers en vrienden, en bovenal van mijn partner die me verlost heeft van de vakantievloek. We hebben volop genoten en plezier gehad.

Tja, en dan kom je weer thuis en tref je wederom een lichtelijke puinhoop aan – details zal ik je besparen. Wat wil je als twee katers zich vervelen en verwaarloosd voelen, ondanks de goede zorgen van mijn beide zonen. Dan gaan ze met veel plezier rotzooi maken. Tja, en dan vloek ik hè. Ook al doet het niet echt pijn.