Mist kruipt in slierten over het landschap. Het gebladerte, gehuld in ragfijne zijde, glinstert in het prille ochtendlicht. Wazige plukken blauw weerspiegelen in het raam en vormen een zonnige belofte. Het gordijn beweegt even opzij.
Met een geeuw rekt de man zich uit en werpt een blik op zijn slapende vrouw. Het is nog wel vroeg, maar de ochtendstond heeft goud in de mond. En hij heeft honger! Stilletjes glipt hij uit bed. Zijn stramme spieren stribbelen tegen na een nacht van rust, maar daar is hij aan gewend. De ouderdom komt met gebreken, luidt het spreekwoord. En dat klopt, al wil hij daar niet aan toegeven. Zwijgend kleedt de man zich aan en kijkt nogmaals door de spleet van het gordijn. Een mooie dag voor een wandeling!
Beneden duurt de stilte voort. De twee klokken tikken onverstoorbaar verder, alsof de heer des huizes niet net zijn entree heeft gemaakt. Wat muesli in een kom, melk erbij, en een kwartier later loopt de oudere heer met ferme pas de buitenlucht in.
De Droomvijver laat zijn pracht slechts met vlagen zien. De mist lijkt zich te concentreren, tracht zich vast te houden, maar het water is te grillig. De man is inmiddels de brug overgestoken en knoopt zijn wollen sjaal wat losser. Niets beter dan een ferme wandeling om het bloed sneller te laten stromen. Ritmisch met zijn armen zwaaiend slaat hij de hoek om. Dit wordt een makkelijk stukje, lekker bergaf. In de verte ziet hij nog een vroege vogel langs de weg lopen. Die geniet zeker ook van de prachtige omgeving.
Eens kijken of ik als oudje nog wat in me heb. Hij zet de versnelling een tandje hoger. Zijn voetstappen weerkaatsen in de holle weg en al snel is hij beneden aan de heuvel. De andere wandelaar heeft hem blijkbaar gehoord, want ook daar gaat de snelheid iets omhoog. Langzaam wordt de afstand tussen hen groter.
Wel verdorie, denkt de man, dat laat ik niet op mij zitten! Ik ben dan wel oud maar nog lang niet afgeschreven! Zijn stappen worden groter en het zwaaien van de armen iets geforceerd. Al snel knoopt hij zijn jas wat verder los. De muts verdwijnt in één van zijn zakken. Langzaam hervindt de man zijn tempo; het hart, de spieren, longen, alles werkt samen om meer energie naar zijn benen te stuwen. Hij loopt in!
De wandelaar voor hem lijkt even in te houden, maar gaat dan met een zichtbare versnelling er vandoor. Allemachtig, denkt de heer op leeftijd, wat verbeeldt die zich? Mij proberen af te schudden? Mooi niet, al val ik er straks bij neer! Hij dwingt zijn lijf tot een nog grotere prestatie en gaat in een halve sukkeldraf achter zijn uitdager aan. Het onderhemd kleeft intussen aan zijn rug en het zweet staat op zijn hoofd. Bonkebonkebonk gaat zijn hart. Ouwe gek, denkt hij, dadelijk lig je hier met een hartaanval. Nog heel even…
Als de man de hoek omslaat, staat hij ineens recht tegenover een vrouw, die met een knalrood hoofd en de handen op de knieën aan de kant van de weg staat te wankelen. Doodsangst vertekent haar gezicht.
Ik KAN niet meer!
hijgt ze wanhopig en begint te huilen.
Ik kan… ECHT… niet meer… Pak me dan maar als het moet, maar echt, ik zet geen stap meer!
Ze snakt naar adem terwijl de tranen langs haar wangen biggelen.
Totaal verwilderd staart de oude heer haar aan en probeert op adem te komen.
Eh…? Pakken? Wat? Waar… heb je het ov…
Dan stijgt ineens het bloed naar zijn wangen. Uitdaging? Het was geen uitdaging! Het was de angst die haar telkens harder deed lopen. Sprakeloos stamelt hij iets onsamenhangends, maakt een onhandige buiging en loopt dan door. Nieuw zweet op zijn voorhoofd. Recht naar huis. Waar hij ook nog eens de wind van voren krijgt. Du ouwe gek.
—








Opwinding en verwarring heersten over het land en ook ver daarbuiten. Overal braken discussies los. ‘Wat zou het betekenen,’ vroeg men zich af, ‘welke kant gaat het Spel nu op? Keert dit het tij? Komen de Gulden Tijden van weleer weer terug? Of wordt het gehele Waterrijk in duisternis gedompeld?’
Eén van de ondeugden in kwestie, de Wilde Pion, wreef intussen in zijn handen, overtuigd van zijn briljante zet.






Mijn studiekeuze had werkelijk niets met mijn wensen voor de toekomst te maken. Wel alles met een uitloting voor de opleiding Ergotherapie. Met een gebrek aan financiële middelen om archeologie succesvol te kunnen inzetten na de studie (verborgen piramides blootleggen en zo). En vooral met spontane besluiten, gezelschap, jong en onbezonnen zijn en niet te vergeten de aantrekkingskracht van Breda. Decanen zijn overbodig: open een vestiging van het V.V.V. in middelbare scholen en promoot je stad. Succes verzekerd.
Studeren betekent vaak afscheid nemen van je leventje bij paps en/of mams. En dan zou het zo maar kunnen zijn dat je gaat samenwonen met iemand van je middelbare school, die je niet goed kent en die je uiteindelijk beter leert kennen dan je ooit zou willen. Dan kan het best wel eens gebeuren dat je regelmatig een grijze massa lillende lever boven een braadpan ziet uitstijgen, met daarboven weer het verheerlijkte gelaat van je huisgenote, terwijl je eigen van afgrijzen vertrokken gezicht vastberaden de toegang tot je mond blokkeert. Uit diezelfde pan worden twee dagen later misschien wel kipschnitzels opgediept, die aan weerszijden van de vork hun flanken laten hangen… Een slappe kipschnitzel, voormalig krokante schijf met knapperige korst! Metamorfoseert dat ding tussen wanden van staal of zo? Niet weg te krijgen! Ik leerde in ieder geval in een rap tempo lekkere dingen koken.
En dan ineens gaat het kriebelen. Je passie gaat knagen. Je echte interesse, je talent en bevlogenheid spannen samen om je eens flink te kietelen, zodat je het niet meer kunt negeren: je MOET er nu iets mee gaan doen! Als je een van de gelukkigen bent grijp je deze kans op omscholing op wat latere leeftijd en stort je je met de moed der wanhoop – wellicht met de wanhoop der moed – op een nieuwe studie. Een studie die bloed, zweet en tranen kost, maar waarmee je je leven de juiste kant op kunt sturen. RESPECT voor deze doorzetters. Maar soms heb je deze optie niet en moet je andere wegen bewandelen.

