klik!
Windstil in blauwe luchten
liepen we, hand in hand
Deze week is het thema van de schrijfuitdaging voor het zeswoordverhaal: WANDELEN. Lees verder “Zeswoordverhaal: Wandelen”
Mijn vriendin is een fervent kattenhater. Als ze er een ziet, verstrakt haar hele lijf en komt er een haast manische blik in haar ogen. Ze komt dan ook bijna nooit bij mij, want ik heb twee enorme katers rondlopen.
Wat deze afkeer, ailurophobie genaamd, veroorzaakt heeft weet ik niet. Een gebeurtenis uit haar jeugd? Ze praat er nooit over. Iedere keer als ik het woord ‘kat’ of ‘poes’ laat vallen, staart ze strak de andere kant op en is er geen discussie mogelijk.
Gisteravond maakten we een ommetje. Dat hadden we misschien beter niet kunnen doen. Het leek wel kattenavond. Er zat er een voor de heg. Een ander onder de auto. Een derde liep net de hoek om. Haastig sleurde ik mijn vriendin verder, zodat zij niet getriggerd zou worden.
Toen we bijna thuis waren, zagen we een affiche op een lantaarnpaal. ‘Kat vermist’, stond erop. Het arme dier –een jong beestje nog– was blijkbaar ontsnapt en nooit meer terug gekomen. Helder blauwe ogen keken me vanuit een crèmekleurige snoet aan, de oren gespitst. Ik smolt weg en kon me het verdriet van haar baasjes goed voorstellen.
“Zielig hè,” zei ik tegen mijn vriendin, “wat zullen ze hem missen. Wat zou er met die kleine gebeurd zijn?” Maar mijn vriendin deed net alsof ze niks hoorde en stapte door, haar staart vrolijk heen en weer zwaaiend. Ik schudde mijn hoofd en besloot haar reactie – of het ontbreken daarvan- te negeren.
Bij de voordeur aangekomen nam ik afscheid. “Volgende week zelfde tijd, zelfde plaats?” Ik keek haar vragend aan. “Woef,” zei ze.
klik!
Het winterse landschap is verleidelijk mooi. De sneeuw geeft aan alles een heldere glans. V-man en ik trokken er gisteren dan ook op uit voor een wandeling in de omgeving, waar we deze schoonheid tegenkwamen. Cameraschuw was zij allerminst. Mensenschuw ook niet, want ze kwam in volle galop op me af toen ik haar riep. Helaas had ik niets lekkers bij me, maar wel aaien, geknuffel en lieve woordjes. En dat bleek ook voldoende te zijn. Ik was verloren in haar grote bruine ogen. Toen ik op keek zag ik echter andere ogen, bruingroen dit keer, die me aankeken met het stille verzoek om eindelijk verder te lopen in de koude, straffe wind. En dat deed ik toen maar. Op naar het volgende dier. 😉
Op deze koude, donkere herfstochtend grijp ik naar mijn favoriete schoenen en zie de smurrie, het aangekoekte zand. Met vertedering denk ik terug aan de wandeling afgelopen zondag. Thanksgiving. Ondanks de onheilspellende weer-apps togen we met een kleine groep naar het bos. Het natte, groene bos, waar eerst de zon en daarna de regen met bakken uit de lucht kwam. Waar ik met lieve familie volop liep te praten en te lachen, terwijl we de minst modderige routes zochten en daar in faalden, om erna in een warme omhelzing van hapjes, drankjes en stevige kost thuis te komen. Heerlijk. Ik heb ze met weemoed schoongeveegd.