~
Schijnt de zon vandaag?
Altijd, reageerde hij,
het zijn de wolken…
~


De tijd galoppeert voorbij en zwiept zijn staart in haar gezicht. Verdwaasd kijkt ze op en ziet dat het bijna 21 uur is. Al zo laat? Hoog tijd om naar huis te gaan! Die werkmails kunnen me gestolen worden. In het donker zoekt ze haar auto en rijdt naar huis, om vervolgens op de bank neer te vallen met een boek. Ze is moe.
Op weg naar bed stopt de vrouw bij de kamer van haar jongste zoon.
Zeg, zou je niet eens gaan slapen, vent? Je gaat vannacht naar Londen.
Een onbezorgde blik.
Nee.
Eh, je moet er om 3 uur uit, mafkees, naar bed gaan lijkt me toch wel handig!
Nope.
Jongen, ben nou verstandig en ga slapen. Je blijft morgen de hele dag op en ’s nachts doe je ook geen oog dicht. Je hebt je energie hard nodig.
Geen reactie, alleen die geamuseerde, uitdagende glimlach. Waarop zij gefrustreerd gilt dat hij het dan zelf maar moet weten.
De vrouw ligt wakker en maakt zich zorgen. Een half uur later gaat de zoon douchen en wordt het stil. Hij is dus wél gewoon gaan slapen. Zucht. Gekke puber!

Om kwart voor drie snerpt een alarm door het huis. Gehuld in een warme badjas volgt zij haar zoon naar beneden en rukt kasten open om een lunchpakket samen te stellen voor de toch wel vermoeide jongeman. Boterhammen met kaas. Flesjes drinken. Volkorenkoeken. Nog wat snac… de voorraad snacks die zij eerder die week ruim heeft ingekocht voor de verjaardag van haar oudste zoon, blijkt verdwenen te zijn. Als sneeuw voor de zon. Gelaten haalt zij haar schouders op. Dan maar alleen de boterhammen. En een paraplu. Want het regent in Londen.
Zij neemt afscheid, wenst hem veel plezier en valt weer in bed. Waar zij een half uur later nog steeds klaarwakker ligt. Heeft hij wel Engelse ponden? Weer naar beneden: hij pint ponden in Londen. Even later staat ze weer op en vraagt hem hoe laat hij vrijdagnacht ook alweer precies terug is op school, rond 4 uur? Dat weet hij niet. Ongeveer weet hij ook niet, maar hij belt haar dan wel op.
Vijf minuten erna gestommel, deuren gaan van het slot en weer op slot. Inbrekers? Nee, een bekende stem bromt er op los. Dan wordt hij opgehaald door de ouders van schoolkameraden. Eindelijk zakt de vrouw weg… tot een sms haar weer wekt: De fiets van een vriend staat bij ons in de schuur.
Is goed.
Een beter antwoord krijgt zij er niet meer uit. Ze is moe.
Het is eindelijk rustig in huis. ‘Het’ wel, maar zij niet. Als haar wekker afgaat, slaapt zij net. En vannacht zal er van rusten ook weinig terecht komen, want de vrouw gaat de vier pubers weer opladen, met een etmaal aan Londense indrukken als rugzak. Als dat maar allemaal in haar auto past…
Een jaar geleden, op 16 april 2011, bedacht Joke Zes woorden met beeld. Joke: ‘Ik vond het leuk om te merken dat zoveel medebloggers de uitdaging met mij wilden aangaan, maar aan alles komt een einde en het wordt tijd voor iets nieuws. Daarom hier mijn laatste (voor de hand liggende) thema voor een compleet verhaal in zes woorden met een illustratie: AFSCHEID.’
Mijn bijdrage:
Magere Hein streelde haar uitgevallen krullenbol.

Bedankt, Joke, het was fantastisch om met je uitdaging mee te doen het afgelopen half jaar. Ik heb er zeer veel van geleerd en nieuwe geweldige schrijvers door leren kennen. We verliezen elkaar niet uit het oog!
~Marion
Meer verhalen over dit thema vind je bij Jokezelf.
Vandaag las ik dit gedicht van Hanny Michaelis (1922-2007) uit De rots van Gibraltar, Amsterdam 1969.

Ik vind het echt briljant en humoristisch. Zie het mezelf ook zo doen… dat laten verbranden terwijl ik mijlenver ben met mijn gedachten. 😉
Wat vinden jullie van dit gedicht?
Fel rode achterlichten branden een gat in mijn waas van werk-gedachten. Er staat zowaar een file in ons dorp! Een heel korte weliswaar, maar toch. Gelaten sluit ik achteraan en probeer uit alle macht de rotonde niet te blokkeren. Het lukt net. Voor en achter mij scheren fietsers rakelings langs. ‘Kom op’, mompel ik, ‘rijd even iets verder door?’ Tergend langzaam rollen de wielen nog een meter naar voren, maar dan sta ik vast. De neus van mijn vehikel snuffelt aan de kont van haar voorganger, de trekhaak akelig dichtbij.
Aan mijn rechterhand ontwaar ik mijn bestemming. Op het kleine parkeerterrein is het een komen en gaan van klanten met blauwe karretjes, volgepropt met kinderen en boodschappen, van auto’s en fietsers. De man met de straatkranten slaat alles zwijgend gade, zijn donkere ogen ondoorgrondelijk. Bij een geopende laadklep staan twee vrouwen geanimeerd te praten; iets verderop hetzelfde tafereel, maar dan met zijn vieren.

Dan priemen blauwe koplampen in mijn binnenspiegel en voel ik de adem van een nieuwkomer in mijn nek: een grote SUV. Geïrriteerd getoeter. Geflits. Wel ja, kom maar hoor, rijd maar gewoon over me heen? Ik adem uit. Twee auto’s verder gooit iemand zijn bolide naar links de weg op, moe van het wachten… en ontwijkt ternauwernood een auto van de andere kant. Tussen mijn vingers door zie ik hoe ze elkaar net niet raken. Met woedende gebaren stuift de tegenligger de vrijheid tegemoet. We schuiven allemaal een plaatsje op.
Langzamerhand stroom ik ook vol met adrenaline. Waarom rijdt die eerste auto niet verder het terrein op? Of gewoon de zijstraat in? Of in deze straat rechtdoor? Ziet hij dan niet dat achter hem alles vast staat? Gossamme! En kunnen die dames alsjeblieft ergens anders gaan ouwehoeren? Weer rijdt er een auto weg van Albert Heijn, maar in onze file geen beweging. Gaat hij nou echt staan wachten tot er een betere plek vrij komt?! Ik klem mijn kaken op elkaar. Rustig blijven. Misschien heeft hij de vrije plek niet eens gezien.
Inmiddels staat in beide richtingen een file. Men wacht om af te slaan. Of staat verderop in de straat klem achter geparkeerde auto’s. De hele weg zindert van de spanning. Deuren gaan open en verhitte discussies breken los. Getver, hier komt nog ruzie van. Eindelijk ben ik bij de hoek, maar word dan geblokkeerd door een klein autootje dat schuin midden op de zijweg staat, de neus richting parkeerterrein. De vrouw staart dromerig voor zich uit, zich niet bewust van de chaos die ze mede veroorzaakt. Ik wacht even. Druk dan licht mijn claxon in om haar wakker te schudden, maar geen reactie. Ik wacht nog langer. Secondes lijken minuten. ‘Laat me langs, laat me LANGS’, sis ik vertwijfeld, terwijl ik naar de bestuurder achter mij gebaar dat ik er nog steeds niet door kan.

Net als ik voluit op de claxon wil timmeren, rijdt er weer een vehikel weg, waarop het rode autootje langzaam verder naar rechts sukkelt. Ik geef gas en schiet rechtdoor de vrije zijstraat in. Naar het piepkleine parkeerterrein aan de achterkant. Of nog verder. Liever een stukje lopen dan meedoen aan deze chaos. Jippie, in het hoekje is nog een gaatje. Ik parkeer achteruit, grijp mijn tas en marcheer de supermarkt binnen. Wat een gedoe hier ook altijd!
Een kwartier later loop ik met een tas vol boodschappen weer naar buiten, mijn gedachten al bij het avondeten. Ik kijk nog eens vol medeleven naar de wachtende, geïrriteerde automobilisten en begeef mij naar de achterkant van de supermarkt. Naar hui… Wat is dat nou? Een beige Volvo van zowat tien meter lang staat naast mijn auto geparkeerd. Nou ja, geparkeerd, de neus staat nog ruim twee meter van de muur af. En de achterkant blokkeert daarmee geheel mijn uitweg! Sputterend en briesend van verontwaardiging loop ik naar mijn auto, zet de tas met boodschappen achterin en kijk om me heen. Zal ik naar binnen lopen – ik trommel geërgerd op het dak – of zal ik…
Dan laat ik me achterover in mijn stoel zakken. Is het echt nodig me zo op te winden, is dit echt zo erg? Ik grijp een boek van de achterbank en ga rustig zitten lezen tot de bestuurster van de Volvo-slee verschijnt. Ik kijk haar even aan. Muts! Maar ze heeft mij een bonus geschonken: een kwartier rust… gewoon bij Albert Heijn.
Verhaal in zes woorden met beeld: schrijf een compleet verhaal in precies zes woorden en voeg daar een afbeelding bij die past bij het verhaal.
Dit keer zoekt Joke zes woorden verhalen over een detective. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verhalen over Hercule Poirot, Sherlock Holmes of Miss Marple. Maar ook de modernere detectives zoals Inspector Morse, Columbo, Derrick of de boeken van Baantjer over De Cock.

________________________________________________________________
Meer verhalen over dit thema vind je bij Jokezelf.
Verhaal in zes woorden met beeld: schrijf een compleet verhaal in precies zes woorden en voeg daar een afbeelding bij die past bij het verhaal.
Joke biedt ons een vrolijk tussendoortje vandaag.
Schrijf een 1 april grap of een grappig verhaal in zes woorden met beeld.
Grappig is mijn verhaal niet – verre van, eigenlijk. En iedereen heeft meteen door dat het bericht niet waar is. Een slechte grap, maar een grote wens.

Meer verhalen over dit thema vind je bij Jokezelf.
Een teamuitje? Maar natuurlijk mag dat! Denk er wel aan dat jullie een dagdeel besteden aan een maatschappelijk verantwoorde activiteit, hè. We kijken elkaar aan. Wat een verschil met een paar jaar geleden, toen we per fiets door Rotterdam crosten op City Safari. Destijds op het programma een percussie sessie, taarten maken en zelfs lurken aan een waterpijp. Daarna een zonnig terras om bij te komen van alle vermoeienissen, afgesloten met een exotisch diner. Dit jaar doen we het echter anders. Avans Hogeschool bestaat maar liefst tweehonderd jaar, en in dat kader zetten studenten en medewerkers zich maatschappelijk in het Brabantse in via Rent a Talent. Ook wordt geld ingezameld voor goede doelen. En daar doen wij maar wat graag aan mee!
Via Betrokken Ondernemers – Samen voor Breda – komen we uit bij Amarant in de Belcrum, waar veertien mensen met een verstandelijke beperking wonen. Hun grote wens is een kanariegele gang. Niet een zacht kleurtje, geen fletse achtergrond, nee, het moet knallen! En wij gaan die wens voor hen vervullen. Het is voor een aantal van ons toch wat spannend, de een is huiverig, de ander onzeker. Hoe zal het gaan? Hoe zullen de bewoners op ons reageren? Zal het niet een beetje eng zijn? Kunnen we wel op een goede wijze met hen omgaan? Diezelfde spanning leeft bij de Amaranters en de meesten slaan voor ons op de vlucht. Vijf van hen blijven echter dapper thuis om ons – negen vrouwen vol goede wil maar met weinig verfervaring – te helpen. En aanwijzingen te geven!
Gewapend met emmers verf, rollers, afplaktape en nog meer van dat soort zaken melden we ons om 9 uur in de Belcrum. De ontvangst is hartelijk en al snel babbelen we over en weer. Men is reuze benieuwd naar onze plannen. Groot is de verrassing als we de knutselspullen tevoorschijn toveren: we gaan ook nog een workshop naambordjes maken en vogelhuisjes versieren verzorgen.

Twee van ons gaan met de bewoners aan de slag rond de tafel. Ook zij gaan verven, maar dan op een creatieve manier. De rest hijst zich in doorzichtige overalls. Doorzichtig en blijkbaar ook doorlatend, want de verf gaat er dwars doorheen. De gang strekt zich voor ons uit, vijftien meter lang en meer dan drie meter hoog. Twee simpele keukentrappen staan uitdagend in het midden, de enige weg naar het plafond. Eerst alles maar eens afplakken – leve de ‘goed’ plakkende Action tape. Voor de zekerheid plakken we alles nog een keer af en leggen plastic op de vloer. Daar gaan we. Ik bestijg de treden en de eerste streken worden gezet. Het is echt geel. Knalgeel. Al snel moet de deur open, van verven krijg je het bloedheet! Ik houd één CD-ronde met hoempapa muziek vol, zelfs een tweede. Maar als de CD voor de derde keer op repeat gaat, verzoek ik vriendelijk doch dringend om andere muziek. De dreigend opgeheven verfroller heeft gelukkig het gewenste effect.
Rond twaalf uur is het tijd voor een prima verzorgde lunch; samen graaien in de pindakaaspot heeft iets knus. Versterkt door het lekkere eten gaan we weer aan de slag en om drie uur delen de kwasten de laatste likjes verf uit: we hebben het gered! De hele gang is geel en we hebben zelfs drie pilaren (min of meer) rood geverfd. Intussen hebben ook de bewoners hard gewerkt en zijn de vogelhuisjes klaar. Ze zijn prachtig geworden!

Laat in de middag nemen we afscheid van huize Amarant. Er worden handen geschud, geknuffeld en zelfs gekust. We hebben in die paar uren een bijzondere band opgebouwd. Deze mensen mogen dan een verstandelijke beperking hebben, emotioneel zijn ze des te uitbundiger, of in ieder geval puurder. Ze stralen, supertrots op hun creaties en op hun mooie gele gang. En wij stralen ook om hun vreugde. Wij hebben de zon in de gang gebracht, maar zij laten door hun warmte de zon stralen in ons hart.
Maatschappelijk verantwoord? Lang niet gek!