~
Gedwongen tot stilte
kon ik weer kijken, luisteren
ving lichtflarden in de schemer
en weefde ze aaneen
tot jij daar stond
~
klik voor details
~
waar liefde woont
bekroond, met hart
voedt
zoet in vertrouwen
~
waar liefde leeft
beeft, met volle teug
biedt
geniet versmelten
~
waar liefde sterft
derft, verstomt
bang
verlangd verleden
~
geliefde weet
vergeet nooit meer
waar
ware liefde was
~

Geschreven voor eenieder die liefde nodig heeft x
Lieve Pap, hoewel ik vandaag helaas niet bij je ben, zijn mijn gedachten dat wel. Voor jou:
Pap,
jij vormt een brug
van standvastigheid,
vertrouwen, kennis
liefde en humor
door mijn hele leven
hebt gegeven
wat geen ander kon
je bracht de zon
en de maan
begaan,
stille kracht
kunstenaar
met handen en hoofd
en niets breekt
mijn geloof
in jou,
rechtvaardig
hartelijk lachend
verontwaardigd
vanuit je tenen
vechter, genieter
mijn Pap, mijn vader
mijn held.♥


Op Moederdag denk ik aan mijn moeder. Eigenlijk denk ik iedere dag aan mijn moeder. Met een grijns, omdat ze zo lekker direct is. Met een lach, omdat ze zo nuchter is. Met liefde, omdat het zo’n schat is. Zij is een deel van mijn dagelijkse leven, mijn voorbeeld van jongs af aan.
Dus commercie, ik heb jouw boodschap helemaal niet nodig. Ik hoef haar geen iPad te geven, of parfum. Nee, wat mijn moeder wil is regelmatig bijkletsen, afspreken om als familie samen te komen. En dan mag ik nooit iets meenemen. Maar stiekem doe ik dat toch, iets kleins, iets dat ze iedere dag kan gebruiken. Zodat ze misschien ook iedere dag heel even aan mij denkt.
Het is Moederdag, Mam. Net als gisteren, net als morgen. Ik houd van je.

Een fijne MoederZondag allemaal.
~
Mam,
Mag ik nog een keertje kind zijn?
Buiten spelen
en stiekem mijn muts af doen?
Uit school komen,
wetende dat je op me wacht
met een kop thee?
Aan tafel schuiven
voor aardappelen
met echte jus?
~
Mam,
Mag ik nog een keertje kind zijn?
Samen op bezoek bij oom en tante
om te spelen met mijn nichtjes?
Naar België rijden
de bossen in
om te gaan paardrijden
en eraf te vallen?
~
Mam,
Mag ik nog een keertje ziek zijn,
zodat ik in jullie bed mag liggen
en verwend word met hapjes
eindeloos lezend
wetende dat ik veilig ben?
~
Mam,
mag ik je knuffelen
en je zeggen
dat ik zo blij
zo heel erg blij ben
met jou?
~

Over twee weken komt mijn familie weer samen met Pasen, bij mijn zusje. En mijn vader en moeder zullen daar ook bij zijn.
Ben zo ontzettend blij met jullie!
~ Mar
Als regen tegen de ramen slaat
een rilling over mijn rug heen
gaat
denk ik aan jou
Wanneer de hemels razend zijn
ik tot een bal gekruld lig
klein
denk ik aan jou
De sneeuw die neerdaalt koud en wit
een deken waar ik onder
zit
ik mis jou
Als donk’re wolken samenscholen
hun druk te groot is
rust ontstolen
denk ik aan jou
De lentebries die plagend waait
met de zoom van mijn jurk
danst, graait
ik ben bij jou
Als zon en wind mijn huid verwennen
moet ik met ogen dicht
bekennen
ik denk aan jou
Je bent altijd in mijn
gedachten
~
Hé, kleine man
onbeweeglijk sta je
op een drempel die niemand ziet
behalve jij.
~
Blijf je daar
of zet je die stap voorwaarts
de wijde wereld in
al is die maar een paar grassprietjes verder.
~
Durf je alleen
de heuvel op
om te zien
wat daar achter leeft?
~
Ga maar kijken
toe maar
ik ben altijd in de buurt
met mijn armen wijd open.
~
Met haar neus tegen de ruit gedrukt, zo dicht bij het glas dat ze bijna niets meer zag door haar eigen adem, keek het meisje naar buiten. Het was een beetje mistig. Flarden wolken trokken voorbij en dompelden de wereld in een waas van wit licht.
Wanneer komen ze nou, oma?
De vrouw zuchtte, iedere dag weer die zelfde vraag. Ze ging bij haar kleinkind staan en streek haar door de krullen. Toen antwoordde ze zacht:
Dat weet ik niet, schat.
Als een schim bleef het meisje bij het raam en wachtte. Als ze heel goed keek zag ze haar broertje. Sam was vandaag een stoere ridder, zijn stok een gevaarlijk zwaard. Daarmee rende hij achter zijn vriendje aan, tot die zich ineens omdraaide en er een waar gevecht ontstond. De jongens hadden rode wangen van inspanning.
Kom nou hierheen, ik wil ook spelen!
Ze bonsde op het raam.
Waarom ga je niet met de anderen spelen? Verstoppertje of tikkertje, daar ben je toch zo dol op?
Vandaag niet, oma, ik blijf liever hier.
Het kind ging weer in de stoel zitten, maar bleef vol verlangen naar buiten kijken. Haar handafdrukken begonnen al te vervagen en het glas herkreeg zijn doorzichtige uiterlijk. Met haar bleke huid en haar blonde haar zag ze eruit als een prinsesje. Grijze ogen die veel te wijs waren voor zo’n jong kind. Berusting tekende haar gezicht, met af en toe een vlaag van ongeduld. Zoals nu.
Heeft mama geen tijd voor mij, oma?
De vrouw schrok en haastte zich terug naar het raam. Ze nam het verdrietige gezichtje tussen haar gerimpelde handen en keek het meisje ernstig aan.
Nee, lief kind, dat mag je nooit denken. Jouw mama houdt enorm veel van jou en wil dolgraag bij je zijn. Altijd, iedere minuut. Maar het kan nu gewoon nog niet. Het is nog te vroeg, meiske.
En waarom moet papa altijd werken? Het is niet eerlijk, ze kunnen toch wel even langskomen hier?
Zwijgend drukte de oude vrouw een kus op het voorhoofd van haar kleinkind. Hoe vaak hadden ze dit gesprek al gevoerd? Ze keek naar buiten en zag in de verte hoe haar dochter Sam naar binnen riep. Het was tijd voor het avondeten.
Ze pakte de tengere handjes stevig vast.
Kindje, kijk me eens aan? Dat weet je toch, lieverd. Ze hebben immers nog geen vleugels, zoals wij…
De getalenteerde DagEnDauw deed een oproep aan alle taaltovenaars, om op Valentijnsdag een gedicht of versje te bedenken met de oplossing (citaat van P. Tonsig) van haar prachtige Valentijn Rebus
Inspiratie in overvloed! Hier is mijn haiku:
