~
op een stage lang gelee’
in Terheijden
liep ik mee
op de kinderboerderij
~
toen een kleurrijke rakker
dacht, mijn hemel
een stakker
die moet weg uit onze wei
~
met ferme pas en snavel
viel hij aan
‘Mijn kavel!’
gaf niet op totdat hij won
~
bedrieglijk zachte veren
hebben mij toen
doen leren
hoe hard ik rennen kon
~
gekakel bleef mij volgen
tot met schaamrood
verbolgen
ik een bezem nam ter hand
~
resoluut weer de wei in
vogel vluchtte
niet zijn zin
joeg hem over het hele land
~
Sindsdien heb ik ontzag
voor wat kraait
met een lach
maar kom niet dichterbij
~
Sloot een pact zonder haat
met zanger der
dageraad:
‘Jij de kip, ik het ei!’
~
Categorie: Korte verhalen
Zweet
Vijfhonderd kilo staal, stof, vlees en bloed. En zweet. Vooral veel zweet. Dit alles dendert voort op twee stroken rubber. Nou ja, dendert… balanceert in een haarspeldbocht is correcter. Een grote vrachtwagen komt kreunend naar beneden en versmalt de weg aanzienlijk. Het is warm, heet zelfs. Ik ga maar weer eens verzitten, zodat andere delen van mijn zitvlak belast worden. Het druppelt in mijn helm. De broek plakt aan mijn benen en het broeit in mijn jas. Motorvakantie in Italië. Van buiten is het net zo warm als van binnen.
Dan hoor ik een zoemend geluid links achter me. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een andere motor aan komen. Soepel draait hij door de bocht en fladdert voorbij. Ja, fladdert. De slippers wiebelen, de short plooit zich rond bruinverbrande benen en het shirt ziet er zo koel uit dat ik op slag jaloers word. Hij heeft nog nét een helm op en raast in een noodgang vlak langs ons. Het ziet er zeer aanlokkelijk uit en ik wil ter plekke ook de kleren van mijn lijf scheuren. Maar de koude rillingen bij de gedachte aan wat zou kunnen gebeuren als hij zou vallen, zorgen voor ogenblikkelijke verkoeling. Mijn jas blijft aan.
We zijn met de autotrein van Düsseldorf naar Alessandria in Noord-Italië geboemeld en rijden vandaaruit naar Florence. Deze prachtige stad is een warm bad, waar je ondergedompeld wordt in een mix van oude gebouwen, cultuur, een vriendelijke sfeer en zinderende hitte. Gelukkig zorgen de vele terrasjes voor vloeibare verkoeling. Wat is het leuk om mensen te kijken. En te ontmoeten! Het ene B&B is nog aantrekkelijker dan het andere en de contacten met de gastgezinnen zijn hartverwarmend. Ze verwennen je met zelfgebakken brood, gebak en jam en in Frankrijk met een diner dat wat mij betreft vijf sterren verdient.
Het voor- én nadeel van een motorvakantie is dat je niet veel kunt meenemen. De kleine zadeltassen zijn gevuld met regenpakken, schoenen en toiletspullen. Een tasje om de nek en een grote tas achterop zijn de enige opbergmogelijkheden voor twee personen voor ruim twee weken toeren. Maar het is genoeg: een korte en lange broek, wat shirts, een jurk en wasmiddel is eigenlijk alles dat je nodig hebt op een zonvakantie. De e-reader, die ik als een van de eerste dingen heb ingepakt, heeft ook prima diensten geleverd. Stel je een tuin voor met een boomgaard waar de peren en druiven bijna in je mond vallen. Op de achtergrond tsjirpt een krekel-orkest en rode wijn glinstert in je glas. De avondzon werpt een gouden licht op je boek…
… en dan word je belaagd door tijgermuggen. Hordes akelige bijtgrage muggen die blijkbaar zeer te spreken zijn over mijn bloed. De builenpest is er niks bij. Wat een rotbeesten zeg. Koeien dragen trouwens bellen in Zuid-Europa en zouden veel voordeel hebben bij poten van ongelijke lengte. Open heuvellandschap wordt afgewisseld met uitgestrekte bossen in nationale parken, waar je alleen een verdwaalde fietser tegenkomt. Hoe anders dan in ons kleine Nederland.
Het is ook een andere cultuur. In de basiliek houdt een betaalde voyeur nauwlettend de vrouwelijke bezoekers in de gaten: bij teveel bloot been en/of schouder moet er onverbiddelijk een blauwe crêpepapieren poncho overheen. Een ingeblikte stem weergalmt door de kerk: Silenzio! De opname maakt meer lawaai dan het publiek en ik houd het al snel voor gezien. Bij een parkeergarage herkent het systeem de motor niet en krijg ik na vijf minuten via de praatpaal in het Italiaans te horen dat deze alleen voor auto’s bestemd is – een plasje smeltwater ligt inmiddels aan mijn voeten. In Greve zijn we getuige van een kerkmis die buiten wordt gehouden; hele straten worden er voor afgezet. De eenvoudige houten banken zijn goed bezet.
We leggen drieduizend kilometer af langs zonnebloemen en ronde strobalen, historische stadjes en cipressen, beklimmen de hoge Bernard pas, trotseren wind en sneeuw, kiezels en kuilen, rijden door Italië, Zwitserland, Frankrijk en België zonder kleerscheuren. En dan zwik ik van een drempel van vijf centimeter hoog en beland met een dreun vol met mijn rechterknie op de granieten vloer. Een motorvakantie is gevaarlijk, mensen! Veel gezien, veel meegemaakt, veel… te kort!
Maar we moeten weer terug in het gareel. Het nieuwe studiejaar is immers weer begonnen. De herkansingsweek in volle gang. Een migratie van de studentenmail zorgt ervoor dat onze studenten niet meer bij hun (oude) berichten kunnen. De koppeling tussen landelijke en hogeschool systemen is verstoord. Ja, het begint alweer prima. Eindelijk weer wat actie in de tent. Dat wordt weer zweten.
Vakantiegevoel
Bijna vakantie. Eindelijk weer…
Eindelijk weer doen wat we echt willen? Nee, dat vind ik veel te mager! Als mijn geluk moet afhangen van die ene vakantieperiode, als ik leef voor die paar weken per jaar, dan ben ik niet goed bezig.
VakantieGEVOEL, dat vrije – dat ongedwongen jezelf zijn – dat moet je iedere dag even hebben. Al is het maar een half uur, of zelfs tien minuten. Gewoon tijd voor jezelf. Uitgelaten zijn. Gek doen. Stil zijn.
Iedere dag een beetje vakantie, en op gezette tijden heel veel vakantie. Dat is wat ik wil, wat ik doe, wat ik voel.
~
Geniet van je vakantie
Smul van iedere dag
Niet omdat het moet
maar gewoon
OMDAT HET MAG!
~
(Ook al klettert de regen tegen de ramen. En is het bar koud buiten. Brrr ;))
Een Blauwe Brief
Iedere dag weer naar het werk. Iedere dag weer uit dat lekker warme bed omhoog om aan te sluiten in de rijen der arbeiders. ‘Later’, zeg je, ‘later stop ik met werken en doe alleen nog maar wat ik leuk vind! Ik neem tijd voor mijn hobby’s, stuur alle stress de laan uit en ga écht leven met mijn partner.’ Maar ‘later’ wordt vaak ‘te laat’. Hoe vaak hoor je niet dat iemand die net gepensioneerd is, ineens ziek wordt. Of een hartstilstand krijgt. ‘Later’ vind ik een naar woord. Niet later maar nu!
Afgelopen jaar vatte ik daarom het briljante idee op om een eigen bedrijf te beginnen, met als doel op termijn minder bij Avans te werken en meer thuis te zijn. Verder dan het regelen van de randvoorwaarden is het tot nog toe eigenlijk niet gekomen. Te druk om er echt werk van te maken. Te druk om het ooit minder druk te krijgen?
Maar ik heb wel een klant gehad, van wie ik de afstudeerscriptie tekstueel heb gecorrigeerd. Vele avonden tuurde ik me suf op de kleine lettertjes. Heb ik me verdiept in de gedachtegang en onderzoeken van een student die had zitten ploeteren op haar werkstuk. En daarmee verdiende ik maar liefst € 126,-. Gezien het aantal bestede uren veel te weinig. Bovendien waren daar nog de kosten voor de Kamer van Koophandel, de websites en de te betalen belasting. Het begin was echter gemaakt. Bovendien kreeg ik nog een verrassing!
Daar lag hij dan, te prijken op de deurmat. Een prachtig gekleurd verjaardagscadeau. De envelop leek haast omhoog te zweven, zo graag wilde hij opgepakt worden. ‘Hey’, zeiden mijn ouders, die op bezoek waren, ‘wat bijzonder, krijg je nog geld op je verjaardag ook!’. Ik knikte stralend en ritste nietsvermoedend de blauwe brief open. De glimlach verstijfde en een seconde later verschoot ik van kleur: of ik even € 4.396,- wilde betalen. Ik zag rood. Rood op mijn bankrekening en rood voor mijn ogen; wit in mijn gelaat.

De aanslag was het resultaat van een te laat ingevulde aangifte voor omzetbelasting. Als ondernemer moet je namelijk ieder kwartaal aan de Belastingdienst doorgeven of je iets verdiend hebt. Dit wist ik, maar ik was in de veronderstelling dat ik hiervoor nog het hele kwartaal de tijd had. Het bleek slechts één maand te zijn. En ik was te laat.
Geschat inkomen in kwartaal 1: € 4.250,-. Daarbij boeterente (percentage van dat bedrag) en nog een extra boete voor te laat aangifte doen: € 61,-. Tikt lekker aan. Mijn ego werd toch een beetje gestreeld doordat ze mijn inkomen schatten op ruim vierduizend euro over drie maanden. Maar mijn ego laat zich niet strelen door vreemden! Het hele jaar ervoor verdiende ik iets meer dan honderd euro en ineens zou dat dertigvoudig omhoog schieten in een kwartaal?! In het holst van de nacht logde ik in op de belastingsite om alsnog mijn aangifte te doen. Het lukte: inkomsten nihil. Zo, dat zou toch helpen?
Gewoon maandag even bellen om alles recht te zetten. De eerste keer dat ik belde kreeg ik zowaar meteen verbinding. Met een bandje. Of ik even geduld had. Geschatte wachttijd 4-8 minuten. Na een half uur in de wacht te zitten knarsetanden smeet ik de hoorn op de haak. Tien verdere pogingen leverden me alleen verbroken verbindingen op. ‘s Middags nog gezellig een tijdje in de virtuele belastingwachtkamer rondgehangen, maar tegen vier uur had ik beet. Een aardige medewerker leefde geheel met me mee, liet mij stoom afblazen en verzekerde me dat ik na het betalen van de boete van alles af zou zijn. Pfew, wat een opluchting. Ik zou een nieuwe aanslag krijgen. De Belastingdienst en ik, dikke mik! Binnen vijf minuten had ik die boete overgemaakt. Blij, ondanks de verloren € 61,-.
Tot afgelopen vrijdagavond. Thuis gekomen ontwaarde ik wederom een blauw schijnsel. Benieuwd en vol vertrouwen scheurde ik de envelop open en… hey, kijk, dat noem ik nou service: ik hoefde nu nog slechts € 4.335,- te voldoen (de door mij betaalde boete was in mindering gebracht) onder dreiging met invorderingsrente en een deurwaarder. Wederom een leuk bericht om het weekend in te gaan. En dat zit je dan toch niet lekker.
Een nieuw telefoontje op maandag leerde mij dat ik wel een tweede aanslag had ontvangen, maar dat die eigenlijk niet echt was. Een nep-aanslag zeg maar, waarschijnlijk om de bloeddruk van de belastingbetaler op peil te houden. Want de echte nieuwe stond al klaar in het systeem. En daar was het bedrag inderdaad teruggebracht tot nul. Maar die derde blauwe brief zou pas later verstuurd worden.
Later. Een naar woord. Ik blijf maar werken bij Avans. Om mijn eigen bedrijf te kunnen bekostigen.
Gewoon bij Albert Heijn
Fel rode achterlichten branden een gat in mijn waas van werk-gedachten. Er staat zowaar een file in ons dorp! Een heel korte weliswaar, maar toch. Gelaten sluit ik achteraan en probeer uit alle macht de rotonde niet te blokkeren. Het lukt net. Voor en achter mij scheren fietsers rakelings langs. ‘Kom op’, mompel ik, ‘rijd even iets verder door?’ Tergend langzaam rollen de wielen nog een meter naar voren, maar dan sta ik vast. De neus van mijn vehikel snuffelt aan de kont van haar voorganger, de trekhaak akelig dichtbij.
Aan mijn rechterhand ontwaar ik mijn bestemming. Op het kleine parkeerterrein is het een komen en gaan van klanten met blauwe karretjes, volgepropt met kinderen en boodschappen, van auto’s en fietsers. De man met de straatkranten slaat alles zwijgend gade, zijn donkere ogen ondoorgrondelijk. Bij een geopende laadklep staan twee vrouwen geanimeerd te praten; iets verderop hetzelfde tafereel, maar dan met zijn vieren.

Dan priemen blauwe koplampen in mijn binnenspiegel en voel ik de adem van een nieuwkomer in mijn nek: een grote SUV. Geïrriteerd getoeter. Geflits. Wel ja, kom maar hoor, rijd maar gewoon over me heen? Ik adem uit. Twee auto’s verder gooit iemand zijn bolide naar links de weg op, moe van het wachten… en ontwijkt ternauwernood een auto van de andere kant. Tussen mijn vingers door zie ik hoe ze elkaar net niet raken. Met woedende gebaren stuift de tegenligger de vrijheid tegemoet. We schuiven allemaal een plaatsje op.
Langzamerhand stroom ik ook vol met adrenaline. Waarom rijdt die eerste auto niet verder het terrein op? Of gewoon de zijstraat in? Of in deze straat rechtdoor? Ziet hij dan niet dat achter hem alles vast staat? Gossamme! En kunnen die dames alsjeblieft ergens anders gaan ouwehoeren? Weer rijdt er een auto weg van Albert Heijn, maar in onze file geen beweging. Gaat hij nou echt staan wachten tot er een betere plek vrij komt?! Ik klem mijn kaken op elkaar. Rustig blijven. Misschien heeft hij de vrije plek niet eens gezien.
Inmiddels staat in beide richtingen een file. Men wacht om af te slaan. Of staat verderop in de straat klem achter geparkeerde auto’s. De hele weg zindert van de spanning. Deuren gaan open en verhitte discussies breken los. Getver, hier komt nog ruzie van. Eindelijk ben ik bij de hoek, maar word dan geblokkeerd door een klein autootje dat schuin midden op de zijweg staat, de neus richting parkeerterrein. De vrouw staart dromerig voor zich uit, zich niet bewust van de chaos die ze mede veroorzaakt. Ik wacht even. Druk dan licht mijn claxon in om haar wakker te schudden, maar geen reactie. Ik wacht nog langer. Secondes lijken minuten. ‘Laat me langs, laat me LANGS’, sis ik vertwijfeld, terwijl ik naar de bestuurder achter mij gebaar dat ik er nog steeds niet door kan.

Net als ik voluit op de claxon wil timmeren, rijdt er weer een vehikel weg, waarop het rode autootje langzaam verder naar rechts sukkelt. Ik geef gas en schiet rechtdoor de vrije zijstraat in. Naar het piepkleine parkeerterrein aan de achterkant. Of nog verder. Liever een stukje lopen dan meedoen aan deze chaos. Jippie, in het hoekje is nog een gaatje. Ik parkeer achteruit, grijp mijn tas en marcheer de supermarkt binnen. Wat een gedoe hier ook altijd!
Een kwartier later loop ik met een tas vol boodschappen weer naar buiten, mijn gedachten al bij het avondeten. Ik kijk nog eens vol medeleven naar de wachtende, geïrriteerde automobilisten en begeef mij naar de achterkant van de supermarkt. Naar hui… Wat is dat nou? Een beige Volvo van zowat tien meter lang staat naast mijn auto geparkeerd. Nou ja, geparkeerd, de neus staat nog ruim twee meter van de muur af. En de achterkant blokkeert daarmee geheel mijn uitweg! Sputterend en briesend van verontwaardiging loop ik naar mijn auto, zet de tas met boodschappen achterin en kijk om me heen. Zal ik naar binnen lopen – ik trommel geërgerd op het dak – of zal ik…
Dan laat ik me achterover in mijn stoel zakken. Is het echt nodig me zo op te winden, is dit echt zo erg? Ik grijp een boek van de achterbank en ga rustig zitten lezen tot de bestuurster van de Volvo-slee verschijnt. Ik kijk haar even aan. Muts! Maar ze heeft mij een bonus geschonken: een kwartier rust… gewoon bij Albert Heijn.
Wordfeud
Raadsel: wat hebben Weblog, Bling-bling, Speeddaten en Googelen met elkaar te maken? Nu zou het zo kunnen zijn dat je bij het zoeken naar iets bling-blingerigs via Google ineens een date te pakken hebt en daarover een geweldig verhaal schrijft op je blog. Maar daar doel ik niet op. De overeenkomst is dat deze woorden in de afgelopen jaren vernederlandst zijn. Als je iemand vorige eeuw zou hebben geadviseerd om te Googelen naar de meest zuinige koelkast, had die jou waarschijnlijk verbluft aangekeken en je het nummer van zijn logopedist gegeven. Of psycholoog.

De Nederlandse taal breidt zich dagelijks uit. Woorden die je tien jaar geleden nog nooit gehoord had, zijn ineens ingeburgerd. Apps zijn aan de orde van de dag. WhatsAppjes vliegen je rond de oren. En sinds kort is weer een nieuw woord in opmars: Wordfeud. Wordfeud is een spelapplicatie die je gratis kunt downloaden. Het betekent woordvete. Vecht een vete uit met woorden. Altijd beter dan met wapens.
Onlangs vraagt een vriendin mij, half stuiterend van opwinding, om een woord te maken van een aantal letters. Zij kijkt daarbij constant op haar gsm. Eh, node? Doen? En? Do? Doe? Deze opties zijn echter niet goed genoeg. Hmmm, interessant, wat voor spel zou het zijn… maar al snel leidt een ander (rollen)spel mijn aandacht af en ik vergeet het hele gebeuren.
Tot het Wordfeud virus ook op het werk toeslaat. Een collega roept dat zij een Tablet besteld heeft. Bij het Kruidvat. Voor € 90,-. Om te Wordfeuden. Nu raken mijn oren gespitst natuurlijk. Vierhonderd harde euro’s vind ik veel te veel voor zo’n hebbeding, maar negentig… vakantie, WiFi, foto’s, mailen, YouTube, handig!
En voor Wordfeud, dat is écht iets voor jou, Mar, dat weten we zeker!
Een woordvete? Het blijkt gewoon Scrabble te zijn. En dat vind ik leuk! Tien minuten later plaats ik de bestelling online, in dat soort dingen ben ik nogal spontaan. Actie. Kom maar op, Kruidvat. Kom maar op, Wordfeud! O, vier weken levertijd. Maar wacht eens, dat spel kan natuurlijk ook op mijn telefoon, hoera! Even zoeken naar de app en daar gaan we.

Eerst een account aanmaken. Mailadres intypen en… reeds in gebruik? Nu doe ik veel online en speel ik ook games, maar ik kan me niet herinneren dat Wordfeud daar een van is. Tot mijn verbazing blijkbaar wel, al herken ik mijn eigen username niet. En pakt het ding ook mijn wachtwoorden niet. Plus kan ik me niet herinneren dat ik gisteravond een spel plus chats ben gestart met mensen die ik niet ken. Ik weet niet eens hoe het werkt. Wie haalt het in haar bolle hersenen om mijn e-mailadres te misbruiken?!
Een wachtwoord reset lijkt me raadzaam. Gelukt, bevestiging via MIJN mail. Ook het Wordfeud alias gewijzigd en de voltooide spellen eruit gejopt. Done. Goh, kijk aan, ik heb zelfs al een kant-en-klare vriendenlijst, wat attent van Wordfeud. Weg ermee! Even in de chats kijken naar iemand die de Marion Driessen-imitator persoonlijk kent. Ah, ze is online. En ze gaat verder met chatten:
Hey wat leuk, een nieuw plaatje en naam?
Inderdaad. Een nieuw plaatje. Een nieuw alias. Zelfs een heel ander persoon, wat denk je daar van? Wil je alsjeblieft degene die mijn mailadres heeft gebruikt laten weten dat ik daar vrij pissig van word? En dat ze daar onmiddellijk mee moet ophouden? Hartelijk dank!
Het blijft een half uur stil. In gedachten zie ik haar bellen naar haar vriendin. Daar is ze weer:
Maar hoe kan dat dan?
Nou heel makkelijk, Wordfeud vraagt geen e-mailbevestiging om te spelen, zo kan dat dus.
Het blijft weer vijf minuten stil. Er wordt blijkbaar druk telefonisch overlegd over de volgende vraag. Dan:
Maar wie ben jij dan?
Inmiddels ben ik het spuugbeu.
Simpel, ik ben de Marion Driessen die er niet van gediend is dat haar gegevens misbruikt worden. Geef aan je vriendin door dat ze met haar eigen e-mailadres Wordfeudt, niet met dat van een ander. Goedenavond.
Waarop ik ook die sessie verwijder, chat en al. Eindelijk een geheel schoon account.

‘s Avonds krijg ik een mail. Vanuit een Wordfeud-app. Of ik even wil bevestigen dat ik het wachtwoord voor de tweede keer wil veranderen? Ik ontplof bijna, is mijn naamgenote nu weer bezig?! Natuurlijk verwijder ik deze mail, zodat zij niet kan inloggen en dus ook niet kan spelen. Misschien dat de boodschap nu wel overkomt.
Wordfeud. Het zou haast nog een echte vete ontketenen. Inmiddels heb ik vaste maatjes waarmee ik strijd voer in Nederlands en Engels. Met wisselend succes, maar wel altijd met plezier. Spelen met woorden, leuk!
De Uitdaging
Mist kruipt in slierten over het landschap. Het gebladerte, gehuld in ragfijne zijde, glinstert in het prille ochtendlicht. Wazige plukken blauw weerspiegelen in het raam en vormen een zonnige belofte. Het gordijn beweegt even opzij.
Met een geeuw rekt de man zich uit en werpt een blik op zijn slapende vrouw. Het is nog wel vroeg, maar de ochtendstond heeft goud in de mond. En hij heeft honger! Stilletjes glipt hij uit bed. Zijn stramme spieren stribbelen tegen na een nacht van rust, maar daar is hij aan gewend. De ouderdom komt met gebreken, luidt het spreekwoord. En dat klopt, al wil hij daar niet aan toegeven. Zwijgend kleedt de man zich aan en kijkt nogmaals door de spleet van het gordijn. Een mooie dag voor een wandeling!
Beneden duurt de stilte voort. De twee klokken tikken onverstoorbaar verder, alsof de heer des huizes niet net zijn entree heeft gemaakt. Wat muesli in een kom, melk erbij, en een kwartier later loopt de oudere heer met ferme pas de buitenlucht in.
De Droomvijver laat zijn pracht slechts met vlagen zien. De mist lijkt zich te concentreren, tracht zich vast te houden, maar het water is te grillig. De man is inmiddels de brug overgestoken en knoopt zijn wollen sjaal wat losser. Niets beter dan een ferme wandeling om het bloed sneller te laten stromen. Ritmisch met zijn armen zwaaiend slaat hij de hoek om. Dit wordt een makkelijk stukje, lekker bergaf. In de verte ziet hij nog een vroege vogel langs de weg lopen. Die geniet zeker ook van de prachtige omgeving.
Eens kijken of ik als oudje nog wat in me heb. Hij zet de versnelling een tandje hoger. Zijn voetstappen weerkaatsen in de holle weg en al snel is hij beneden aan de heuvel. De andere wandelaar heeft hem blijkbaar gehoord, want ook daar gaat de snelheid iets omhoog. Langzaam wordt de afstand tussen hen groter.
Wel verdorie, denkt de man, dat laat ik niet op mij zitten! Ik ben dan wel oud maar nog lang niet afgeschreven! Zijn stappen worden groter en het zwaaien van de armen iets geforceerd. Al snel knoopt hij zijn jas wat verder los. De muts verdwijnt in één van zijn zakken. Langzaam hervindt de man zijn tempo; het hart, de spieren, longen, alles werkt samen om meer energie naar zijn benen te stuwen. Hij loopt in!
De wandelaar voor hem lijkt even in te houden, maar gaat dan met een zichtbare versnelling er vandoor. Allemachtig, denkt de heer op leeftijd, wat verbeeldt die zich? Mij proberen af te schudden? Mooi niet, al val ik er straks bij neer! Hij dwingt zijn lijf tot een nog grotere prestatie en gaat in een halve sukkeldraf achter zijn uitdager aan. Het onderhemd kleeft intussen aan zijn rug en het zweet staat op zijn hoofd. Bonkebonkebonk gaat zijn hart. Ouwe gek, denkt hij, dadelijk lig je hier met een hartaanval. Nog heel even…
Als de man de hoek omslaat, staat hij ineens recht tegenover een vrouw, die met een knalrood hoofd en de handen op de knieën aan de kant van de weg staat te wankelen. Doodsangst vertekent haar gezicht.
Ik KAN niet meer!
hijgt ze wanhopig en begint te huilen.
Ik kan… ECHT… niet meer… Pak me dan maar als het moet, maar echt, ik zet geen stap meer!
Ze snakt naar adem terwijl de tranen langs haar wangen biggelen.
Totaal verwilderd staart de oude heer haar aan en probeert op adem te komen.
Eh…? Pakken? Wat? Waar… heb je het ov…
Dan stijgt ineens het bloed naar zijn wangen. Uitdaging? Het was geen uitdaging! Het was de angst die haar telkens harder deed lopen. Sprakeloos stamelt hij iets onsamenhangends, maakt een onhandige buiging en loopt dan door. Nieuw zweet op zijn voorhoofd. Recht naar huis. Waar hij ook nog eens de wind van voren krijgt. Du ouwe gek.
—
~ Met dank aan mijn geliefde vader, een geweldige inspiratiebron! ~ 😀
D&D – The Underdark
Op 5 november 2011 schreef ik een post over ons roleplaying game Dungeons & Dragons. Voor de geïnteresseerden volgen hier de uitgewerkte verslagen:
Het weekend startte allemaal met Shucks! VORN! – Wat waren we trots op onze overwinning op de slechterik! En wat was het een blamage toen bleek dat we de verkeerde gepakt hadden. Gelukkig kregen we de mogelijkheid om alles recht te zetten.
En verder ging het met Council of the Eight Ruling Houses. Ons huis Xaniqos was geaccepteerd in de Hoge Raad, maar we moesten ons wel nog bewijzen. Of we The Mask of the Matriarch maar even wilden gaan halen. Een masker dat al sinds tijden spoorloos was. Maar natuurlijk doen we dat. Op pad!
Het masker zou te vinden zijn in het Ghetto of the Dead. En ik kan je verzekeren dat dit geen aangename omgeving is, je gaat er niet echt voor je plezier naar toe. Allerlei moordzuchtige, hongerige wezens staan je naar het leven. Rennen en het juiste mausoleum vinden. Piece of cake.
Ben je ontsnapt aan de ghouls, kom je warempel nog meer Monsters In The Dark tegen. Niet goed voor je hart, maar wel voor je lachspieren. Krengen waren het, niet kapot te krijgen! Of toch wel?
Rare jongens die Dungeons & Dragons karakters 😉 Maar zij staan wel garant voor weekenden vol vriendenpret met prachtige boeken, unieke dobbelstenen en grote avonturen. Over enkele weken de volgende sessie…
De Saxofoon
Belevenissen van een Ouder Echtpaar
Gastblog door mijn oom Albert Driessen. Enige kennis van Limburgs is een pré 😉
Het was op een mooie zonovergoten dag in april dat het echtpaar al vroeg uit de veren was. Vandaag zouden ze een saxofoon gaan bekijken en eventueel tot een koop besluiten, mits het instrument aan de eisen van de heer W. Bloasgèer voldeed. Welgemutst en goed uitgerust togen ze op weg naar het plaatsje Vorselaar in België.

Mevrouw A. Bloasgèer-van Blètsjgèer was een beetje nerveus: het was ook niet niks, zo’n verre reis naar het buitenland. Ze had wat brood met beleg en drie kannen koffie klaargemaakt, zodat ze onderweg even konden stoppen voor een kleine picknick. In alle consternatie was ze echter de koelbox en de koffiekannen, die ze in een tas gedaan had, vergeten in de auto te zetten. Een geluk dat ze er aan dacht voordat ze bij Nuth de autoweg opreden.
‘Het begint alweer goed,’ blafte Wilfred Bloasgèer, draaide 180 graden en reed met een grimas op z’n bakkes weer huiswaarts.
Na dit oponthoud verliep de reis verder probleemloos. Wilfred had zijn navigatie systeem ingeregeld en onder het genot van een muziekje schoot de reis goed op. Op een gegeven moment – ze reden tussen een colonne vrachtauto’s – ging plots een auto op de linkerrijbaan vol in de remmen. Hij raakte onder een grote blauwe wolk van zijn banden in een slip en kwam recht op de auto van het echtpaar af. Wilfred reageerde instinctief en reed geheid de vluchtstrook op. De in de slip geraakte auto miste hun auto op een haar na!
Het was gelukkig nog goed afgelopen en na enige tijd reden ze in een bosrijk gebied. Anky zei ‘Wilfred, stop hier ergens, dan eten wij wat.’ Zo gezegd, zo gedaan. Even later zaten ze gemoedelijk op een parkeerplaats met een heerlijke kop koffie en een goed belegde boterham in de hand te genieten van de rust. ‘Wilfred, ik moet even een grote boodschap doen.’ Anky liep om zich heen kijkend naar een grote haag waar ze achter ging zitten.
Opeens een gil en Wilfred sprong als door een wesp gestoken op en riep ‘Wat is er gebeurd?!’
‘Kom maar eens kijken.’

Toen hij bij haar kwam, viel zijn mond open van verbazing. ‘Wa… wa… wat is dat?’ en wees op een konijn en een fazant die daar in het gras lagen. Anky vertelde wat haar was overkomen. ‘Ik had geen toiletpapier, dus pakte ik een bosje gras. Maar tot mijn schrik pakte ik een konijn bij de oren en ik schrok zo dat ik hem de lucht ingooide en tot mijn grote verbazing kwam hij tegen een voorbij vliegende fazant. Wat moet ik hiermee doen?’ Hierop zei Wilfred ‘Neem maar mee naar huis. Dan hebben wij tenminste iets van België als de saxofoon niet is wat ik er mij van voorgesteld heb.’
‘Als de politie ons maar niet aanhoudt, want dan krijg je ook nog een proces voor stropen!’ zei Anky.
Het navigatie systeem bracht hen probleemloos naar het adres in Vorselaar. Daar aangekomen bleek de eigenaar van het instrument een zeer aimabel persoon te zijn, evenals zijn echtgenote. Ze werden naar de woonkamer gedirigeerd, waar onder het genot van een heerlijk bakje koffie het ijs gebroken werd en de interesses uitgebreid besproken werden. Gastheer Rob liet met trots de verbouwing van zijn badkamer aan de gasten zien, je zag zijn zweet nog over de vloer lopen!
En toen kwam het moment suprême: de saxofoon werd uit zijn koffer gehaald en met enige trots aan Wilfred overhandigd, die hem meteen uitgebreid inspecteerde. Rob vertelde dat de saxofoon pas gereviseerd was en zei tegen Wilfred ‘Speel eens iets voor ons?’ Wilfred antwoordde dat hij in geen veertig jaar meer een noot gespeeld had, waarop Anky zei ‘Je hebt de laatste veertien dagen aan één stuk door geoefend, dus zeur niet en speel nou maar iets.’
Aan zoveel druk kon hij niet ontkomen en Wilfred begon eerst een beetje haperend, maar na een paar toonladders zette hij in op de Bolero van Ravel.
Rob stond met gesloten ogen te luisteren, evenals zijn echtgenote Natalie. De tonen, zo zuiver, raakten zijn ziel. En toen Wilfred de saxofoon neerlegde applaudisseerden Rob en Natalie. Rob zei geëmotioneerd ‘Het is lang geleden dat ik zoiets moois heb gehoord, zo zuiver en zo gepassioneerd gespeeld,’ en pinkte een traan weg van ontroering.
Anky zei in het dialect ‘Zint ze os noe aan ‘t bezèeke?!’ en vervolgde in het Nederlands ‘Wilfred, het wordt stilaan tijd om op huis aan te gaan,’ en stond op. Wilfred handelde de koop af en welgemutst togen ze huiswaarts.
Na enige ongemakken (navigatie werkte niet goed) waren ze voor het donker thuis, waar Anky zei ‘Als je nog eens zoiets hebt, dan ga je maar alleen. Die drukte en gejakker op die snelwegen, daar word ik gestoord van!’ en zette de tv aan om Goede Tijden, Slechte Tijden te kijken. Wilfred poetste nog even de saxofoon op. Een paar uurtjes later gingen ze moe maar voldaan naar bed.
Hoe de buren de dagen erna gereageerd hebben is mij niet bekend. Het enige dat mij is opgevallen, is dat de milieupolitie geregeld langs kwam rijden in verband met geluidsoverlast…
Al
________________________________________________________________
Dit verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen eerder dit jaar. De heer en mevrouw Bloasgèer-van Blètsjgèer zijn mijn ouders. Die saxofoon bestaat echt! Natuurlijk is ook het nodige ontsproten aan de fantasierijke geest van Oom Al 😉
‘Kleine’ bijkomstigheid, mijn vader is achter in de 70…
Passie
Je bent jong en je wilt wat. Wat dat ‘wat’ precies is, weet je nog niet. Wat met dieren. Of iets met boeken. Lekker oplossingen bedenken. Een scheutje archeologie. En wat kies je dan als studie? Het Nederlands Wetenschappelijk Instituut voor Toerisme en Recreatie (nu NHTV geheten) natuurlijk! Waar de link ligt naar de boeken en archeologie? Helemaal nergens.
Mijn studiekeuze had werkelijk niets met mijn wensen voor de toekomst te maken. Wel alles met een uitloting voor de opleiding Ergotherapie. Met een gebrek aan financiële middelen om archeologie succesvol te kunnen inzetten na de studie (verborgen piramides blootleggen en zo). En vooral met spontane besluiten, gezelschap, jong en onbezonnen zijn en niet te vergeten de aantrekkingskracht van Breda. Decanen zijn overbodig: open een vestiging van het V.V.V. in middelbare scholen en promoot je stad. Succes verzekerd.
Bij een nieuwe studie hoort een introductieweek. Is er iets mis met de kleur groen? Tegenwoordig zijn pittige ontgroeningen in, ze halen de gekste dingen met de greenhorns uit. En gekke dingen zijn prima, dat bevordert het groepsgevoel. Je krijgt banden met je medestudenten – vaak voor het leven. Maar als deze streken ontaarden in het bizarre, in belachelijk maken, in voor gek zetten, in het geestelijk door het slijk laten kruipen, in respectloze behandeling van deze jonge mensen, in soms zelfs gevaarlijke praktijken, dan zeg ik DOE EENS NORMAAL! Is dat de manier waarop je met elkaar omgaat in deze maatschappij? Ben je dan stoer? In mijn ogen niet. Durf NEE te zeggen; karakter vorm je met karakter. Kuch, maar dit terzijde.
Studeren betekent vaak afscheid nemen van je leventje bij paps en/of mams. En dan zou het zo maar kunnen zijn dat je gaat samenwonen met iemand van je middelbare school, die je niet goed kent en die je uiteindelijk beter leert kennen dan je ooit zou willen. Dan kan het best wel eens gebeuren dat je regelmatig een grijze massa lillende lever boven een braadpan ziet uitstijgen, met daarboven weer het verheerlijkte gelaat van je huisgenote, terwijl je eigen van afgrijzen vertrokken gezicht vastberaden de toegang tot je mond blokkeert. Uit diezelfde pan worden twee dagen later misschien wel kipschnitzels opgediept, die aan weerszijden van de vork hun flanken laten hangen… Een slappe kipschnitzel, voormalig krokante schijf met knapperige korst! Metamorfoseert dat ding tussen wanden van staal of zo? Niet weg te krijgen! Ik leerde in ieder geval in een rap tempo lekkere dingen koken.
Je doorloopt de studie en voelt je als een vis in het water. Die studie is jouw ding, het pad dat naar je toekomst leidt ligt aan je voeten. Goede keuze! Maar soms voel je je als een vis op het droge, wanhopig naar adem happend. En na gesprekken met je medestudenten, met docenten, met de decaan, besluit je te stoppen om eens goed te gaan nadenken over wat je nu eigenlijk wilt. Wederom een goede keuze! Soms hap je echter onder water naar adem, zodat je het wel een tijdje op het land kunt uithouden. Je rolt door de studie heen, je niet bewust afvragend waar je mee bezig bent. En dat is een minder goede keuze, want daarna is het alweer tijd voor een baan. Komt er een partner op je pad, in zijn kielzog een paar kleine apenkoppen die je buiten werkuren van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezighouden, waarna je vervolgens uitgeput om negen uur op de bank valt. Zit je vast aan hypotheek en het aflossen van je studieschuld, terwijl de jaren voorbij kabbelen in de waas van alledag.
En dan ineens gaat het kriebelen. Je passie gaat knagen. Je echte interesse, je talent en bevlogenheid spannen samen om je eens flink te kietelen, zodat je het niet meer kunt negeren: je MOET er nu iets mee gaan doen! Als je een van de gelukkigen bent grijp je deze kans op omscholing op wat latere leeftijd en stort je je met de moed der wanhoop – wellicht met de wanhoop der moed – op een nieuwe studie. Een studie die bloed, zweet en tranen kost, maar waarmee je je leven de juiste kant op kunt sturen. RESPECT voor deze doorzetters. Maar soms heb je deze optie niet en moet je andere wegen bewandelen.
Enthousiasme, doorzettingsvermogen en talent hebben helaas niet hetzelfde gewicht als een diploma. Voor sommige banen heb je nou eenmaal een specifiek papiertje nodig. Wat een voorsprong heb je als je meteen al de juiste studiekeuze maakt. Maar er zijn nog veel meer wegen die naar Rome leiden! Die ene baan is niet alles. Jaag je dromen na. Vang, tem en koester ze op een manier die bij JOU past. Wees creatief en vind nieuwe opties en oplossingen. Vecht voor je PASSIE!
En ik? Mijn passie voor boeken is altijd door mijn aderen blijven vloeien. Ik blijf schrijven, op diverse fronten. Niets of niemand zal mij stoppen! Jongleren hoef je immers niet jong te leren.






