Geplaatst in Korte verhalen, Persoonlijk

Pijn

Met pijn in zijn ogen kijkt hij mij aan. Een achteloos bericht brak de bruingroene glans en met moeite veegt hij de scherven bij elkaar. Breekbaar – nog steeds – na te snel vervlogen kinderjaren zonder handje in de zijne. Tweewekelijkse logeerpartijen vervingen de dagelijkse sores en smeedden een band tussen vader en zonen. Niets zou de liefde voor zijn kinderen dwarsbomen en de trots brandt fel. Zijn jongens, prachtknapen. Nu ze allebei studeren zijn hun bezoeken sporadischer, maar een biertje drinken, uit eten, heeft een nieuwe dimensie in hun gezamenlijke leven gebracht.

En nu dan die speciale dag. De Vader-Zoon-Dag. Geweldig vindt hij het, eindelijk weer een tastbaar bewijs van zijn vaderschap. Tot het bericht op het scherm verschijnt dat er nog een ‘vader’ komt. En dat is er een te veel. Er is maar één echte vader! Of knelt de stiefband net zo zwaar, zo niet zwaarder dan de bloedband? Door een scheiding ongewild van de vanzelfsprekende eerste plek verdreven. Dat doet verrekte pijn.

Geplaatst in Gedicht, Poëzie

Mam, mag ik nog een keertje kind zijn?

~

Mam,

Mag ik nog een keertje kind zijn?

Buiten spelen

en stiekem mijn muts af doen?

Uit school komen,

wetende dat je op me wacht

met een kop thee?

Aan tafel schuiven

voor aardappelen

met echte jus?

~

Mam,

Mag ik nog een keertje kind zijn?

Samen op bezoek bij oom en tante

om te spelen met mijn nichtjes?

Naar België rijden

de bossen in

om te gaan paardrijden

en eraf te vallen?

~

Mam,

Mag ik nog een keertje ziek zijn,

zodat ik in jullie bed mag liggen

en verwend word met hapjes

eindeloos lezend

wetende dat ik veilig ben?

~

Mam,

mag ik je knuffelen

en je zeggen

dat ik zo blij

zo heel erg blij ben 

met jou?

~

Over twee weken komt mijn familie weer samen met Pasen, bij mijn zusje. En mijn vader en moeder zullen daar ook bij zijn.
Ben zo ontzettend blij met jullie!

~ Mar

Geplaatst in Persoonlijk, Poëzie

Lief kind

~

ach

lief kind

blondgelokt

met gulle lach

die straalde

in jouw ogen

nu uitgedoofd

verdoofd

zijn wij

op zoek

naar jou

onvindbaar

maar overal

zingt je stem

je leeft

in ons

altijd

~

Wieteke

Voor Wieteke, lieve dochter van een collega, die slechts tien jaar mocht worden.

Geplaatst in Columns, Compassie, Expressief, Foto

Vertrouwen

 Het is druk in de kroeg. Met ervaren hand zet de ober een bord, gevuld met een dikke dampende stew, voor de man neer. Een mandje met brood en boter staat ernaast. Zijn vrouw kijkt naar haar dubbele hamburger en dikke frieten. ‘Chips’ worden die hier genoemd. De Guinness verdwijnt als sneeuw voor de zon, cheers! Het is lunchtijd in Dublin.

Aan de andere kant van het café zitten vier jonge mannen aan een tafel en bestuderen het menu. Wat de soep is, vraagt een van hen. Bouillon, antwoordt de gevatte ober, meestal gemaakt van vlees en groenten. De anderen lachen. Just kidding! De soep van de dag blijkt groentesoep te zijn.

Naast mij ligt een baby van een half jaar te slapen op de bank, als een roos, uitgeteld na de vermoeienissen van de ochtend. Hij is pas zes maanden, vertelt de trotse moeder, en mijn oudste is drie jaar. Het jongetje zit in de leren fauteuil tegenover ons en neemt kleine hapjes van zijn hamburger. Niet het broodje of de sla, alleen het vlees. Ik laat hem maar, zegt ze, hij is ook moe en dan eet hij in ieder geval iets. Ik knik begrijpend en lach naar het kind. Verlegen draait hij zijn hoofd om. Ze zijn net aangekomen vanuit Belfast, na drie uren reizen. De vrouw komt oorspronkelijk uit Londen en is voor haar werk naar Ierland verhuisd. Dublin is haar favoriete stad – na Belfast dan – en ze is hier al vaker geweest. Bij de buren worden de glazen nog eens bijgevuld. Ook wij laten het ons goed smaken.

De vrouw begint haar spullen bij elkaar te zoeken. Ze gaat weer verder, zegt ze, naar het hotel. De baby is inmiddels wakker en observeert met grote ogen de bedrijvigheid. Natuurlijk kan ik het niet laten om even gek te doen. Hij lacht zoals alleen baby’s kunnen lachen, uitbundig en helemaal blij. Vakkundig wordt hij door zijn moeder in een soort skipak gepropt, de armpjes onwillig, maar het lukt haar toch. Compleet dicht geritst wordt de kleine in de wandelwagen gezet. Die zal het straks niet koud hebben!

Wil jij even op hem passen, vraagt ze me, dan kan ik met de oudste even naar het toilet? Automatisch knik ik en zeg dat niemand bij haar kindje zal komen. Ze draait zich om en loopt weg, de trap af naar de damestoiletten, mij enigszins verwilderd achterlatend. Daar zit ik dan, met een baby. Zelfs haar tas hangt nog aan de buggy.

Tegenstrijdige gedachten flitsen door mijn hoofd. Het is een eer om even op dat kleintje te mogen passen. Maar ik ben ook perplex en verontwaardigd. Dat doe je toch niet, je kind alleen laten in een café? Wat is dat voor een onverantwoordelijke moeder? Stel je voor dat ik kwaad in de zin had. Ik zou mijn spullen kunnen pakken, de wandelwagen naar buiten rijden en weglopen met de baby. Wie laat nou toch zijn kind achter bij een wildvreemde?

DSC_3444

Dan ineens verandert de verontwaardiging over haar gedrag in beschaming over mijn eigen gedachten. Ben ik echt al zo gewend aan misdrijven uit het nieuws, dat kidnapping mogelijk lijkt, hier, in deze gezellige pub? En ik lach, verwonderd en trots op het vertrouwen dat deze vrouw mij schenkt. Haar verzoek was intuïtief en natuurlijk, moeders onder elkaar. Vijf minuten later komt ze terug en nemen we afscheid. Een vluchtige ontmoeting, die een diepe indruk op me achterlaat

Vertrouwen. Wat een mooie gedachte om het nieuwe jaar mee in te gaan.

Geplaatst in Expressief, Poëzie

De wijde wereld

~

Hé, kleine man

onbeweeglijk sta je

op een drempel die niemand ziet

behalve jij.

~

Blijf je daar

of zet je die stap voorwaarts

de wijde wereld in

al is die maar een paar grassprietjes verder.

~

Durf je alleen

de heuvel op

om te zien

wat daar achter leeft?

~

Ga maar kijken

toe maar

ik ben altijd in de buurt

met mijn armen wijd open.

~

Geplaatst in Columns, Expressief, Persoonlijk

Uitvlucht

Mijn zoon. Mijn jongste kind. Je pootjes staan nog in het nest, maar je snavel steekt steeds verder over de rand. Vleugelslagen wieken door het huis. Her en der liggen donsveren die ik stil bij elkaar veeg en in een doosje bewaar. Af en toe streel ik de zachtheid en voel de jaren door mijn vingers glijden. Ik wil niet, maar het moet: stilstaan bij het idee dat je over een paar maanden het nest gaat verlaten. Eraan wennen. Maar die gedachte grijpt mij soms bij de keel. Hij klemt zich daar vast, verstikt me, bouwt eindeloos aan een brok in mijn keel die ik maar niet kan wegslikken.

Je bent immers nog veel te jong. Piepjong! Heel groot, maar klein. Met gemak omcirkelen mijn armen je middel. Je bent nog niet zelfstandig. Je kamer is een bende, die kun je toch nooit op orde houden? Grote stapels boeken en papier verrijzen in mijn verbeelding, lege chipsverpakkingen, resten macaroni, kleding her en der verspreid. Lege pizza verpakkingen en kratten bier. En jij, mijn zoon, rotzooitrappelend om je hoofd boven het maaiveld te houden. Koken. Je eigen beurs op de knip houden. Studeren zonder dat ik regelmatig vraag wat je aan het doen bent. De tijd voor je in de gaten houden, als jij hem vergeet. En we hebben nog maar een paar maanden om je voor te bereiden op het studentenleven!

Je gaat landen in een grote stad, met al haar verleidingen. Wilde feesten. Bruisend nachtleven, waar je dronken wordt van het schuim op je bovenlip. Een vreemde taal. Misschien zul je wat woorden en uitroepen herkennen en dan met een glimlach denken aan de keren dat ik sputterend in mijn zuidelijke dialect verviel. Doorzakken, en half slapen in de banken van de universiteit van Maastricht. Je dagen en nachten op elkaar afstemmen, zoals ook ik mijn leven opnieuw moet balanceren.

Maar let niet op mij, lieverd. Er zijn twee soorten uitvluchten.

De uitvluchten die ik hier geschreven heb om jou nog wat langer bij me te kunnen houden. Van je te genieten. Van je humor, je gevoeligheid in woord en gedrag. Je gekke fratsen en eigenzinnigheid. Je onblusbare verlangen naar ‘iets lekkers’. Het enthousiasme waarmee je mijn fantasiemaaltijden naar binnen werkt. Je zwijgende aanwezigheid die zeer veelzeggend is. Ik zal je zo missen.

Maar jij staat over een paar maanden voor een ander soort uitvlucht. Je gaat uitvliegen, het nest verlaten. Je gaat op eigen benen staan, het pad ontdekken dat vaag voor jou uitgestippeld ligt. Er je eigen draai en wendingen aan geven. Je gaat vrienden voor het leven ontmoeten. Interesses uitdiepen. Je vliegt je toekomst in het heden tegemoet en ontdekt wat er in je leeft.

Ga, mijn schat, vlieg. Test je vleugels en ontwikkel je draagkracht, tot je over een tijdje weg zweeft. Maar beloof me dat je regelmatig naar je warme nest zult terugkeren. Want iedere uitvlucht heeft een stevige basis nodig.