Geplaatst in Cultuur

Bizarre Heuvel der Kruisen

Een van de vreemdste, meest bizarre plaatsen waar ik ooit ben geweest, is Kryžių kalnas, een bedevaartsoord dat ongeveer 12 km ten noorden van Šiauliai in Litouwen ligt. Ik was sprakeloos, heen en weer geslingerd tussen verwondering en ongeloof, ontzag en onbehagen.

190804crosses1

Ontstaan

Het begint allemaal in de 14e eeuw, wanneer de lokale bevolking kruisen achterlaat bij het voormalige Domantai-heuvelfort als herinnering aan de ​​succesvolle strijd tegen de Duitse ridders. In de eeuwen erna wordt de heuvel een heiligdom voor vreedzame Litouwse katholieken.

Symbool van verzet

In de 19e eeuw, na de twee opstanden van 1831 en 1863, groeit de plaats uit tot een nationaal symbool van verzet. Families beginnen symbolische kruisen te plaatsen als herinnering aan de omgekomen rebellen. Het aantal kruisbeelden en andere religieuze iconen neemt snel toe, zelfs tijdens de jaren van de Sovjetoverheersing.

190804crosses3190804crosses6

Bulldozers

Drie keer besluiten de Sovjets Kryžių kalnas met de grond gelijk te maken. En iedere keer heeft de plaatselijke bevolking lak aan het strikte verbod op religie. In het holst van de nacht laten zij opnieuw hun religieuze iconen achter. Ze richten niet alleen nieuwe kruisen op, maar ook kruisbeelden, gravures van de Maagd Maria en van Litouwse patriotten. Het maken van kruisen is inmiddels onderdeel geworden van het culturele erfgoed van Litouwen, een ‘symbool van nationale en religieuze identiteit, waarmee de gemeenschap in tegenspoed wordt verenigd’.

Paus

In 1993 bezoekt paus Johannes Paulus II de kruisenheuvel en noemt het een plaats voor hoop, vrede, liefde en opoffering. In 2000 wordt in de buurt een Franciscaanse hermitage geopend.

190804crosses2

Aantal kruisen

1800 – meer dan 9.000
1900 – 130
1902 – 155
1922 – 50
1938 – meer dan 400
1961 – 5.000 vernietigd
1975 – 1.200 vernietigd
1990 – ongeveer 55.000
2006 – meer dan 100.000

En het plaatsen van de kruisen is nu niet meer te stoppen, hun aantal is overweldigend. Langzaamaan worden zelfs de omringende weilanden benut. Tourbussen lossen hun lading op de parkeerplaats, waar diverse kraampjes kruisen in alle soorten en maten verkopen aan de moderne pelgrims. Kant-en-klare symbolen van aanbidding wedijveren met enorme handgehouwen sculpturen.

190804crosses4190804crosses5

Filmpje

Ik liep weg van de stroom toeristen naar de buitenste rand van de heuvel. Weg van de massa. Weg van de overweldigende indrukken. En vooral weg van de geesten.

Kijk, luister, voel…

 

Wikipedia: Heuvel der Kruisen

Geplaatst in Cultuur, Verdriet

Welkom, Sint en Piet, in wat voor kleur of gedaante dan ook

Noodverordening, explosievendienst, protesten en dranghekken. Bussen vol demonstranten. Politiemensen in en uit uniform, ME en helicopters. Een man met een hakbijl…

Maar van harte welkom in Nederland, lieve Sinterklaas. Welkom, vrolijk rondbuitelende fratsenmakers in wat voor kleur dan ook. Kom en wees blij, Piet, Pedro, Klaas, Charles, Ali of welke naam dan ook. Zet het vuur van de ketels maar wat lager, Stookpiet, want de Stoomboot mag gerust hier aanmeren. Let maar niet op die nare boze grote mensen hoor. Kijk in plaats daarvan naar de glunderende kindersnoetjes in wat voor kleur dan ook, met welke naam dan ook, die vol verwachting naar jullie opgeheven zijn. Die al weken, zo niet maanden naar jullie komst toeleven.

Ziek word ik van het hele gedoe rondom dit kinderfeest. Voors en tegens botsen fel, vechten onder het oog van de kleintjes die er helemaal niets van begrijpen. Het zal de kinderen een biet zijn hoe zwartbruingroenroodwitblauwe Piet eruit ziet. Sinterklaas komt naar Nederland, met zijn boot, met zijn schimmel, en rijdt over de gladde bevroren daken om cadeautjes door niet-bestaande schoorstenen te mikken.

Wat vinden kinderen van de Pieten? Maken zij verschil tussen een zwarte en een blauwe Piet? Tussen een regenboog- en roetveeg Piet? Maken zij verschil of maken de volwassenen verschil? Tradities hoeven niet vast gemetseld te zijn. Tradities mogen best veranderen, als ze niet meer goed passen in de huidige samenleving. Als onze medelanders zich gekwetst voelen, moet zeker een discussie gevoerd worden. MAAR NIET NU. De volwassenen moeten nu gewoon even hun mond houden. Protesten, ME en mannen met hakbijlen. Gossamme zeg! KINDERFEEST, remember? Onze kinderen zijn nu het middelpunt, mogen zij even, ja?!

Misschien dat het boek ‘1000 jaar Sinterklaas‘ van Peter van Trigt eindelijk duidelijkheid schept en een einde maakt aan de verhitte discussie. Duizend jaar Sinterklaas! Van Trigt dook in de geschiedenis en schreef het ware verhaal van St. Nicolaas en zijn geheimzinnige knecht. Het Sinterklaasfeest kan grotendeels naar eigen inzicht worden ingevuld. Je hebt alleen een Sint en een of meer knechten nodig.

In Sint’s schaduw loerde steeds een demon, een duistere gezel.Tegenover de heilige was deze demon echter machteloos. Dat kon iedereen met eigen ogen zien. Want waar Sint optrad, werd hij namelijk begeleid door een of meerdere zwarte knechten met een roe en een ketting. Die ketting stond voor het geknechte, oftewel het: onderworpen kwaad. De roe was voor wie niet wilde luisteren naar zijn opvoeders.

Misschien moet de toekomstige Piet op een duivel gaan lijken, compleet met hoorntjes op zijn voorhoofd en bokkenpoten. Een geketende duivel. Misschien dat dát beter is voor onze kinderen, voor onze gemêleerde maatschappij…

Een rode Piet? Niet omdat dat de kleur van de duivel is, maar omdat rood de kleur van alle harten is. Of de buitenkant nu zwart, wit, geel, rood, blauw of groen, purpelpaars, gestippeld of gestreept is.

Geplaatst in Blikvanger

Blikvanger

 

 

160829SilentSunday

Geplaatst in Blikvanger

Blikvanger

klik voor details

160515Blikvanger

Geplaatst in Fotogedicht

Haiku Zaterdag

klik voor details

150822haikutekst

HAIKU ZATERDAG

Haiku is een vorm van Japanse dichtkunst, geschreven in drie regels, waarvan de eerste regel 5, de tweede regel 7 en de derde regel weer 5 lettergrepen telt.
De haiku drukt, in de klassieke vorm, een ogenblik-ervaring uit, soms gelinkt aan en geïnspireerd door zen. De haiku is een vingerhoed vol emotie, waarin weinig ruimte is voor ontledingen en benaderende omschrijvingen.

Schrijf een haiku op je blog/website over wat jou vandaag bezighoudt en geef het de titel Haiku zaterdag. Zet je bijdrage met een link naar je eigen post in een reactie hier op Doldriest. Je mag een foto of een tekening gebruiken, maar dat hoeft helemaal niet.

Grijp de badge en doe mee! 

HaikuZaterdagBadge

Geplaatst in Cuba

Schurken en helden

Deze post maakt deel uit van een serie over mijn vakantie in Cuba. Klik hier voor alle verhalen.

Ofwel het klopt, of we zijn vreselijk besodemieterd en zijn nu onze auto kwijt. Ik heb het gewoon niet meer. Maar laat ik bij het begin beginnen…

Tijdens ons ontbijt breekt er een gigantische herrie los buiten. Het varken van de overburen wordt met een touw om zijn kop langs ons huis naar de achtertuin van de buren gesleurd. Hij vecht, hij gilt en krijst, terwijl de twee mannen zich in het zweet werken om het zware zwarte beest de juiste kant op te krijgen. Op naar de slachtbank ter ere van de nationale feestdag die hier morgen gevierd wordt. Luis verontschuldigt zich voor het gebeuren, maar we stellen hem gauw gerust. That’s life. And death.

150725-route

Vanuit Viñales gaat het al om 9 uur over de A4 van Oeste naar Este, op zoek naar de A1 Nazionale richting Trinidad. Het is maar goed dat er zoveel kuilen in de weg zitten, zodat we niet hard rijden. De A4 is namelijk ineens op. Ja, je leest het goed: OP. Zonder zichtbare waarschuwing houdt de snelweg er bij Havana mee op. We wijken in halfvolle vaart uit naar rechts, een kleine afslag op. Sputterend scheld ik wat op de Cubaanse wegenbouwers, maar Victor blijft de rust zelve. Hij beredeneert welke kant we op moeten en rijdt rustig verder, terwijl ik naarstig zoek naar de A1 borden. We zitten warempel precies goed. Laat dat maar aan V-man over.

We maken een tussenstop in Guanajay, want mijn blaas staat op knappen. Het is een klein dorpje met live muziek op het plein, maar een restaurant vinden blijkt onmogelijk. Met inmiddels gekruiste benen hup ik een snackbar binnen met – jawel – een wc. Nou ja, in naam alleen dan. Het is zeer vies, zonder deur, zonder doorspoelknop, zonder kraan, maar met een dikke drijvende drol. Bah. Ik loos de thee van het ontbijt en gebruik een vochtig doekje uit mijn rugzak om mijn handen te ontdoen van echte en denkbeeldige bacillen. Gatverdegatver zeg. Het blikje soda is ook niet te drinken, warm schuim happen. Gauw weg hier.

150725-1

Tegen de middag stoppen we langs de kant van de snelweg. Pan solo is alles wat mijn maag aan kan. Nee geen ham of kaas, gewoon alleen maar brood. De man achter de bar schudt zijn hoofd, maar het kan me niet schelen. Blijkbaar wil mijn buik nu ook aan de wandel. Rond drie uur ’s middags zijn we bij Cienfuegos. De rit duurt lang, vooral met rug-, maag-, buik- en hoofdpijn. Aan de rechterzijde hangt een gigantische onweerswolk, compleet met bliksemschichten. Dan rijden we eindelijk, na een uitputtende reis van maar liefst acht uren, Trinidad binnen.

Dit keer wekt de voucher van ons reisbureau verwarring, want het adres komt niet overeen met het kaartje dat erbij zit. Eerst maar eens naar het adres rijden. We hobbelen over de kasseien en komen aan in de juiste straat met aan weerskanten pastelkleurige huisjes. Een oude man komt moeizaam overeind als we de auto parkeren. Hablas Español? Nee, alleen un poco. We begrijpen dat hij op onze auto zal passen, terwijl wij onze hostel zoeken. De man wordt bijgestaan door een stotterende jongeman, en in optocht lopen we door de smalle straat. Bij het juiste huisnummer hoort een dichte groene deur. Geen bordje, geen casa of hostel, helemaal niets. Alleen die dichte deur. Inmiddels worden beide buurmannen gealarmeerd en komt nog een vijfde man ‘helpen’. Amigos, zegt hij, en bonkt op de deur, die nog steeds van geen wijken weet. Mijn rugzak wordt steeds zwaarder en mijn shirt is doordrenkt. De buurman aan de rechterkant grijpt zijn telefoon en gaat bellen. Dan komt hij triomfantelijk naar ons toe en vertelt dat we ergens anders moeten zijn. Ja hoor, naar de locatie die op het kaartje wordt aangegeven; het adres klopt niet meer. We danken alle mannen uitbundig, geven de oude heer wat geld en stappen weer de auto in.

Deze foto is niet die dag genomen, maar geeft wel een beeld van de straten van Trinidad. Denk er wel twee rijen auto’s bij.  

150725-4

Het centrum van Trinidad blijkt afgesloten te zijn door een hek met een imponerende politieagent ernaast, dus we gooien de auto aan de kant. Een touringcar komt de hoek om zeilen en het past allemaal maar net. Dan maar te voet verder. Net als we willen uitstappen, worden we door het open raam aangesproken. Of we naar de hostel van Doña Chefa willen en uit Duitsland of Nederland komen? Verwonderd knikken we. De jongeman stelt zich voor als Alejandro, zoon van Doña Chefa. Hij is ons komen zoeken om ons een verhitte wandeling te besparen – hij wijst naar de politieagent. De jongen die ons iets eerder bij de groene deur heeft geholpen staat op de stoep en kijkt toe.

Alejandro vertelt dat zijn moeder hem heeft gestuurd om ons te zoeken. Blijkbaar hebben vier Italianen de wc kapot gemaakt – die ik hard nodig heb – en hij is de hele dag al druk bezig de gasten van de hostel onder te brengen bij familie en vrienden. Gelukkig spreekt hij redelijk goed Engels. De knul stapt bij ons in de auto en brengt ons naar een ander adres. Binnen twee minuten ben ik de weg al kwijt en een vreemd gevoel van onbehagen overvalt me. Bij het eerste adres worden we hartelijk ontvangen… in het Spaans. Blijkbaar kunnen we maar één nacht blijven, maar we hebben geen zin om morgen weer te verkassen, dus vertrekken we naar optie nummer twee. Weer rijden we kriskras door Trinidad en ik zeg tegen Victor dat het me allemaal niet lekker zit.

150725-5

We rijden naar de casa van Eduardo. Een aardige man die ons een prima kamer op de eerste etage aanbiedt. Vanavond eten? Vis? Om acht uur graag ja. Alejandro en hij kletsen samen terwijl Victor en ik de kamer inspecteren. Onze gids werkt bij Cuba Tours en biedt aan de auto op een veilige plek te parkeren: voor twee nachten kost het vier CUC, met 24 uur toezicht. Mijn man loopt met hem naar beneden en komt terug zonder autosleutel. Ik slik en mijn ongerustheid neemt toe. Ga jij maar even uitrusten, lieverd, ik ga een biertje drinken. Met mijn ogen dicht wacht ik op bed tot de airco zijn werk doet. Mijn hersenen hebben echter andere plannen en draaien op volle toeren door. Dan schiet me ineens te binnen dat op de voucher met de adresgegevens van de hostel zoiets stond als: de eigenaar zal u nooit op straat benaderen. Een voucher die nog in de auto ligt. Oh my god. Allerlei vage details vallen ineens op hun plek en ik schiet met bonzend hart overeind. Wat deed die knul die bij ons welkomst-commitee stond, bij de zoon van Doña Chefa? We zijn beetgenomen! Of is Alejandro echt oprecht? Nu heb ik helemaal geen rust meer. Shit!

Ik alarmeer Victor, die aandachtig luistert. De locatie van ons oorspronkelijk reisdoel staat door het navigeren nog steeds op mijn netvlies gebrand en ik wijs hem de juiste plek op de plattegrond in de reisgids. Ik heb vandaag slechts drie kleine bananen op, een stukje toast en een Evergreen en val flauw als ik nu de straat op moet, maar V-man gaat proberen het oorspronkelijke adres van Doña Chefa te vinden. Helaas heb ik geen idee waar we nu zijn, volgens mij is dat best ver weg. Misschien maak ik me zorgen om niks, maar mijn intuïtie gilt het uit. Alles komt goed, zegt V-man als hij de deur uit stapt. Hij heeft gelijk: we hebben in ieder geval onze spullen en zijn samen. Plus hebben onderdak.

In het uur dat daarop volgt schieten de meest vreselijke rampscenario’s door mijn hoofd, gevoed door de talrijke detectives en thrillers die ik gelezen heb. Mijn partner wordt buiten opgewacht door een bende oplichters, onder andere de Stotteraar en Alejandro. Hij kan de weg naar de casa niet meer terug vinden. Dan bedenk ik dat V-man waarschijnlijk niet eens zijn gsm heeft meegenomen en mijn nummer niet uit zijn hoofd kent. De auto zal nu inmiddels al ver weg zijn, en ontmanteld. Of gedeukt en gehavend door joy riden. En Eduardo, die heeft misschien dit huis wel gekraakt. ‘Geroutineerde’ wereldreizigers die in zo’n scam trappen. Als het een scam is tenminste. Mijn oververhitte brein slaat compleet op hol. Na een kwartier met mijn hoofd tussen mijn knieën te hebben gezeten, kom ik zover bij mijn positieven dat ik buiten op mijn man ga wachten. Ik sta inmiddels op het punt de politie te bellen, en heb nog papieren gevonden waar het adres van Dona Chefa op staat.

Wat ben ik opgelucht als Victor weer terug komt. Ik vlieg hem om zijn nek en zeg hem nooit, maar dan ook nooit meer zo op pad te gaan. Mijn vermoedens zijn juist: hij kent mijn nummer inderdaad niet, maar zijn richtingsgevoel en oriëntatievermogen zijn geweldig. Je weet toch dat ik altijd terug kom? De hostel heeft hij niet kunnen vinden.

We gaan samen naar beneden, naar Eduardo, die argeloos staat te koken, geheel onwetend van de paniek die boven zijn hoofd heerst. Ik vraag hem of Alejandro familie van hem is. No, he’s just a guy I know from the streets, zegt hij. Hij brengt me gasten die op zoek zijn naar onderdak en krijgt daarvoor van mij een commissie. Ik zak met mijn hoofd op tafel en vertel hem wat er is gebeurd; dat we al (betaald) onderdak hebben en helemaal geen bed & breakfast zochten, maar dat Alejandro ons belazerd heeft. Eduardo wil alles precies weten, en gaat na mijn verhaal meteen Alejandro bellen om de auto terug te brengen. Don’t worry, zegt hij, terwijl hij bezorgd over mijn arm wrijft. Relax, everything will be alright. I don’t want to see you in hospital. When the car arrives, I will drive you to the hostel myself. Wat een schat! Het eten is vergeten, we moeten onze koffers pakken. Even later staan we bij de voordeur, waar de Stotteraar inderdaad de auto komt terugbrengen. Schoften! Alejandro heeft niet eens het lef om het zelf te doen. Ik zal zijn gezicht eens grondig op de kasseien bewerken als ik hem tegenkom.

Eduardo brengt ons met de auto naar de welbekende groene deur volgens het adres op de voucher, gaat zelf op onderzoek uit en even later rijden we weer naar de wegversperring van die middag. Hij is gelukkig in Trinidad opgegroeid en kent iedereen. Met zijn hulp mogen we toch doorrijden – het autovrije centrum in – en binnen drie minuten staan we voor een andere anonieme deur, maar dit keer wel de goede: de hostel van Doña Chefa. Wat ben ik opgelucht! Drie generaties vrouwen wachten ons op en niemand spreekt Engels. Onze lieve gids legt alles in het Spaans uit en na veel oh’s en ah’s worden we dan eindelijk naar de voor ons gereserveerde kamer gebracht. En er is niks mis met het toilet. Een gezellige kamer in gele kleuren aan een droom van een binnenplaats. Ik voel me meteen thuis.

150725-2

150725-3

Nadat Eduardo nog drie keer erop heeft aangedrongen dat ik nu echt moet gaan genieten en me geen zorgen meer hoef te maken, neemt hij de auto mee. In rap Spaans zegt hij de dames dat zij hem moeten bellen als we hem nodig hebben. Overmorgen zien we hem om 10 uur terug met de auto, omdat we dan doorreizen naar Santiago de Cuba. We bedanken hem uitbundig en hij krijgt van mij een dikke zoen.

Inmiddels is de vierde generatie Chefa thuis gekomen en deze aardige jonge vrouw spreekt gelukkig Engels. We zetten de tassen in de berenkamer en gaan het stadje in, op zoek naar een restaurant. Op de hoek is er een die 24 uur per dag open is, maar het is er te druk. We lopen de straat naar beneden en worden door iemand aangesproken. Restaurant? Inmiddels zeer wantrouwig geworden, besluit ik na een paar straten dat ik tot in dit steegje door loop, maar geen stap verder. Gelukkig zijn we nu inderdaad bij een goed etablissement. Buiten, aan een klein tafeltje onder een reusachtige boom, genieten we van een visfilet met knoflookrijst. Veel eet ik niet, daarvoor is mijn buik nog te zeer van streek, maar het blijft er allemaal in. Een halve liter water en een biertje verder gaan we weer terug, waar ik onder de douche kruip. Tijd om naar bed te gaan. Ik vertel Victor dat hij vast weet over wie ik droom, mocht ik hem een hengst geven midden in de nacht…

Geplaatst in Cultuur, Zeswoordverhaal-uitdaging

Verhaal in zes woorden met beeld: Kunst

Deze week gaat de Zes Woorden met Beeld uitdaging – 6WMB – over KUNST.

Onder kunst wordt in het algemeen verstaan: het product van creatieve menselijke uitingen zoals schilderen, tekenen, beeldhouwen, fotografie, film, interactieve media, literatuur, poëzie, theater, muziek, zang, dans, of bouwkunde.

Elke definitie van kunst is cultuurspecifiek en tijdgebonden. Van vrijwel elke cultuur zijn voorwerpen bekend die zich onderscheiden van ‘gewone’ objecten doordat er in het algemeen een hogere esthetische waarde aan wordt toegeschreven. Dergelijke objecten hebben soms niet-esthetische – ceremoniële of religieuze of propagandistische – functies, en soms niet. Ook binnen eenzelfde cultuur kunnen opvattingen over kunst evolueren: er ontstaan nieuwe genres en er ontwikkelen zich andere kunstvormen, waardoor het idee over de functie en de aard van kunst verandert.

131127kunst

klik op de foto voor een groter formaat

De uitdaging voor jou:

Schrijf een verhaal over KUNST in slechts zes woorden. Laat je inspireren door een foto of afbeelding en schrijf daar je verhaal bij. Of bedenk eerst zes woorden en maak/zoek dan een foto.

Hier een voorbeeld van een Zes Woorden verhaal, geschreven door Ernest Hemingway.

SixWordStory

Wat een impact hebben deze luttele zes woorden.

Publiceer jouw Zes woorden-verhaal met bijpassende foto of afbeelding op je eigen website/blog en plaats de link naar jouw post in een reactie hieronder. Ik vermeld je vervolgens in dit bericht.

Veel plezier bij het schrijven, ik zie uit naar je verhaal.
Marion

vulpen

LEES DE VERHALEN OVER KUNST VAN:

Wie volgt? :)

De volgende schrijfuitdaging wordt gepubliceerd op woensdag 11 december. Klik hier voor meer uitleg over Verbeeld een verhaal in zes woorden. Would you rather participate in English, please go to Six Word Story Challenge: Art.

Eerdere thema’s: 
130216 – Armoede 
130227 – Onderwijs
130313 –  Lente
130327 – Schrijven
130410 – Licht
130424 – Muziek
130515 – Vervoer
130529 – Huisdieren
130612 – Spijt
130626 – Inspiratie
130703 – Reclame
130814 – Vakantie
130829 – Geheugen
130911 – Terrorisme
130925 – Jeugd
131011 – Dialect
131030 – Het Weer
131113 – Film

zes-woorden

Geplaatst in Avans, Columns, Humor

De Stagiair

Het is vreselijk druk. Stapels te archiveren stukken liggen in de weg, cijfers moeten worden ingevoerd. Open dagen, ouderavonden, toetsen, intakes. De druk neemt nog verder toe en we zitten met de handen in het haar. Dan ineens de oplossing: een stagiair! Die kan vast dingen van ons leren en ervaring opdoen, en op zijn/haar beurt ons ook helpen. Een win-win situatie! Afgezien van de inwerk- en begeleidingsuren natuurlijk, maar dat kost alleen in het begin wat tijd, daarna wel mooi maandenlang plezier van elkaar.

We nemen contact op met een school die stageplekken op administratief gebied zoekt en al snel komt iemand solliciteren. De stagiair is een jonge vent, vriendelijk, beleefd en erg bedeesd. Maar dat bedeesde schudden we wel los. Alle partijen gaan akkoord met de stage op woensdag, donderdag en vrijdag.

Week 1

Daar is hij dan, onze redder in nood. Hij komt een beetje te laat, maar dat is nog onwennigheid. Eerst maar een kop koffie, een rondleiding door het gebouw en een voorstelronde langs de docenten. Rustig aan beginnen. Het inwerken gaat voorspoedig. Hij luistert vol aandacht, knikt en kijkt begrijpend. Maar maakt geen aantekeningen. De eerste dag vliegt voorbij.

De volgende dag komt hij weer te laat. We knijpen een oogje dicht, hij moet ook van ver komen. De stagiair start met zijn eerste klusje: papieren op alfabet leggen, een sorteermap als gereedschap. Iets dat binnen een half uur klaar kan zijn, duurt echter uren en de stapel slinkt maar langzaam. Herhaaldelijk checken we of hij begrijpt wat hij moet doen en kijken mee, maar het tempo blijft laag.

Op vrijdag blijft zijn plek akelig leeg. We horen via onze adjunct dat de stagiair naar het ziekenhuis is.

Week 2

Geen inwerken nodig: onze stagiair blijft thuis met een verkoudheid.

Week 3

Het is woensdag en het werk van de stagiair bestaat dit keer uit het archiveren van werkstukken. En om er zeker van te zijn dat hij het goed doet, leest hij ieder werkstuk aandachtig door. Een leergierige jongen blijkbaar, maar niet vooruit te branden. Hij hoest en snuit zijn neus. ‘s Middags werkt hij zijn eigen schooladministratie bij en speelt wat met zijn mobiele telefoon. We informeren of hij het wel leuk vindt en of hij de werkzaamheden begrijpt. Ja hoor, gaat prima.

Donderdag krijg ik een sms dat hij weer naar de dokter gaat en dat hij er om kwart voor tien zal zijn. Twee uren later zal hij bedoelen, want het loopt al tegen twaalven als hij eindelijk binnenkomt. En die vrijdag is het elf uur als hij bedaard achter het bureau plaatsneemt. Verontwaardigd vertel ik hem dat ik hem om half negen verwacht en niet om elf uur. Met een vage handbeweging wijst hij naar buiten en mompelt iets over bussen, gladheid en sneeuw. De wegen zijn brandschoon.

Onzin, er ligt geen sneeuw meer op de wegen. En waarom reageerde je niet op mijn sms?

Ik zet mijn mobiel altijd uit in de bus.

Mijn neus, dat ding zit vastgeplakt aan zijn hand! Ik zeg hem dat het zo niet langer gaat en dat we hem voortaan stipt op tijd verwachten.

Week 4

Dit keer belt zijn broer op om te vertellen dat onze stagiair ziek is; het geplande evaluatiegesprek met de stagebegeleider kan niet doorgaan. Hij heeft deze week één dag ‘gewerkt’. Eigen initiatief is er niet bij, alles moet letterlijk voorgekauwd worden – en dan ook nog meerdere malen. Mijn collega pakt hem ook nog eens aan.

Week 5

Wederom geen stagiair op woensdag. Maar wie verschijnt er donderdag, de dag van het evaluatiegesprek? En maar een kwartier te laat? Juist ja, je raadt het al. Toch nemen we afscheid: hij hoeft niet meer terug te komen.

Maar het waren twee fantastische dagen!

De stagebegeleider vindt het vreselijk dat de eerste kandidaat het zo heeft laten afweten en vraagt om een herkansing. Zij kunnen wel degelijk prima stagiaires leveren! Kandidaat nummer twee zal veel beter zijn, vlot en betrouwbaar. We zijn benieuwd.

Om 12 uur wordt de nieuwe kandidaat verwacht. Het is een vrouw dit keer. De receptie zit klaar om haar op te vangen en een collega neemt voor mij waar zodat ik bij het sollicitatiegesprek aanwezig kan zijn. Mijn vragen zijn gericht op assertiviteit, stiptheid en pro-activiteit. De klok tikt.

Het is 12.00 uur…
Het is 12.05 uur…
Het is 12.10 uur…

Ik bel de receptie even om te vragen of ik misschien hun telefoontje heb gemist, maar nee.

Het is 12.15 uur…

en ik houd het niet meer uit. Ik ga bellen! Rechtstreeks naar de potentiële stagiaire. Een slaperige stem geeft antwoord als ik zeg:

Dag, je spreekt met Marion Driessen van Avans Hogeschool. We wachten al een kwartier op jou voor je sollicitatiegesprek. Mag ik vragen waar je blijft?

De andere kant reageert verbaasd en schor met:

Oh, heb ik dat dan niet doorgegeven?

Wat heb je doorgegeven?

De week voor de carnaval? Ik heb mijn e-mail niet meer bekeken.

Waar heb je het over?

Eh, ik ben ziek. O ja, ik heb trouwens al een andere stageplek gevonden.



Ik vind mijn stem weer terug en hang op. Met stomheid geslagen staar ik naar de hoorn. Beter, vlotter en betrouwbaarder?

Of er ooit nog een stagiaire komt, is op dit moment niet bekend.

Maar het waren twee fantastische minuten!

Geplaatst in Compassie, Cultuur, Dieren, Nieuws

Stierengevechten cultureel erfgoed?!

Tot mijn verbazing en afschuw lees ik net dat een meerderheid van het Spaanse parlement een voorstel heeft goedgekeurd om stierengevechten culturele status te geven. Ongeveer 60.000 Spanjaarden hadden hiertoe een petitie ingediend, waarop 180 volksvertegenwoordigers voor en 40 tegen stemden.

De provincie Catalonië stelde in 2011 een verbod op stierengevechten in, in navolging van de Canarische eilanden (1991).

Spaans nationaal erfgoed. Tweeduizend stierengevechten per jaar, waarbij de stier voor zijn leven moet vechten… en het altijd verliest. De koe bij de horens vatten. Van mij mogen deze prachtige beesten die mannetjesputterende toreadors OP de horens vatten. Getuigt het van ‘cultuur’ om massaal te juichen als er weer een banderilla zijn doel vindt. Moet die mythische kracht van de stier op deze manier de nek om worden gedraaid voor volks vermaak? Afschuwelijk!

DSC_2719

Wat vind jij hiervan? Ben je ooit gaan kijken naar zo’n stierengevecht?

Geplaatst in Columns, Cultuur, Gezondheid

Comazuipen

Lang, lang geleden, toen ik nog piepjong was, was alcohol hoofdzakelijk iets voor (jong) volwassenen. Mijn oma nam wel eens een advocaatje, met slagroom. Of een glaasje wijn. Mannen dronken bier, cognac, jenever of whisky. Onderin de kast van mijn ouders stonden flessen met alcoholische dranken – die daar trouwens nog steeds staan. Stiekem proeven bracht niet veel plezier: het spul was veel te sterk. Toen ik ging stappen, dronk de groep waarmee ik uit ging wel eens Ballantines, maar dat was toch wel uitzonderlijk. Tegenwoordig is het drinken van sterke drank veel normaler. Vooral mix-drankjes zijn erg populair. De jeugd gaat eerst indrinken bij iemand thuis, en dan blijft het niet bij een biertje.

Drinken is iets dat door de eeuwen heen gebeurde. Bij de Grieken begon een drinkgelag na een feestmaal. Zo’n drinkgelag was een samenkomst van meerdere personen, die gepaard ging met een grote of overmatige alcoholconsumptie. Wie de meeste (aangelengde) wijn dronk en wakker bleef, won een taart. Hierbij waren trouwens alleen mannen aanwezig. De Romeinen namen dit gebruik over, maar voegden er vrouwen aan toe. Perzen waren al helemaal jolige mensen: zij vergaderden twee keer over een besluit: één maal dronken en één maal nuchter! De in dronkenschap genomen besluiten konden in nuchtere toestand worden herzien. In het Germaanse Walhalla dronken de goden trouwens ook stevig door. En ook in de Middeleeuwen daagde men elkaar uit om geheel beschonken onder de tafel te belanden. Je mocht blij zijn als je deze wedstrijden overleefde.

Drankmisbruik is dus blijkbaar niets nieuws. Er bestaan verschillende vormen van excessieve alcoholconsumptie. Zo zijn daar bijvoorbeeld de flatrate-parties, waar een drankje niet veel of zelfs helemaal niets kost, maar waar de entree duur is. Of de bekende drankspelletjes, waarbij de verliezer (of de winnaar) een glas achterover moet slaan, soms in één keer. Wat wel redelijk nieuw is, is het comazuipen onder jongeren, meiden en jongens eender. We hebben het hier over kinderen tussen de 12 en 17 jaar! Ze drinken wodka, tequila en whisky, breezers en shotjes – vaak door elkaar – tot ze er letterlijk bij omvallen.

Bewusteloosheid door drankmisbruik. Een avondje stappen dat eindigt in het ziekenhuis. In 2012 loopt het aantal jeugdigen met alcoholvergiftiging dat behandeld wordt door een kinderarts tegen de duizend. In werkelijkheid zijn er waarschijnlijk nog meer comazuipers. En het aantal is stijgende. Ze zijn gemiddeld drie uren buiten bewustzijn, sommigen twee volle dagen. De jongste comazuiper in Nederland was pas 10 jaar…

Tieners die laveloos en compleet van de wereld op de grond liggen, draden speeksel en braaksel langs hun kin. Hoe lang het woord comazuipen bestaat weet ik niet, noch wanneer het fenomeen voor het eerst opdook, maar deze manier van drinken raakt kant noch wal. Je vol laten lopen binnen een zeer korte tijd om stoer te doen, terwijl je lichaam dit niet aan kan. Wedstrijdjes houden. Ik vind het afschuwelijk. Ze genieten er niet eens van, zijn zo ziek als een hond. Als een ambulance moet komen omdat je geen maat weet te houden, waar ben je dan mee bezig?! Ambulances zijn voor mensen in levensgevaar. Voor ongelukken en aandoeningen. Niet voor jongeren die zich laveloos vol laten lopen en niet meer weten dat ze op de wereld zijn.

Nog heel even en dan barst het carnaval los in de zuidelijke helft van Nederland. Hossen en lachen op muziek en drank. Voor de liefhebbers is het één groot gezellig feest. Laten we het vooral zo houden en onze jeugd niet laten verdrinken in een poel van bier en shotjes. Want het wordt veel te koud voor drenkelingen.