Verhaal in zes woorden met beeld, met als thema Chicklit. Schrijf een compleet verhaal voor vrouwen tussen 20 en 30 jaar in precies zes woorden en voeg daar een afbeelding bij die past bij het verhaal. Het moet wel een echt verhaal zijn, dus niet alleen een titel of een onderschrift bij de foto. Er moet drama in zitten, liefde, geluk of verdriet.
Mist kruipt in slierten over het landschap. Het gebladerte, gehuld in ragfijne zijde, glinstert in het prille ochtendlicht. Wazige plukken blauw weerspiegelen in het raam en vormen een zonnige belofte. Het gordijn beweegt even opzij.
Met een geeuw rekt de man zich uit en werpt een blik op zijn slapende vrouw. Het is nog wel vroeg, maar de ochtendstond heeft goud in de mond. En hij heeft honger! Stilletjes glipt hij uit bed. Zijn stramme spieren stribbelen tegen na een nacht van rust, maar daar is hij aan gewend. De ouderdom komt met gebreken, luidt het spreekwoord. En dat klopt, al wil hij daar niet aan toegeven. Zwijgend kleedt de man zich aan en kijkt nogmaals door de spleet van het gordijn. Een mooie dag voor een wandeling!
Beneden duurt de stilte voort. De twee klokken tikken onverstoorbaar verder, alsof de heer des huizes niet net zijn entree heeft gemaakt. Wat muesli in een kom, melk erbij, en een kwartier later loopt de oudere heer met ferme pas de buitenlucht in.
De Droomvijver laat zijn pracht slechts met vlagen zien. De mist lijkt zich te concentreren, tracht zich vast te houden, maar het water is te grillig. De man is inmiddels de brug overgestoken en knoopt zijn wollen sjaal wat losser. Niets beter dan een ferme wandeling om het bloed sneller te laten stromen. Ritmisch met zijn armen zwaaiend slaat hij de hoek om. Dit wordt een makkelijk stukje, lekker bergaf. In de verte ziet hij nog een vroege vogel langs de weg lopen. Die geniet zeker ook van de prachtige omgeving.
Eens kijken of ik als oudje nog wat in me heb. Hij zet de versnelling een tandje hoger. Zijn voetstappen weerkaatsen in de holle weg en al snel is hij beneden aan de heuvel. De andere wandelaar heeft hem blijkbaar gehoord, want ook daar gaat de snelheid iets omhoog. Langzaam wordt de afstand tussen hen groter.
Wel verdorie, denkt de man, dat laat ik niet op mij zitten! Ik ben dan wel oud maar nog lang niet afgeschreven! Zijn stappen worden groter en het zwaaien van de armen iets geforceerd. Al snel knoopt hij zijn jas wat verder los. De muts verdwijnt in één van zijn zakken. Langzaam hervindt de man zijn tempo; het hart, de spieren, longen, alles werkt samen om meer energie naar zijn benen te stuwen. Hij loopt in!
De wandelaar voor hem lijkt even in te houden, maar gaat dan met een zichtbare versnelling er vandoor. Allemachtig, denkt de heer op leeftijd, wat verbeeldt die zich? Mij proberen af te schudden? Mooi niet, al val ik er straks bij neer! Hij dwingt zijn lijf tot een nog grotere prestatie en gaat in een halve sukkeldraf achter zijn uitdager aan. Het onderhemd kleeft intussen aan zijn rug en het zweet staat op zijn hoofd. Bonkebonkebonk gaat zijn hart. Ouwe gek, denkt hij, dadelijk lig je hier met een hartaanval. Nog heel even…
Als de man de hoek omslaat, staat hij ineens recht tegenover een vrouw, die met een knalrood hoofd en de handen op de knieën aan de kant van de weg staat te wankelen. Doodsangst vertekent haar gezicht.
Ik KAN niet meer!
hijgt ze wanhopig en begint te huilen.
Ik kan… ECHT… niet meer… Pak me dan maar als het moet, maar echt, ik zet geen stap meer!
Ze snakt naar adem terwijl de tranen langs haar wangen biggelen.
Totaal verwilderd staart de oude heer haar aan en probeert op adem te komen.
Eh…? Pakken? Wat? Waar… heb je het ov…
Dan stijgt ineens het bloed naar zijn wangen. Uitdaging? Het was geen uitdaging! Het was de angst die haar telkens harder deed lopen. Sprakeloos stamelt hij iets onsamenhangends, maakt een onhandige buiging en loopt dan door. Nieuw zweet op zijn voorhoofd. Recht naar huis. Waar hij ook nog eens de wind van voren krijgt. Du ouwe gek.
—
~ Met dank aan mijn geliefde vader, een geweldige inspiratiebron! ~ 😀
Op 5 november 2011 schreef ik een post over ons roleplaying game Dungeons & Dragons. Voor de geïnteresseerden volgen hier de uitgewerkte verslagen:
Het weekend startte allemaal met Shucks! VORN! – Wat waren we trots op onze overwinning op de slechterik! En wat was het een blamage toen bleek dat we de verkeerde gepakt hadden. Gelukkig kregen we de mogelijkheid om alles recht te zetten.
En verder ging het met Council of the Eight Ruling Houses. Ons huis Xaniqos was geaccepteerd in de Hoge Raad, maar we moesten ons wel nog bewijzen. Of we The Mask of the Matriarch maar even wilden gaan halen. Een masker dat al sinds tijden spoorloos was. Maar natuurlijk doen we dat. Op pad!
Het masker zou te vinden zijn in het Ghetto of the Dead. En ik kan je verzekeren dat dit geen aangename omgeving is, je gaat er niet echt voor je plezier naar toe. Allerlei moordzuchtige, hongerige wezens staan je naar het leven. Rennen en het juiste mausoleum vinden. Piece of cake.
Ben je ontsnapt aan de ghouls, kom je warempel nog meer Monsters In The Dark tegen. Niet goed voor je hart, maar wel voor je lachspieren. Krengen waren het, niet kapot te krijgen! Of toch wel?
Rare jongens die Dungeons & Dragons karakters 😉 Maar zij staan wel garant voor weekenden vol vriendenpret met prachtige boeken, unieke dobbelstenen en grote avonturen. Over enkele weken de volgende sessie…
Vakantie is niet goed voor mij. Het tast mijn hersenen aan. Bij gebrek aan een dagelijkse portie werk-gymnastiek gaat mijn brein haperen. Is minder soepel. Kan zich niet goed concentreren.
Vandaag, op zoek naar eens iets ander dan sla en sperzieboontjes, heb ik in een vlaag van verstandsverbijstering zelfs spruiten gekocht. Groene mini knollen. Dik- en dunbuikige kooltjes. En ik lust helemaal geen spruiten!
Illustratie: tuinadvies.nl
Ik heb ze al op allerlei manieren klaargemaakt. Gekookt. Gewokt. In een ver en nog-niet-grijs verleden, heb ik met de moed der wanhoop zelfs een keer Indische spruitjes gemaakt. Ik heb nog net de pan niet weggekieperd, het smaakte totaal niet.
Spruiten lijken wel wat op hersenen. Je snijdt de stam weg, pelt wat lagen af en komt soms daartussen de meest vreemdsoortige aliens tegen. Zouden het vage, tot leven gewekte spruitengedachten zijn? Laten we hopen dat een lading zout in het water deze koolbewoners naar buiten lokt, zodat ze niet in het kookwater belanden.
Weet je wat wel lekker is? Spekjes! Uitgebakken spekjes, krokante zoute spekjes mmm. Ik zal me vanavond vooral op die brosse blokjes concentreren en ze van een zekere spruitendood redden. Of ik neem wat witte bonen in tomatensaus – de lievelings’groen’ten van mijn oudste zoon. Maar daarvan kan ik ook maar een paar wegwerken, voordat mijn keel omgekeerde plannen maakt.
Gelukkig hebben we het toetje nog…
Smakelijk eten! En nieuwe, lekkere recepten zijn welkom!
Verhaal in zes woorden met beeld: schrijf een compleet verhaal in precies zes woorden en voeg daar een afbeelding bij die past bij het verhaal. Vanwege de eerste dag van het nieuwe jaar nu eens geen opgegeven thema, maar eigen fantasie.
De bel kondigt de komst van een bijzonder boek aan: Mosalect, bloemlezing uit de Limburgse dialectliteratuur. Een collega had me op het bestaan ervan gewezen en Antiquariaat De Bovenste Plank uit Maastricht had het op voorraad.
Maar liefst drie lagen papier scheiden mijn leesgrage ogen van de mosgroene omslag met een wit silhouet van Limburg erop getekend. Geboortedorp Hoensbroek springt er natuurlijk direct uit.
Gretig bladerend kom ik al snel bij ‘De Limbörgse taal’ van R. Geurts… en begrijp er niet veel van haha. Blijkbaar komt deze R. Geurts uit een heel andere streek dan ik, yep: uit Echt. Sommige woorden zijn met een sterretje versierd: vertaling achterin. Hmm zelfs te moeilijk voor de doorsnee Limburger. Geen lichte kost. Ik kan het alleen maar lezen als ik de woorden binnensmonds prevel.
Al bladerend kom ik bij dit stuk, en het vangt mijn aandacht.
Mien Vader
Mien vader kreeg en Orde van Oranje,
heej droeg ze inkeld mar den örste keer,
mar altied hai en bluumke ien zien knöpsgat,
’n onneuzel bluumke van den Lieven Heer.
Altiedig voond heej örgend wer zö’n bluumke
ien de rog, de smeele, op de bleik, ien ’t gras.
Mit ennen eerbied baog heej zich d’r aover
en staok et as en gôldstuk op de jas.
Den ennen keer was et en kruudwisbluumke,
dan wer en pörper glöjend wiske hei,
en marts viölke of ’n vergaet-me-nietje
of en örste spierke gaele brem ien mei.
Ennen kunning was mien vader mit zö’n bluumke.
Gennen vorst, den zien honneurs al van ’s maens vroeg
zö staotig en parmantelik kos drage
as vader prinselik zien bluumkes droeg.
Ik mos, ocherm, zien dodspreentje al schrieve:
gen waord van eer of meenselike pracht.
‘k Schreef inkel ovver ’n klien mar prachtvol bluumke.
En ik weet, dat heej tevreeje nor mien lacht.
Want mien vader kreeg en orde van Oranje.
Die droeg heej inkeld mar den örste keer.
Mar altied hai en bluumke ien zien knöpsgat,
’n onneuzel bluumke van den Lieven Heer.
Theo Terpstra uit Heyens
Niet echt ons eigen dialect, maar wel goed te begrijpen. De essentie van dit stuk is dat de vader van Theo Terpstra veel meer waarde hechtte aan een simpel bloempje dan aan een orde van Oranje. Slechts één keer sierde die orde zijn knoopsgat, maar hij droeg iedere dag een bloempje dat hij ergens plukte. En op het bidprentje vermeldt de heer Terpstra dan ook enkel de prachtige bloemen.
Vooruit, nog eentje:
Herrefs – Winter
Noe de zon zoe sjoen steit aon den hiemel;
noe de weeg nog leeve vaan ’t boont gewiemel
vaan ’t herrefsblaad;
noe de krezanten laoten oopenbleuie
hun gouwe hart en blaanke kroen,
en oet hun stèlle prach umhoeg geit greuie
de November-geis zoe zach en sjoen;
noe de hiel natuur häor lèste klaanke
en kleure, zien en huure deit,
(’t is de koortskleur vaan de kraanke,
dee wèt datter daalik sterreve geit.)
Noe kiek ich bang nao de lèste zon, nao ’t lèste blaad…
want daan… kump te winter aongetrooie
vol ermooi, pein en snie en naat…
Och winter, winter, de moos t’ch neet zoe spooie.
Loe Maas uit Maastricht
Loe beschrijft hoe hij de november geest, de herfst met al zijn pracht het liefst wil vasthouden uit angst voor de naderende winter. Een winter vol armoede, pijn, sneeuw en nat. De moos t’ch neet zoe spooie. Haast je maar niet, winter!
Juwelen van proza en poëzie. Dit boek gaat mee naar Hoensbroek als ik de volgende keer mijn ouders opzoek!
Gastblog door mijn oom Albert Driessen. Enige kennis van Limburgs is een pré 😉
Het was op een mooie zonovergoten dag in april dat het echtpaar al vroeg uit de veren was. Vandaag zouden ze een saxofoon gaan bekijken en eventueel tot een koop besluiten, mits het instrument aan de eisen van de heer W. Bloasgèer voldeed. Welgemutst en goed uitgerust togen ze op weg naar het plaatsje Vorselaar in België.
Mevrouw A. Bloasgèer-van Blètsjgèer was een beetje nerveus: het was ook niet niks, zo’n verre reis naar het buitenland. Ze had wat brood met beleg en drie kannen koffie klaargemaakt, zodat ze onderweg even konden stoppen voor een kleine picknick. In alle consternatie was ze echter de koelbox en de koffiekannen, die ze in een tas gedaan had, vergeten in de auto te zetten. Een geluk dat ze er aan dacht voordat ze bij Nuth de autoweg opreden. ‘Het begint alweer goed,’ blafte Wilfred Bloasgèer, draaide 180 graden en reed met een grimas op z’n bakkes weer huiswaarts.
Na dit oponthoud verliep de reis verder probleemloos. Wilfred had zijn navigatie systeem ingeregeld en onder het genot van een muziekje schoot de reis goed op. Op een gegeven moment – ze reden tussen een colonne vrachtauto’s – ging plots een auto op de linkerrijbaan vol in de remmen. Hij raakte onder een grote blauwe wolk van zijn banden in een slip en kwam recht op de auto van het echtpaar af. Wilfred reageerde instinctief en reed geheid de vluchtstrook op. De in de slip geraakte auto miste hun auto op een haar na!
Het was gelukkig nog goed afgelopen en na enige tijd reden ze in een bosrijk gebied. Anky zei ‘Wilfred, stop hier ergens, dan eten wij wat.’ Zo gezegd, zo gedaan. Even later zaten ze gemoedelijk op een parkeerplaats met een heerlijke kop koffie en een goed belegde boterham in de hand te genieten van de rust. ‘Wilfred, ik moet even een grote boodschap doen.’ Anky liep om zich heen kijkend naar een grote haag waar ze achter ging zitten. Opeens een gil en Wilfred sprong als door een wesp gestoken op en riep ‘Wat is er gebeurd?!’ ‘Kom maar eens kijken.’
Toen hij bij haar kwam, viel zijn mond open van verbazing. ‘Wa… wa… wat is dat?’ en wees op een konijn en een fazant die daar in het gras lagen. Anky vertelde wat haar was overkomen. ‘Ik had geen toiletpapier, dus pakte ik een bosje gras. Maar tot mijn schrik pakte ik een konijn bij de oren en ik schrok zo dat ik hem de lucht ingooide en tot mijn grote verbazing kwam hij tegen een voorbij vliegende fazant. Wat moet ik hiermee doen?’ Hierop zei Wilfred ‘Neem maar mee naar huis. Dan hebben wij tenminste iets van België als de saxofoon niet is wat ik er mij van voorgesteld heb.’ ‘Als de politie ons maar niet aanhoudt, want dan krijg je ook nog een proces voor stropen!’ zei Anky.
Het navigatie systeem bracht hen probleemloos naar het adres in Vorselaar. Daar aangekomen bleek de eigenaar van het instrument een zeer aimabel persoon te zijn, evenals zijn echtgenote. Ze werden naar de woonkamer gedirigeerd, waar onder het genot van een heerlijk bakje koffie het ijs gebroken werd en de interesses uitgebreid besproken werden. Gastheer Rob liet met trots de verbouwing van zijn badkamer aan de gasten zien, je zag zijn zweet nog over de vloer lopen!
En toen kwam het moment suprême: de saxofoon werd uit zijn koffer gehaald en met enige trots aan Wilfred overhandigd, die hem meteen uitgebreid inspecteerde. Rob vertelde dat de saxofoon pas gereviseerd was en zei tegen Wilfred ‘Speel eens iets voor ons?’ Wilfred antwoordde dat hij in geen veertig jaar meer een noot gespeeld had, waarop Anky zei ‘Je hebt de laatste veertien dagen aan één stuk door geoefend, dus zeur niet en speel nou maar iets.’ Aan zoveel druk kon hij niet ontkomen en Wilfred begon eerst een beetje haperend, maar na een paar toonladders zette hij in op de Bolero van Ravel.
Rob stond met gesloten ogen te luisteren, evenals zijn echtgenote Natalie. De tonen, zo zuiver, raakten zijn ziel. En toen Wilfred de saxofoon neerlegde applaudisseerden Rob en Natalie. Rob zei geëmotioneerd ‘Het is lang geleden dat ik zoiets moois heb gehoord, zo zuiver en zo gepassioneerd gespeeld,’ en pinkte een traan weg van ontroering. Anky zei in het dialect ‘Zint ze os noe aan ‘t bezèeke?!’ en vervolgde in het Nederlands ‘Wilfred, het wordt stilaan tijd om op huis aan te gaan,’ en stond op. Wilfred handelde de koop af en welgemutst togen ze huiswaarts.
Na enige ongemakken (navigatie werkte niet goed) waren ze voor het donker thuis, waar Anky zei ‘Als je nog eens zoiets hebt, dan ga je maar alleen. Die drukte en gejakker op die snelwegen, daar word ik gestoord van!’ en zette de tv aan om Goede Tijden, Slechte Tijden te kijken. Wilfred poetste nog even de saxofoon op. Een paar uurtjes later gingen ze moe maar voldaan naar bed.
Hoe de buren de dagen erna gereageerd hebben is mij niet bekend. Het enige dat mij is opgevallen, is dat de milieupolitie geregeld langs kwam rijden in verband met geluidsoverlast…
Dit verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen eerder dit jaar. De heer en mevrouw Bloasgèer-van Blètsjgèer zijn mijn ouders. Die saxofoon bestaat echt! Natuurlijk is ook het nodige ontsproten aan de fantasierijke geest van Oom Al 😉 ‘Kleine’ bijkomstigheid, mijn vader is achter in de 70…
Het nieuwe jaar staat alweer te popelen bij de deur. Het jonkie aarzelt, durft nog niet aan te kloppen. Maar iedere dag komt het een stapje dichterbij en strekt zijn armen uit om je over de drempel te helpen. Het schrikkelkind vraagt je hem te begeleiden tot volwassenheid, driehonderd zesenzestig dagen later.
Het afgelopen jaar heeft voor mij in het teken gestaan van expressie. Dit woord vormt voor mij een inspiratiebron tot scheppen, creëren, schrijven. Expressie om van gedachten te kunnen wisselen met anderen, in woord en daad. Expressie is immers niets, een lege huls, als anderen niet zien wat uitgedrukt wordt, als mensen de boodschap niet horen en niet kunnen reageren. Dan is het een stille roep in een verlaten vlakte.
Bijna dertigduizend bezoeken aan mijn blogs – vaak voorzien van commentaar – geven mij de hoop dat die expressie in 2011 gelukt is. Ik heb er volop van genoten om mijn gedachten, gedichten, verhalen en mooie en ja, ook trieste dingen met je te delen en daar reacties op te krijgen, in dialoog te gaan. Ik hoop jij ook. Dankjewel allemaal, het was een jaar om nooit te vergeten.
Nog geen twee weken scheiden ons van 2012. Een paar dagen nog om stil te staan bij wat was, wat is en wat komen gaat. Op welke wijze wil jij je leven invulling geven in het komende jaar? Wat ga je doen? Wie wil jij ZIJN? Op welk woord zou jij de aandacht willen leggen in 2012?
Ken je het Zijn > Doen > Hebben principe (nog)? Als je begint met een verandering op het ‘zijn’ vlak, volgen het ‘doen’ en ‘hebben’ makkelijker. Zie voor meer uitleg mijn post van vorig jaar: Wat is jouw woord voor 2011? Lees het maar even, dat voorkomt wellicht veel ik-heb-steengoede-voornemens-maar-ze-zijn-verdorie-onuitvoerbaar-ellende! Om te kunnen komen tot Zijn > Doen > Hebben, gaan we ieder een speciaal woord uitkiezen. Je kunt eens kijken naar de woorden hieronder en dan een uitkiezen dat bij je past. Een woord dat uitdrukt hoe je wilt zijn. Waar je extra aandacht aan wilt geven het komende jaar. Je kunt natuurlijk ook zelf een woord bedenken!
Zal ik zelf de aftrap geven? Mijn woord voor 2012 is
FOCUS
Focus: Het object of de kwestie waarop het denken en de aandacht is gericht.
Mijn gedachten zijn namelijk vaak erg speels. Ze kijken rond in hot, luisteren in her, en sprinten vervolgens van het een naar het ander. Een rasechte tweeling vrees ik. Met op ieder moment een brij aan indrukken die in die grijze massa daarboven verwerkt moet worden tot de juiste smaak, dikte en verhouding. En dat kost allemaal extra energie, en de blikvangers zelf krijgen niet altijd de aandacht die ze verdienen. Terwijl ze die méér dan waard zijn: mijn jongens, partner, familie en vrienden, werk, omgeving, de wereld. Mijn interesses en schrijfgedachten.
Meer aandacht voor het hier en nu, en niet al kilometers verder zitten. Focus op met wie of met wat ik bezig ben, zonder te denken aan andere dingen die in mijn hoofd rond flitsen, dingen die nog geregeld en uitgewerkt moeten worden. Ja, daar mag ik wel aan denken, maar NIET NU. Zonder me zorgen te maken over wat misschien eventueel wellicht zou kunnen gebeuren. Nee Mar, FOCUS meid.
Wat is JOUW woord voor 2012?
Jouw leidraad voor de komende maanden? Vertel het ons. Deel en inspireer! En wil je – indien van toepassing – vertellen over jouw ervaringen met het woord van vorig jaar? Hoe is dat gegaan? Had je er een houvast aan?
Fijne feestdagen. Hoe je ze viert maakt niet uit. Maar dat je het leven viert wel. Op naar 2012!