Geplaatst in Fotogedicht

Kesjtieël Gebrook

191102Gebrook

klik!

.

..

agter water en reet

lig doa ginger in ut plat

Kesjtieël Gebrook

..

.

Dit keer een haiku in ons Limburgse dialect. Bij dit prachtige kasteel Hoensbroek ben ik opgegroeid.


Doldriest fotografie fotogedicht

 

Ieder weekend schrijf ik een fotogedicht. Dit mag natuurlijk ook een Japans gedicht zijn.

Doe je mee?

Geplaatst in Algemeen, Gedicht, Humor

Stout in twee talen. En een snufje dialect.

Op mijn eerste werkday
werkte mijn concentratie totaal niet mee.
binnen: een bureau met PC-scherm
buiten: de zon en lekker wèrm

Uren worstelde ik door
negeerde de stem in mijn oor
die zei: run, doldriest, run
mail en agenda zijn niet echt fun!

En misschien heel stout
maar ik hield het geen minuut langer out
geld verdienen wachtte maar even
nu was het eerst tijd om te leven

Ik zwaaide en pakte mijn tas
ineens veel beter in mijn sas
rende straight out the door
lovely freedom, ik ging ervoor

De tuin thuis gevuld met hemels licht
deed bij mij de ogen dicht
dan gemiauw, lui open één luik
zag ik mijn kater in een duik

160815Stout1

staartpuntje trilt
opperste concentratie
oren gespitst
minutenlang loeren
alleen de flanken bewegen
spieren startklaar
de vlinder zit te zonnen
heeft niets in de gaten

Flieder fladder butterfly
Smokey sprong een meter high
waarna die dekselse kat
hem zonder pardon opvrat

Waren we mooi stout together!

Zonnige groet,
life is good
Marion

160815Stout2
Stout? Who, me?
Geplaatst in Zeswoordverhalen

6WMB: Dialect

Mijn eigen bijdrage aan Zes Woorden met Beeld: Dialect

DOER KLANKE TRUUK NAO HOES GEBRACH

131016

afbeelding: Limburgse Dialecten

SixWordStory
<<  Wil je ook de andere zes-woorden verhalen over Dialect lezen en/of meedoen? Klik op de button hiernaast. :)

Geplaatst in Zeswoordverhaal-uitdaging

Verhaal in zes woorden met beeld: Dialect

Wat hoor je liever: algemeen beschaafd Nederlands of een sappig dialect? Een harde of een zachte G? Een ingeslikte of rollende R? Streektaal of een landelijk opgelegde taal? Waarom? Wat betekent het spreken van een dialect voor jou?

Deze week gaat de Zes Woorden Met Beeld – uitdaging over dialect.

Dialect is in de taalkunde de benaming voor een talige variëteit die niet als standaardtaal geldt. Vanuit taalkundig oogpunt heeft de vraag of een bepaalde taalvariëteit een op zichzelf staande taal is of een dialect weinig zin; er zijn namelijk geen vaste onderscheidende criteria. Zowel een taal als een dialect hebben een eigen grammaticaal systeem, een eigen woordenschat en soms – maar niet altijd – een overkoepelende standaardvariant.

Volgens een strikt taalkundige definitie staat het begrip wederzijdse verstaanbaarheid centraal bij het onderscheid tussen taal en dialect. Zolang er sprake is van wederzijdse verstaanbaarheid, kunnen volgens deze definitie twee of meer taalvariëteiten als dialecten van dezelfde taal worden beschouwd.

Dit zijn voorbeelden uit het Tilburgse dialect – voor mij alleen begrijpelijk als ik ze hardop lees 😉

dialect

De uitdaging voor jou:

Schrijf een verhaal over DIALECT in slechts zes woorden. Laat je inspireren door een foto of afbeelding en schrijf daar je verhaal bij. Of bedenk eerst zes woorden en maak/zoek dan een foto.

Hier een voorbeeld van een Zes Woorden verhaal, geschreven door Ernest Hemingway.

SixWordStory

Wat een impact hebben deze luttele zes woorden.

Publiceer jouw Zes woorden-verhaal met bijpassende foto of afbeelding op je eigen website/log en plaats de link naar jouw post in een reactie hieronder. Ik vermeld je vervolgens in dit bericht.

Veel plezier bij het schrijven, ik zie uit naar je verhaal.
Marion

vulpen

LEES DE VERHALEN OVER OF IN DIALECT VAN:

Wie volgt? :)

De volgende schrijfuitdaging wordt gepubliceerd op woensdag 30 oktober. Klik hier voor meer uitleg over Verbeeld een verhaal in zes woorden. Would you rather participate in English, please go to Six Word Story Challenge: Dialect.

Eerdere thema’s: 
130216 – Armoede 
130227 – Onderwijs
130313 –  Lente
130327 – Schrijven
130410 – Licht
130424 – Muziek
130515 – Vervoer
130529 – Huisdieren
130612 – Spijt
130626 – Inspiratie
130703 – Reclame
130814 – Vakantie
130829 – Geheugen
130911 – Terrorisme
130925 – Jeugd

zes-woorden

Geplaatst in Boeken, Cultuur, Poëzie

Mosalect

De bel kondigt de komst van een bijzonder boek aan: Mosalect, bloemlezing uit de Limburgse dialectliteratuur. Een collega had me op het bestaan ervan gewezen en Antiquariaat De Bovenste Plank uit Maastricht had het op voorraad.

Maar liefst drie lagen papier scheiden mijn leesgrage ogen van de mosgroene omslag met een wit silhouet van Limburg erop getekend. Geboortedorp Hoensbroek springt er natuurlijk direct uit.

Gretig bladerend kom ik al snel bij ‘De Limbörgse taal’ van R. Geurts… en begrijp er niet veel van haha. Blijkbaar komt deze R. Geurts uit een heel andere streek dan ik, yep: uit Echt. Sommige woorden zijn met een sterretje versierd: vertaling achterin. Hmm zelfs te moeilijk voor de doorsnee Limburger. Geen lichte kost. Ik kan het alleen maar lezen als ik de woorden binnensmonds prevel.

Al bladerend kom ik bij dit stuk, en het vangt mijn aandacht.

Mien Vader

Mien vader kreeg en Orde van Oranje,
heej droeg ze inkeld mar den örste keer,
mar altied hai en bluumke ien zien knöpsgat,
’n onneuzel bluumke van den Lieven Heer.

Altiedig voond heej örgend wer zö’n bluumke
ien de rog, de smeele, op de bleik, ien ’t gras.
Mit ennen eerbied baog heej zich d’r aover
en staok et as en gôldstuk op de jas.

Den ennen keer was et en kruudwisbluumke,
dan wer en pörper glöjend wiske hei,
en marts viölke of ’n vergaet-me-nietje
of en örste spierke gaele brem ien mei.

Ennen kunning was mien vader mit zö’n bluumke.
Gennen vorst, den zien honneurs al van ’s maens vroeg
zö staotig en parmantelik kos drage
as vader prinselik zien bluumkes droeg.

Ik mos, ocherm, zien dodspreentje al schrieve:
gen waord van eer of meenselike pracht.
‘k Schreef inkel ovver ’n klien mar prachtvol bluumke.
En ik weet, dat heej tevreeje nor mien lacht.

Want mien vader kreeg en orde van Oranje.
Die droeg heej inkeld mar den örste keer.
Mar altied hai en bluumke ien zien knöpsgat,
’n onneuzel bluumke van den Lieven Heer.

Theo Terpstra uit Heyens

Niet echt ons eigen dialect, maar wel goed te begrijpen. De essentie van dit stuk is dat de vader van Theo Terpstra veel meer waarde hechtte aan een simpel bloempje dan aan een orde van Oranje. Slechts één keer sierde die orde zijn knoopsgat, maar hij droeg iedere dag een bloempje dat hij ergens plukte. En op het bidprentje vermeldt de heer Terpstra dan ook enkel de prachtige bloemen.

Vooruit, nog eentje:

Herrefs – Winter

Noe de zon zoe sjoen steit aon den hiemel;
noe de weeg nog leeve vaan ’t boont gewiemel
vaan ’t herrefsblaad;

noe de krezanten laoten oopenbleuie
hun gouwe hart en blaanke kroen,
en oet hun stèlle prach umhoeg geit greuie
de November-geis zoe zach en sjoen;

noe de hiel natuur häor lèste klaanke
en kleure, zien en huure deit,
(’t is de koortskleur vaan de kraanke,
dee wèt datter daalik sterreve geit.)

Noe kiek ich bang nao de lèste zon, nao ’t lèste blaad…
want daan… kump te winter aongetrooie
vol ermooi, pein en snie en naat…
Och winter, winter, de moos t’ch neet zoe spooie.

Loe Maas uit Maastricht

Loe beschrijft hoe hij de november geest, de herfst met al zijn pracht het liefst wil vasthouden uit angst voor de naderende winter. Een winter vol armoede, pijn, sneeuw en nat. De moos t’ch neet zoe spooie. Haast je maar niet, winter!

Juwelen van proza en poëzie. Dit boek gaat mee naar Hoensbroek als ik de volgende keer mijn ouders opzoek!

Foto: Sylvia Tuintje / Villa Extra
Geplaatst in Gastblog

D’r Zwungel

Gastblog door mijn oom, Albert Driessen

~ Waarschuwing: kan sporen van Limburgse cultuur bevatten 😉  ~

Het is maandagochtend 8.30 uur. Ik kom opgefrist onder de douche vandaan en tijdens het aankleden komen allerlei gedachten naar boven die ik met mijn revalidatie arts moet bespreken vanwege een zenuwaandoening. De kastlade dichtschuiven met mijn rechterarm gaat niet zonder het gebruik van mijn rechterknie.

De zwengel ronddraaien van de zetbank, kraalbank of wals – een handmatige machine waar je dakgoten, regenwaterafvoerbuizen, regenkappen enz. mee maakt – krijg ik niet meer voor elkaar. Voorheen was dat een fluitje van een cent, en nu moet ik hulp halen… ergerlijk!

Als je vroeger op je werk zei

Sjeng, of Giel,

dat waren je vakleermeesters,

ich krie-g d’r zwungel neet rondgedrie-ed!

dan zouden ze zeggen:

Wat mot ich mit zoe get, doa kinste nieks mit; zoe’ne zwungel drie-e ich mit der piemel rond als het mot, en dée zeivert dat hê-e d’r zwungel neet rondgedrie-ed kriet mit ziene erm.

Jong, wetste watste dée-st, goa noa de mam en help die mit poetse of géet dat ooch neet! Mer ja, doe hast dich ooch neet zelf gemaakt, dan zet mich mer het ontstoppingsmachie-n op de wirkbank.

Giel, Gie-iel, kinste éve helpe mit tille, dé-e kloemel is verrekte zwoar.

Mer… Godvergeefmich, hast doe noe ooch gaar nieks in de erm; jong, goa noar kantoer en kie-k of de baas get vuur dich hêe-t wat neet zoe zwoar is, mesjien kinste heu-m de vot aafvêe-ge!



Als ik deze herinneringen opschrijf, plooien mijn lippen zich tot een glimlach en zie ik alles weer voor me zoals het in die tijd op de bouw of werkplaats er aan toe ging. Maar in het geheel genomen was het plezierig werken met mijn oude leermeesters. Ik weet niet wat mijn leerjongens van mij gezegd zouden hebben, maar zover ik kan inschatten valt het wel mee.

Albert, 17 mei 2010

~ bewerkt door Marion