Als de zon schijnt, is het enige dat winter van lente scheidt, een glazen raam.
Winterzon
Als de zon schijnt, is het enige dat winter van lente scheidt, een glazen raam.
Als de zon schijnt, is het enige dat winter van lente scheidt, een glazen raam.
Nu weet ik zeker dat dromen geen bedrog zijn.
Zelfs daar verdwaal ik.
Als het te donker is voor de dageraad,
laat dan je ogen stralen.
♥
De winter tikt tegen de ruiten,
maar ik laat hem mooi niet binnen!
Zo’n dag dat je na een slapeloze nacht te lang onder de douche blijft staan en daardoor in de file naar je werk staat?
Zo’n dag dat je een probleem oplost, en daardoor beseft dat er nog een ander, groter probleem is?
Dat de zon schijnt en je alleen maar naar het bos wilt, maar opgesloten zit achter glazen wanden?
Zo’n dag dat je tegenstrijdige aanwijzingen krijgt?
Je geïrriteerd je laptop dicht klapt en naar huis wilt gaan, maar dat net op dat moment studenten aan de balie staan voor een sleutel?
Dat je zit te wachten op die sleutel, ze dan om een andere komen vragen en je nog langer moet blijven?
Zo’n dag dat je vriendje ziek is en je na je werk even langs gaat om om een kus te bedelen, als vervanging van een avond samen?
Zo’n dag dat je dan eindelijk op weg naar huis bent, maar recht in een rode zee van achterlichten rijdt?
Zo’n dag dat je je moeizaam een andere weg baant, dwars door het centrum, van het ene geobstipeerde stoplicht naar het andere?
Je huiverend thuis komt in een donker huis?
Zo’n moment dat twee harige lijven zich met ware doodsverachting van de trap af storten in hun haast om je te verwelkomen met liefhebbend gespin, aanhankelijkheid en vooral veel kopjes?
Zo’n dag waarvan het einde alles weer goed maakt?
Ken je dat?

Wat een prachtige ochtend!
Als ik een staart had,
zou ik kwispelen.
–
Ik wil de wolken vangen
een net langs de hemel hangen
en de grauwgrijze en witte watten
uit de natte lucht
plukken
Ik wil de wolkenmoes draaien
het goedje waar nodig zaaien
en wegzuigen het overschot
het regenwater
verdelen
Ik wil de wolken hoger
blazen met een enorme haardroger
ze naar gebarsten aarde leiden
laten ontkiemen
doordrenken
Ik wil de lucht in evenwicht vegen
verspreiden de vochtige zegen
en met ferme streken
de aarde
helen
–
Copyright Marion Driessen
–
ik vlecht gouden draadjes zonnestralen
tot een lint
en knoop hiermee mensen aan elkaar
verbind
zodat zij hand in hand
uit ieder land
het licht doorgeven
beleven
dat we helemaal niet zo anders zijn
geleid de glans tot in het hart
en verlicht van binnenuit
sla weg
de haat
de pijn
totdat het klopt…
–
de wereld op zijn kop
of op zijn hoofd
verdoofd, verbijsterd
als in een droom
loop ik rond en zoek
naar mijn leven
mijn plannen
de stip aan de horizon
in ander perspectief
ik klamp me vast
aan het heden
en leef van dag tot dag
lief lijf
beklijf
normaal wil ik zijn
dag pijn
dag zorgen
tot morgen
vandaag ben ik
gewoon weer ik
—
Voor M.K.
veel sterkte en beterschap
~Marion
Ze schrobt haar handen rood, gezwollen. De huid rimpelt om haar broze botten, terwijl ze met een vermoeid gebaar een weerbarstige lok achter de oren veegt. Achteloos, gedachteloos. Grijs zijn ze nu, haar haren slechts een hint van koper. Gebonden in een slordige knot vangen ze het zweet op dat langs haar nek naar beneden parelt. Het water in de tobbe kleurt grauw en bevrijdt het wasgoed van zijn sluier. Smetteloos moet het zijn, met minder neemt zij geen genoegen. Alleen het beste is goed genoeg voor haar heer.
Eindelijk hangt het goed te drogen, een wolk van wit op een geraamte van hout. En net op tijd, hoort ze daar zijn voetstappen? Maar nee, ze zijn te licht. Geen statige tred, maar hollende voeten. De stem te hoog, te jong. Vertwijfeld ziet ze hoe groezelige vingers haar harde werk besmetten, teniet doen. Ze graaien en trekken, betasten respectloos en spelen verstoppertje. Als de jongen het hemd over zijn hoofd wil trekken, stormt ze verontwaardigd naar voren. Wil je dat wel eens laten, kwajongen? Al snel is hij het beu, verkleedspelen is veel leuker met zijn tweeën. Hij huivert even en loopt dan weg.
De rust keert weer op de binnenplaats. Niet langer verstoord door de passage van het kind, voegen de flarden van de vrouw zich weer samen. Zij inspecteert haar goed en zucht. Terug naar de tobbe.
Zij was een vrouw.