Geplaatst in Cultuur, Foto, Koken, Natuur

Landgoed Wolfslaar

Ergens in de 17e eeuw wordt in Breda een boerenhoeve gebouwd, compleet met weilanden, akkers, een moestuin en een grote boomgaard: Landgoed Wolfslaar is ontstaan. En deze geschiedenis herhaalt zich: in de loop der tijd is deze boerenhoeve minstens vijf keer vernietigd en weer opgebouwd. Een volhouder dus.

In 1862 geeft de toenmalige eigenares, barones Charlotte Storm-Cuypers opdracht tot de bouw van het statige, stijlvolle Landhuis en Koetshuis zoals wij deze tegenwoordig kennen. Haar erfgenamen verkopen het geheel in 1905. Tussen 1905 en 1947 wordt Landgoed Wolfslaar door verschillende families bewoond, totdat het in 1955 wordt verkocht aan de gemeente Breda. Achtereenvolgens fungeert Wolfslaar als kraamopleidingsinstituut, onderdeel van de Volkshogeschool Bouvigne en als kantoor van de Grontmij.

 

(Foto’s van de gebouwen op verzoek toegevoegd – bron: internet)

Tegenwoordig worden de gerestaureerde panden gebruikt als luxe conferentie- en feestlocatie met bijbehorend – in 2005 met Michelinster bekroond – restaurant. Prachtig allemaal. Voor mij heeft Wolfslaar echter een andere aantrekkingskracht: de landgoedtuinen, een stukje natuur waar je het niet verwacht. Wie weet struinen er zelfs nog wolven rond…

Deze slideshow vereist JavaScript.

Geplaatst in Gastblog, Natuur

De wandeling

Gastblog door mijn oom Albert Driessen, 16 juni 2010

De wandeling

Mijn wandeling start bij het Laervoetpad en voert mij via meerdere veldwegen naar kasteel Hoensbroek.

Na zo’n paar honderd meter kom ik aan de Geleenbeek en steek bij het brugje over. Ik sta even stil en kijk naar de beek die zich meanderend een weg baant door het prachtige landschap dat gesierd wordt door oude en jonge bomen aan weerszijde van de beek. Stil geworden van zoveel schoonheid geniet ik intens en in gedachten verzonken vervolg ik mijn weg.

Bijna aan het einde van het Laervoetpad ligt rechts de oude boerderij van boer Laeven. Aan de linkerzijde staat een prachtige oude appelboom die zolang ik mij kan herinneren – en dat is 69 jaar – er altijd gestaan heeft. In vroegere tijden had hij een mooie kruin. Tijdens warme zomers zochten koeien er dikwijls verkoeling onder. Menige mand werd door boer Laeven met de heerlijke appels gevuld en vervolgens aan de man gebracht.

Nu, in de herfst van zijn appelboom-bestaan, heeft hij een kruin waar een niet al te grote vogel met een beetje geluk nog een schaduwplekje kan vinden. Getekend door de tand des tijds staat hij daar, een beetje gebogen maar nog steeds met een kruintje waarmee hij met enige trots toch nog een kleine bijdrage levert. Geen manden meer zoals in vroegere tijden… Maar boer Laeven is een boer naar mijn hart, die respect toont voor deze trouwe boom die hem zo vele jaren zoveel vruchten schonk.

Zo kijkend naar deze oude schoonheid zie ik overeenkomst met mijn eigen leven. Ik heb een fijne jeugd gehad. Daarna begon de levensfase van hard werken en zorgen voor mijn lieve vrouw, die mij twee mooie, gezonde en krachtige zonen heeft geschonken Nu, in de nadagen van mijn leven, is mijn lichaam getroffen door kanker en een zenuwaandoening, die mij in mijn werkzaamheden belemmeren. Toch probeer ik zo goed en zo kwaad als het kan – net als die boom – mijn steentje bij te dragen aan mijn gezin, familie en vrienden.

Een passerende trein doet mij opschrikken uit mijn mijmeringen. Het spoor ligt aan het einde van het Laervoetpad. Ik vervolg mijn wandeling en steek de spoorwegovergang over. Na enige meters rechts aanhouden kom ik langs een boerderij. De naam van deze boer is mij niet bekend. Na ca. 150 meter loop ik via het viaduct onder de snelweg door en kom in het gehucht Hellebroek. Op de T-splitsing aangekomen sla ik links af en buig even later rechtsaf een veldweg in.

Hier loop ik, door weiden en akkers omgeven in een vredige rust door het landschap. Zo af en toe zie je een landarbeider die bezig is met onkruid wieden en een torenvalkje dat speurend naar een prooi plots naar beneden schiet om zijn prooi te grijpen. Bijna aan het einde van de veldweg kom je bij een begroeiing die bestaat uit hagen en oude bomen die tesamen een holle weg vormen. Als je goed kijkt tref je nog sporen aan van dassen die hier in hun burchten wonen. Van al deze natuurlijke schoonheid raak ik geëmotioneerd. Ik loop met tranen in mijn ogen verder, genietend van deze enorme schoonheid.

Aan het einde van de veldweg zie ik rechts van mij een woning met volière waarin papegaaien van gips op stokjes zitten. Iedere keer als ik hier langs kom blijf ik even staan om naar deze mooie bontgekleurde groep vogels te kijken. Ik loop verder en kom langs de oude smidse van vroeger. Tegenwoordig is hier een restaurant gevestigd. Op dit punt sla ik linksaf en sta aan de voet van de Brommelenberg. Ik kijk omhoog en denk Al, wat doe jij jezelf nu aan?!, maar na enig zwoegen heb ik hem bedwongen en sta voor de zoveelste keer te kijken naar het veldkruis dat aan de overkant van de weg staat, precies tussen twee oude bomen. Steeds wanneer ik hier aan voorbij ga trekt het mijn aandacht. Soms lijkt het alsof het zeggen wil: Al, je tijd is nog niet gekomen!

Vrolijk fluitend – of zingend – vervolg ik dan mijn weg. Even verderop ligt de eeuwenoude hoeve Terlinden waar sinds generaties boer Roebroek woont. Ik steek de brug over de snelweg over en krijg de vieze uitlaatgassen in mijn neus.
Gelukkig loop ik na een tiental meters weer onder een haag van groene frisse bomen. Bij de T-splitsing sla ik linksaf de Klinkertstraat in. Links van mij schittert de Droomvijver als een grote parel in de glanzende zon.

Aan mijn rechterkant zie ik het prachtige eeuwenoude kasteel Hoensbroek in al haar pracht en praal. We zijn aan het einde gekomen van mijn wandeling. Ik voel mij vrij van alle zorgen en ben ik blij dat ik in Hoensbroek geboren en getogen ben. Ik hoop dat ik nog vele jaren mag genieten van zulke mooie momenten, en dat ik de gevoelens voor de natuur ook mag overdragen aan mijn kleindochter en oogappel Romy! Bij het schrijven van deze wandeling kwam er af en toe een traantje om de hoek kijken. Dat zal wel aan de leeftijd liggen; je bent sneller geëmotioneerd. Vroeger… vroeger zou mij dat gestoord hebben maar nu, op deze leeftijd aangekomen, hoef ik niet meer stoer te doen!

Al.



Geplaatst in Natuur, Persoonlijk

Magische Rochefort

Eind vorig jaar las ik tot mijn schrik onderstaand bericht:

Brand in trappistenabdij Rochefort

Brandweer bij de abdij

In de abdij van Saint-Remy in het Belgische Rochefort heeft een grote brand gewoed. Een deel van het complex uit de dertiende eeuw is verwoest.

De abdij is beroemd vanwege zijn bier. Een grote voorraad trappistenbier is verloren gegaan, maar de brouwerij zelf is niet beschadigd. Ook de kapel en de bibliotheek van de abdij bleven gespaard.

De brand brak uit toen de monniken aan het avondeten zaten. De brandweer vermoedt dat een oververhitte generator de oorzaak was. Die werd gebruikt omdat door het strenge winterweer de stroom enkele keren was uitgevallen.

Productie stil

In de abdij wordt sinds de late 19de eeuw bier geproduceerd. Per jaar brouwen de monniken van Rochefort ongeveer anderhalf miljoen liter bier.

De productie ligt nu stil, maar zal over enkele dagen worden hervat. Bij de brand in het klooster zijn geen gewonden gevallen.

Het toeval wil dat Vman en ik in oktober 2009 een heerlijke namiddag hebben vertoefd in het uitmuntende gezelschap van een stevige Rochefort trappist!

De zon scheen, we hadden een flink stuk gewandeld in de omgeving van Baarle-Nassau en verlangden naar een dorstlessend biertje. Op de hoek van een achteraf straatje vonden we een door bomen overdekte terrastuin. We streken er neer en vroegen om de lekkerste trappist die ze hadden. ‘Rochefort!’, was het stellige antwoord. We lieten ons verrassen en kozen voor de meest zware uitvoering: de 11.3%. Nou, dat heb ik geweten!

De trappist was heerlijk met een volle kruidige smaak, zalig… en toen mijn glas half leeg was, was mijn brein idem dito. Pfew, dat hakte erin zeg. Een mandje met brood hielp de klap wat te verzachten. We hebben daar nog uren gezeten, genietend van de zon, van het bier en van elkaar.

Afgelopen herfst wilden we dit onverwacht speciale uitje nog een keer herhalen, maar tot ons verdriet was het café dicht: het stond te koop. We eindigden in een pannenkoeken-restaurant met een Grimbergen van de tap. Ook lekker, maar niet zo magisch als de Rochefort.

Geplaatst in Algemeen, Columns, Expressief

Herfstvlagen

En dan is het ineens herfst!

Bomen, belaagd door een wind-tondeuse, moeten hun groene vacht prijsgeven. Dwarrelend zeilen de vermoeide blaadjes naar beneden en tooien de grond met een kleurig tapijt. Eekhoorntjes – druk bezig met gewaarmerkte scharreleikels – peinzen af en toe met hun donkere kraaloogjes in de verte, alsof ze de grootte en locaties van de wintervoorraad in hun roodbruine koppies proberen te prenten. Paddenstoelen in allerlei maten en soorten zijn in de aanbieding bij Intratuin en vinden gretig aftrek bij de boskabouters.

Weldra jaagt de wind rond op zoek naar kieren en gaten, botsend tegen verwarmde huizen. Regen versiert met glinsterende druppels de ramen die een blik gunnen op een warm familieleven. Jurkjes en korte rokken krijgen het aan de stok met winterjassen en wollige sjaals, en moeten uiteindelijk het slagveld ruimen voor dikke leggings en met bont afgezette laarzen. O wat ‘vreselijk’: overwinteren in een droge behaaglijke kast terwijl de overwinnaars windvlagen trotseren en te maken krijgen met binnensijpelend regenwater.

Toch ontkiemt in de droge CV binnenlucht het verlangen naar het ruige buitenleven: liever de rode blos van een ijsvogel, dan de witte wang van een huismus.

Tijdens een boswandeling fluistert de herfstmuze zachtjes

Tere draden
iel maar vasthoudend
geweven tot een patroon
van ingewikkelde symmetrie

– de ingewikkelde prooi is minder lyrisch, maar dit terzijde –

Ragfijn kant
vangt druppels van dauw
en weerkaatst de zon
tot diep in je hart

en verwarmt met haar gezang dit gure jaargetijde.

Een vette kruisspin zit met getuite lippen klaar in het midden van haar ijle bouwwerk om argeloze voorbijgangers van zeer nabij in de ogen te kijken. Bij haar uitverkorenen plant zij een kus op de lippen. Doorgaans resulteert deze liefkozing in een bloedstollende gil van de wandelpartij en volgt soms het uitspugen van webrestanten. Verontwaardigd draait de achtpotige madame zich om en haalt haar kluskoffer tevoorschijn. Altijd hetzelfde met die tweepoters!

Lichtelijk ontdaan van deze intieme ontmoeting met de kroost van Moeder Natuur, spoeden diezelfde met bont omhulde benen zich weer huiswaarts, de lokroep volgend van een kop dampende chocomel, een glas kruidige thee (de koffiepot speelt hier in huis maar een bijrol), stevige erwtensoep. Glüh- of rode wijn, een bodem whisky. Of een stomend bad.

Dan volgt een nieuwe dag. Menig bioritme heeft moeite met de donkere koude groet die door het open raam naar binnen waait. De nachtvorst zwaait zijn kille scepter en bedekt de auto’s met een laagje rijp. Toch tof van die ijskoning: hij zorgt voor gratis ochtendgymnastiek. De slagboom van het parkeerterrein krijgt RSI maar zwoegt dapper door: Avans gooit haar armen en deuren wijd open in een warme begroeting, ook in de herfst…