Geplaatst in Zeswoordverhalen

Samen

Mijn zeswoordverhalen over SAMEN in beeld:


STRAKS, DIE EERSTE OMHELZING…

EEN CADEAUTJE!


Doe je ook mee met de 6 WOORDEN 1 BEELD uitdaging van Melodyk? Of wil je de andere verhalen lezen? Klik dan gauw op de button hieronder!

Geplaatst in Doldriest briest, Persoonlijk

Ik dacht ooit dat ik dapper was

Vroeger dacht ik dat ik niet bang was, zelfs misschien wel een heel klein beetje dapper. Niet groots dapper. Niet zo dapper dat ik vooruit stap als er gevaar dreigt, maar gewoon een beetje dapper. Ik wijk niet snel terug. Neem het op voor anderen. Klim op een paard en achterop een motor. Schrik niet terug voor een confrontatie op mijn werk en neem geen blad voor de mond.

Helaas heb ik hoogtevrees, gecombineerd met claustrofobie. Vraag me dus niet een kleine grot in te gaan op grote hoogte. Al ging ik onlangs Underground in de Mergelgroeves van Maastricht, bracht ik een bezoek aan de steenkoolmijn in Valkenburg, en nam de trein onder het Kanaal door naar Londen. Ooit liep ik op 25 meter hoogte over een aquaduct in Portugal, met slechts een kniehoog muurtje aan één kant. Stond ik oog in oog met een grote Afrikaanse olifant die op me af kwam. Maar ik bleef staan en rende niet weg. Het was ook niet in de jungle van Afrika, maar in de Beekse Bergen, waar ik met een verzorger op pad was.

Victor is wel dapper. Die gaat parachute springen en wil bungeejumpen. Dat laatste vind ik niet zo’n goed idee trouwens, dus dat heeft hij tot nu toe achterwege gelaten. V-man stapt doodgemoedereerd in een vliegtuig, of in een kleine helikopter die meer van een libelle wegheeft. Gaat in zijn eentje op pad in wereldsteden. Rijdt een stoere Harley. Hij blijft rustig en aanvaardt situaties zoals ze zich voordoen. Ik heb grote bewondering voor hem. Als ik zenuwachtig loopt te stressen, is hij mijn rots in de branding.

Maar als het aankomt op dieren, dan sta ik voorop. Hoe groot je ook bent, als je een dier pijn doet, dan ben je de mijne. Op straat loop ik overal op af of doorheen. Als ik ’s nachts iets hoor, ben ik degene die naar beneden gaat om te kijken wat er aan de hand is. Je ziet, niet echt dapper, maar wel een beetje. In ieder geval niet minder dan gemiddeld, dacht ik.

Tot het coronavirus om de hoek kwam zeilen. Onzichtbaar, ontastbaar, onvoelbaar. Zoveel mogelijk binnen blijven, zei Rutte. En, hoe dwars ik normaal word van bevelen, bleef ik gehoorzaam thuis. Gelukkig heb ik het voorrecht dat ik een baan heb die ik prima in mijn eigen huis kan uitvoeren. Afstand houden, zei Rutte. En dat deed ik. Slechts één keer per week naar de winkel, waar ik dolde met die oergezellige en vrolijke Lidl-medewerker, die zorgvuldig de handvatten van mijn boodschappenwagentje schoonmaakte, mij desinfecterende doekjes aanreikte, én pure chocolade-paaseitjes. Waar we geinden dat ik nog net op het randje de winkel in kon: er mochten nog maar 54 naar binnen. Boodschappen doen werd een uitje. Wandelen alleen heel vroeg in de ochtend, in verlaten straten. Ochtendmist en zon gaven mij kracht om door de vele beeldschermuren heen te komen.

Zelfs Victor mocht niet komen, eerst vanwege mijn eigen vage en wisselende verkoudheidsklachten, daarna vanwege zijn kuchje en zijn werkbezoeken. Vorig weekend is hij komen eten, buiten, veilig aan de andere kant van de tafel. Mijn vriend noemt me lichtelijk paranoïde, en daar heeft hij gelijk in. Ik ben bang. Bang om die slopende ziekte te krijgen, bang om anderen aan te steken. Bang dat mijn geliefden en vrienden ziek worden. Bang voor dit virus, dat zielloos van de een op de ander springt. Bang voor deze onbekende verborgen kwade macht die mondiaal huishoudt zonder onderscheid.

Met ontzag zie ik op TV hoe de zorg boven zichzelf uitstijgt en mensenlevens redt én onder onmenselijke omstandigheden mensenlevens moet laten gaan. Onvermoeibaar zijn ze, hoewel dodelijk vermoeid. De politie en brandweer. Ik zie hoe chauffeurs dag en onderhand nacht pakketten en voedsel bezorgen, medicijnen. De mensen in winkels die doorwerken zodat de economie niet instort. De vuilnismannen die onze troep opruimen. En ik zit binnen.

Het is lente, net als de voorgaande jaren. Maar mijn zelfbeeld is veranderd, en niet ten goede. Reflecterend kan ik zeggen dat ik niet dapper ben. Vanuit de veiligheid van mijn huis uitzien over de ontregelde wereld is niet dapper. Het coronavirus toont nu de echte helden. Diep, diep respect voor jullie allemaal.

Geplaatst in Fotogedicht

Focus

200321haiku

.

onwetend virus

verandert focus mensheid

hond wacht geduldig

.


Doldriest fotografie fotogedicht

 

Ieder weekend schrijf ik een fotogedicht. Dit mag natuurlijk ook een Japans gedicht zijn.

Doe je mee?

Geplaatst in Poëzie

Tortelen


De tortelduifjes tortelen
voelen dat de lente komen gaat
en dan lijkt het heel even
alsof corona niet bestaat.

Geplaatst in Zeswoordverhalen

In quarantaine

Mijn verhaal over ISOLATIE in zes woorden:


 

Ze zwaaide naar klasgenoten,

vanachter glas.

 

200311glas

Voor Jasmijn (12)


Doldriest fotografie 6WMB
<< Wil je ook de andere zeswoordverhalen lezen en/of meedoen? Klik op de button hiernaast! En kijk hier voor het archief van de 6WMB schrijfuitdagingen. 😀