Geplaatst in Columns, Natuur

Levend Fossiel

Stel je voor, je bent tweeduizend jaren oud. Je huid is verweerd en taai, leerachtig. Je hebt stukken van de Oudheid meegemaakt, zoals de geboorte van Christus, de val van het Romeinse Rijk en de opkomst van het Byzantijnse. Je zag het feodale stelsel zich ontwikkelen in de Middeleeuwen, Mohammed en zijn Islam. Je maakte Karel de Grote mee en volgde de Noormannen, de ridders op hun Kruistochten. Het Ottomaanse Rijk dat het Byzantijnse wegveegde. In de 13e eeuw overleefde je de Zwarte Dood, en even voor 1500 zag je hoe Columbus Amerika ontdekte. Je vocht je een weg door godsdienstoorlogen, maakte de Verlichting en de Franse Revolutie mee en sloeg je door de Wereldoorlogen en de Grote Depressie heen. Je liet je door niets of niemand van de wijs brengen. Je naam is Ginkgo Biloba, en je bent een kanjer!

De Ginkgo Biloba – ook bekend als de Japanse notenboom of Chinese tempelboom – is waarschijnlijk de oudste levende plantensoort ter wereld. In Nederland zijn exemplaren van tweehonderd tot driehonderd jaar oud te vinden (o.a. in de Hortus Botanica in Harderwijk). Een indrukwekkende leeftijd. Maar in China zijn bomen van maar liefst tweeduizend jaar oud ontdekt! Dit levende fossiel is onveranderd sinds de tijd van de dinosauriërs – tweehonderd miljoen jaar geleden – en is werkelijk een meesterstuk der natuur. De Ginkgo overleefde zelfs de ijstijden. Stel je voor, een fragiel plantje taaier dan een enorme, sterke dino.

Het interessante aan deze boom is dat hij heel goed zijn eigen boontjes kan doppen. Ziekten, insecten, schimmels, vuur, kou, sneeuw, luchtvervuiling, en zelfs radioactieve straling, hij lust ze allemaal rauw. Wat een bijzondere plant! Bovendien zijn de zaden en bladeren van deze tweelobbige mogelijk ook op medisch gebied van belang: een extract zou goed zijn voor het zenuwstelsel en de bloedsomloop. Het bestrijdt geheugenverlies, duizeligheid, hoofdpijn en depressies. Je kunt ook thee zetten van de bladeren. Uit wetenschappelijk onderzoek is niet overtuigend naar voren gekomen dat het inderdaad zo is, maar bij mijn volgende bezoek aan een tuincentrum zal deze plant zeker in mijn boodschappenkar belanden. En vervolgens in de theepot… Nee hoor, hij verdient een speciaal plekje in mijn huis.

De Ginkgo Biloba, een levend fossiel!

Geplaatst in Columns, Cultuur, Humor, Natuur

Vakantie

Het beeld wordt gevuld met een strak lijf in een witte zwembroek. Ook de zwembroek is goed gevuld. Spieren glimmen in de zon onder een gebruinde huid, om zijn mond een uitdagende glimlach. Haar nieuwe Facebook-vriend! Al presenteert die zich ineens toch wat anders dan tijdens de vakantie. Toen hij meer kleren droeg.

Met een grijns vertelt ze haar verhaal, enthousiast aangevuld door een ander, die al net zo’n bruinverbrand hoofd heeft als zij. Een derde huivert en vertelt over haar meivakantie in Madrid. Waar het kwik niet hoger steeg dan 10°C.

Vakantie. Bevrijd van het keurslijf, ontdaan van het juk der arbeid, zoeken we het geluk op andere plaatsen. Als sprinkhanen strijken we neer op mooie plekjes en moeten we genieten. We moeten vooral volop genieten. Want de tijd vliegt en voor je het weet is het alweer tijd om naar huis terug te gaan. In honderden foto’s proberen we al die indrukken mee te nemen. Maar geluiden, geuren en gevoel laten zich niet zo makkelijk vastleggen, ook al is de digitale plaat nog zo gevoelig.

Met moeite demp je een vloek achter de douchedeur als het warme water geleidelijk verandert in een ijsstroom die de shampoo in je haren negeert. Verkleumd tot op het bot weet je eindelijk alle zeep weg te wassen en reikt naar je handdoek. Je steekt je ene voet met wat geluk door het gat van je slipje en balanceert met de andere voet in je handdoek, ergens ter hoogte van je knieën. Met een klap val je tegen het tussenschot en voelt hoe het stukje stof tergend langzaam maar onbedwingbaar verder naar beneden zakt. Tot het in de plas douchewater belandt, net voor je het kunt grijpen. De handdoek valt er netjes naast. Je rukt driftig het bigshirt van de haak en trekt het – nog half nat – aan. De andere campingbewoners staan amicaal te kletsen en zien er onberispelijk uit. Na een korte blik in de spiegel vlucht je terug naar de tent.

Wat bezielt ons toch iedere keer weer om het gerieflijke huis te verlaten en te gaan bivakkeren – soms te overleven – in een primitieve(re) omgeving? Je werkt je het hele jaar uit de naad om de huur of hypotheek te kunnen betalen en besluit dan twee weken onder een stuk zeildoek te leven. Je kunt er niet eens in staan. Hoezo vijf gaspitten? Nee joh, een brandertje is ruim voldoende. Terug naar de natuur. Wie heeft beschaving nodig als je buiten kunt leven, de frisse lucht weer kunt inademen. We betalen grif € 1.000 voor een week in een ‘compleet ingerichte tent’. Voor een verblijf in een vakantiehuisje. Of het dubbele voor een camper. En wat krijg je aan comfort?

Je slippers zakken weg in het zompige gras en een koude wind doet je huiveren. Bij de ingang van de tent blijf je even staan om de flipflops uit te trappen en kruipt dan door de opening naar binnen, nat gras aan je voeten. Met veel moeite wurm je je in een spijkerbroek en een warme trui. De enige kleding die nog droog is. De buren zien je blote voeten naar buiten steken en glimlachen toegeeflijk. Kijk ze eens genieten!

Toch is en blijft vakantie heerlijk. Het is een manier om nieuwe indrukken op te doen, je horizon te verbreden. Om met eigen ogen te aanschouwen wat National Geographic je voorspiegelt op TV. Om op ontdekkingstocht te gaan, de wereld te zien, te ontdekken. Te voelen dat je echt leeft! Maar vooral om te onthaasten, te ontsnappen aan de stress en het leven van alledag. Werkweken glijden onopgemerkt voorbij, maar vakantie-ervaringen springen je tegemoet, dollen als een dwaze pup om je heen met een enthousiasme dat langzaam verbleekt… tot het weer tijd is voor de volgende vakantie. Sterkte met de laatste loodjes van het studiejaar!

Geplaatst in Columns, Humor, Persoonlijk

Puber

De tijd galoppeert voorbij en zwiept zijn staart in haar gezicht. Verdwaasd kijkt ze op en ziet dat het bijna 21 uur is. Al zo laat? Hoog tijd om naar huis te gaan! Die werkmails kunnen me gestolen worden. In het donker zoekt ze haar auto en rijdt naar huis, om vervolgens op de bank neer te vallen met een boek. Ze is moe.

Op weg naar bed stopt de vrouw bij de kamer van haar jongste zoon.

Zeg, zou je niet eens gaan slapen, vent? Je gaat vannacht naar Londen.

Een onbezorgde blik.

Nee.

Eh, je moet er om 3 uur uit, mafkees, naar bed gaan lijkt me toch wel handig!

Nope.

Jongen, ben nou verstandig en ga slapen. Je blijft morgen de hele dag op en ’s nachts doe je ook geen oog dicht. Je hebt je energie hard nodig.

Geen reactie, alleen die geamuseerde, uitdagende glimlach. Waarop zij gefrustreerd gilt dat hij het dan zelf maar moet weten.

De vrouw ligt wakker en maakt zich zorgen. Een half uur later gaat de zoon douchen en wordt het stil. Hij is dus wél gewoon gaan slapen. Zucht. Gekke puber!

Om kwart voor drie snerpt een alarm door het huis. Gehuld in een warme badjas volgt zij haar zoon naar beneden en rukt kasten open om een lunchpakket samen te stellen voor de toch wel vermoeide jongeman. Boterhammen met kaas. Flesjes drinken. Volkorenkoeken. Nog wat snac… de voorraad snacks die zij eerder die week ruim heeft ingekocht voor de verjaardag van haar oudste zoon, blijkt verdwenen te zijn. Als sneeuw voor de zon. Gelaten haalt zij haar schouders op. Dan maar alleen de boterhammen. En een paraplu. Want het regent in Londen.

Zij neemt afscheid, wenst hem veel plezier en valt weer in bed. Waar zij een half uur later nog steeds klaarwakker ligt. Heeft hij wel Engelse ponden? Weer naar beneden: hij pint ponden in Londen. Even later staat ze weer op en vraagt hem hoe laat hij vrijdagnacht ook alweer precies terug is op school, rond 4 uur? Dat weet hij niet. Ongeveer weet hij ook niet, maar hij belt haar dan wel op.

Vijf minuten erna gestommel, deuren gaan van het slot en weer op slot. Inbrekers? Nee, een bekende stem bromt er op los. Dan wordt hij opgehaald door de ouders van schoolkameraden. Eindelijk zakt de vrouw weg… tot een sms haar weer wekt: De fiets van een vriend staat bij ons in de schuur.

Is goed.

Een beter antwoord krijgt zij er niet meer uit. Ze is moe.

Het is eindelijk rustig in huis. ‘Het’ wel, maar zij niet. Als haar wekker afgaat, slaapt zij net. En vannacht zal er van rusten ook weinig terecht komen, want de vrouw gaat de vier pubers weer opladen, met een etmaal aan Londense indrukken als rugzak. Als dat maar allemaal in haar auto past…

Geplaatst in Columns, Humor, Korte verhalen, Persoonlijk

Gewoon bij Albert Heijn

Fel rode achterlichten branden een gat in mijn waas van werk-gedachten. Er staat zowaar een file in ons dorp! Een heel korte weliswaar, maar toch. Gelaten sluit ik achteraan en probeer uit alle macht de rotonde niet te blokkeren. Het lukt net. Voor en achter mij scheren fietsers rakelings langs. ‘Kom op’, mompel ik, ‘rijd even iets verder door?’ Tergend langzaam rollen de wielen nog een meter naar voren, maar dan sta ik vast. De neus van mijn vehikel snuffelt aan de kont van haar voorganger, de trekhaak akelig dichtbij.

Aan mijn rechterhand ontwaar ik mijn bestemming. Op het kleine parkeerterrein is het een komen en gaan van klanten met blauwe karretjes, volgepropt met kinderen en boodschappen, van auto’s en fietsers. De man met de straatkranten slaat alles zwijgend gade, zijn donkere ogen ondoorgrondelijk. Bij een geopende laadklep staan twee vrouwen geanimeerd te praten; iets verderop hetzelfde tafereel, maar dan met zijn vieren.

Dan priemen blauwe koplampen in mijn binnenspiegel en voel ik de adem van een nieuwkomer in mijn nek: een grote SUV. Geïrriteerd getoeter. Geflits. Wel ja, kom maar hoor, rijd maar gewoon over me heen? Ik adem uit. Twee auto’s verder gooit iemand zijn bolide naar links de weg op, moe van het wachten… en ontwijkt ternauwernood een auto van de andere kant. Tussen mijn vingers door zie ik hoe ze elkaar net niet raken. Met woedende gebaren stuift de tegenligger de vrijheid tegemoet. We schuiven allemaal een plaatsje op.

Langzamerhand stroom ik ook vol met adrenaline. Waarom rijdt die eerste auto niet verder het terrein op? Of gewoon de zijstraat in? Of in deze straat rechtdoor? Ziet hij dan niet dat achter hem alles vast staat? Gossamme! En kunnen die dames alsjeblieft ergens anders gaan ouwehoeren? Weer rijdt er een auto weg van Albert Heijn, maar in onze file geen beweging. Gaat hij nou echt staan wachten tot er een betere plek vrij komt?! Ik klem mijn kaken op elkaar. Rustig blijven. Misschien heeft hij de vrije plek niet eens gezien.

Inmiddels staat in beide richtingen een file. Men wacht om af te slaan. Of staat verderop in de straat klem achter geparkeerde auto’s. De hele weg zindert van de spanning. Deuren gaan open en verhitte discussies breken los. Getver, hier komt nog ruzie van. Eindelijk ben ik bij de hoek, maar word dan geblokkeerd door een klein autootje dat schuin midden op de zijweg staat, de neus richting parkeerterrein. De vrouw staart dromerig voor zich uit, zich niet bewust van de chaos die ze mede veroorzaakt. Ik wacht even. Druk dan licht mijn claxon in om haar wakker te schudden, maar geen reactie. Ik wacht nog langer. Secondes lijken minuten. ‘Laat me langs, laat me LANGS’, sis ik vertwijfeld, terwijl ik naar de bestuurder achter mij gebaar dat ik er nog steeds niet door kan.

Net als ik voluit op de claxon wil timmeren, rijdt er weer een vehikel weg, waarop het rode autootje langzaam verder naar rechts sukkelt. Ik geef gas en schiet rechtdoor de vrije zijstraat in. Naar het piepkleine parkeerterrein aan de achterkant. Of nog verder. Liever een stukje lopen dan meedoen aan deze chaos. Jippie, in het hoekje is nog een gaatje. Ik parkeer achteruit, grijp mijn tas en marcheer de supermarkt binnen. Wat een gedoe hier ook altijd!

Een kwartier later loop ik met een tas vol boodschappen weer naar buiten, mijn gedachten al bij het avondeten. Ik kijk nog eens vol medeleven naar de wachtende, geïrriteerde automobilisten en begeef mij naar de achterkant van de supermarkt. Naar hui… Wat is dat nou? Een beige Volvo van zowat tien meter lang staat naast mijn auto geparkeerd. Nou ja, geparkeerd, de neus staat nog ruim twee meter van de muur af. En de achterkant blokkeert daarmee geheel mijn uitweg! Sputterend en briesend van verontwaardiging loop ik naar mijn auto, zet de tas met boodschappen achterin en kijk om me heen. Zal ik naar binnen lopen – ik trommel geërgerd op het dak – of zal ik…

Dan laat ik me achterover in mijn stoel zakken. Is het echt nodig me zo op te winden, is dit echt zo erg? Ik grijp een boek van de achterbank en ga rustig zitten lezen tot de bestuurster van de Volvo-slee verschijnt. Ik kijk haar even aan. Muts! Maar ze heeft mij een bonus geschonken: een kwartier rust… gewoon bij Albert Heijn.

Geplaatst in Columns, Compassie, Foto, Persoonlijk

Lang niet gek!

Een teamuitje? Maar natuurlijk mag dat! Denk er wel aan dat jullie een dagdeel besteden aan een maatschappelijk verantwoorde activiteit, hè. We kijken elkaar aan. Wat een verschil met een paar jaar geleden, toen we per fiets door Rotterdam crosten op City Safari. Destijds op het programma een percussie sessie, taarten maken en zelfs lurken aan een waterpijp. Daarna een zonnig terras om bij te komen van alle vermoeienissen, afgesloten met een exotisch diner. Dit jaar doen we het echter anders. Avans Hogeschool bestaat maar liefst tweehonderd jaar, en in dat kader zetten studenten en medewerkers zich maatschappelijk in het Brabantse in via Rent a Talent. Ook wordt geld ingezameld voor goede doelen. En daar doen wij maar wat graag aan mee!

Via Betrokken Ondernemers – Samen voor Breda – komen we uit bij Amarant in de Belcrum, waar veertien mensen met een verstandelijke beperking wonen. Hun grote wens is een kanariegele gang. Niet een zacht kleurtje, geen fletse achtergrond, nee, het moet knallen! En wij gaan die wens voor hen vervullen. Het is voor een aantal van ons toch wat spannend, de een is huiverig, de ander onzeker. Hoe zal het gaan? Hoe zullen de bewoners op ons reageren? Zal het niet een beetje eng zijn? Kunnen we wel op een goede wijze met hen omgaan? Diezelfde spanning leeft bij de Amaranters en de meesten slaan voor ons op de vlucht. Vijf van hen blijven echter dapper thuis om ons – negen vrouwen vol goede wil maar met weinig verfervaring – te helpen. En aanwijzingen te geven!

Gewapend met emmers verf, rollers, afplaktape en nog meer van dat soort zaken melden we ons om 9 uur in de Belcrum. De ontvangst is hartelijk en al snel babbelen we over en weer. Men is reuze benieuwd naar onze plannen. Groot is de verrassing als we de knutselspullen tevoorschijn toveren: we  gaan ook nog een workshop naambordjes maken en vogelhuisjes versieren verzorgen.

Foto © Edith

Twee van ons gaan met de bewoners aan de slag rond de tafel. Ook zij gaan verven, maar dan op een creatieve manier. De rest hijst zich in doorzichtige overalls. Doorzichtig en blijkbaar ook doorlatend, want de verf gaat er dwars doorheen. De gang strekt zich voor ons uit, vijftien meter lang en meer dan drie meter hoog. Twee simpele keukentrappen staan uitdagend in het midden, de enige weg naar het plafond. Eerst alles maar eens afplakken – leve de ‘goed’ plakkende Action tape. Voor de zekerheid plakken we alles nog een keer af en leggen plastic op de vloer. Daar gaan we. Ik bestijg de treden en de eerste streken worden gezet. Het is echt geel. Knalgeel. Al snel moet de deur open, van verven krijg je het bloedheet! Ik houd één CD-ronde met hoempapa muziek vol, zelfs een tweede. Maar als de CD voor de derde keer op repeat gaat, verzoek ik vriendelijk doch dringend om andere muziek. De dreigend opgeheven verfroller heeft gelukkig het gewenste effect.

Rond twaalf uur is het tijd voor een prima verzorgde lunch; samen graaien in de pindakaaspot heeft iets knus. Versterkt door het lekkere eten gaan we weer aan de slag en om drie uur delen de kwasten de laatste likjes verf uit: we hebben het gered! De hele gang is geel en we hebben zelfs drie pilaren (min of meer) rood geverfd. Intussen hebben ook de bewoners hard gewerkt en zijn de vogelhuisjes klaar. Ze zijn prachtig geworden!

Foto © Edith

Laat in de middag nemen we afscheid van huize Amarant. Er worden handen geschud, geknuffeld en zelfs gekust. We hebben in die paar uren een bijzondere band opgebouwd. Deze mensen mogen dan een verstandelijke beperking hebben, emotioneel zijn ze des te uitbundiger, of in ieder geval puurder. Ze stralen, supertrots op hun creaties en op hun mooie gele gang. En wij stralen ook om hun vreugde. Wij hebben de zon in de gang gebracht, maar zij laten door hun warmte de zon stralen in ons hart.

Maatschappelijk verantwoord? Lang niet gek!

Deze slideshow vereist JavaScript.

Foto’s slideshow © Edith, Jolanda & Marion
Geplaatst in Columns, Gezondheid, Humor, Koken

We maken er een potje van

Lekker eten! Voor je ligt een sappige steak, bruin gebakken maar nog een beetje rauw van binnen. Het rood en groen van de salade raakt je recht in je drang naar gezondheid. Met een frivole zwaai zet de ober ook nog een schaal met frietjes voor je neus en al vlug doop je zo’n knapperige rakker in de mayonaise. Goddelijke combinatie. Wat zeg je? Liever een beenhammetje? Natuurlijk. Of een kippenbout? Spareribs? Misschien een gebakken visje. Of vegetarisch, ook heerlijk. En nog gezond ook!

Ah, hoorde ik daar de term ‘gezond’ vallen? Ik hoorde in ieder geval een bons. Een bons van gevallen vertrouwen in gezonde voeding. Volgens mij bestaat die namelijk niet meer. Voordat je het weet heb je iets engs te pakken. Of, beter gezegd, heeft dat engs JOU te pakken. De mens staat aan de top van de voedselketen en verorbert met smaak. Maar er liggen onverwachte dingen op de loer.

Weet je nog, mond-en-klauwzeer? Ik heb dan wel geen klauwen, maar van mijn mond moeten ze afblijven. En de gekkekoeienziekte? Minuscule muterende eiwitten die een aanstekelijk feestje geven in de hersenen van onze runderen? Het levert een nieuwe variant van de voor ons dodelijke Creutzfeldt-Jakob ziekte op. Zelfs een verhitting tot 100°C is niet genoeg om die prionen te vernietigen. En wij maar denken dat rundvlees beter is dan vet en onrein varkensvlees.

Het is allemaal maar niks. Laten we op kippenvlees overstappen! Dat is een stuk magerder. Maar dan wel scharrelkip, want scharrelen – af en toe een wormpje en steentje in de buitenlucht pikken – is gezond. En je hoeft niet bang te zijn dat je vogelgriep krijgt: het kippenvlees zit inmiddels zo boordevol antibiotica dat je helemaal niet meer ziek kunt worden. Erg handig. Tot je op een dag resistent blijkt te zijn tegen andere kuren.

Hmmm, toch maar vis? Die beesten scharrelen immers de hele dag, zwemmen vrolijk rond in de onmetelijke oceaan. Ze worden ook nog regelmatig goed doorgesmeerd met wat olie en gekruid met afvalstoffen. Om een goed kleurtje te krijgen, wentelen zij zich ook nog in een stralingsbad. Jawel, Japanse sushi is gezond.

Verdorie, wat kan ik dan nog eten? Ik heb het: vegetarisch, de oplossing! Tot de ehec-hel losbreekt. In tegenstelling tot e-hack, die in vele gevallen leidt tot een virus, is ehec een bacterie. Een groot verschil. Bacteriën zijn namelijk normaal gesproken goed te behandelen… behalve deze kleine rotzakken. De ehec bacterie zat eerst op de komkommers, sprong toen over op de tomaten en… eh… waar zaten die krengen nou? Op de taugé? Toen vonden we ze: ze zaten op de spruiten. Weg ermee! Uhm. Nee, toch maar weer oprapen. Alweer verkeerde paniek: het waren de bietenspruiten. Oeps, beetje onhandige vertaling, met desastreuze gevolgen. Maar waar die ehec ook op zit, het is dodelijk.

En dan heb ik het niet eens gehad over smaakversterkers. Maak je een keuze in je zoektocht naar lekker en (zo) gezond (mogelijk) eten, krijg je ook nog de E621 toevoeging op je dak. Dat spul zit werkelijk overal in. Soepen, sauzen, kant-en-klare kruidenmengsels, worsten, koekjes, snacks, noem maar op. E621 is wettelijk goedgekeurd en heeft geen nadelige gevolgen voor de gezondheid. Maar is dat wel echt zo? Onderzoek laat mogelijk iets anders zien.

Hoe zit het trouwens met dierenwelzijn? En met de honger in de wereld? Het verbouwen van granen, die we voeren aan ons vlees-op-pootjes, terwijl we ze ook gewoon rechtstreeks kunnen eten? De biogassen die ook nog de lucht in worden geslingerd?

Mensen, ik weet het echt niet meer, het is zo complex. De balans tussen lekkere en gezonde voeding is steeds moeilijker te vinden, laat staan te handhaven. Misschien moeten we alleen nog maar kruidenthee met antioxidanten en zuiver bronwater drinken. En biologisch-dynamische granen erin weken. Aangevuld met whisky om de overlevende bacteriën te doden. Maar dat zou vrij radicaal zijn. Dus ben ik gisteren toch maar even langs de huisarts gegaan, voor een pond kipfilet. Ik voelde me wat grieperig. We kregen er een zakje E621 kruiden bij. Gratis. We hebben er een potje van gemaakt.

Geplaatst in Columns, Expressief, Persoonlijk

Uitvlucht

Mijn zoon. Mijn jongste kind. Je pootjes staan nog in het nest, maar je snavel steekt steeds verder over de rand. Vleugelslagen wieken door het huis. Her en der liggen donsveren die ik stil bij elkaar veeg en in een doosje bewaar. Af en toe streel ik de zachtheid en voel de jaren door mijn vingers glijden. Ik wil niet, maar het moet: stilstaan bij het idee dat je over een paar maanden het nest gaat verlaten. Eraan wennen. Maar die gedachte grijpt mij soms bij de keel. Hij klemt zich daar vast, verstikt me, bouwt eindeloos aan een brok in mijn keel die ik maar niet kan wegslikken.

Je bent immers nog veel te jong. Piepjong! Heel groot, maar klein. Met gemak omcirkelen mijn armen je middel. Je bent nog niet zelfstandig. Je kamer is een bende, die kun je toch nooit op orde houden? Grote stapels boeken en papier verrijzen in mijn verbeelding, lege chipsverpakkingen, resten macaroni, kleding her en der verspreid. Lege pizza verpakkingen en kratten bier. En jij, mijn zoon, rotzooitrappelend om je hoofd boven het maaiveld te houden. Koken. Je eigen beurs op de knip houden. Studeren zonder dat ik regelmatig vraag wat je aan het doen bent. De tijd voor je in de gaten houden, als jij hem vergeet. En we hebben nog maar een paar maanden om je voor te bereiden op het studentenleven!

Je gaat landen in een grote stad, met al haar verleidingen. Wilde feesten. Bruisend nachtleven, waar je dronken wordt van het schuim op je bovenlip. Een vreemde taal. Misschien zul je wat woorden en uitroepen herkennen en dan met een glimlach denken aan de keren dat ik sputterend in mijn zuidelijke dialect verviel. Doorzakken, en half slapen in de banken van de universiteit van Maastricht. Je dagen en nachten op elkaar afstemmen, zoals ook ik mijn leven opnieuw moet balanceren.

Maar let niet op mij, lieverd. Er zijn twee soorten uitvluchten.

De uitvluchten die ik hier geschreven heb om jou nog wat langer bij me te kunnen houden. Van je te genieten. Van je humor, je gevoeligheid in woord en gedrag. Je gekke fratsen en eigenzinnigheid. Je onblusbare verlangen naar ‘iets lekkers’. Het enthousiasme waarmee je mijn fantasiemaaltijden naar binnen werkt. Je zwijgende aanwezigheid die zeer veelzeggend is. Ik zal je zo missen.

Maar jij staat over een paar maanden voor een ander soort uitvlucht. Je gaat uitvliegen, het nest verlaten. Je gaat op eigen benen staan, het pad ontdekken dat vaag voor jou uitgestippeld ligt. Er je eigen draai en wendingen aan geven. Je gaat vrienden voor het leven ontmoeten. Interesses uitdiepen. Je vliegt je toekomst in het heden tegemoet en ontdekt wat er in je leeft.

Ga, mijn schat, vlieg. Test je vleugels en ontwikkel je draagkracht, tot je over een tijdje weg zweeft. Maar beloof me dat je regelmatig naar je warme nest zult terugkeren. Want iedere uitvlucht heeft een stevige basis nodig.

Geplaatst in Columns, Games, Korte verhalen

Wordfeud

Raadsel: wat hebben Weblog, Bling-bling, Speeddaten en Googelen met elkaar te maken? Nu zou het zo kunnen zijn dat je bij het zoeken naar iets bling-blingerigs via Google ineens een date te pakken hebt en daarover een geweldig verhaal schrijft op je blog. Maar daar doel ik niet op. De overeenkomst is dat deze woorden in de afgelopen jaren vernederlandst zijn. Als je iemand vorige eeuw zou hebben geadviseerd om te Googelen naar de meest zuinige koelkast, had die jou waarschijnlijk verbluft aangekeken en je het nummer van zijn logopedist gegeven. Of psycholoog.

De Nederlandse taal breidt zich dagelijks uit. Woorden die je tien jaar geleden nog nooit gehoord had, zijn ineens ingeburgerd. Apps zijn aan de orde van de dag. WhatsAppjes vliegen je rond de oren. En sinds kort is weer een nieuw woord in opmars: Wordfeud. Wordfeud is een spelapplicatie die je gratis kunt downloaden. Het betekent woordvete. Vecht een vete uit met woorden. Altijd beter dan met wapens.

Onlangs vraagt een vriendin mij, half stuiterend van opwinding, om een woord te maken van een aantal letters. Zij kijkt daarbij constant op haar gsm. Eh, node? Doen? En? Do? Doe? Deze opties zijn echter niet goed genoeg. Hmmm, interessant, wat voor spel zou het zijn… maar al snel leidt een ander (rollen)spel mijn aandacht af en ik vergeet het hele gebeuren.

Tot het Wordfeud virus ook op het werk toeslaat. Een collega roept dat zij een Tablet besteld heeft. Bij het Kruidvat. Voor € 90,-. Om te Wordfeuden. Nu raken mijn oren gespitst natuurlijk. Vierhonderd harde euro’s vind ik veel te veel voor zo’n hebbeding, maar negentig… vakantie, WiFi, foto’s, mailen, YouTube, handig!

En voor Wordfeud, dat is écht iets voor jou, Mar, dat weten we zeker!

Een woordvete? Het blijkt gewoon Scrabble te zijn. En dat vind ik leuk! Tien minuten later plaats ik de bestelling online, in dat soort dingen ben ik nogal spontaan. Actie. Kom maar op, Kruidvat. Kom maar op, Wordfeud! O, vier weken levertijd. Maar wacht eens, dat spel kan natuurlijk ook op mijn telefoon, hoera! Even zoeken naar de app en daar gaan we.

Eerst een account aanmaken. Mailadres intypen en… reeds in gebruik? Nu doe ik veel online en speel ik ook games, maar ik kan me niet herinneren dat Wordfeud daar een van is. Tot mijn verbazing blijkbaar wel, al herken ik mijn eigen username niet. En pakt het ding ook mijn wachtwoorden niet. Plus kan ik me niet herinneren dat ik gisteravond een spel plus chats ben gestart met mensen die ik niet ken. Ik weet niet eens hoe het werkt. Wie haalt het in haar bolle hersenen om mijn e-mailadres te misbruiken?!

Een wachtwoord reset lijkt me raadzaam. Gelukt, bevestiging via MIJN mail. Ook het Wordfeud alias gewijzigd en de voltooide spellen eruit gejopt. Done. Goh, kijk aan, ik heb zelfs al een kant-en-klare vriendenlijst, wat attent van Wordfeud. Weg ermee! Even in de chats kijken naar iemand die de Marion Driessen-imitator persoonlijk kent. Ah, ze is online. En ze gaat verder met chatten:

Hey wat leuk, een nieuw plaatje en naam?

Inderdaad. Een nieuw plaatje. Een nieuw alias. Zelfs een heel ander persoon, wat denk je daar van? Wil je alsjeblieft degene die mijn mailadres heeft gebruikt laten weten dat ik daar vrij pissig van word? En dat ze daar onmiddellijk mee moet ophouden? Hartelijk dank!

Het blijft een half uur stil. In gedachten zie ik haar bellen naar haar vriendin. Daar is ze weer:

Maar hoe kan dat dan?

Nou heel makkelijk, Wordfeud vraagt geen e-mailbevestiging om te spelen, zo kan dat dus.

Het blijft weer vijf minuten stil. Er wordt blijkbaar druk telefonisch overlegd over de volgende vraag. Dan:

Maar wie ben jij dan?

Inmiddels ben ik het spuugbeu.

Simpel, ik ben de Marion Driessen die er niet van gediend is dat haar gegevens misbruikt worden. Geef aan je vriendin door dat ze met haar eigen e-mailadres Wordfeudt, niet met dat van een ander. Goedenavond.

Waarop ik ook die sessie verwijder, chat en al. Eindelijk een geheel schoon account.

‘s Avonds krijg ik een mail. Vanuit een Wordfeud-app. Of ik even wil bevestigen dat ik het wachtwoord voor de tweede keer wil veranderen? Ik ontplof bijna, is mijn naamgenote nu weer bezig?! Natuurlijk verwijder ik deze mail, zodat zij niet kan inloggen en dus ook niet kan spelen. Misschien dat de boodschap nu wel overkomt.

Wordfeud. Het zou haast nog een echte vete ontketenen. Inmiddels heb ik vaste maatjes waarmee ik strijd voer in Nederlands en Engels. Met wisselend succes, maar wel altijd met plezier. Spelen met woorden, leuk!

Geplaatst in Columns, Persoonlijk

Visioen

Mensen, ik had een visioen vannacht. Ik sloeg mijn ogen op en de heilige geest was in mijn kamer! Alles was omfloerst in een wazig licht. Stomverbaasd knipperde ik een paar keer. Het leek wel of een dichte mist bezit had genomen van mijn slaapdomein. Uit alle macht probeerde ik me te focussen op dit merkwaardige fenomeen, maar het lukte niet. Flarden dromen maakten het er ook niet echt gemakkelijker op.

Een fikse kneep in mijn arm overtuigde me ervan dat ik toch echt wakker was. Ik vloog overeind, plotseling bang voor gezichtsverlies. Mijn ogen! Dit had ik nog nooit meegemaakt. Was mij ’s nachts zand in de ogen gestrooid? Het rechtop zitten had evenmin resultaat, ik zag nog steeds zo goed als niets, alleen vage, schimmige vormen. Langzaam gingen mijn vingertoppen naar mijn ogen en wreven voorzichtig. Wreven nog eens. Nog steeds bevond ik mij in een schimmenrijk. Toen drong de heilige geest eindelijk ook door tot mijn wazige brein. Ik had toch zeker niet…

En jawel, ik had wel! Ik kon me nog herinneren dat ik mijn oog make-up eraf had geschrobd, maar… Op de tast schuifelde ik naar de badkamer, waar ik aarzelend aan mijn oog voelde. Waar ik stuitte op een heel dun laagje. Een contactlens! Blijkbaar was ik vergeten mijn lenzen uit te doen, voor het eerst in drie jaren!

Meteen schoot me een verhaal te binnen over iemand die noodgedwongen heel lang zijn lenzen had gedragen. Zijn hoornvliezen waren zo beschadigd geraakt dat hij blind was geworden! Daar stond ik dan, midden in de nacht, wanhopig knipperend. Help? De fles Opti-free stond opzichtig naar me te seinen en met een baat-het-niet-dan-schaadt-het-niet gedachte spoot ik een flinke scheut in mijn ogen.

Er gebeurde een wonder. De half uitgedroogde traanbuisjes schoten vol en, terwijl de tranen over mijn wangen gleden, ging Operatie LensVerwijdering van start. Een gefriemel eerste klas kan ik je zeggen. Gelukkig hadden de super-zuurstof-doorlatende lenzen nog niet gepaard met het hoornvlies, al viel de scheiding hen zwaar. Wat een opluchting, ik kon weer zien!

Die arme bollen doen al heel wat jaren hun werk en worden natuurlijk iets minder scherp. Eerst ontsierde een bril mijn neus – iets waar ik altijd tegenop zag – maar de contactlenzen hebben me mijn vertrouwde gezicht weer terug gegeven. Over niet al te lange tijd zal ik echter ook nog moeten geloven aan een leesbril. Of lenzen met een leesgedeelte. Ongelofelijk hoe ze dat allemaal in zo’n dun rondje kunnen proppen. Maar voorlopig gaat het prima zo, gewoon groot licht erop en afstand nemen.

Mijn vader heeft vorig jaar operatief nieuwe lenzen gekregen wegens staar. Zijn wereld werd letterlijk vernieuwd, opnieuw geboren. Van half blind zijn naar haarscherp kunnen zien. Ik zal nooit het gesprek vergeten waarin hij me enthousiast en dolgelukkig over de telefoon vertelde over de vele verschillende kleuren groen die hij weer kon zien. Over de blaadjes op de grond.

Laatst had ik het nog met een collega over hoe je als kind wel eens nadacht over de ‘keuze’ tussen blind of doof zijn. Dan dacht ik ‘Oh gaaf, doe mij maar blind, dan krijg ik tenminste een hond!’ Maar nu, afgezien van het feit dat dit een zeer onzinnige vraag is, wil ik niet kiezen. Beide zintuigen houden je uit een isolement, brengen je in contact met mensen, de wereld om je heen, boeken, muziek! Al beweert men altijd dat de andere zintuigen zich dan beter gaan ontwikkelen. Mijn neus!

Voortaan zal ik er dubbel goed op letten dat ik mijn wonderlenzen ’s nachts in hun speciale badkuipjes laat slapen. Ook zij moeten zich kunnen herstellen van alle indrukken die ik hen laat opdoen. En als ik moeite krijg met dingen onthouden, kan ik altijd nog contactlens-sierraden kopen hè. Dan weet ik zeker of ik ze heb uitgedaan.

Geplaatst in Columns, Humor, Korte verhalen, Natuur

De Uitdaging

Mist kruipt in slierten over het landschap. Het gebladerte, gehuld in ragfijne zijde, glinstert in het prille ochtendlicht. Wazige plukken blauw weerspiegelen in het raam en vormen een zonnige belofte. Het gordijn beweegt even opzij.

Met een geeuw rekt de man zich uit en werpt een blik op zijn slapende vrouw. Het is nog wel vroeg, maar de ochtendstond heeft goud in de mond. En hij heeft honger! Stilletjes glipt hij uit bed. Zijn stramme spieren stribbelen tegen na een nacht van rust, maar daar is hij aan gewend. De ouderdom komt met gebreken, luidt het spreekwoord. En dat klopt, al wil hij daar niet aan toegeven. Zwijgend kleedt de man zich aan en kijkt nogmaals door de spleet van het gordijn. Een mooie dag voor een wandeling!

Beneden duurt de stilte voort. De twee klokken tikken onverstoorbaar verder, alsof de heer des huizes niet net zijn entree heeft gemaakt. Wat muesli in een kom, melk erbij, en een kwartier later loopt de oudere heer met ferme pas de buitenlucht in.

De Droomvijver laat zijn pracht slechts met vlagen zien. De mist lijkt zich te concentreren, tracht zich vast te houden, maar het water is te grillig. De man is inmiddels de brug overgestoken en knoopt zijn wollen sjaal wat losser. Niets beter dan een ferme wandeling om het bloed sneller te laten stromen. Ritmisch met zijn armen zwaaiend slaat hij de hoek om. Dit wordt een makkelijk stukje, lekker bergaf. In de verte ziet hij nog een vroege vogel langs de weg lopen. Die geniet zeker ook van de prachtige omgeving.

Eens kijken of ik als oudje nog wat in me heb. Hij zet de versnelling een tandje hoger. Zijn voetstappen weerkaatsen in de holle weg en al snel is hij beneden aan de heuvel. De andere wandelaar heeft hem blijkbaar gehoord, want ook daar gaat de snelheid iets omhoog. Langzaam wordt de afstand tussen hen groter.

Wel verdorie, denkt de man, dat laat ik niet op mij zitten! Ik ben dan wel oud maar nog lang niet afgeschreven! Zijn stappen worden groter en het zwaaien van de armen iets geforceerd. Al snel knoopt hij zijn jas wat verder los. De muts verdwijnt in één van zijn zakken. Langzaam hervindt de man zijn tempo; het hart, de spieren, longen, alles werkt samen om meer energie naar zijn benen te stuwen. Hij loopt in!

De wandelaar voor hem lijkt even in te houden, maar gaat dan met een zichtbare versnelling er vandoor. Allemachtig, denkt de heer op leeftijd, wat verbeeldt die zich? Mij proberen af te schudden? Mooi niet, al val ik er straks bij neer! Hij dwingt zijn lijf tot een nog grotere prestatie en gaat in een halve sukkeldraf achter zijn uitdager aan. Het onderhemd kleeft intussen aan zijn rug en het zweet staat op zijn hoofd. Bonkebonkebonk gaat zijn hart. Ouwe gek, denkt hij, dadelijk lig je hier met een hartaanval. Nog heel even…

Als de man de hoek omslaat, staat hij ineens recht tegenover een vrouw, die met een knalrood hoofd en de handen op de knieën aan de kant van de weg staat te wankelen. Doodsangst vertekent haar gezicht.

Ik KAN niet meer!

hijgt ze wanhopig en begint te huilen.

Ik kan… ECHT… niet meer… Pak me dan maar als het moet, maar echt, ik zet geen stap meer!

Ze snakt naar adem terwijl de tranen langs haar wangen biggelen.

Totaal verwilderd staart de oude heer haar aan en probeert op adem te komen.

Eh…? Pakken? Wat? Waar… heb je het ov…

Dan stijgt ineens het bloed naar zijn wangen. Uitdaging? Het was geen uitdaging! Het was de angst die haar telkens harder deed lopen. Sprakeloos stamelt hij iets onsamenhangends, maakt een onhandige buiging en loopt dan door. Nieuw zweet op zijn voorhoofd. Recht naar huis. Waar hij ook nog eens de wind van voren krijgt. Du ouwe gek.

~ Met dank aan mijn geliefde vader, een geweldige inspiratiebron! ~ 😀