Geplaatst in Foto, Muziek

Over dauwtrappen en Breda Jazz

Ben jij vannacht om drie uur opgestaan om met je blote voeten zingend door het bedauwde gras te lopen? Dat was immers de kans op wat magie en genezing. Nee? Nou, ik ook niet hoor. Toen lag ik nog lekker warm in mijn bed.

Hemelvaartsdag. Vandaag wordt door Christenen gevierd dat Jezus Christus, die veertig dagen geleden is herrezen uit de dood, naar zijn Vader is opgestegen. Een tocht naar de hemel, zo zegt men.

Veemarktstraat Breda

Maar op Hemelvaartsdag begint ook het Breda Jazz Festival. Toen ik in 1981 naar Breda verhuisde, was het Jazz Festival een van de leuke dingen van deze stad. Terrassen vol, zonneschijn en vrolijke muziek (traditionele jazzstijlen en aanverwante muzieksoorten als Blues, Zydeco, Cajun, Western Swing en Jump ’n Jive). Soms gekmakend – experimentele jazz – maar dan loop je gewoon gauw verder. Het festival duurt vier dagen in de binnenstad, en trekt jaarlijks ca. 250.000 bezoekers.

Veemarktstraat Breda

Het is erg gezellig om van podium naar podium te slenteren. Soms kun je doorlopen, de andere keer sta je muurvast en kom je slechts voetje voor voetje vooruit. Vooral op de Grote Markt en de Havermarkt is het een drukte van belang. En onderweg kom je ook nog bands tegen, die het straatbeeld muzikaler maken.

Hier een impressie van Hemelvaartsdag 2012 in Breda: een binnenstad, propvol met mensen en muziek:

Deze slideshow vereist JavaScript.

Foto’s © Marion Driessen
Geplaatst in Cultuur, Foto

Princenhage Breda

Vanmorgen helaas geen ontbijt op bed ter ere van Moederdag. Misschien is dat wel een beetje mijn eigen schuld, omdat ik onaanvaardbaar vroeg ben opgestaan voor jong-volwassen-zonen-begrippen. Vandaag is het namelijk Vrijmarkt en Braderie in Princenhage Breda, en daar wilde ik graag naar toe. Het is een vrolijke – en gelukkig ook zonnige – gemoedelijke rommelmarkt waar het kijken naar mensen nog leuker is dan het kijken naar de uitgestalde koopwaren.

Op weg naar de Vrijmarkt deze prachtige gebouwen:

Korenmolen de Hoop. Deze prachtige gerestaureerde molen stamt uit 1838

Het is dan nog lang geen herfst, maar de kleuren van deze beukenhaag doen me er aan denken.

Mooie landelijke boerentuin, midden in de stad.

Het is een drukte van belang, daar op de Vrijmarkt. Met tassen vol en een zakje stroopwafelkruimels leeg.

En ineens sta je dan oog-in-oog met twee bijzonder mooie prinsessen. Jonge Golden Girls.

Het slenteren en sjouwen gaat je helaas niet in de koude kleren zitten. Ging het daar maar zitten, in plaats van in mijn rug. Au.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Dag Moederdag. Ben moeder dan ik dacht!

Geplaatst in Foto, Natuur

Groen Groener Groenst

Verlegen hommel

Het was bijzonder mooi om vandaag in het bos te wandelen. Lentegroen, donkergroen, lichtgroen, zonnegroen, mosgroen. Noem een kleur groen op, en hij was te zien. Ook waren er andere kleuraccenten: pure schoonheid waar wilde bloemen patent op hebben.

Als je op een foto klikt, opent een slideshow waar je doorheen kunt bladeren.

Kijk je met me mee?

Foto’s © Marion Driessen – genomen met iPhone 3GS

Deze slideshow vereist JavaScript.


Geplaatst in Columns, Compassie, Inspiratie, Persoonlijk

Pabo Breda Gaat Voor Kansrijk

Het begint die ochtend allemaal in het NAC café. Om half negen warmen meer dan veertig vrijwilligers van Pabo Breda zich aan de koffie en thee, blij uit de striemende, koude wind te zijn die om het stadion loeit. Dan vliegen de vier teams uit met diverse bestemmingen. Wederom zijn we op pad in het kader van Rent-A-Talent Avans200, daarbij ondersteund door Betrokken Ondernemers, Samen voor Breda.

Navigator NanNan wijst me de weg naar Villa Boerebont. Maar goed dat ik zelf eerst op de kaart heb gekeken… het zorgt echter wel voor een goede stemming. We gillen van het lachen en lachen van het gillen. Om rustig te blijven, oppert zij een yell: hussaaaaaa. Enthousiast weerklinkt deze kreet als de spanning te hoog wordt. Een verbijsterde docent doet er achterin verder het zwijgen maar toe.

Wonder boven wonder komen we aan op de plaats der bestemming en gewapend met rieken, harken en een goed humeur begeven we ons naar Villa Boerebont, een gezinsvervangend tehuis voor overbelaste jongeren uit de regio Breda. Directeur Sjoerd Smit vertelt over ‘zijn’ jongens en meiden: kansrijke jongeren in een tot nu toe kansarm leven. Maar hier komt verandering in!

Centraal doel bij opname van deze jongeren is, naast het bieden van een veilige haven na een moeilijke periode, het bevorderen van de zelfstandigheid en daarmee het mogelijk maken van re-integratie in de maatschappij (zelfredzaamheid). Dit alles wordt gedaan in een kansrijke omgeving, die zij de jongeren aanbieden.

We worden  opgesplitst: een groep gaat de tuinen harken, een andere gaat zaadjes sorteren en de rest gaat naar de dieren. Ik spring op. YES. Hokken uitmesten, dieren verzorgen, kom maar op! De stallen zijn iets verderop, waar vier Shetlandpony’s, twee geitjes en drie ezels in een grote wei grazen. Wat gefladder ernaast verraadt de aanwezigheid van kippen. Als dat geen echte scharrelkippen zijn, dan bestaan ze niet.

Tot mijn verbazing lopen we de stallen voorbij. En worden ook de poetsspullen op de grond gezet. Nee, we gaan eerst wandelen. Er is een pony met obesitas en die moet verplicht dagelijks wandelen. Het beest kijkt naar zijn verzorger, met een schuin oog naar ons en… neemt de benen. Ach, dan maar met de andere twee op pad. Kort daarop sjokken wij met zijn allen achter de twee minipaardjes aan, het lijkt wel een processie. De weg af, naar links, het fietspad op. Aan het einde van de weg draaien en dan weer terug. We worden luid bejuicht (of bejoeld) door de achterblijvers in de wei.

Foto © Edith Posthuma

Wij weer terug naar de wei, laten de Shetlanders los en nemen de ezels mee. Onze collega’s zijn intussen druk bezig in de tuin, verwijderen onkruid of hangen als volleerde tuinmensen op hun gereedschap rond te kijken. En commentaar te geven. Op ons. Stoïcijns vervolgen wij onze weg. Onze gids vertelt over zijn jeugd in Rotterdam. Het is een verhaal van eenzaamheid en wanhoop, dapper verpakt in een positieve jas. Sinds een half jaar versterkt hij Villa Boerebont en zet zich in als dierenverzorger.

Met roskammen en borstels gaan we dan eindelijk de pony’s te lijf, grote vlokken haren dwarrelen door de lucht en kleven statisch aan onze kleren en handen. De kauwen zijn erg blij met deze onverwachte nestvulling en gaan ermee vandoor. De wind wakkert aan en blaast ons naar binnen, naar de warmte. Het is al bijna tijd om naar NAC terug te keren voor de lunch. We nemen afscheid van de Boerebonte bewoners en beloven hen dat er nog een middagploeg zal komen.

Bij NAC wacht een leuke verrassing: Simon poseert met een mooie zwart-gele sjaal om zijn nek voor het muurembleem, de koning te rijk. Simon is een bewoner met een verstandelijke beperking van Amarant, waar wij vorige maand de gang kanariegeel geverfd hebben. Lees meer in: Lang niet gek! Hij is een fanatieke NAC-supporter… die nog nooit in het stadion is geweest, en Monique en Jolanda hebben hem opgehaald. Hij zat al sinds zeven uur klaar.

Foto © Edith Posthuma

Na een stevige lunch gaan we naar boven, naar de NACademy, onder de noemer van Playing for Success.

Wat is er mooier dan samen met je idool rond te lopen in het stadion van de plaatselijke voetbalclub. Playing for Success maakt het mogelijk. Het doel? Leerprestaties verbeteren van onderpresterende kinderen en jongeren van 9 tot 14 jaar. Playing for Success verbindt leren met de uitdagende wereld van het topvoetbal. Zij noemen dat: leren met een WOW-factor!

Tijdens de presentatie valt onze Simon in slaap, overmand door alle nieuwe indrukken. En broodjes. Dan gaan we via een smalle gang naar de tribunes. Voetje voor voetje schuifelt Simon mee, zijn hand stevig om de mijne gekneld, aan de andere kant innig gearmd met Monique. Op een stoel kijkt hij genietend om zich heen. We leren hem het NAC clublied en houden ons in bij de kleurrijkere taal. Dan volgt een korte rondleiding en verlaat Simon wat later het stadion met een echte NAC-bal, stil glunderend. Het is geweldig om hem zo gelukkig te zien.

Foto © Marion Driessen

Voor ons is het avontuur nog niet over: we worden verwacht in Verzorgingshuis Raffy.
In verzorgingshuis Raffy wonen zowel Molukse als Indische ouderen. Raffy maakt zich sterk om voor beide groepen een zo goed mogelijk zorg, gesneden op de eigen achtergronden en cultuur, te bieden. Aangezien ze beiden uit het voormalig Nederlands-Indië afkomstig zijn, mag het duidelijk zijn dat deze ouderen veel gemeenschappelijk hebben, maar er zijn uiteraard ook verschillen te benoemen. 

Binnen vinden we acht bewoners op een rijtje, warm ingepakt met een extra deken… bij een binnentemperatuur van 26C. Ze zitten al bijna een uur op ons te wachten, oh wat sneu! We grijpen de handvatten beet en rollen de stoelen de kou in. De ijzige kou in. Wat een weer, april doet inderdaad wat hij wil. Eigenwijze dondersteen!

Moedig laveren we tussen auto’s door, gaan achterstevoren trottoirs af en proberen een gesprek aan te knopen met de bibberende oudjes. Toch zijn ze blij dat ze op stap gaan. Nanda zit me voor de derde keer op de hielen – letterlijk – omdat ze het ‘einde’ van de rolstoel niet ziet. Hussaaaaaaa. Als we een eind op pad zijn spetteren de eerste regendruppels neer, al snel gevolgd door meer. ‘Wat is het koud’, verzucht mijn statige Indische dame. Maar het hindert allemaal niets. Dappere mensen! We kijken elkaar aan. Omdraaien die handel, we gaan terug, dit is geen doen. Als volleerd rolstoelbestuurders racen we terug. Hier worden we begroet met de woorden ‘Kinderboerderij? Maar die is op dinsdag toch gesloten?’ Oké dan. Maar goed dat we omgedraaid zijn.

Raffy is een zeer mooi verzorgingshuis, smaakvol ingericht met authentiek Indonesische voorwerpen, een grote open keuken, diverse huiskamers, een toko en live muziek. Het is een gezellige boel. De mevrouw die zich aan mij heeft toevertrouwd, blijkt maar liefst 92 jaar te zijn!

Foto © Edith Posthuma

We luisteren naar verhalen en interessante weetjes over de Indische en Molukse cultuur en over Raffy, drinken thee en laten ons omarmen door de exotische sfeer. Hier zou ik ook best oud willen worden. Maar nu nog niet!

Het is tijd om te gaan eten in Lunchroom De Uitdaging, die speciaal voor ons de deuren heeft opengehouden.

In de voormalige pastorie van de parochie St. Laurentius te Ulvenhout is lunchroom De Uitdaging gevestigd. Speciaal aan deze lunchroom is dat mensen met een verstandelijke beperking hier de mogelijkheid krijgen via een leer- werkplek een plaats te verwerven in het maatschappelijk proces.

Zalige hapjes en een lekker buffet, verhalen uitwisselen met collega’s. Er zijn pannenkoeken gebakken, bewoners van Stichting Elisabeth gingen naar Intratuin en er is zelfs een (volslagen onverwacht) muzikaal optreden verzorgd door het Pabo Team. Hilariteit alom. Later slaan de rode wangen en de slaap toe en om half negen gaan we weer naar huis. Ik lig mooi om 9 uur in bed, ben kapot, hoor ik om me heen. Moe van de vele indrukken, maar geïnspireerd door deze kansrijke dag!

Deze slideshow vereist JavaScript.

Foto’s © Edith Posthuma
Geplaatst in Columns, Compassie, Foto, Persoonlijk

Lang niet gek!

Een teamuitje? Maar natuurlijk mag dat! Denk er wel aan dat jullie een dagdeel besteden aan een maatschappelijk verantwoorde activiteit, hè. We kijken elkaar aan. Wat een verschil met een paar jaar geleden, toen we per fiets door Rotterdam crosten op City Safari. Destijds op het programma een percussie sessie, taarten maken en zelfs lurken aan een waterpijp. Daarna een zonnig terras om bij te komen van alle vermoeienissen, afgesloten met een exotisch diner. Dit jaar doen we het echter anders. Avans Hogeschool bestaat maar liefst tweehonderd jaar, en in dat kader zetten studenten en medewerkers zich maatschappelijk in het Brabantse in via Rent a Talent. Ook wordt geld ingezameld voor goede doelen. En daar doen wij maar wat graag aan mee!

Via Betrokken Ondernemers – Samen voor Breda – komen we uit bij Amarant in de Belcrum, waar veertien mensen met een verstandelijke beperking wonen. Hun grote wens is een kanariegele gang. Niet een zacht kleurtje, geen fletse achtergrond, nee, het moet knallen! En wij gaan die wens voor hen vervullen. Het is voor een aantal van ons toch wat spannend, de een is huiverig, de ander onzeker. Hoe zal het gaan? Hoe zullen de bewoners op ons reageren? Zal het niet een beetje eng zijn? Kunnen we wel op een goede wijze met hen omgaan? Diezelfde spanning leeft bij de Amaranters en de meesten slaan voor ons op de vlucht. Vijf van hen blijven echter dapper thuis om ons – negen vrouwen vol goede wil maar met weinig verfervaring – te helpen. En aanwijzingen te geven!

Gewapend met emmers verf, rollers, afplaktape en nog meer van dat soort zaken melden we ons om 9 uur in de Belcrum. De ontvangst is hartelijk en al snel babbelen we over en weer. Men is reuze benieuwd naar onze plannen. Groot is de verrassing als we de knutselspullen tevoorschijn toveren: we  gaan ook nog een workshop naambordjes maken en vogelhuisjes versieren verzorgen.

Foto © Edith

Twee van ons gaan met de bewoners aan de slag rond de tafel. Ook zij gaan verven, maar dan op een creatieve manier. De rest hijst zich in doorzichtige overalls. Doorzichtig en blijkbaar ook doorlatend, want de verf gaat er dwars doorheen. De gang strekt zich voor ons uit, vijftien meter lang en meer dan drie meter hoog. Twee simpele keukentrappen staan uitdagend in het midden, de enige weg naar het plafond. Eerst alles maar eens afplakken – leve de ‘goed’ plakkende Action tape. Voor de zekerheid plakken we alles nog een keer af en leggen plastic op de vloer. Daar gaan we. Ik bestijg de treden en de eerste streken worden gezet. Het is echt geel. Knalgeel. Al snel moet de deur open, van verven krijg je het bloedheet! Ik houd één CD-ronde met hoempapa muziek vol, zelfs een tweede. Maar als de CD voor de derde keer op repeat gaat, verzoek ik vriendelijk doch dringend om andere muziek. De dreigend opgeheven verfroller heeft gelukkig het gewenste effect.

Rond twaalf uur is het tijd voor een prima verzorgde lunch; samen graaien in de pindakaaspot heeft iets knus. Versterkt door het lekkere eten gaan we weer aan de slag en om drie uur delen de kwasten de laatste likjes verf uit: we hebben het gered! De hele gang is geel en we hebben zelfs drie pilaren (min of meer) rood geverfd. Intussen hebben ook de bewoners hard gewerkt en zijn de vogelhuisjes klaar. Ze zijn prachtig geworden!

Foto © Edith

Laat in de middag nemen we afscheid van huize Amarant. Er worden handen geschud, geknuffeld en zelfs gekust. We hebben in die paar uren een bijzondere band opgebouwd. Deze mensen mogen dan een verstandelijke beperking hebben, emotioneel zijn ze des te uitbundiger, of in ieder geval puurder. Ze stralen, supertrots op hun creaties en op hun mooie gele gang. En wij stralen ook om hun vreugde. Wij hebben de zon in de gang gebracht, maar zij laten door hun warmte de zon stralen in ons hart.

Maatschappelijk verantwoord? Lang niet gek!

Deze slideshow vereist JavaScript.

Foto’s slideshow © Edith, Jolanda & Marion
Geplaatst in Cultuur, Foto, Koken, Natuur

Landgoed Wolfslaar

Ergens in de 17e eeuw wordt in Breda een boerenhoeve gebouwd, compleet met weilanden, akkers, een moestuin en een grote boomgaard: Landgoed Wolfslaar is ontstaan. En deze geschiedenis herhaalt zich: in de loop der tijd is deze boerenhoeve minstens vijf keer vernietigd en weer opgebouwd. Een volhouder dus.

In 1862 geeft de toenmalige eigenares, barones Charlotte Storm-Cuypers opdracht tot de bouw van het statige, stijlvolle Landhuis en Koetshuis zoals wij deze tegenwoordig kennen. Haar erfgenamen verkopen het geheel in 1905. Tussen 1905 en 1947 wordt Landgoed Wolfslaar door verschillende families bewoond, totdat het in 1955 wordt verkocht aan de gemeente Breda. Achtereenvolgens fungeert Wolfslaar als kraamopleidingsinstituut, onderdeel van de Volkshogeschool Bouvigne en als kantoor van de Grontmij.

 

(Foto’s van de gebouwen op verzoek toegevoegd – bron: internet)

Tegenwoordig worden de gerestaureerde panden gebruikt als luxe conferentie- en feestlocatie met bijbehorend – in 2005 met Michelinster bekroond – restaurant. Prachtig allemaal. Voor mij heeft Wolfslaar echter een andere aantrekkingskracht: de landgoedtuinen, een stukje natuur waar je het niet verwacht. Wie weet struinen er zelfs nog wolven rond…

Deze slideshow vereist JavaScript.

Geplaatst in Columns, Korte verhalen

Passie

Je bent jong en je wilt wat. Wat dat ‘wat’ precies is, weet je nog niet. Wat met dieren. Of iets met boeken. Lekker oplossingen bedenken. Een scheutje archeologie. En wat kies je dan als studie? Het Nederlands Wetenschappelijk Instituut voor Toerisme en Recreatie (nu NHTV geheten) natuurlijk! Waar de link ligt naar de boeken en archeologie? Helemaal nergens.

Mijn studiekeuze had werkelijk niets met mijn wensen voor de toekomst te maken. Wel alles met een uitloting voor de opleiding Ergotherapie. Met een gebrek aan financiële middelen om archeologie succesvol te kunnen inzetten na de studie (verborgen piramides blootleggen en zo). En vooral met spontane besluiten, gezelschap, jong en onbezonnen zijn en niet te vergeten de aantrekkingskracht van Breda. Decanen zijn overbodig: open een vestiging van het V.V.V. in middelbare scholen en promoot je stad. Succes verzekerd.

Bij een nieuwe studie hoort een introductieweek. Is er iets mis met de kleur groen? Tegenwoordig zijn pittige ontgroeningen in, ze halen de gekste dingen met de greenhorns uit. En gekke dingen zijn prima, dat bevordert het groepsgevoel. Je krijgt banden met je medestudenten – vaak voor het leven. Maar als deze streken ontaarden in het bizarre, in belachelijk maken, in voor gek zetten, in het geestelijk door het slijk laten kruipen, in respectloze behandeling van deze jonge mensen, in soms zelfs gevaarlijke praktijken, dan zeg ik DOE EENS NORMAAL! Is dat de manier waarop je met elkaar omgaat in deze maatschappij? Ben je dan stoer? In mijn ogen niet. Durf NEE te zeggen; karakter vorm  je met karakter. Kuch, maar dit terzijde.

Studeren betekent vaak afscheid nemen van je leventje bij paps en/of mams. En dan zou het zo maar kunnen zijn dat je gaat samenwonen met iemand van je middelbare school, die je niet goed kent en die je uiteindelijk beter leert kennen dan je ooit zou willen. Dan kan het best wel eens gebeuren dat je regelmatig een grijze massa lillende lever boven een braadpan ziet uitstijgen, met daarboven weer het verheerlijkte gelaat van je huisgenote, terwijl je eigen van afgrijzen vertrokken gezicht vastberaden de toegang tot je mond blokkeert. Uit diezelfde pan worden twee dagen later misschien wel kipschnitzels opgediept, die aan weerszijden van de vork hun flanken laten hangen… Een slappe kipschnitzel, voormalig krokante schijf met knapperige korst! Metamorfoseert dat ding tussen wanden van staal of zo? Niet weg te krijgen! Ik leerde in ieder geval in een rap tempo lekkere dingen koken.

Je doorloopt de studie en voelt je als een vis in het water. Die studie is jouw ding, het pad dat naar je toekomst leidt ligt aan je voeten. Goede keuze! Maar soms voel je je als een vis op het droge, wanhopig naar adem happend. En na gesprekken met je medestudenten, met docenten, met de decaan, besluit je te stoppen om eens goed te gaan nadenken over wat je nu eigenlijk wilt. Wederom een goede keuze! Soms hap je echter onder water naar adem, zodat je het wel een tijdje op het land kunt uithouden. Je rolt door de studie heen, je niet bewust afvragend waar je mee bezig bent. En dat is een minder goede keuze, want daarna is het alweer tijd voor een baan. Komt er een partner op je pad, in zijn kielzog een paar kleine apenkoppen die je buiten werkuren van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezighouden, waarna je vervolgens uitgeput om negen uur op de bank valt. Zit je vast aan hypotheek en het aflossen van je studieschuld, terwijl de jaren voorbij kabbelen in de waas van alledag.

En dan ineens gaat het kriebelen. Je passie gaat knagen. Je echte interesse, je talent en bevlogenheid spannen samen om je eens flink te kietelen, zodat je het niet meer kunt negeren: je MOET er nu iets mee gaan doen! Als je een van de gelukkigen bent grijp je deze kans op omscholing op wat latere leeftijd en stort je je met de moed der wanhoop – wellicht met de wanhoop der moed – op een nieuwe studie. Een studie die bloed, zweet en tranen kost, maar waarmee je je leven de juiste kant op kunt sturen. RESPECT voor deze doorzetters. Maar soms heb je deze optie niet en moet je andere wegen bewandelen.

Enthousiasme, doorzettingsvermogen en talent hebben helaas niet hetzelfde gewicht als een diploma. Voor sommige banen heb je nou eenmaal een specifiek papiertje nodig. Wat een voorsprong heb je als je meteen al de juiste studiekeuze maakt. Maar er zijn nog veel meer wegen die naar Rome leiden! Die ene baan is niet alles. Jaag je dromen na. Vang, tem en koester ze op een manier die bij JOU past. Wees creatief en vind nieuwe opties en oplossingen. Vecht voor je PASSIE!

En ik? Mijn passie voor boeken is altijd door mijn aderen blijven vloeien. Ik blijf schrijven, op diverse fronten. Niets of niemand zal mij stoppen! Jongleren hoef je immers niet jong te leren.


Geplaatst in Columns

Memoires van dr. Jan Ingen Housz

In januari 1997 vond ik mijn weg naar Hogeschool West-Brabant. Of was het nou Brabant? In ieder geval nog geen Avans. Het complex bestond slechts uit drie hoofdtorens met wat tussenvleugels. De bewegwijzering was even wennen, maar met enig wiskundig- en taalgevoel was het best te doen. Een rechttoe-rechtaan gebouw. Ik startte mijn loopbaan bij CMV en vervolgde mijn weg via Social Work Deeltijd. Deze hechte club mensen maakte werken gewoon leuk! Toch maakte ik in 2005 de overstap naar de Pabo. Het was een grote stap van ettelijke honderden meters: ik verhuisde van de Hogeschoollaan naar voormalige kweekschool, klooster en internaat Sint-Franciscus aan het Dr. Jan Ingen Houszplein 2 te Breda.

Dezelfde hogeschool, maar een compleet andere wereld! Een oud gebouw, gelegen in een bruisende volkswijk. Zelfs zo bruisend dat een grote stalen poort – die (soms) werkte op afstandbediening – nodig was om dolende wijkbewoners tegen te houden. Een plein aan de voorkant met speel- en hangtoestellen voor jongeren. De bloemenkraam op de hoek. Een keur aan winkeltjes – al dan niet obscuur – om diezelfde hoek. Binnenplaats met grote bomen en bankjes in de zon.

Vol ontzag stapte ik die eerste keer door de houten deuren en meldde me bij de receptie waar ik werd doorverwezen naar het Servicepunt. Via de uitgesleten marmeren trap klom ik naar de tweede verdieping en passeerde een prachtige kapel waarin de oude versie van Xplora gevestigd was. Heiligenbeelden strekten hun zegenende handen naar me uit. WOW. Bij het Servicepunt – gevestigd in de ziekenboeg van deze oude kweekschool – wachtte me nog een verrassing: ik vond er een oud-collega van de Sociale Verzekeringsbank! Het ijs was meteen gebroken, al duurde het twee dagen voordat alle katten uit de boom gekeken waren. Maar toen was er ook geen weg meer terug.

Hoe kan ik ooit beschrijven wat daar allemaal gebeurde. Het was een warme douche met een flinke straal humor, een verrassend geurenspel aan emoties, romig schuim van saamhorigheid. Laat ik maar gewoon beginnen met wat dingen die me te binnen schieten. Er schuilen nog veel meer verhalen achter. Alright, de memoires van het Dr. Jan Ingen Houszplein:

Wist je dat…

  • Limburgse vlaai uitstekend werkt tegen buikpijn? Een collega kwam dubbelgeklapt van de pijn bij ons binnen en voelde zich zwaar beroerd. In wanhoop bood ik haar een stukje kersenvlaai aan. Tien minuten later liep ze als een kievit weg. Verbazingwekkend!
  • iedereen verslaafd was aan ‘Broodje Bep’? Bep – ja onze eigen Bep – zwaaide met strenge hand de scepter in de kantine en over de huishoudelijke dienst van de Pabo. ’s Ochtends stond al een grote pan verse soep te pruttelen op het fornuis. ‘Broodje Bep’ was een broodje niet-echt-heel-gezond-maar-wel-heel-erg-lekker met boter, ham, kaas (flinke plakken hè, geen dunne schilfertjes), tomaten, sla, gekookt ei en/of naar wens verse eisalade. Het paste bijna niet in je mond.
  • de kantine met Kerstmis helemaal aangekleed werd, compleet met boom, lampjes, open haard en een heuse Kerstman?
  • er een fikse tafelvoetbal competie gehouden werd? Helaas waren de meiden te snel moe, of te warm – tsk tsk – dus al snel speelde ik tegen de conciërges. Joepie, tegenstand!
  • Sandra met haar verjaardag aangekleed werd als Sinterklaas? We hadden een mededeling geplaatst op Blackboard dat alle studenten bij  Sinterklaas op schoot mochten komen zitten tijdens de pauze. Een geweldige puinhoop, maar wat hebben we gelachen.

  • er van alles werd uitgewisseld in het Servicepunt? We hadden een eigen toilet en kleine wasruimte, en dat gebruikten we ook als kleedkamer. Schoenen, truien, ja zelfs BH’s wisselden van eigenaar als getwijfeld werd aan de maat.
  • het er erg gehorig was? En tja, er werd wel eens wat gezegd over een student die de boel echt te bont maakte. Wisten wij veel dat die stond te kopiëren op de gang achter de altijd afgesloten deur. Onze stemmen vonden blijkbaar een weg door het slot. Blamage!
  • we zo vaak de slappe lach hadden dat de docenten regelmatig op een later tijdstip terug moesten komen? Soms durfden ze helemaal niet binnen te komen.
  • sinterklaasrijmen altijd in tweevoud gemaakt werden? Eén kuise en een iets minder geciviliseerde versie. Wat een geweldige rijmwoorden waren dan ineens voorhanden.
  • Joris Rasenberg (destijds Pabo student) van de band ‘Abel‘ speciaal voor Jolanda kwam zingen toen zij 40 werd? Ze was compleet verrast en straalde, vooral toen ze met Joris mocht meezingen. Onze eigen glans werd op dat moment iets minder.
  • er een geheime wenteltrap was die startte in de keuken en leidde naar een hokje boven de kapel?
  • de oude Pabo een doolhof was van kamers, verdiepingen, trapjes, openingen waar je doorheen moest klimmen, schuine daken? Je kon er uren ronddwalen zonder ooit gesignaleerd te worden.
  • de Action vlakbij was? We gingen bijna nooit pauzeren maar als we naar de Action gingen, kwamen we pas twee uur later met armen vol tassen weer terug.
  • er een menselijk skelet in de kast in de kelder stond? Ik schrok me dood toen ik op een dag die kastdeur opende en had er zo naast kunnen gaan staan. CSI scenario’s schoten door mijn hoofd.
  • wij Servicepunters elkaar op zelfgemaakte verjaardagslunches trakteerden in plaats van gebak? Van soep tot tapas, Indische rijsttafels. De docenten kwijlden over onze schouders en schoven aan als we iets over hadden. Als…

Voor onze HBO-studenten is de Hogeschoollaan veel beter, professioneler, uitdagender en modern. Maar regelmatig verlang ik terug naar onze oude Pabo. Het was geen superstrak architectonisch ontwerp. Geen glazen paradepaardje met technische hoogstandjes. Er was geen contact met andere academies en opleidingen. Maar ook geen problemen met lokalen en roostering. Het gebouw aan het Dr. Ingen Houszplein was uniek, dat krijgen we nooit meer terug. Maar wat we gelukkig meegenomen hebben naar de Hogeschoollaan is een geweldig team dat nog steeds die oude verbondenheid uitstraalt. Meiden, bedankt!! En oude kweekschool aan het Dr. Jan Ingen Houszplein, we dragen jou nog steeds in ons hart mee.

Geplaatst in Biker Witch, Cultuur, Muziek

Breda Jazz Festival 2011

Een zonovergoten lentedag in juni. Als we langs de singel lopen, waaien trompetklanken onze richting uit. Een muzikant heeft zich afgezonderd om nog even te oefenen. Een weefgetouw van pontons strekt zich uit over het water van het Spanjaardsgat. Er is een groot podium gebouwd op het water, maar er speelt nog geen band. Hierdoor niet in het minst gehinderd hebben honderden zon- en muziekliefhebbers een plekje gevonden. Zien en gezien worden.

We slenteren verder het centrum in, gelokt door de jazzy klanken. Helaas blijken ze nog steeds van blik te zijn. Waar zijn die befaamde bandjes nou, slapen ze nog? Het 41ste Breda Jazz Festival gaat rustig van start.

In de Visserstraat lopen we vrienden tegen het lijf. Even bijkletsen natuurlijk, over vakanties en de afgelaste Harleydag in Arnhem. Rivaliserende bendes zouden de stad onveilig maken. De enige oplossing was blijkbaar Arnhem hermetisch op slot gooien en alles annuleren. Ook Breda moet er dit jaar aan geloven: er komt geen Harleydag Breda! Eeuwig zonde. Goh, zouden ze vandaag dan niet bang zijn? Hier zijn toch zeker ook rivaliserende bands?

We genieten van het uitzicht. Breda is een prachtige gemoedelijke stad met veel mooie gebouwen en ook veel mooie mensen. Aparte mensen. Interessante mensen. Ik kijk met verwondering naar een vrouw op slippers met gouden naaldhakken. Erg knap en atletisch als je daar op kunt lopen zonder te stranden tussen de kinderkopjes.

Dan ontdek ik een Warhammer winkel met prachtige sets  – ook Lord of the Rings – langs de wanden, een live workshop en kleine kunstwerken uitgestald in het midden. Ik moet ze gewoon even aanraken, héél voorzichtig. Ademloos dwaal ik rond, kijkend naar de geconcentreerde gezichten van kinderen die druk bezig zijn met het beschilderen van de figuurtjes. De miniaturen lijken me ook bijzonder geschikt voor Dungeons & Dragons. Vman is inmiddels naar buiten gevlucht. Een man vangt mijn blik op en vraagt of ik een rondleiding wil, of uitleg over het spel. Ik bedank hem en zeg – met een knipoog naar buiten – dat ik misschien nog wel een keertje alleen terug kom.

Bij Bagels & Beans weten we een tafeltje in de zon te bemachtigen. Vman kiest voor een muffin en ijsthee, zelf kies ik voor een Nootgeval: een goddelijke mix van yoghurt, ahornsiroop, walnoten, bananen en kaneel. Ik heb zin om het glas uit te likken.

Een Perry Sport en Xenos later gaan we weer op zoek naar een terras. Het is vreselijk druk, maar iedereen lacht en danst, klapt en zingt. Wat een sfeertje! Dan hoor ik eindelijk een streetband, man met paraplu voorop. Dertig jaren Jazz Festival vliegen in een rap tempo door mijn hoofd om tot stilstand te komen in 1981; het jaar dat ik startte met mijn studie in Breda. Vanaf het begin kwam mijn vader rond Hemelvaart hier naar toe om te genieten van de live jazz muziek. Het was een vrolijke traditie, vaak samenvallend met mijn verjaardag. Weet je wat? Ik ga hem bellen, ga hem laten meeluisteren, terugvoeren naar toen. Zijn lachende stem aan de telefoon vertelt me dat hij dit op prijs stelt.

Op het Kasteelplein schiet Vman – na diverse mislukte pogingen – als een snoek af op een vrij tafeltje bij Plan B. Hij en een vreemde man winnen samen. Wij vrouwen grijnzen naar elkaar en even later zitten we gezamenlijk wat te drinken. Het is een echtpaar uit Tilburg. Ze drinken slechts één pilsje, anders redden ze het niet meer op de fiets terug. Ik denk aan Vman’s rug en houd het bij jus d’orange. Een dubbele trappist in deze warmte vloert me gegarandeerd.

Een uurtje later stappen we op, de volgende terrasliefhebbers nog net niet op schoot. Hand-in-hand lopen we op de klanken van de zonnige muziek terug naar de auto. Wat een heerlijke donderdag.

Geplaatst in Algemeen

Kaatje kapot!

Een doodgewone zaterdag in Breda. Het is druk in de stad. De winkels hebben hun deuren uitnodigend wijd open staan en overal zie je mensen. Een vrouw stapt stevig door, kijkt niet op of om. Twee anderen staan gezellig te kletsen. Een paartje slentert  innig gearmd voorbij, verloren voor de rest van de wereld. Baby’s kraaien in hun buggy, gekleed in vrolijke kleuren. Op de hoek van de straat worden stoere verhalen uitgewisseld, begeleid door sprekende gebaren.

Blij loop ik naast Vman terug naar de auto, een boek rijker: Terry Goodkind’s The Law of Nines . Ik geef Vman mijn autosleutel. Rotrug! Het kreng heeft besloten de zenuw naar mijn linkerbeen te boycotten. Aangezien de singel is afgesloten, glippen we – als insiders – via een snelle sluiproute naar huis.

“Wat een rook achter ons!”

Ik zie niks, zit lekker naar buiten te kijken en zing mee.

“Mar, zie jij aan jouw kant ook rook? Let eens op?”

Vluchtig werp ik een blik door het raam aan de rechterkant, en schiet overeind. ROOK!! Een auto claxonneert naar ons, de bestuurster gebaart naar mij. We laten tegelijk het raampje zakken en ik gil: “Ik weet het, we zijn bijna thuis.”. Ze wenst ons succes en we rijden door.

“Uhm, moeten we niet stoppen?”

“Nee, we rijden voorzichtig door naar huis.”

Er komt inmiddels ook rook bij mijn voeten naar binnen. De paniek slaat toe.

“STOP! HIER! NUUUUUU!”

Vman schiet een bushalte op en ik vlucht – inwendig half hysterisch, van buiten redelijk beheerst – de auto uit. Duik dan weer naar binnen om de motorklep los te koppelen, rugpijn even vergeten. Rook slaat ons tegemoet en mijn hart zit ineens ergens in mijn keel. Ik grijp mijn gsm en bel de garage. De kalme stem van Frans vertelt mij dat ze gesloten zijn. Frans, hoe kun je me dit aan doen, neem op aaaargh.

“Vman, ik bel de ANWB!”

“Nee joh, we zijn er bijna.”

Het zweet staat in mijn handen, dadelijk gaat mijn lief Kaatje in vlammen op. Maar nee, we stappen weer in en rijden in een slakkengang verder. Naarstig speur ik naar eventuele vlammen, maar gelukkig laten die zich niet zien… nog niet tenminste. Ik zit klaar om bij de minste roodgele gloed uit mijn Ford te duiken… midden op de rondweg. Maar goed dat ik niet achter het stuur zit, anders had ik Kaatje op een zeer onorthodoxe plek geparkeerd. Ergens waar geen parkeermeters zijn.

We naderen mijn huis, als – omringd door plagende rookflarden – ineens een lampje rood opgloeit. Goh, dat ding heeft wel op zich laten wachten zeg. Misschien volgende keer iets eerder een seintje geven dat iets niet in orde is? Nu wordt zelfs Vman lichtelijk ongerust en parkeert de auto in een zijstraatje. Binnen twee seconden sta ik ernaast, met bonkend hart en trillende handen.

Weer die motorkap open. Ik moet meekijken – supertechneut die ik ben – en zie de walm opstijgen vanuit een wirwar aan draden en kabels.

“Wat zit hierin?”, vraagt mijn partner me.

“Geen idee, maar hier zit ruitensproeivloeistof in!”, terwijl ik triomfantelijk op een klepje bij het raam tik. Nu we ongeroosterd dicht bij huis zijn, zakt de spanning een beetje en krijg ik weer wat praatjes. Vman checkt de olie, rukt wat gele dekseltjes van containers en kijkt me iedere keer vragend aan. Ik knik bemoedigend terug maar houd wijselijk mijn mond.

“Volgens mij is de koelvloeistof op,” zegt hij, “heb je die nog in de schuur staan?”

Nu ben ik een mens van voorraden. Kom maar gerust onverwachts binnenvallen, ik heb altijd eten in huis. Ook WC papier, pluggen en chips worden op een hoog peil gehouden. Maar koelvloeistof?! Een blik op mijn gezicht is voldoende. Geen koelvloeistof dus, maar wel water? Wegens verplichte antivries-ingrediënten schijnt dat echter geen optie te zijn.

We doen de motorkap pas weer dicht als de rook besluit het op te geven. Ik geef mijn Kaatje een aai over haar ronde dak en fluister haar toe dat ze dapper moet zijn.

“Wacht op me, trouw ding, ik kom je maandag redden hoor!”.

Mijn arme Kaatje kapot!